Colle di Sampeyre
~ Piemonte ~
Colle di Sampeyre
~ Piemonte ~
Lengte: 15,7 kilometer
Hoogte: 2.283 meter
Hoogteverschil: 1.134 meter
Gemiddelde stijging: 8,4%
Maximale stijging: 12%
Beoordeling: 4/5
Vanuit het op 1000 meter hooggelegen Sampeyre is het een dikke vijftien kilometer klimmen naar de top van de gelijknamige berg. Het hoogteverschil is bijna 1300 meter dat neerkomt op een gemiddelde stijging van 8,4%. Bepaald geen kattenpis dus. Gelukkig begint de klim met een afdaling van 100 meter. Tijd om de hersenen op klimstand te zetten en in meditatieve trance beginnen te klimmen. Weldra houdt de bebouwing van Sampeyre op en stijgt de weg door een schaduwrijk en koel beukenbos. Deze aanvangsfase doet me erg denken aan de klim naar de Blockhaus. Het grote verschil is echter de stijging, de breedte en vooral de kwaliteit van het Piemontese wegdek ten opzichte van de Abruzziaanse evenknie. De weg is dermate smal dat elkaar tegenkomend gemotoriseerd verkeer moet steken en geregeld de berm in moet. Dat de stijging bepaald geen sinicure is, komt het wegdek ter sprake. Laat ik het zo stellen dat vergeleken met een gemiddeld Waals wegdek deze laatste aanvoelt als een willekeurige Friese ijsbaan na een dweilpauze. Kortom het wordt tijd dat de Giro d'Italia de Sampeyre weer komt aandoen om zo het wegdek enigszins op te kalefateren.
Na een stief kwartiertje klimmen doemt in de verte een wielrenner op. Weldra haal ik hem bij en na een 'ciao' mijnerzijds laat ik hem ter plaatse. Zo'n beetje halverwege de beklimming - als ik tweemaal de lokale kabelbaan onderdoor ben gefietst, houd ik even halt voor een foto moment. Het uitzicht wordt naarmate de beklimming vordert steeds weidser en fraaier. De wielrenner rijdt mij voorbij op een van de steile stukken en besluit om mijn wagonnetje bij hem aan te haken, waarna we even later in gesprek raken. Hij is woonachtig in het nabijgelegen Buscia en beklimt naast de Sampeyre ook nog de Fauniera. Mijn Italiaans begint redelijk op stoom te raken en zo praten we vooraleer hij overschakelt op het Engels. Een merkwaardig auditief spel maakt zich van ons meester; hij spreekt Engels en ik in het Italiaans. Voor ons beiden een mooie oefening. Na bocht nummer zoveel doemt in het berglandschap aan de overkant de Monte Viso (of Monviso) op. Deze 3841 meter hoge berg en tevens hoogste punt van de Cottische Alpen kenmerkt zich met een zeer markante verschijning in de vorm van een piramide of kattenoor of welke driehoekige vergelijking je zelf wilt trekken. Ruim 1000 meter onder de top van de Monviso werd in de tijd van de Renaissance een 75 meter lange tunnel uitgegraven. De zogenaamde Buco di Viso. Naar alle waarschijnlijkheid betreft het de oudste doorloop in Alpen en diende als handelsroute tussen de beide valleien.
Aanvankelijk stond de Sampeyre niet op mijn lijst, maar gezien de ligging en het profiel verdiende deze berg van de buitencategorie een plekje. Helemaal na de beklimming. Behoudens het wegdek is de klim smal, intiem, bebost en word je getrakteerd op de vele vergezichten. Eenmaal op de top is het uitzicht fenomenaal te noemen. Luca en ik maken wat foto's en zetten beiden de daling in. Hij gaat nog een flink stuk verder en neemt de Fauniera op in zijn ronde en ik daal met gepaste snelheid weer richting Sampeyre.
De stad Sampeyre - met slechts 1.000 inwoners - wordt als sinds de prehistorie bewoond, maar kende zijn eerste ontwikkeling in de Romeinse tijd. Na de ineenstorting werd het in de vijfde eeuw eerst getroffen door de invasie van de Goten en vervolgens door de Franken en Saracenen in de achtste en tiende eeuw; deze laatste werden door de inwoners van het dorp zelf verdreven. De Baìo is een eeuwenoude historische heropvoering van de verdrijving die eens in de vijf jaar wordt opgevoerd.
De Colle di Sampeyre is één van de weinige passen gelegen in de Cottische Alpen die boven de 2.000 meter uitsteekt. De pasovergang maakt deel uit van de Strada dei Cannoni, een 26 km lange route die rond 1.740 door het Piemontese leger werd aangelegd om de Demonte-vallei via de Maira-vallei met de Varaita-vallei te verbinden.
De nabijgelegen puntvormige Monviso, ook wel Monte Viso genoemd, is met 3.841 m het hoogste massief in de Cottische Alpen. Ten noorden op de hoogvlakte van de Pian del Rey ontspringt de belangrijkste rivier -de Po - van Italië. In het gebied Monvisoneve en nabij Sampeyre zijn skiliften en skifaciliteiten. Enkele pistes zijn op de Colle di Sampeyre gelegen en zijn vanuit Sampeyre middels een kabelbaan te bereiken.
Slechts tweemaal maakt de Sampeyre zijn/haar opwachting in de Giro d’Italia. De eerste doorkomst vindt plaats in 1995 als de Colombiaan Nelson Rodriquez als eerste bovenkomt. Het is de negentiende etappe van de Giro waar de Zwitser Tony Rominger vanaf etappe twee - een tijdrit van 19 kilometer tussen Foligno en Assisi - aan de leiding rijdt. De negentiende etappe voorspelt een waar slachtveld met beklimmingen van de Sampeyre, de Agnello, de Izoard en finish in Briancon. Gestart wordt er in Mondovì in de gemeente Cuneo. Zware sneeuwval op de dag voor de etappe gooit spreekwoordelijk ‘witte roet’ in het eten van de directe achtervolgers van Rominger zoals de Russen Berzin, Oegroemov en Italiaan Chiappucci. Lawinegevaar en een dichtgesneeuwde Col d’Agnello verhinderen de doorkomst van het peloton. Derhalve wordt onderweg besloten om de route flink in te korten en zal er worden gefinisht in Ponte Chianale aan de voet van de Agnello. Slecht nieuws voor de achtervolgers op de Zwitser; deze ziet namelijk vandaag flink af, maar door gebrek aan hoogtemeters overleeft hij de etappe en wint de Giro. Opvallend detail is dat de runners up - Berzin en Oegroemov - rijden voor het Italiaanse Gewiss-Ballan. Een team dat werd getraind door de vermaarde oud-trainer van Lance Armstrong, dr. Michele Ferrari. Een team dat een jaar geleden furore maakte tijdens de Waalse Pijl door met drie teamgenoten bij de eerste drie te eindigen.
De kampioen van de Sampeyre - Nelson Rodriquez wordt uiteindelijk tweede in de eindrangschikking van het bergklassement met een achterstand van dertig punten op de Italiaan Mariano Piccoli. Rodriquez - vorig jaar nog zesde in de Giro - behaalde in datzelfde jaar zijn enige professionele overwinning toen hij de zeventiende etappe van de Ronde van Frankrijk op zijn naam schreef; hij versloeg uitgerekend Pjotr Oegroemov in de sprint. In 2003 volgt Gilberto Simoni de Colombiaan als veroveraar van de Sampeyre op.
Giro 2003: Gilberto Simoni
Giro 1995: Nelson Rodríguez