Madonna di San Luca
~ Emilia Romagna~
Madonna di San Luca
~ Emilia Romagna~
Lengte: 2,0 kilometer
Hoogte: 271 meter
Hoogteverschil: 201 meter
Gemiddelde stijging: 10,1%
Maximale stijging: 17%
Beoordeling: 3/5
Hoe lang sta ik al te wachten? Rechts van me staat een rode fiat 500 stationair te draaien. Eveneens wachtend om links af te slaan. De dame op leeftijd tikt met haar vingers ongedurig op haar stuur. Met een flair van vergane glorie strijkt ze met haar hand door haar grijze bos met haar. De late middagzon doet de oude historische toren aan de overkant van het kruispunt oranje tot rood oplichten. De oudheid steekt schril af tegen de bovengeleiders van de plaatselijke trolleybussen. Vrijwel ernaast de eerste van de 666 bogen van het arcade stelsel. Eindelijk groen licht.
Italië kent een redelijk tot goed snelwegennet. Enige nadeel is dat buiten de wegen in het noorden, er slechts twee hoofdwegen door het land naar het zuiden lopen. Simpelweg te typeren als de Tyrreense (Firenze-Roma-Napoli) en de Adriatische snelweg of desgewenst de Romeinse wegen Via Aurelia en de Via Adriatica. Derhalve een lastige en tijdrovende onderneming om van west naar oost te gaan. Vandaag ook. Rijdend van Siena naar Carpegna om de plaatselijke Monte te beklimmen om vervolgens door te fietsen om in het ministaatje San Marino de Monte Titano aan mijn klimlijst toe te voegen,realiseer ik me dat na deze tijdrovende en wellicht wat saaie ronde dezelfde kruip-en-sluip-door-weg naar huis wederom moet worden genomen. Tenzij…
Als de auto onder de platanen van Carpegna geparkeerd staat, raadpleeg ik Google Maps. Langere afstand, dezelfde reistijd, maar snelweg. Het plan valt als puzzelstukjes in elkaar. Carpegna beklimmen, afdalen, auto in, Monte Titano (lees: San Marino) beklimmen, afdalen, auto in en via de Adriatische snelweg koers zetten naar Bologna.
Laat in de middag rijd ik Bologna via aantal lommerrijke lanen binnen. Gigantische villa’s in mediterrane kleuren met enorme oprijlanen. Het zoeken naar een parkeerplaats in een grote stad vergt enige kunst en durf. Enigszins twijfelend over de juiste richting, bemerk ik een parkeerplaats aan de rechterzijde van de weg. Auto parkeren, fiets eruit, helm op, wegwezen en naar het midden van de drukke weg op de vroegere trambaan die tot een smal fietspad is verworden. De drukke verkeersader wordt geflankeerd door kasten van huizen gebouwd in het begin van de vorige eeuw.
Een volgend verkeerslicht. Wederom wachten. 50 meter verderop een gigantische boog van de Arco del Melonchello waar de versmalde weg doorheen leidt. Daarachter een splitsing. Waar rechts heen gaat; het zal mij een zorg zijn. Welhaast smachtend wil ik naar links. De bestuurder van de auto rechts van me, laat zijn motor op toeren komen. Vanuit mijn positie kan ik niet vaststellen of hij rechtdoor of rechtsaf wilt gaan slaan. Nauwelijks kan ik mijn welhaast kinderlijke zenuwen bedwingen. Alsof de finale van de Giro dell'Emilia is losgebarsten. Het wachten lijkt uren te duren. Dan mogen we. De auto slaat rechts af en mijn fiets schiet naar voren, aangespoord door een enorme hoeveelheid adrenaline, onder de boog door en tot slot de weg naar links insturend.
Het heerlijkste van klimmen zijn de eerste meters omhoog. De hartslag is nog relatief laag, de benen nog vers. Ruim boven mijn melkzuurdrempel leg ik de eerste stijgende hectometers af. Rechts van me over het stenen muurtje, zie ik Bologna kleiner worden. Ook nu wint de zwaartekracht het van de renner en schakel terug om de tien procent stijging te overwinnen. Op een kleine kilometer afstand het voetbalstadion van de plaatselijke FC. Middenmoot Serie A.
De weg vlakt af en buigt naar links onder de gewelfde weg door. Even kunnen mijn benen genieten van een relatieve rust. Een haarspeldbocht. Wederom steil. Daarna een helleweg met ditmaal de lange overdekte arcadeweg rechts van mij, gelegen in de relatieve schaduw. Het is ontegenzeggelijk het meest zware deel van deze relatief korte beklimming. Gemiddeld twaalf procent met pieken tot in de twintig. Als ik het stuk straks zal afdalen, gaat mij het benauwde gevoel bekruipen dat dezelfde steiltegraad mij over de kop zal doen gaan vallen. Maar wie dit stuk heeft gehad, overleeft de San Luca en zal spoedig het op de top gelegen heiligdom kunnen betreden.
Gelegen in het zuiden van Emilia-Romagna, aan de voet van de noordelijke Apennijnen en ingeklemd tussen de rivieren Reno en Savenna ligt de qua inwonertal zevende stad van Italië: Bologna. Al in de eerste eeuw voor Christus door de Etrusken gesticht onder de naam Felsina.
La Rossa, zoals een van de drie bijnamen van de stad luidt, verwijst naar de talrijke aanwezige rode daken en kent vele bijzonderheden. Het herbergt sinds 1088 de oudste universiteit van Europa. Vandaar de andere bijnaam: la dotta (de geleerde) van de stad. Fameus is de wereldberoemde bolognesesaus. Dermate beroemd dat in 1982 het authentiek recept door de Accademia Italiana della Cucina werd vastgelegd bij de lokale Kamer van Koophandel. Naast de bolognesesaus - die traditioneel met tagliatelle in plaats van spaghetti dient te worden geserveerd - is ook het vleesbeleg mortadella afkomstig uit La Grassa (de vette en tevens derde bijnaam van Bologna). Een ander interessant gegeven aan Bologna is dat er vijf pausen zijn geboren.
In het zuiden van de stad boven op de Colle della Guardia ligt het Santuario Madonna di San Luca. Het gebouw is vernoemd naar Lucas de Evangelist (schrijver van het derde en vijfde boek van het Nieuwe Testament en beschermheilige van de kunstenaars). In opdracht van een Byzantijnse keizer werd een Griekse pelgrim op pad gestuurd om het icoon van de Madonna met het kind (Zij die de weg aangeeft) naar deze heilige plek in Bologna te brengen. Sindsdien is de beeltenis met een omvang van 65 bij 57 centimeter boven op de Colle della Guardia te bewonderen. In de eerste instantie werd er een klein kapelletje gebouwd. In het jaar 1723 werd begonnen met de aanleg van de huidige gebouw in de karakteristieke barokke stijl en dat in 1765 werd voltooid.
Om de pelgrims tijdens de ruim twee kilometer lange weg naar de top te beschermen tegen wind en met name regen werd vanaf het jaar 1674 begonnen met de aanleg van de enorme zuilengalerij langs de in 1589 geplaveide weg. In totaal zijn er 666 bogen of arcades te bewonderen. Niet geheel toevallig is er voor dit duivelse getal gekozen. Qua symboliek vertegenwoordigt de slingerende weg de duivelse slang die wordt verslagen door de heilige Madonna. De start van de zuilengalerij bevindt zich bij de Arco del Meloncello; de fraaie brug is tevens de toegangspoort voor voetgangers om ze een veilige oversteek over de drukke weg te bezorgen.
De Colle della Guardia zoals de beklimming van de San Luca officieel heet is jaarlijks de scherprechter van de Italiaanse semi-klassieker de Giro dell'Emilia, waarin de Bolognese Bult viermaal dient te worden bedwongen. De laatste beklimming is beslissend aangezien bovenop de finishlijn is getrokken.
In de Giro d'Italia neemt de heuvel een marginale plek in de annalen in met tot in het jaar 2021 slechts vier keer beklimmingen. De meest memorabele beklimming vindt plaats tijdens de Giro d’Italia van 1956. Een ronde die voor de derde keer pas sinds haar oprichting in 1909 wordt gewonnen door een stranieri (buitenlander). Na de Zwitsers Hugo Koblet in 1950 en Carlo Clerici in 1954 is het ditmaal de eer aan de Luxemburgse Engel van het hooggebergte Charly Gaul. Meer over diens iconische overwinning bij de beschrijving van de Monte Bondone.
De meest memorabele beklimming vindt plaats tijdens de Giro d’Italia van 1956. Een ronde die voor de derde keer pas sinds haar oprichting in 1909 wordt gewonnen door een stranieri (buitenlander). Na de Zwitsers Hugo Koblet in 1950 en Carlo Clerici in 1954 is het ditmaal de eer aan de Luxemburgse Engel van het hooggebergte Charly Gaul. Meer over diens iconische overwinning bij de beschrijving van de Monte Bondone.
Zoals tijdens vele Giri spelen in de vroegere jaren de Italianen de hoofdrol. Dat is in 1956 niet anders. Vanaf de derde etappe (Genua - Salice Terme) staat Alessandro Fantini fier aan de leiding. Na winst in de tweede en vierde etappe trekt de Giro karavaan door zijn geboortestreek de Abruzzen. Tijdens de bergachtige doorkomsten weet hij het roze met een voorsprong van een ruime dertig seconden te behouden. Tegen alle verwachtingen in rijdt hij in de trui tot aan de 45 kilometer lange individuele tijdrit Livorno - Lucca. Fantini weet tijdens zijn carrière zeven etappes in de ronde van zijn vaderland te winnen. In 1960 wint hij twee etappes in de Ronde van Duitsland. Een jaar later staat ‘Sandrino’ daar wederom aan het vertrek. Wederom verloopt het crescendo en wint de vierde etappe. Twee etappes later wordt het donker. Een massasprint met finish in Trier. Fantini komt tijdens een hectische eindsprint ten val en overlijdt ten gevolge van een schedelbreuk twee dagen later op 29-jarige leeftijd in het ziekenhuis van Trier.
Tijdens de individuele tijdrit Livorno - Lucca neemt de gerenommeerde renner Pasquale Fornara de leiding over van Fantini in het algemene klassement en behoudt het kleinood tot aan de mythische etappe naar de Bondone. Een andere zeer grote Italiaanse renner, Fiorenzo Magni (winnaar 1948, 1951 en uittredend winnaar), gaat het beduidend minder goed af. Tijdens een interview met de Gazetto dello Sport verklaart hij achteraf: "Tijdens de Giro van '56 viel ik in de Volterra-afdaling tijdens de etappe Grosetto naar Livorno en brak mijn sleutelbeen. "Je kunt echt niet voortgaan," zei de dokter nog. “Ik liet hem maar praten, besloot mijn eigen gang te gaan. Maar de Apennijnen volgen en bij het verkennen van de 13e etappe, de cronoscalata met aankomst boven bij de Madonna di San Luca in Bologna, realiseerde ik me dat ik verging van de pijn als ik tijdens de steile beklimming aan het stuur moest trekken. Mijn mecanicien, de grote Faliero Masi, bedacht een oplossing. Hij besloot een binnenband aan het stuur vast te maken dat ik vast kon houden met mijn tanden, ja, zo kon ik mijn schouder ontlasten tijdens de beklimming naar de Madonna di San Luca.” Magni vervolgt: “De volgende dag viel ik alweer, het was de rit naar Rapallo. Gevolg: een breuk in mijn opperarmbeen. Ik viel zowat flauw van de pijn. Ik lag al in de ziekenauto toen ik weer bij bewustzijn kwam. Ik realiseerde me de situatie - de Giro zou voor mij tot haar einde zijn gekomen - waarop ik op mijn hardst “STOP” riep naar de ambulance chauffeur. Ik stapte vervolgens uit, pakte mijn fiets, joeg het peloton achterna en sloot weer aan. Tegen alle verwachtingen in bleef ik in de Giro, maar werden de weersomstandigheden tijdens de helse en iconische rit met finish op de Bondone mij toch te machtig. Uiteindelijk werd ik nog tweede in het eindklassement, op 3 minuut 27 seconden van Charly Gaul.” Naar aanleiding van het voorval gaven de bekende Giro-volgers Ugo Tognazzi en Raimondo Vianello mij de naam “Fiorenzo, il Magnifico”.
Meer lezen over de San Luca en de Giro: lees dan het vermakelijke verhaal over de ‘Vrome’ (niet Bartali) en zijn debuut in een grote ronde tijdens de bijzondere editie van de Giro d’Italia van 2009 op: hetiskoers.nl (https://hetiskoers.nl/de-giro-en-de-san-luca-een-korte-geschiedenis/)
Tour 2024: Jonas Abrahamsen
Tour 2024: Kévin Vauquelin
Giro 2019: Giulio Ciccone
Giro 2009: Simon Gerrans
Giro 1984: Moreno Argentin
Giro 1984: Franco Chioccioli
Giro 1984: Franco Chioccioli
Giro 1956: Charly Gaul