Le Tolfe
~ Toscana ~
Le Tolfe
~ Toscana ~
Lengte: 0,9 kilometer
Hoogte: 333 meter
Hoogteverschil: 65 meter
Gemiddelde stijging: 6%
Maximale stijging: 17%
Beoordeling: 2/5
Hoe mooi kunnen Italiaanse namen zijn: Castellina, Firenze maar vooral het heerlijke romantische en vlot Italiaans klinkende Castelnuovo Berardenga. Sinds ik in 2011 in Toscane ben neergestreken wil ik vooral naar Castelnuovo Berardenga. Waarom? De speelsheid en mooiheid van de naam: Castelnuovo Berardenga. Het bekt lekker, klinkt lekker, loopt lekker en lijkt op een Italiaanse wielrenner uit de pioniersdagen van het wielrennen. En vandaag ga ik er dan echt heen! Eerst afdalen en klimmen naar Lecchi, vanwaar ik afdaal en klim naar Madonna di Brolio (lekkere wijn). Vervolgens vul ik mijn bidons in Villa a Testa (Hoofddorp). Ik kan mezelf nauwelijks bedwingen. Nog slechts vier kilometer en ik ben in het beloofde land. Ik zie mezelf al wonen in dit landelijke vol met marmer gebouwde dorp. Ik ga er vooral schrijven; 'tien brieven vanuit Castelnuovo Berardenga en één terug' zal de titel van mijn boek zijn dat vanaf tussen de zagende krekels, op het levendige met druk gebarende Italianen terras en een oneindig vol glas Chianti Classico Riserva op mijn zwart geblakerde tafel wordt geschreven. Van veraf maakt Castelnuovo Berardenga mijn dromen waar. Wijnvelden, cipressen en op de grens liggend tussen de heuvelachtige en begroeide Chianti regio en de dorre uitgestrekte Crete. Een demonische overgang die zou kunnen doorgaan voor het leven en de dood met Berardenga als de rivier de Styx op de grens liggend; eroverheen is er geen weg meer terug. Hoopvol rijd ik de hoofdstraat in. Mijn droom spat in duigen uiteen. Niets van terras, krekels, enzovoorts. Een rechttoe rechtaan straat. Een enkele winkel. Huizen. Berardenga, Berardenga, Berardenga. Je naam wordt uit het idyllische deel van mijn verwarde brein geschrapt.
Gedesillusioneerd vervolg ik mijn route en daal ik diep in gedachte af. Plots word ik op mijn schouder getikt. Geschrokken word ik uit mijn diepe in gedachte verzonken ik gehaald en kijk recht in het donker gelooide en besnorde gezicht van een wielrenner. Zijn kledij en materiaal lijken direct uit de oudheid der cyclisme te komen. Twee bidons op het stuur, banden om de schouders en gekleed in wollen tenue. 'Dus je was teleurgesteld?' vraagt hij mij met typisch Toscaanse tongval. Ik stotter en haspel wat op zijn directe en onverwachte vraag. Ik voel me zeer ongemakkelijk, maar tracht de vreemdeling op de stalen fiets te woord te staan. We kijken beiden recht voor ons uit en trappen in stilte de komende groene dichtbegroeide heuvels op.
Nabij Pianella richt hij wederom het woord tot me: 'dus je wilt hèt, met de nadruk op het, voelen?' Ik stamel en vraagt aarzelend naar zijn naam. Een plotse windvlaag doet een deel van zijn naam verstommen. Slechts het achterste deel versta van zijn naam hoor ik. Ik schrik. Klopt het wat ik hoor? '...... Berardenga.' Neemt mijn geest een loopje met me? Bijkans herhaalt Berardenga zijn vraag: 'dus je wilt hèt voelen?' Aarzelend beaam ik, waardoor we rechtsaf slaan in plaats van het geplande rechtdoor rijden. Spoedig besef ik door de waanzin van mijn gedachtestroom wat mijn prewielerhistorische wielercollega bedoelde met 'het voelen'; sterrata, strade bianche, stof happen, kiezels ontwijken. In korte zinnen verklapt Berardenga het geheim. 'Zoals kasseien: handjes los op het stuur, blik twee meter vooruit en concentreren op wielsporen om zodoende het verharde deel van de witte weg op te zoeken.' Even laat hij het begaan om een korte stop te maken. Nieuwsgierig kijk ik achterom. Gaat hij een toiletaire stop maken? Stomverbaasd zie ik hem zijn achterwiel omdraaien.
Rechtsaf de gevaarlijke en onverharde afdaling van le Tolfe. Deze lijkt enigszins op een Limburgse holle weg getuige de aan beide zijden van de weg oplopende en beboste korte helling. Eenmaal beneden bij een bruggetje houdt de bebossing op en komen we op een open stuk waar het zomers ontzettend heet is. De gevreesde kuitenbijter van Le Tolfe doemt als een Keutenberg recht voor ons op. Nog even kan ik profiteren van mijn daalsnelheid, maar dan is het gedaan met de verkoeling. Terugschakelen van het grote mes naar een piel-verzet. De zomerse hitte begint mij flink parten te spelen. Achterom kijkend zoek ik mijn tijdelijke wielervriend. Hierdoor raak ik wat uit balans, rijd het losse grind in, maar redelijk behendig wip ik mijn wielen weer op de meer uitgeharde sporen. Slechts enkele tellen later rijd mijn tijdelijke wielervriend weer in alle gemak naast me. Daarna blijft slechts de pijn van de steile helling over. Zowel links als rechts van de kiezelweg staan bomen die voor enige verkoeling van mijn oververhitte lichaam zorgen. De tweede bocht nabij het kerkje - het Chiesa di San Paterniano a le Tolfe - brengt een bijbelse verlichting op de bovenbeenspieren.
De steile hellingen en moeilijkheidsgraad hebben we achter ons gelaten. We naderen via een tunnel van geboomte, met af en toe wat asfalt het dorpje Vagliali. De weg leidt hier enkele malen steil omhoog. Met een megaverzet werkt Berardenga zich naast mij omhoog. Voorbij de begraafplaats loopt het weer makkelijk. Mijn vriend vertelt over zijn wielerverleden. Hoe hij de beginjaren van de Giro meemaakte, waar bijna uitsluitend over dit soort wegen werd gereden. Hoe hij uitgejouwd en tegengewerkt werd tijdens zijn eerste en tevens laatste deelname aan de Tour de France. Over onbegaanbare Italiaanse bergpassen, aloude klassiekers en Costante Girardengo; de eerste grote Italiaanse wielrenner. We zijn inmiddels bij de weg naar Tregole aangekomen. We nemen afscheid en vraag hem verlegen naar zijn voornaam. Lachend steekt hij zijn hand op, wuift naar me en roept vanuit de verte: 'Immaginazione Berardenga.' 'Wat een bijzondere naam?' denk ik en thuisgekomen sla ik het Italiaans-Nederlandse woordenboek open. Spoedig vind ik 'immaginazione' en realiseer me dat ik vanochtend mijn medicatie ben vergeten in te nemen.
In het historische en centraal in Italië gelegen Toscane zijn er zeer veel bekende en beroemde plekken. In de directe nabijheid van het parcours van de Strade Bianche zijn er vier van grote importantie. Het betreft hier de wijngebieden van Montalcino en Chianti, streek Crete Senesi en Siena.
Om met de wijn te beginnen. Eén van de beste Italiaanse wijnen komt uit het zuid-Toscaanse Montalcino. De Brunello di Montalcino staat hoog op de ranglijst. De Brunello bestaat voor honderd procent uit Sangiovese - de beroemde Italiaanse druif. Ten noorden van Montalcino en in het hart van Toscane ligt de heuvelachtige Chianti-streek waar de Chianti Classico en de Chianti Classico Riserva vandaan komen. Ook deze wijn wordt gemaakt van Sangiovese. Enige verschil met de Brunello is dat deze wijn uit 85% Sangiovese moet bestaan. Belangrijk uiterlijk kenmerk op de fles is de zwarte haan die de etiketten van de Chianti Classico en Riserva siert. Deze gallo nero speelt een belangrijke rol in de (voormalige) rivaliteit tussen Siena en Firenze (Florence). Regelmatig vonden er veldslagen plaats op de grenzen van de steden te duiden. Op een zeker moment vond men het welletjes. Men sprak af dat tegelijkertijd in Siena als in Firenze een zwarte haan losgelaten. Het punt waar deze dieren elkaar zouden treffen, zou vanaf dat moment als de officiële grens gelden. De bevolking uit Siena legde hun haan flink in de watten. De Firenzers hielden hun zwarte trots hongerig. Deze ging ‘s ochtend toen het uur u daar was, snel op zoek naar voedsel en reikte verder dan de haan uit Siena. Dat maakt tot op de dag van heden het gebied van Firenze, door de hongerige zwarte haan, stukken groter dan van het concurrerende Siena.
Siena is van oorsprong een Etruskische nederzetting boven op een heuvel gesitueerd - zoals zo veel Italiaanse steden ter verdediging hoog liggen. Sinds 1995 staat de historische binnenstad van Siena op de werelderfgoedlijst van Unesco. Siena bestaat uit 17 contrade (stadswijken). Elke contrada heeft haar eigen naam, vaandel en kerk. Deze doen jaarlijks mee met de Palio; een paardenrace die sinds 1287 gehouden wordt op het Piazza del Campo (plein van de strijd). De race vindt tweemaal per jaar plaats: op 2 juli (Palio di Provenzano) en op 16 augustus (Palio dell'Assunta).
In het inferno arriveert Dante met zijn gids, de Romeinse dichter Virgilius, na een lange afdaling bij de onderste ring van de hel. Hier ontwaart hij de torens van het vestingstadje Monteriggioni. Deze torens vergelijkt hij met reuzen die uit de hellepoel omhoog steken. Als Dante de schrijvende wielertoerist Roberto Delvecchio was gevolgd, had hij met beide ogen kunnen constateren dat Monteriggioni slechts een voorpost voor het ware inferno is. De echte hel begint ten zuiden van het stadje; de Crete Senesi. Een verlaten poel des doods. Achtergelaten door haar bewoners, gevlucht voor de vereenzaming en isolement. Het is een vreemde plek ten zuiden van Siena. Mooi van lelijkheid of desgewenst lelijk van mooiheid. Rollende heuvels gelijk aan hoge golven van donkere omgeploegde aarde. Op zichzelf niet zo’n vreemde gedachte, omdat 5 tot 2,5 miljoen jaar geleden dit de bodem van de zee was. Een slingerende weg kronkelt zich als een duivelse slang naar het dieptepunt van de hel, het krijtstadje Monte Oliveto, een plek waar de Benedictijnen zich in vroegere tijden terugtrokken.
In tegenstelling tot het grootste deel van de bergen van de LaCollista-lijst is Le Tolfe nimmer in het parcours van de Giro d’Italia opgenomen. De korte beklimming vertolkt echter een zeer prominente rol in één van de belangrijkste klassiekers van Italië: de Strade Bianche. Om deze reden is Le Tolfe alsmede andere scherprechters in de voornaamste Italiaanse eendagsklassiekers zoals de Cipressa/Poggio (Milano-San Remo), Santuario Madonna di San Luca (Emilia), Basilico di Superga (Milano-Torino) en de Madonna del Ghisallo opgenomen in ‘de 100 van LaCollista’.
Le Strade Bianche - de witte wegen - kent vergeleken met de andere klassiekers nog nauwelijks historie. In 2007 is de Monte Paschi Eroica gestart en is vernoemd naar de oudste bank ter wereld: Banca Monte dei Paschi di Siena. Vanaf 2009 volgt een naamswijziging in Monte Paschi Strade Bianche en sinds 2012 gaat men verder zonder de toevoeging van Monte Paschi. Opmerkelijk gegeven is dat deze koers is afgeleid van een toertocht (en daarmee uniek in de wielerwereld): l’Eroica. Deze tocht bestaat sinds 1997 (en wordt eveneens rondom Siena georganiseerd), waarbij alle deelnemers met retro fietsen en dito kleding verplicht dienen rond te rijden. Slechts de valhelm behoort van moderne makelij te zijn. Overeenkomstig met de wedstrijd voor de profs is dat deze deels over de onverharde strade bianche rondom Siena wordt verreden.
De finish van de Strade Bianche vindt sinds het begin plaats op het beroemdste plein van de Toscaanse stad Siena - het Piazza del Campo. Dit indrukwekkende ontvangst - na een korte doch venijnige beklimming over Toscaanse kasseien - tezamen met het uitdagende, heuvelachtige en deels onverharde parcours zorgen ervoor dat deze nog jonge koers zeer geliefd is bij de toeschouwers én renners getuige het altijd zeer sterke deelnemersveld.
De Strade Bianche kent ondanks de korte geschiedenis enkele grote winnaars: de Zwitser Fabian Cancellara staat met drie overwinningen boven aan de lijst. Maar ook veelwinnaars zoals de Belg Philippe Gilbert (in zijn machtige jaar 2011 waarin hij ook andere klassiekers zoals de Brabantse Pijl, Amstel Gold Race, Waalse Pijl, Luik Bastenaken Luik en de Ronde van Lombardije won) en de Pool Michal Kwiatkowski. Slechts eenmaal - in 2013 - won een Italiaan de koers: Moreno Moser. Neef van de legendarische Francesco Moser.
In maart 2012 wordt de koers onder aangename temperaturen en onder een flauwe voorjaarszon verreden. Een groep onder aanvoering van de Toscaan Daniele Bennati stormt met nog dertien kilometer voor de finish in Siena op de laatste onverharde strook van de dag af. Le Tolfe. In deze groep zitten onder meer oud-winnaars Fabian Cancellara (ploegmaat van Bennati) en Maxim Iglinsky. Ook andere kleppers zoals Greg Van Avermaet, Allesandro Ballan, Roman Kreuziger, Oscar Gatto, Vincenzo Nibali, Giovanni Visconti bevolken de groep.
Bij het aansnijden van de scherpe bocht vlak voor de laatste onverharde strook van Le Tolfe, demarreert Van Avermaet van kop af en kiest het ruime sop. Ploeggenoot Ballan die in tweede positie rijdt, houdt slim even in, waardoor Cancellara direct op een gat zit. Vol overgave duiken de renners naar beneden over de losse stenen. Een stuurfout en je ligt in de bosjes. Eenmaal het bruggetje over begint de klim van Le Tolfe. Van Avermaet behoudt - staand op de pedalen op de zware en steile stroken - nog steeds voorsprong op de achtervolgende Zwitser. Met nog een twintigtal meter te gaan zet Cancellara - in zijn kenmerkende op het zadel zittende houding - vol aan en laat de Belg spartelend op het Toscaanse grind achter. Ploeggenoot Ballan tracht zijn karretje bij de Beer uit Bern aan te hangen maar mist sleepkabel. Op de top bij het kerkje wordt de voorsprong tien meter, twintig meter en snel honderd meter. De Zwitserse vogel is gevlogen en partito. Voor een superbe tijdrijder als Cancellara is het geen probleem om zijn voorsprong gestaag verder uit te bouwen. Eenmaal op de klim naar het Piazza del Campo over de grove en gecultiveerde kasseien (niet met die van Roubaix te vergelijken) kan de Zwitserse tempobeul het zichzelf permitteren het ‘rustig’ aan te doen en wint met een kleine minuut voorsprong op Iglinksy en Gatto voor de tweede maal de hel van het zuiden.
Een aantal jaar later in 2021 maakt Matthieu van der Poel er helemaal een ware show. In eerste instantie degradeert hij bijkans de andere coureurs tot pelotonvulling als hij Le Tolfe opknalt. Slechts wereldkampioen Julian Alaphilippe en Tourwinnaar Egan Bernal kunnen op gepaste afstand meekomen en sluiten in de uitlopers aan bij de ontketende Nederlander. Eenmaal in Siena zijn beiden kansloos. Van der Poel rijdt op de Via Santa Catarina meedogenloos hard weg; de andere twee moeten hem laten lopen. Van der Poel wordt hiermee de eerste Nederlandse man die de Strade Bianche wint. Bij de vrouwen is het Oranje boven. Anna van der Breggen is in 2018 de eerste Nederlandse winnares, gevolgd door Van Vleuten (2019 en 2020), Van der Blaak (2021) en Demi Vollering in een uitermate spannend duel met teamgenoot Kopecky in 2023. De Nederlandse wint met bandlengte.