Forcella Staulanza
~ Veneto ~
Forcella Staulanza
~ Veneto ~
Lengte: 14,5 kilometer
Hoogte: 1.773 meter
Hoogteverschil: 802 meter
Gemiddelde stijging: 5,3%
Maximale stijging: 11%
Beoordeling: 3/5
Vakantiegangers in het Alpengebied moeten de komende dagen rekening houden met noodweer, onweer en zeer veel regen. Weerdiensten verwachten dat er zaterdag in het zuiden van Tirol wel 250 millimeter regen kan vallen. Dat is meer dan wat er normaal in een hele zomer valt. (Bron: NOS).
Komt na de verwachte regen de zonneschijn? Of komt na de zonneschijn de verwachte regen? Aangezien ik de afgelopen dagen geregeld tot in de bilnaad ben natgeregend, profiteer ik óf hoop te profiteren van den koperen ploert die momenteel boven het Valle dall’Agordino schijnt. Na het inchecken in mijn hotel, schiet ik snel mijn wielerkloffie aan en stuur de auto naar het dorpje Località Santa Maria delle Grazie aan de rivier de Cordevole. Het is aangenaam warm doch dreigen de steeds grijzer en dikker wordende wolken boven de gekartelde toppen van het nabijgelegen bergmassief. Alhoewel de vermogensmeter nog steeds onbetrouwbare data aangeeft, gaat het klimmen voorspoedig, haal zelfs een aantal wielrenners in en kom in het skidorp Selva di Cadore aan. Hier houd ik even halt om toch te proberen de vermogensmeter aan de praat te krijgen. Het lukt zowaar en gesteund door de juiste data - ben verder geen controlfreak hoor - vervolg ik mijn tocht richting de Forcella di Staulanza. Zoals op Passo delle Erbe doemt plots de gigantische Dolomieten top van de Monte Pelmo op. Wat blijven deze bergmassieven indrukwekkend. Vlak voor de top word ik nog ingehaald door een Belgische wielerprof - te herkennen aan zijn kledij. Ingehaald is overigens niet de juiste benaming - ik loop bijkans een verkoudheid op. De saaiheid van de pas (slechts een bord) alsmede de immer toenemende vergrijzing van het wolkendek, nopen me tot het inzetten van de daling. Eenmaal bij de auto aangekomen, is het nog steeds droog. Omkleden, fiets achter op de auto en op naar het huisje. Ik rij nog niet weg of dikke druppels ploppen op het dak van de auto alsof de herfst onder de eikenboom is losgebarsten. De verwachte regen doet de weg in een rivierstroom veranderen. Na de zonneschijn volgt dus de regen.
De Passo Staulanza (Forcella Staulanza) verbindt met zijn pasovergang op 1.773 meter de Val Fiorentina in het noorden met de Val di Zoldo in het zuiden. De pas ligt ingeklemd tussen de twee Dolomieten reuzen van de Monte Civetta en Monte Pelmo. Beide massieven behoren tot UNESCO Werelderfgoed en zijn respectievelijk 3.220 meter hoog (Civetta) en 3.168 meter (Pelmo). De noordwest wand van de Civetta staat bekend om zijn imposante, vier kilometer lange steile wand (de Parete delle Pareti of 'Wand der Wanden'). Hoewel je deze wand niet vanaf de Staulanza zelf ziet, is de hele Civetta-groep het bepalende kenmerk van de Val Fiorentina. De Monte Pelmo met zijn unieke, geïsoleerde massieve vorm wordt in de volksmond ook wel il Trono di Dio (de Troon van God). De Pelmo bestaat eigenlijk uit twee toppen (Pelmo en Pelmetto), gescheiden door een kloof. In 1984 werden hier versteende voetafdrukken van dinosauriërs ontdekt in rotsen uit het Trias (ongeveer 220 miljoen jaar geleden). De wandelroute naar deze prehistorische afdrukken start dicht bij de Passo Staulanza.
De noordelijke beklimming gaat richting Caprile, een dorpje dat net boven het Lago di Alleghe ligt (ongeveer tien kilometer van de pas). Dit meer heeft een opmerkelijke en dramatische ontstaansgeschiedenis door een aardverschuiving in 1771, waarbij een deel van de Monte Piz instortte en daarmee de rivier de Cordevole grotendeels blokkeerde. De natuurlijke dam die ontstond, zorgde ervoor dat het water snel steeg. Binnen enkele dagen werden de dorpen Riete, Marin en Fusine door het water verzwolgen waarbij 49 mensen omkwamen. Het huidige meer is een direct gevolg van deze natuurramp.
Hoewel de Staulanza tijdens de Eerste Wereldoorlog niet aan het front lag zoals bijvoorbeeld de nabijgelegen Passo Falzarego of Giau, was de gehele regio een achterland van het Dolomietenfront. Vele paden en routes in de omliggende bergen (Civetta, Pelmo, Marmolada) zijn van oorsprong militaire wegen of mulattenpaden (smalle ezelpaden), gebouwd voor bevoorrading.
Het is eigenlijk niet mijn doorgaanse gebruik om de doopcel van een Spaanse renner te lichten op deze voornamelijk Italiaanse site, maar de keuze was in dit geval reuze. Tot de doorgang in 2026 komt de Staulanza veertien keer voor in het parcours van de Giro. Driemaal vormt het zuidelijk en lager gelegen Val di Zoldo het decor voor de aankomst. De Staulanza debuteert in 1962 tijdens de veertiende etappe in de Giro. Een etappe die qua heroïek veel gelijkenis vertoont met de Gaul etappe op de Bondone in 1956 of de Gavia etappe met Breukink in 1988.
Angelino Soler Romaguera (geboren 25 november 1939 in Alcàsser, Valencia) is op het moment van schrijven (december 2025) de oudste nog levende grote ronde winnaar. Solers grootste succes kwam in 1961, toen hij op 21-jarige leeftijd verrassend de Vuelta a España won. Tijdens die ronde pakte hij niet alleen de eindzege, maar ook meerdere etappes. Een jaar eerder (1960) boekte hij zijn eerste etappewinst in de Giro d’Italia, wat zijn reputatie als renner voor het hooggebergte versterkte. In 1962 wint hij naast drie etappes ook het bergklassement in de Giro. Een klassement dat hij duidelijk overheerste, getuige zijn voorsprong van 160 punten op de nummer twee Carrara. Cyclingcols vermeldt dat Soler de meeste punten pakte op de Duran, Staulanza, Pian dei Resinelli, Joux en mogelijk wat kleine niet nader vernoemde beklimmingen.
Terug naar etappe veertien; een gevreesde dag met daarin zeven grote beklimmingen in nauwelijks 160 kilometer: de Duran, Staulanza, Aurine, Cereda, Rolle, Valles en de San Pellegrino. Het weerbericht die ochtend was vreselijk. Een stormfront was Italië binnengetrokken en voorspelde een ellendige dag in het zadel voor de renners. Koersdirecteur Torriani - doorgaans niet vies van enig spektakel - overwoog de etappe te annuleren, maar besloot uiteindelijk deze toch volgens plan in Belluno van start te laten gaan.
Bij Agordo begon de sneeuw tijdens de beklimming van de twaalf kilometer lange en tevens loeizware Duran te vallen. Een groep met Soler als eerste passeerde de ijskoude top, waarna tijdens de afdaling de temperatuur bleef dalen. De omstandigheden op de volgende klim, de Staulanza, werden voor sommige renners, die tot op het bot bevroren waren, te veel. Massaal stapten zij af. Vooraan vormde de elite van de Giro een leidersgroep waarin Soler wederom als eerste bovenkomt. Eén renner die zich niet aansloot bij de kopgroep was Charly Gaul. Al voor de start werd gefluisterd dat hij deze dag en zijn beroemde tolerantie voor koud weer zou gaan gebruiken om de controle over de koers te nemen en daarmee een voorschot te nemen op de eindoverwinning. Ervan overtuigd dat de etappe weldra zou worden afgelast, besloot Gaul zijn lijden te bekorten en stapte hij af. De koersdirectie alsmede vooraanstaande media slaagden een zucht van verlichting. Twee van de laatste drie Giri waren namelijk door buitenlanders gewonnen en Italië had niet bepaald trek in nog een overwinning van een straniero. Historicus Herbie Sykes merkte op dat de Luxemburger de gevaarlijkste buitenlander in het peloton was en dat zijn opgave een Italiaanse eindwinnaar waarschijnlijker maakte. Zodoende daalde de kans dat de etappe geannuleerd zou worden tot nul. Gaul zou dan immers in het klassement gehandhaafd blijven.
Op de top van de Staulanze droeg Carpano-ploegleider Vincenzo Giacotto droge, warme kleding over aan zijn kopman - de Italiaan Franco Balmamion, waardoor deze een comfortabelere afdaling kon rijden dan de rest van het peloton. Een meesterzet zou later in de Giro blijken. Nadat de koers wederom Agordo aandeed en het peloton - of althans wat daar van over was - richting top van de Passo Cereda ging, gaven nog meer renners op. De rest van het half bevroren pact was vastbesloten de etappe uit te rijden. Uiteindelijk moest Torriani de laatste twee passen (Valles en San Pellegrino) - die inmiddels gesloten waren door de sneeuw - uit de etappe halen en verplaatste hij de finish naar de top van de Rolle.
Vincenzo Meco won de etappe. Achter hem eindigden negen renners binnen vier en een halve minuut. Graziano Battistini nam het roze over van de Belg Armand Desmet. Balmamio stond na deze dag nog niet in de top tien, maar klom etappe na etappe hoger in het klassement om in etappe definitief het roze over te nemen.
Uiteindelijk gaven deze dag 57 renners op, waardoor er slechts 53 overbleven om de laatste etappes te rijden. Van Looy, evenals vele andere erkende hardrijders, stapte die dag af. En wat te denken van de maglia rosa, Armand Desmet? Zijn dag was rampzalig. Hij kreeg een lekke band en viel daarna. Hij droeg slechts een shirt met korte mouwen omdat Guillaume (Lomme) Driessens, zijn ploegleider, had verzuimd warme kleding mee te nemen voor de hoge bergen. Hij eindigde als 29ste, op 18 minuten en 33 seconden na Meco.
Franco Balmamion zal deze Giro uiteindelijk zonder etappewinst op zijn naam schrijven. Een jaar later wint de in Nole, Piemonte geboren Italiaan opnieuw de ronde van zijn vaderland en wederom etappezegeloos. De top 10 bestaat naast Balmamion uit zeven landgenoten en slechts twee stranieri. Angelino Soler eindigt op de twaalfde plaats op exact twintig minuten. Zeven jaar later hangt hij zijn fiets aan de olijfbomen. Etappe 14 zorgt voor een welhaast laagterecord waarin slecht s 47 van de 130 starters de finish in Milano haalt.
Giro 2026:
Giro 2023: Filippo Zana (Zoldo Alto)
Giro 2012: Francesco Failli
Giro 2012: Kevin Seeldraeyers (Zoldo Alto)
Giro 2006: Fortunato Baliani
Giro 2005: Paolo Savoldelli (Zoldo Alto)
Giro 2004: Fabian Wegmann
Giro 2002: Sergio Barbero
Giro 1998: Leonardo Calzavara
Giro 1992: Gianluca Bortolami
Giro 1976: Andrés Oliva
Giro 1975: Giancarlo Polidori
Giro 1970: Italo Zilioli
Giro 1969: (cancelled)
Giro 1963: Vito Taccone
Giro 1962: Angelino Soler