Passo San Marco
~ Lombardia ~
Passo San Marco
~ Lombardia ~
Lengte: 26 kilometer
Hoogte: 1.992 meter
Hoogteverschil: 1.762 meter
Gemiddelde stijging: 6,7%
Maximale stijging: 12%
Beoordeling: 4/5
Het geluid was onmiskenbaar. Het gevolg evident. In de vroege ochtend waren de schaduwen lang en gaf het bos voldoende koelte. Het indirecte gevolg van het geluid overstemde het tjirpende geluid van de alom aanwezige krekels. Een hartgrondige vloek deed het beschaduwde en koele bos ontwaken. Mijn blik vestigde ik op de onderkant van mijn fiets. De constatering van alweer een lekke band. Na het echec van de Colle Sestriere waar ik tot tweemaal mijn band diende te vervangen, slaat naast de woede ook de wanhoop toe. Wat als ik straks hoog op de pas weer lek rijdt? Hoe kom ik dan beneden. Vertrouwen in benen en materiaal staat hoog op de lijst der belang. Wat is nu wijsheid? Die binnenband vervangen. En dan? Mijn gedachten schieten heen en weer. Uiteindelijk heb ik te weinig fiducie in mijn ondeugdelijke materiaal dat het besluit valt op Googlen op fietsenmaker. Te beginnen met Decathlon. Verroest! Vlakbij is een exemplaar van dit sport-materiaal-paleis. Afdalen en de auto in. Ruim een uur later passeer ik weer de plaats des onheils. Ditmaal prijken er nieuwe, pikzwarte banden om de wielen. De onbetrouwbare tubeless banden zijn achtergelaten; in een vuilnisbak op de parkeerplaats bij de Decathlon.
Vanuit Morbegno - gelegen in de vallei van de Valtellina en ten oosten van het Lago di Como - is de Passo San Marco met 26 kilometer een van de langste passen van de regio Lombardia. De stijging valt best mee; een gemiddelde van 6,7 procent. Het zwaarste deel is halverwege de beklimming gesitueerd. Dit deel is vier kilometer lang en ongeveer acht procent gemiddeld en begint even na het buitenrijden van het schattige Alpendorpje Albaredo per San Marco. Dit deel wordt gekenmerkt door een flink aantal haarspeldbochten wat mijn klimtocht aangenamer maakt. Verbazing als ik op enkele kilometer van de top een bordje ontdek dat verwijst naar een lokale kaasboer. Ik verbaas me altijd dat op deze hoogte en op zoveel kilometer van de bewoonde wereld er toch altijd wel enige vorm van bedrijvigheid plaatsvindt. Na dit redelijk zware deel volgen een viertal kilometer dat redelijk vlak is en waar zelfs een kleine afdaling in is gesitueerd. Stilte voor de storm? Het berglandschap ontvouwt zich aan me. Uitgestrektheid. Onherbergzaamheid. Rotsen en grasvlaktes. Ook koeien. Veel koeien. OOk vliegen. Veel vliegen. Ontwijken lukt niet. De benen voelen inmiddels door de vele klimkilometers volgelopen aan. In de verte rolt de donder. De top wordt door een oneindige serie aan hoogspanningsmasten gemarkeerd. Een laatste bocht en ik ben boven. Zit de meeste inspanning er dan op? Helaas. De afdaling wacht met een beschadigde velg. Het remmen gaat met horten en stoten. Het sterrato van de Finestre heeft haar beschadigde sporen achter gelaten. Voor de zekerheid stop ik een aantal keer om de heet geworden velg te laten koelen. Gelukkig doet een plaatselijke bui de rest. Na 52 kilometer klimmen en dalen arriveer ik bij de auto. Deze staat niet op slot. De autosleutel ligt onaangeroerd op het dak van de auto.
De naamgeving van de Passo San Marco duidt zeer vermoedelijk op de beschermheilige van de voormalige machtige Republiek Venetië. De pas die Bergamo verbindt met de Valtellina vallei is vermoedelijk aangelegd om handel te drijven met de Zwitserse valleien. Aan de oostkant van de pas ligt het toevluchtsoord Cà San Marco en is een van de oudste toevluchtsoorden in de Alpen. Het werd in 1593 gebouwd. Op de gevel prijkt een plaquette met de tekst: ‘Twee eeuwen lang hield de beschermheilige toezicht op de handel en veiligheid van de Republiek San Marco in de Bergamasker Alpen.’ Het is de enige bergpas van de Orobische Alpen, ofwel de Bergamasker Alpen en verbindt Valtellina (Morbegno) met Bergamo. De stad die in 2020 zwaar door de corona crisis werd getroffen.
De Valtellina vallei is een van de noordelijkste wijnproducerende bergdalen van Italië. In deze streek wordt bijna uitsluitend de Nebbiolo-druif verbouwd, die lokaal Chiavennasca heet. Deze druif wordt normaliter voor de wereldberoemde Barolo gebruikt. Door de relatief koude temperaturen en steile bergwanden zijn de wijngaarden erg afhankelijk van de zon en bevinden ze zich vrijwel alleen op de noordelijke zijde van het dal. Alhoewel de teelt vanwege de steile bergwanden ook erg intensief en de wijn ten gevolge daarvan duur is, staan de Rosso di Valtellina en Sforzato die er geproduceerd worden erg hoog aangeschreven.
Opvallend is hoe beperkt de historie van de beklimming in de Giro d’Italia is. Slechts vier keer trok de roze karavaan over de San Marco. Driemaal op rij, van 1986 tot en met 1988 en meer recentelijk in 2007. Waarom een dergelijk lange beklimming zo weinig in de La Corsa Rosa is opgenomen, is gissen. De meest voor de hand liggende verklaring is de afwezigheid van een grote toeristische aanjager in de streek alhoewel een van de grotere steden van Noord-Italië - Bergamo - aan de voet van de zuidelijke helling is gesitueerd.
Een andere en wellicht interessantere vraag: waarom de Passo San Marco in de jaren 1986, 1987 en 1988 drie jaar achtereen in de Giro d'Italia werd opgenomen. Hoewel het een indrukwekkende en uitdagende beklimming is, is het opvallend dat een dergelijke lange en zware klim zo weinig in de geschiedenis van de Giro is terug te vinden en dan drie jaar achtereen. Er zijn zeer weinig beklimmingen in de lange geschiedenis van de Giro terug te vinden die drie maal achtereenvolgend in het parcours worden opgenomen. Alleen de Passo Pordoï voldoet en verbeterd dit met vijf opeenvolgende deelnames dit criterium. Er zijn drie mogelijke redenen: ten eerste wilde de organisatie van de Giro in die periode mogelijke experimenteren met nieuwe routes en de renners voor nieuwe uitdagingen stellen. De Passo San Marco was toen nog relatief onbekend en bood een unieke test voor de deelnemers. Ten tweede zou de strategische ligging een rol kunnen spelen; de Passo San Marco verbindt belangrijke regio's in Italië en biedt vanuit organisatorisch oogpunt misschien interessante mogelijkheden voor de route. Tot slot zou sponsoring of lokale belangen een rol bij de keuze van een bepaalde etappe kunnen spelen. Het is mogelijk dat er in die periode (politieke) partijen waren die belang hadden bij het promoten van de Passo San Marco. Rest de vraag waarom daarna zo weinig? Er zijn in de Italiaanse Alpen talloze andere prachtige en uitdagende beklimmingen te vinden die ook in aanmerking komen voor de Giro. Dat geld een rol daarin speelt, is aannemelijk te noemen.
Een van de meest markante jaren in Giro is het verloop van de wedstrijd in 1987 waarin teamgenoten Roberto Visentini en Stephen Roche een extra laag drama toevoegden aan de strijd om het roze. De beklimming van de Passo San Marco tijdens de Giro d'Italia van 1987 vindt plaats tijdens de 19de etappe, een route van Trescore Balneario naar Madesimo over 160 km. De Passo San Marco vormt hierin het sleutelmoment van deze etappe. De klim wordt vanuit de Bergamasco-zijde beklommen en vormt een onderdeel van een etappe vol strijd. De Nederlandse klimmer Johan van der Velde bereikt als eerste de top terwijl De etappe uiteindelijk door de Fransman Jean-François Bernard wordt gewonnen. Met nog twee etappes te gaan, behoudt de Ier Stephen Roche de roze trui. Maar voor hoelang? En wat was er gebeurd? De interne spanningen binnen Team Carrera tijdens de Giro d’Italia van 1987 zijn een van de meest besproken incidenten in de wielergeschiedenis. Het conflict ontstond tussen de Ierse renner Stephen Roche en de Italiaanse kampioen Roberto Visentini, die beiden voor Carrera reden. De spanningen draaiden om de strijd om de roze trui en een gebrek aan teamloyaliteit. Visentini, de winnaar van de Giro in 1986, begon de race als kopman van Team Carrera. Roche, nieuw bij het team, was aanvankelijk als helper bedoeld, maar al snel bleek dat hij zelf kans maakte op de eindzege. Na sterke prestaties in de tijdritten en bergetappes kwam Roche in een positie om de leiding over te nemen.
De breuk kwam tot een hoogtepunt in de 15e etappe naar Sappada. Visentini droeg op dat moment de roze trui, maar Roche viel aan, tegen de instructies van zijn team. Hij kreeg steun van enkele ploeggenoten, wat Visentini geïsoleerd liet. Uiteindelijk pakte Roche de roze trui, wat leidde tot woede bij Italiaanse fans en binnen het team zelf. Visentini beschuldigde Roche van verraad en de spanningen bleven tot het einde van de Giro voelbaar. Bang om tegen een voedselvergiftiging aan te lopen, zorgt het aangeschoten wild Roche zelf in het restant van de Giro voor zijn eigen eten. Hierin wordt hij bijgestaan door zijn trouwe ploegmaat Eddy Schepers.
Roche ging verder en wint uiteindelijk de Giro van 1987, waarmee hij een belangrijke stap zette richting zijn legendarische ‘triple crown’ dat jaar (Giro, Tour de France en WK). Visentini voelde zich verraden en zijn relatie met Roche en het team werd nooit meer hersteld.
Giro 2007: Fortunato Baliani
Giro 1988: Tony Rominger
Giro 1987: Johan van der Velde
Giro 1986: Pedro Muñoz