Colle del Piccolo San Bernardo
~ Valle d'Aosta ~
Colle del Piccolo San Bernardo
~ Valle d'Aosta ~
Lengte: 22,6 kilometer
Hoogte: 2.188 meter
Hoogteverschil: 1.196 meter
Gemiddelde stijging: 5,3%
Maximale stijging: 10%
Beoordeling: 2/5
Van ervaring kan je leren! Enkele jaren geleden beklom ik op een zondag de Terminillo nabij Rieti. Ik werd toen bijkans doof gereden door voorbijrazende motoren. Dat gaat me vandaag niet gebeuren en derhalve start ik rond negen uur in het pittoreske dorpje Pré Saint-Didier aan de voet van de Piccolo San Bernardo. De nabijgelegen Monte Bianco hult zich vooralsnog in nevelen. Ga ik de hoogste berg van West-Europa nog in vol ornaat ontwaren?
De San Bernardo is grofweg in twee stukken op te delen. Het eerste deel vanaf de voet klimt het gelijkmatig met een flink aantal haarspeldbochten en tunnels (galeria). Nergens wordt het echt lastig. In het skidorp (of oord) La Thuile is het gezellig druk. Althans gezellig als je daar van houdt. De drukte staat gelijk aan de Hoornse markt op zaterdag. Die is gezellig. En ik houd niet van deze toeristische gezelligheid. Ik druk even het gaspedaal in om deze kermisattractie van rondwandelende en laverende mensen te ontwijken. Het tweede deel van de Piccolo San Bernardo breekt aan. Het landschap opent zich hier na La Thuile om daarna aan de andere zijde van het dal de bergwand opwaarts te vervolgen geflankeerd door een bosrijk deel. Wederom slingert de weg zich omhoog, maar ditmaal zijn de stijgingspercentages serieuzer te nemen met stukken oplopend tot acht procent. Om een vier á vijf kilometer van de top passeer je een hotel en wat attractie-activiteiten. Daarna staat de wind vol op de kop en bevind ik mij in een weids decor van steile rotswanden aan de linkerkant, enkele sneeuwpartijen aan de wegzijde en het massief van de Monte Bianco aan de rechterzijde. Indrukwekkende steenmassa afgewisseld door gletsjers, eeuwige sneeuw en wolken. Nog een laatste kilometer en daar is de pasovergang die zich net op Frans grondgebied bevindt. Absoluut en onder geen enkele voorwaarde portretteer ik hier het naambordje. Deze moet zich op Italiaans en dus voor mij zich op heilig grondgebied van de republiek bevinden. Nog wat foto’s en mijn blik richt zich direct op de witte berg. Helaas! Ook vandaag hul jij je in nevelen en mag ik je schoonheid deels zien als een vrouw met de rok tot de knieën. Het mooiste blijft onzichtbaar.
De afdaling verloopt voorspoedig en mijn opgedane motorkennis doet mij gelukkig prijzen dat ik bijtijds omhoog ben gegaan.
De Colle del Piccolo San Bernardo is het kleine broertje van de Gran San Bernardo en is gelegen in Grajische Alpen. De pas verbindt Italië met Frankrijk. De hoogte, 2.188 m boven zeeniveau, maakt het de laagste pasovergang in de Noordwestelijke Alpen en werd daarom al in de oudheid gebruikt. De eerste tekenen van beschaving dateren uit de steentijd. Vermoedelijk hebben jagers er een soort hunebed gebouwd, die in latere tijden is afgebroken. Op bevel van de Romeinse keizer Julius Caesar bouwden de Romeinen een weg die Milano met het Franse Vienne verbond. De weg, genaamd Alpis Graia, werd tot 1858 gebruikt, waarna deze werd vervangen door de huidige wegen. De Romeinen hebben ook een tempel hebben gebouwd die aan de God Jupiter was gewijd, vergelijkbaar met de Gran San Bernardo.
Rond het jaar duizend beklimt Sint-Bernardus van Menton (923-1008), toekomstige beschermheer van bergbeklimmers en specialist in de strijd tegen het heidendom, de berg om demonen en bandieten te verjagen. Hij stichtte het eerste hospice, bedoeld om bescherming van pelgrims tegen bandieten en de grillen van het klimaat. Een standbeeld gewijd aan Sint-Bernardus siert de top.
Net onder de Colle, op Italiaans grondgebied, ligt het meer van Verney, een van de grootste natuurlijke meren in de Valle d'Aosta. Het meer is ontstaan door gletsjers en is verhoudingsgewijs zeer diep (tot 40 meter) en herbergt een grote hoeveelheid vis.
Courmayeur - gelegen aan de voet van Monte Bianco, wordt via de Mont Blanc tunnel verbonden met de Franse stad Chamonix. De stad wordt doorkruist door de rivier de Dora Baltea, een rivier die ontstaat uit de samenvloeiing van twee stromen. Courmayeur is de meest westelijke gemeente in de regio Valle d'Aosta. Het is ook de enige gemeente in Italië die zowel aan Frankrijk als aan Zwitserland grenst.
De naam Courmayeur duikt in de geschiedenisboeken tussen 1233 en 1381 op als Curia majori en is vermoedelijk afgeleid van het Latijnse Culmen majus, hetgeen grote piek betekent. Een duidelijke verwijzing naar de Monte Bianco - de hoogste berg van Italië en West-Europa.
Courmayeur werd later samen met Chamonix en Zermatt een van de hoofdsteden van de wereldbergsport. In deze gemeente wordt Palet gespeeld, een karakteristieke traditionele sport in de Valle d'Aosta dat sterk verwant is aan Jeu de Boules. Palet wordt met een ijzeren schijf gespeeld, ook wel palet genoemd.
De nabijgelegen Monte Bianco (Mont Blanc in het Frans) is met een hoogte van 4.805,59 m boven zeeniveau de hoogste berg in de Alpen. Vandaar de bijnamen van het dak van Europa en Koning van de Alpen, die samen met de berg Elbrus in de Kaukasus een plaats deelt tussen de zogenaamde zeven toppen van de planeet.
Er zijn niet veel cols op deze lijst te vinden die in zowel de Giro als in de Tour zijn opgenomen. De meest bekende die het parcours van beide rondes heeft gesierd is ongetwijfeld de Colle di Sestrière (meer dan 20 door of aankomsten) en in minder mate de Maddalena. Tot op heden is de Piccolo San Bernardo vijfmaal het strijdtoneel geweest met een verdeling die in het nadeel is van de Giro (slechts eenmaal). Waarom? Giswerk. De Giro doet veel minder het buitenland aan dan zijn grotere broer de Tour de France. Toch prijken er grote namen op de erelijst: Bartali (Tour ‘49), Gaul (Giro ‘59) en Gismondi (Tour; eveneens ‘59). De Adelaar van Toledo Federico Bahamontes is de eerste die boven in in de Tour van 1963 en bijna vijftig jaar later gevolgd door Pellizotti in de Tour van 2009.
Uiteraard wordt er ingezoomd op de Giro van 1959 met de binnenkomst van de Luxemburger Charly Gaul op de top.
Nadat Gaul in barre, winterse omstandigheden met een heroïsche overwinning op de Monte Bondone in 1956 niet alleen de etappe maar ook de Giro wint, stijgt zijn ster verder aan het wielerfirmanent. Naast etappezeges in zowel Giro als Tour, zal hij in 1958 derde worden in de Giro om in juli La Grande Boucle op zijn naam te schrijven.
De Ronde van Italië van 1959 start op 16 mei welhaast traditioneel in Milano. In een peloton waarin naast de Luxemburger Gaul ook de winnaar van de editie van vorig jaar - Enrico Baldini - de Tour winnaar Jacques Anquetil en die andere oud-winnaar Nencini starten, gaat de Engel van het Hooggebergte zoals Gauls bijnaam luidt vanaf de derde etappe aan de leiding. Na de vijftiende etappe met aankomst in Bolzano neemt Anquetil de leiding van Gaul over. Met een overwinning in de individuele tijdrit Torino-Susa verstevigt hij zijn leidende positie. Dan breekt op 6 juni de koninginnerit van deze Giro aan; 296 kilometer met daarin drie beklimmingen: Gran San Bernardo, Forclaz in Frankrijk en Piccolo San Bernardo. Gaul kondigt al aan dat hij op de steilste flanken van de Piccolo San Bernardo ten aanval zal gaan trekken. Met nog enkele kilometers tot aan de top trekt Gaul met Imerio Massignan ten aanval. Anquetil moet de Luxemburger alsmede een flink aantal favorieten laten gaan. Met een winst van bijna tien minuten - terwijl Gaul vijf had voorspeld - wint hij de etappe. De jonge renner Massignan rijdt kort ervoor lek en is daarmee uitgeschakeld voor dagwinst. Anquetil verklaart zijn zware verlies door een hongerklop. ‘Een sandwich tekort,’ noemt hij het. Een gegeven dat vele renners na hem ook zullen overkomen (Breukink, Hamilton). Gaul wordt de eerste stranieri (buitenlander) die de Giro tweemaal wint. En passant neemt Gaul ook de bergtrui mee naar Luxemburg. In de Tour van dat jaar zal hij een etappe winnen. Tijdens deze Tour staat de rivaliteit tussen de Fransen Anquetil en Rivière centraal, waardoor die andere waanzinnige klimmer - De Adelaar van Toledo; Bahamontes - de Tour wint en daarmee zorgt dat zowel de Giro als de Tour worden gewonnen door twee van de grootste klimmers uit de geschiedenis van de grote rondes.
Gaul wordt tijdens zijn 12-jarige carrière (1953-1965) ook zes keer kampioen van Luxemburg en bovendien twee keer nationaal kampioen veldrijden. Na zijn tweede echtscheiding leidt hij een teruggetrokken bestaan. Charly Gaul wordt gekozen tot de Luxemburgse Sportman van de twintigste eeuw. Tevens was hij in zijn nadagen een groot fan van die andere top klimmer, Marco Pantani, in wie hij zichzelf herkende. Op 6 december 2005 overlijdt hij, twee dagen voor zijn 73e verjaardag, aan de gevolgen van een longembolie.
Tour 2009: Franco Pellizotti
Tour 1963: Federico Bahamontes
Giro 1959: Charly Gaul
Tour 1959: Michele Gismondi
Tour 1949: Gino Bartali