Colle del Sestière
~ Piemonte ~
Colle del Sestière
~ Piemonte ~
Lengte: 21 kilometer
Hoogte: 2.035 meter
Hoogteverschil: 863 meter
Gemiddelde stijging: 4,1%
Maximale stijging: 8%
Beoordeling: 1/5
# Gerekend vanaf Fenestrelle/Finestre
‘Na regen komt zonneschijn en van de regen in de drup.’ Zouden er in onze rijke Nederlandse taal nog meer van dit soort optimistische prietpraat uitdrukkingen voorkomen? Of bestaan ze ook andersom? Ik ga een poging wagen: ‘na de Finestre valt alles tegen.’ Of in de trant van eerst Napels zien … ‘Eerst de Finestre beklimmen en dan (sterven) op weg naar Sestrière.
Dan koop je dure tubeless banden om je dure carbon wielen waarvan binnen twee maanden twee keer een spaak breekt. Kortom: alle tubeless sealant eruit, spaak erin en nieuwe sealant in de band. En dat alles om vooral niet lek te rijden. En toch gebeurt het me in de afzink. Ik zie nergens een lek. Even bijvullen met het automatische pompje maar na vijf minuten is de band weer zacht. Geen paniek! Band los. Binnenband erin. Oppompen. Patroon direct leeg. Alsnog vullen met het pompje. Opstappen en in de verzengende hitte door.
In Pragelato vind ik een fietsenmaker die helaas alleen MTB binnenbanden heeft, maar zo vriendelijk is om enerzijds in Sestrière een winkel aan te bevelen en anderzijds mijn band van de nodige extra lucht te voorzien.
Lucht heb ik nodig. Waar ik bijkans fluitend de Finestre opreed, hoe moeizaam het nu gaat. De stijging is de helft van de Finestre, dus dat kan het ‘em niet zijn. Mogelijk de saaie, drukke en schaduwloze weg naar Sestrière? Of gewoon de opspelende vermoeidheid. Het zal een combinatie van beiden zijn.
In Sestrière vind ik spoedig de aanbevolen fietsenmaker. Ik koop twee bandjes en een CO2 patroon en vul bij het monument mijn bidons. Goede moed en dalen maar! Nog geen 200 meter sta ik wederom plat. Stootlek ditmaal. Weer die vermaledijde achterband/wiel. In de schaduw demonteer ik wederom de fiets, maar kies er nu voor om de achterband helemaal schoon te maken en te ontdoen van de sealant. Deze kan mogelijk opdrogen, hard worden en wederom een lek veroorzaken. De afdaling verloopt redelijk, maar aangekomen in Oulx krijg ik de valwind recht voor mijn kop. Ik ben al helemaal stuk en moet dan ook nog tegen de wind in ploeteren. Gelukkig daalt de weg flauwtjes, zodat ik drie kwartier later mijn fiets op de inmiddels gekookte auto hang. Mission accomplished.
Sestrière is de hoogste gelegen gemeente van Italië. Het verbindt de Chisone-vallei en de Susa-vallei met elkaar. De naam Sestrière is afgeleid van Petra Sextreria, of de zesde steen die als trigonometrisch referentiepunt werd gebruikt om de afstand in mijlen vanaf Torino te meten. Vanaf 1930 liet Giovanni Agnelli, de oprichter van het automerk FIAT, die de grond voor 40 cent per vierkante meter had gekocht, twee hotels (bekend als de torens) bouwen, naar een ontwerp van Vittorio Bonadè Bottino, die de thema's volgde van het Italiaanse rationalisme van die tijd. Zijn doel was een vakantieoord te bouwen ten gunste aan de werknemers van de Fiat-fabriek in Turijn. Tevens liet hij drie kabelbanen aanleggen op de bergen Sises (1931), Banchetta (1933) en Fraiteve (1938). Sestrière heeft in de wintersport internationale bekendheid verworven door het organiseren van de alpineski tijdens Olympische Winterspelen van 2006.
De Colle del Sestrière kent naast de vele Giro en Tour door- en aankomsten op de lijst van de eerste berg in de Italiaanse ronde die over de 2.000 meter ging. In 1911 voerde de vijfde etappe naar de Piemontese Alpen. Het was geen verrassing dat een Fransman als eerste arriveerde. Een man met klimervaring en luisterend naar de naam Lucien Petit-Breton die tevens eindwinnaar van de Tour-edities van 1907 en 1908 was. De nummer twee was de kopman van de Bianchi-ploeg: Carlo Galetti.
De radio kraakt maar weer. Onduidelijk statisch geruis afgewisseld met geschreeuw en geroep. Een kakofonie van geluid. De kop van de koers bevindt zich een flink stuk voor de eerste volgauto. Het weer tijdens deze lange etappe zit niet mee. Vooral tijdens de klim naar Sestrière zwiepen de ruitenwissers onophoudelijk. Koude en regen. Plots kraakt de radio weer: ‘Do you like apples?’ wordt er gevraagd. Beetje vreemde vraag zo op het einde van de koers en van de man aan kop van de wedstrijd. De vraag blijkt retorisch van aard; er klinkt direct het triomfantelijke antwoord: ‘How do you like them apples!’ Even later steekt Lance Armstrong triomfantelijk de armen omhoog. Na de proloog en de individuele etappe, wint de van kanker genezen Texaan de eerste de beste bergrit door alle klimmers de vernieling in te rijden. In de perszaal klinkt gejuich maar ook verbazing. Een aantal journalisten mompelt tegen elkaar: ‘Dit is onmogelijk. Hoe kan je van matige klimmer ineens de beste klimmer zijn?’ Uitgerekend deze Tour had dit anders moeten zijn. Na de Tour du Dopage van vorig jaar, heeft Jean Marie Leblanc vol optimisme aangekondigd dat dit jaar de Tour der Vernieuwing zou moeten zijn. Het dopingspook zou niet weer regeren over de Tour. En Armstrong bleek met zijn achtergrond en bijna-doodervaring de ‘posterboy’ te moeten zijn. Dat de waarheid jaren later achterhaald wordt, doet de prestatie van de Amerikaan wellicht onterecht teniet. Een Nederlandse krant heeft namelijk uitgevonden dat minder dan tien procent deze Tour rijdt zonder stimulerende middelen.
Sestrière is al verschillende malen aankomstplaats geweest in de Giro, maar enkele van de meest beroemde passages vindt plaats in de Tour de France. De hoofdrolspelers waren wél Italiaans, met Fausto Coppi (in 1952) en Claudio Chiappucci (1992). Vooral de zege van El Diablo staat nog altijd in het geheugen gegrift. Een solo van ruim honderd kilometer, over de Iseran en Mont-Cenis naar Sestrière. Tienduizenden tifosi die waren afgezakt naar de Italiaanse Alpencol, om hun god op twee wielen aan te moedigen. De concurrenten die aan gort werden gereden, moesten zich die dag een weg banen door een zee van toeschouwers. “Een oase van rust onder een doordringende blauwe hemel, met lucht die de doden kon terugbrengen”. De woorden van La Repubblica-journalist Gianni Mura bleken profetisch van aard.
In de verre geschiedenis van het cyclisme - het jaar 1949 - is Sestrière de laatste der cols van wellicht de meest imposante rit en solo aller tijden. Na de Maddalena op de grens tussen Italië en Frankrijk, de Col du Vars, De Col d’Izoard, Montgenèvre en tot slot Sestrière worden al deze bergen als eerste genomen door Fausto Coppi. Aangekomen in Pinerolo heeft hij een voorsprong van tien minuten op zijn eerste achtervolger Gino Bartali. Een solo van 200 kilometers door een aantal van de zwaarste Franse bergen.
Giro 2025: Chris Harper
Tour 2024: Stephen Williams
Giro 2020: Tao Geoghehan Hart
Giro 2020: Filippo Fiorelli
Giro 2020: Einer Rubio
Giro 2018: Chris Froome
Giro 2015: Fabio Aru
Giro 2013: (cancelled)
Giro 2011: Vasili Kiryienka
Tour 2011: Rubén Pérez
Giro 2009: Stefano Garzelli
Giro 2005: José Rujano
Giro 2005: Ruslan Ivanov
Giro 2000: Francesco Casagrande
Tour 1999: Lance Armstrong
Tour 1996: Bjarne Riis
Giro 1994: Pascal Richard
Giro 1994: Pascal Richard
Giro 1993: Miguel Induráin
Tour 1992: Claudio Chiappucci
Giro 1991: Eduardo Chozas
Giro 1991: Santos Hernández
Giro 1986: Stefano Giuliani
Giro 1982: Lucien Van Impe
Giro 1972: Francisco Galdós
Tour 1966: Julio Jiménez
Giro 1964: Franco Bitossi
Tour 1956: Charly Gaul
Tour 1952: Fausto Coppi
Giro 1949: Fausto Coppi
Giro 1935: Gino Bartali