San Marino
~ San Marino ~
San Marino
~ San Marino ~
Lengte: 9,5 kilometer
Hoogte: 650 meter
Hoogteverschil: 521 meter
Gemiddelde stijging: 5,5%
Maximale stijging: 10%
Beoordeling: 1/5
Een mooie beklimming is als een grootse finale. Uitdagend, meeslepend en wonderschoon. Vergezichten, natuurschoon en rust zijn dan de spreekwoordelijke kersen op de taart. Niets van dit alles kenmerkt de beklimming naar San Marino. Het gras groeit spreekwoordelijk uit de straten. Saai, vervelend en woonhuizerig.
Met longen vol warmte en uitlaatgassen voltooi ik de eerste vlakke kilometers op de doorgaande SP258 richting kust rijd. Vrachtwagens zoeven je voorbij als motoren tijdens de GP Imola. De benen zijn ook niet helemaal fris meer na de beklimming van de Monte Carpegna van eerder deze dag. Eenmaal de strada provinciale achter me te hebben gelaten, breekt een bijzonder moment aan: het verwisselen van het ene land voor het andere en word ik middels een groot bord dat boven de weg hangt welkom geheten in het land van de vrijheid. Volgens de San Marinezen derhalve.
De eerste kilometers gaan eigenlijk nog wel. De weg loopt in de zinderende hitte met een procent of zes door de bebouwing omhoog. Opvallend zijn de in grote getalen aanwezige putdeksels. Slingerend als Alberto Tomba in zijn beste dagen ontwijk ik de stalen obstakels. Na een kilometer of vijf klimmen een enorme rotonde. Ik draai rechts op en kom op een soort snelweg terecht waar de auto’s nogal hard omhoog plegen te rijden. Ondanks de hitte daalt mijn humeur ver onder het vriespunt. Wat een inferno is dit. Gelukkig duurt het niet al te lang en sla rechtsaf de rustige Via Piana in. Hier wordt de beklimming naar de Monte Titano een stuk aangenamer. Boven maak ik een klassieke fout. Het asfalt is door de hitte op sommige plekken gesmolten. Wat je ook doet, rijd er nooit doorheen! Ik wel met mijn stomme kop. Lekke band en vrijwel direct plat. Geen paniek! Spuitbus erin en dalen maar. Al dalend kom ik wederom op hetzelfde stuk snelweg en constateer daarbij dat mijnfiets flink begint te slingeren en de grip op de weg dreig te verliezen. Een pseudo snelweg is niet bepaald de uitgelezen plek om op je kokosnoot te stuiteren! Met het nodige kunst en vliegwerk en de billen tegen elkaar aan, houd ik mezelf recht en stap af bij een stenen trappetje. Rustig blijven! Het ergste is tien kilometer naar beneden lopen. De gedachte alleen al doet me huiveren. Handelen maar! Tasje onder het zadel vandaan. Buitenband eraf. Binnenband weg. Nieuwe erin. Buitenband met de hand erop leggen. Koolzuurpatroon koppelen. In de tussentijd bedenken dat tubeless rijden echt veel beter en verstandiger is. Bidden. Drukken. Gesis. Paniek. Lekkend koolzuur. Harder drukken. Band loopt vol. Band loopt vol. Band is vol. Keihard vol. Geen tijd om te aarzelen. Spullen in de rug, kont op het zadel en dalen als Nibali. Fiets daalt goed gelukkig. Snel beneden. Op de SP258. Vrachtwagens deren me niet. Ik zie de auto en haal opgelucht adem. Op naar beklimming drie van vandaag: de San Luca in Bologna.
De staat San Marino behoort tot een van de oudste in Europa. Vermoedelijk gesticht in het jaar 301 na Christus door de gevluchte heilige Marinus. Het nabijgelegen San Leo kent eenzelfde historie met dien verstande dat dit dorp nimmer een eigen staat is geworden, maar ‘slechts’ als hoofdstad van de vroegere republiek Montefeltro fungeerde.
San Marino - gelegen nabij de Adriatische kust - kent de oudste grondwet van Europa (circa 1600). De mini-staat is geheel omsloten door Italië en is gebouwd op de flanken van de berg Monte Titano. Van heinde en verre is deze 755 meter hoge bergrug met zijn kenmerkende drietandige toppen waarop de drie forten La Guaita, La Cesta en Il Montale zichtbaar zijn. De drie forten vertegenwoordigen het nationale symbool op de vlag van San Marino én worden uitgebeeld op een lokale lekkernij - de gelaagde chocoladetaart Torta Di Tre Monti. Sinds 2008 is Titano gecombineerd met het historische centrum van San Marino door Unesco werelderfgoed opgenomen. Andere bijzondere gebouwen zijn de negentiende-eeuwse basiliek van San Marino, enkele 14de en 16de-eeuwse kloosters, het 18de-eeuwse Titano-theater en het 19de-eeuwse Palazzo Pubblico.
Het bouwen van een parcours van een grote ronde is vakwerk. Voor een leek lijkt het alsof er willekeurige weggetjes kris kras door een land worden getrokken, maar in werkelijkheid is het samenstellen een waanzinnig uitdagende klus. Welke start en finishplaatsen stellen zich financieel beschikbaar? Welke burgemeesters en autoriteiten laten een wielercaravan door hun stad trekken? Is er voldoende slaapaccommodatie voor renners, personeel en volgers in de directe omgeving beschikbaar? Liggen finish en startplaats dicht bij elkaar, zodat grote verplaatsingen kunnen worden voorkomen? Al deze puzzelstukken vallen in het niet bij het werkelijk samenstellen. Als een chef kok van een sterrenrestaurant stelt de organisatie een prachtige menukaart op, waarin er voldoende afwisseling plaatsvindt waar het lekkerste of desgewenst het spannendste voor het laatst wordt bewaard. Immers hoe groter de spanning, des te meer kijkers en hoe hoger de televisie en reclame inkomsten zijn.
Heden ten dage lijkt het de normaalste zaak van de wereld dat bij de samenstelling van een grote ronde dat de zwaarste bergen aan het einde van de ronde in zicht komen. Zeker de Giro d’Italia doet het hooggebergte van de Alpen in de laatste week aan, mede gezien het tijdstip van de ronde, als in mei de meeste hooggelegen Alpenpassen nog schuil gaan onder een dekbed van sneeuw. Dat er een of twee relatief korte tijdritten worden georganiseerd gedurende een drie weken durende exercitie is vrij gangbaar. Als het rittenschema van de Giro d’Italia van 1979 wordt gepresenteerd is alles anders.
Verheugd reageert men in Italië als Giro directeur Torriani in maart van dat jaar het parcours in de Gazettta dello Sport ontvouwd. Maar liefst vijf tijdritten zijn in het parcours opgenomen, iets dat de concurrerende Turijnse krant La Stampa tot genoegen stemt. ‘Eindelijk beschermt hij de kampioenen van Italië. Deze Giro is op maat gemaakt voor Moser en Saronni.’ Want zo luidde het slotpleidooi:’als je kampioenen hebt, waarom zou je hen dan niet beschermen?’ Hiermee verwees de krant naar de op maat gesneden Tour de Frances die door de superbe tijdrijder Anquetil werden gewonnen. Meer dan louter een Italiaanse eindwinst - in de jaren ervoor waren het overwegend stranieri (buitenlanders) zoals Merckx, Pollentier en afgelopen jaar de toevalstreffer De Muynck, die de roze eindwinst opeisten - ging het over het laten herrijzen van de strijd tussen de campionissimi Coppi en Bartali van weleer. Zoals Italië leeft voor het dualisme in het algemeen: noord tegenover zuid Italië, oude katholieke tradities tegenover de moderne Angelsaksische stromingen en wielergericht Coppi versus Bartali; voor deze Giro vertaald naar Moser versus Saronni. De stugge boer Moser tegenover de flamboyante sprinter en tijdrijder Saronni. Zouden de jaren ‘40 opnieuw tot leven gewekt kunnen worden met deze twee coureurs aan het firmament?
Beide coureurs zijn in prima vorm. Moser - lo sceriffo (de sheriff) - wint zowel Gent-Wevelgem als de Parijs-Roubaix. Saronni - il balin (de baby) daarentegen wint etappes in de Tirreno alsmede in Romandië waar hij ook het eindklassement voor zich opeist. De Giro van 1979 begint goed voor Moser. Hij zegeviert in de proloog in Firenze (Florence). Saronni staat op drie seconden. De volgende race tegen de klok is drie dagen later en wordt verreden tussen Caserta en Napoli. Saronni wint met 26 seconden en neemt het roze over. Etappe acht. Klimtijdrit van Rimini van San Marino. Een tijdrit naar een plek met een verleden. In 1969 gaat Eddy Merckx fier aan kop en wint de tijdrit naar San Marino. Niets staat een tweede eindoverwinning in de weg. De volgende ochtend en nog nauwelijks wakker verneemt de Belg dat hij positief plas had ingeleverd en niet meer mag starten. Onder protest vliegt Merckx met een regeringstoestel terug naar België waar hij zich laat testen met een negatief resultaat als gevolg. De zaak loopt tot in regeringskringen op en krijgt nog een bizar staartje als een paar dagen later een handgeschreven briefje van een zeker Marco B. bij Il Corriere della Sera binnenkomt. ‘Eddy Merckx is onschuldig! Ik heb hem, geholpen door een man van wie ik alleen de voornaam Giorgio ken, gedrogeerd voor de start in Parma… en ik herhaal: Eddy Merckx is onschuldig. Marco B.’ Afijn, iedereen kan een dergelijk kattebelletje opstellen en zodoende is er geen verdere justitiële actie op ondernomen.
Wie wint, maakt een duidelijk statement voor de eindzege, laat dat duidelijk zijn!: kopt de Gazetta daags voor de tijdrit. Moser rijdt een dijk van een chrono, maar kan niet voorkomen dat Saronni zijn tijd verpulvert met maar liefst een minuut en 24 seconden. Twee dagen later. Wederom een tijdrit. Wederom Saronni. Voorsprong: 38 seconden in de rit en 100 tellen in het klassement. In de laatste week trekt het Giro peloton de bergen in. Beklimmingen als de Falzarego, Tonale en de Aprica zijn niet al te zwaar en voor de beide Italianen goed te doen. Zeker als de bergen aan het begin van de etappe zijn gepositioneerd. De sheriff zegeviert in zijn regio, maar Saronni finisht in zijn kielzog. Laatste kans. Tijdrit van 45 kilometer naar Milano. Laatste kan voor Lo Sceriffo. Vorig jaar had hij zijn tegenstrever met ruim twee minuten verslagen. Lukt het hem dit jaar weer? Maar nu aan het einde van een lang voorseizoen, kruipt de vermoeidheid in het lichaam van de Trentijn. Saronni is daarentegen in topvorm, wint zowel de tijdrit, het punten als het eindklassement. Hij is de jongste kampioen van de Giro sinds Fausto Coppi, die eveneens won van een oudere rivaal en tegenstrever.
Nog steeds zijn of spelen beide heren elkaars vijanden. Waar de een zal zeggen dat de sneeuw wit is, houdt de ander vast dat het zo zwart als de nacht is. Het lijkt alsof ze plezier in scheppen om elkaar te beledigen. De kans zal uitermate klein zijn dat men beide heren een fles Prosecco van de wijngaarden van Moser die luisteren naar de naam 51.151 (vernoemd naar de afstand van zijn werelduurrecord) in elkaar nabijheid zal nuttigen. Laat staan dat er geproost zal gaan worden. Of doet de tijd de (gespeelde) wonden helen?
Tour 2024: Frank van den Broek
Giro 2019: Primož Roglic
Giro 2008: Alessandro Bertolini
Giro 2006: Staf Scheirlinckx
Giro 2004: Fabian Wegmann
Giro 1998: Andrea Noè
Giro 1997: Pavel Tonkov
Giro 1987: Roberto Visentini
Giro 1985: Andrew Hampsten
Giro 1979: Giuseppe Saronni
Giro 1969: Franco Bitossi
Giro 1968: Felice Gimondi
Giro 1964: Rolf Maurer
Giro 1959: Nino Defilippis
Giro 1958: Charly Gaul
Giro 1956: Jan Nolten
Giro 1955: Giuseppe Minardi
Giro 1953: Pasquale Fornara
Giro 1951: Giancarlo Astrua
Giro 1950: Hugo Koblet