Terminillo
~ Lazio ~
Terminillo
~ Lazio ~
Lengte: 24,6 kilometer
Hoogte: 1.901 meter
Hoogteverschil: 1.775 meter
Gemiddelde stijging: 6%
Maximale stijging: 10%
Beoordeling: 3/5
Sommige zaken moet je gewoon laten zoals ze zijn. Naar Zuid-Frankrijk rijden als het ‘zwarte zaterdag’ is. Hollandse mayo bestellen in een Vlaamse frietkot, wijn drinken tijdens Ronde van Vlaanderen (of een trappist tijdens de Giro). In dit redelijk onschuldige rijtje mag gerust worden toegevoegd: op een zomerse zondag de Terminillo oprijden. Waarom niet? Je bent hoegenaamd niet de enige.
Als ik om elf uur de auto in een buitenwijk van Rieti parkeer is het al goed warm. Het is halverwege juli en heb zojuist ruim twee uur op de autostrada doorgebracht. Het starten van een Italiaanse beklimming in een Italiaanse buitenwijk vermindert het risico op het zoeken naar de juiste richting door de wirwar van Italiaanse straten en Italiaanse pleinen en de drukte van de hectische Italiaanse centra. De drukke SS4 leidt naar de voet van de Terminillo. Auto’s en motoren suizen me voorbij. Ik vermoed dat de meeste van deze herrie makende voertuigen hun bestemming elders dan de mijne hebben. Mijn hoop blijkt echter tevergeefs. Ik bevind me namelijk al op de weg naar boven. De indruk en teleurstelling dat half Rome zich hier stinkend en herrie makend een weg naar boven baant, blijft als een roestige spijker in mijn hoofd hangen. De irritatie nestelt zich tussen mijn oren. Een beklimming hoort voor mij grotendeels verlaten te zijn, beschaduwd en met een geregelde traktatie op weer een fraai vergezicht over besneeuwde bergtoppen (ik heb nogal een eisenpakket). Behalve de schaduw niets van dit alles. Stijging? Zwaar. Acht tot negen procent gemiddeld. Gelukkig af en toe een haarspeldbocht.
Als er weer een vracht aan auto’s en motoren hun herrie hebben achtergelaten, hoor ik een licht gezoem achter mij. Ik verwacht een gigantische bij van dinosaurus achtige proporties, maar kijk recht in het besnorde gezicht van een forse Italiaan op een elektrische mountainbike. Ook nog iemand op de achterbank. Een sleper. Een Cadel Evans. Lachend en wel. Ook dat nog! Tot overmaat van ramp knoopt hij een praatje aan. Wetende dat het overgrote deel van de Italianen de Engelse taal niet machtig zijn, antwoord ik hem in mijn beste Australisch. Blijkt hij zich prima in het Angelsaksisch verstaanbaar te maken. Binnensmonds vloek ik hemel en hel bij elkaar. Een pratende plakker. Een wat vlakker stuk dient zich aan. Met een korte demarrage schud ik de man van me af. Weer auto’s en motoren. Humeur ligt boven het vriespunt. Moet duidelijk even bijkomen van de inspanning. Wattage onder de 240. Onder het nulpunt. Het gezoem komt terug. Wederom vrieskou in mijn hersenpan. ‘Tom Poes: verzin een plan!’, zou dhr Olivier B. Bommel zijn kattige kameraad verzoeken. Ik verzin een plan. Een mechanisch defect. Stoppen. Even overweegt de Italiaan eveneens halt te houden. Snel gebaar ik hem dat hij mag doorrijden.
Ergens halverwege de beklimming in een haarspeldbocht. Een drukte van belang. Rijen van dat hinderlijke blik aan de beide kanten van de weg. Wat is hier in hemelsnaam te doen? Weldra dient het antwoord zich aan. Op een weide op 1.400 meter hoog wordt gepicknickt, gezonnebaad, gefrisbeed en van de weldadige koelte genoten. Rare jongens die Italianen!
Eindelijk doemt de bebouwing van Terminillo op. Een verkeersbord met 50 erop aan de zijkant van de weg. Een kodak-selfie-moment. De Terminillo is namelijk de 50ste beklimming van mijn lista.
Van covid-19 is op de top kennelijk geen sprake. Een drukte als op de Albert Cuyp op zaterdag, maar dan minder gezellig. Meewarig schud ik mijn behelmde hoofd. Je rijdt dus een half uur met je auto op zondag omhoog om hier tijdens covid crisistijd om met z’n allen de tanden in een pizzaatje boven op een berg te zetten. Nabij een monument en vlak bij een camperparkeerplaats - er staan meer dan 100 van deze rijdende bussen hier, sommige met de afmetingen van een tourbus en met vermoedelijk een conducteur aan boord, sla ik linksaf in de richting van de pasovergang van de Sella di Leonessa. Plots openbaart zich een majestueus berglandschap zich aan mij waarin vele Italianen in de aangename koelte hun zondag doorbrengen. Deze bergkammen zijn het voorportaal van de Abruzziaanse Apennijnen. Nergens is deze bergketen , die van Genua tot bijna in de hak loopt, zo hoog en ruig als in dit gebied ten oosten van Rome. Nog enkele kilometers klimmen en ik arriveer op 1910 meter hoogte. Verderop beklimt een hele horde mensen in ganzenpas de schuine bergwand, alsof ze met z’n allen op zaterdag door de Kalverstraat lopen.
Na dit spectaculaire slot rest nog het minst favoriete deel van de dag - de afdaling. Na ruim een half uur ben ik bij de auto. Een verstikkende hitte ligt als een deken over Rieti. De temperatuur is opgelopen tot bijna veertig graden. Wat een contrast met boven. Al doende moet ik welhaast bekennen al die gekke Italianen die met hun auto of motor naar boven afreizen een beetje beter begrijp. Een klein beetje maar, hoor!
De Terminillo is gesitueerd in de Centrale Apennijnen en kent met de 2216 meter hoge Monte Terminillo het hoogste punt van de omgeving. Het kalksteenmassief is kenmerkend voor de centrale Apennijnen. De Monti Reatini zoals het gebied wordt genoemd ligt geïsoleerd van de andere Centrale Apennijnen. Deze bergen kennen een grote biodiversiteit op het gebied van flora en fauna. De 1910 meter hooggelegen Sella di Leonessa is de pasovergang en verbindt het 300 meter lager gelegen wintersportdorp Terminillo met de stad Leonessa.
Al in de oudheid is er sprake van de Terminillo. Het gebied wordt door diverse geschiedkundigen opgevoerd als Monte Gurgure en Mons Tetricus. De naamgeving Terminillo is afgeleid van de grens tussen de vroegere pauselijke staat en het Koninkrijk Napels.
De Zwitserse bergbeklimmer Abbate was aan het einde van de 19de eeuw onder de indruk van het berggebied dat hem verleidde tot de uitspraak: ‘als dit gebied in de Zwitserse Alpen had gelegen, was het een enorme toeristische trekpleister’. Het zette de lokale overheden aan tot het ontwikkelen van de wintersportplaats die een aanzuigende werking had op de notabelen van Rome. In de jaren dertig voerde de fascistische regering een indrukwekkend toeristisch verbeteringsproject uit op de berg Terminillo, waardoor de berg een skioord werd met moderne toegangs- en accommodatie-infrastructuren. Spoedig kreeg het de bijnaam als de "berg van Rome" en werd het een referentiepunt voor heel Midden-Italië en in het bijzonder voor de hogere Romeinse klasse. De rol van Benito Mussolini als "herontdekker" van zijn toeristisch potentieel, was doorslaggevend voor de Terminillo. In januari 1933 ging Mussolini zelf naar de berg en beklom met zijn vrouw en kinderen gezeten op de ruggen van muilezels de berg. Hij zei: “diep onder de indruk te zijn van de schoonheid van de bergketen". Nog in dezelfde maand gaf Mussolini de burgemeester van Rieti, Marcucci, opdracht om een brede weg te bouwen die van Lisciano naar de Terminillo leidde: de Via Terminillese. Deze werd voltooid in 1935.
Het nabijgelegen Rieti is volgens de overlevering afgeleid van Rea Silvia, de moeder van Romulus en Remus. Volgens de Florentijnse historicus Giovanni Villani werd Rea Silvia levend begraven in Rieti. Een andere opvallende verschijning in de geschiedenis van Rieti is Franciscus van Assisi, die de vier heiligdommen van Greccio, La Foresta, Poggio Bustone en Fonte Colombo in de vier hoeken van de Rieti vallei stichtte. Tevens is de stad gelegen aan de Cammino di Francesco (het pad van Franciscus). Sindsdien is Rieti een bestemming voor bedevaarten en een bron van religieus toerisme. Het historische centrum is zeer karakteristiek, gelegen op een licht glooiende heuvel aan de rand van het Rieti-bekken. De stad wordt aan de ene kant beschermd door een middeleeuwse muur die nog grotendeels intact en goed bewaard is gebleven. De Via Roma is een van de levendigste straten van het centrum en verdeelt de stad in de middeleeuwse wijken San Francesco, San Rufo della Verdura en Santa Lucia.
Onlosmakelijk zijn ze verbonden met elkaar: de Giro d’Italia, de Terminillo, Mussolini en de tijdrit. Om specifieker te zijn: de chrono scalare (de klimtijdrit). Pas in 1933 beleefde de Giro zijn eerste vlakke tijdrit, van Bologna over de Povlakte naar Ferrara. Drie jaar later kregen de coureurs de eerste tijdrit bergop voor hun kiezen. Hiermee klopten de Italianen hun Franse concurrenten met maar liefst 22 jaar. De beslissing om deze eerste klimtijdrit tegen de hellingen van de Terminillo te leggen kwam van hogere, dictatoriale hand. De beklimming was nog niet geheel geasfalteerd, maar met deze promotionele actie wilde Mussolini de Terminillo in de harten sluiten van de Italiaanse wielerfans in het algemeen en het opkomend lokaal wintersport toerisme in het bijzonder. Daarbij afficheerde het fascisme zich graag met sport om ermee het Italiaanse aanzien te vergroten tegenover het buitenland en zodoende de Italianen onderling te binden. Ritwinnaar van de 20 kilometer lange klimtijdrit met start in Rieti werd de Italiaan Giuseppe Olmo met een voorsprong van 19 seconden op de nog jonge Gino Bartali. Olmo was een goed eendagscoureur met overwinningen in onder andere Milano - San Remo, het Italiaans kampioenschap en was ook een tijd werelduurrecordhouder. Olmo is overigens beter bekend als fietsenmerk, waarop bekende coureurs zoals Danilo di Luca en Oscar Freire grote overwinningen behaalden. De eindoverwinning van de Giro d’Italia van 1936 ging naar Bartali, waarmee het de eerste van totaal drie eindoverwinningen werd.
In 1937 stelde dezelfde Bartali orde op zaken door de klimtijdrit én de Giro op zijn naam te schrijven. Het jaar daarop had Bartali andere verplichtingen. De Toscaan had persoonlijk opdracht van Mussolini gekregen om de Tour de France op zijn naam te schrijven. ‘Gino Nazionale’ slaagde erin om aan de wens van Il Duce en heel sportminnend Italië te voldoen en bracht het geel naar Italië. De overwinning op de Terminillo alsmede de eindoverwinning van de Giro van dat jaar ging naar Giovanni Valetti, die in 1939 een huzarenstukje uithaalde door wederom de klimtijdrit als de eindoverwinning binnen te halen. Naast zijn twee eindoverwinningen is Valetti de eerste Italiaan die de Ronde van Zwitserland op zijn naam schrijft. De in 1913 te Vinovo geboren renner had een krachtige en slanke lichaamsbouw en een uitzonderlijke lengte voor een wielrenner in die periode. Daarmee was hij gebouwd voor etappekoersen, terwijl het gebrek aan sprintvaardigheden hem parten speelde in eendagswedstrijden. Hij wordt daarom de eerste grote "passista - scalatore (wandelaar-klimmer)" van de wielergeschiedenis genoemd. Valetti is de hoofdrolspeler in de documentaire Valetti de vergeten kampioen en kreeg een jaar na zijn overlijden in 1998 postuum de titel van Grootofficier van de Republiek.
Terminillo:
Giro 2010: Chris-Anker Sørensen
Giro 2003: Stefano Garzelli
Giro 1997: Pavel Tonkov
Giro 1992: Luis Herrera
Giro 1987: Jean-Claude Bagot
Giro 1939: Giovanni Valetti
Giro 1938: Giovanni Valetti
Giro 1937: Gino Bartali
Giro 1936: Giuseppe Olmo
Sella di Leonessa:
Giro 2007: Luis Laverde
Giro 1991: Demetrio Cuspoca
Giro 1986: Alfio Vandi
Giro 1981: Claudio Bortolotto
Giro 1978: Rudy Pevenage
Giro 1962: Joseph Carrara
Giro 1960: Charly Gaul
Giovanni Valetti
Gino Bartali
Giuseppe Olmo