Passo San Pellegrino
~ Trentino Alto-Adige ~
Passo San Pellegrino
~ Trentino Alto-Adige ~
Lengte: 18,4 kilometer
Hoogte: 1.918 meter
Hoogteverschil: 1.165 meter
Gemiddelde stijging: 6,2%
Maximale stijging: 14%
Beoordeling: 3/5
‘God heeft de mensen vrij geschapen zodat zij zich op hun lot kunnen voorbereiden (Gustav Freytag, Duits schrijver 1816-1895.)
Daags voor een lange tocht door de bergen bereid ik mezelf middels cyclingcols.com (de hoogteprofielen die op de LaCollista worden gebruikt) van Michiel van Lonkhuyzen voor op mijn aankomend lot. Zo ook vandaag. Drie passen van de eerste categorie. Rolle lang. Valles en San Pellegrino kort. Schrik voor de eerste kilometers van de Pellegrino. 2,5 kilometer aan elf procent. ‘Niet gepiest, maar toch nat,’ zou mijn oma hebben gezegd. Als de afdaling van de Valles erop zit, knalt de weg omhoog. Gelukkig ben ik alleen. Alhoewel. Vliegen, vliegen en nog eens vliegen. Ervan wegrijden lukt niet. Slaan brengt me letterlijk uit mijn evenwicht. Hoge naaldbomen bieden afdoende schaduw en koelte. Geur van vers gekapt hout. Verder breekt het geboomte. Een grasvlakte. Letterlijk ook meer vlakte. De benen juichen. Vliegen verdwijnen. Rond het Rifugio Flora Alpina wordt het weer 500 meter zwaar. Tot slot een eindeloos lange rechte weg naar de top. Vliegen worden vrachtwagens. Even hunker ik naar mijn zoemende ex-reisgenoten. Een brug over de weg. Gebouwen decoreren de top. Verlossing nakend. Wintersport overheerst in daad en smaak(loosheid). Even een kadoakmoment. De afdaling induiken. Halverwege de top en Moena een grandioos uitzicht op de hoogste Dolomieten: de Marmolada. Aankomst in Moena. Fietspad naar Predazzo. Drie bergen voor de prijs van een. Niks mis mee.
In de oudheid heette de pas Monte di Alocco (mont de aloch: Ladinisch), waarbij de term aloch of alochet de uitgestrekte weilanden aanduidde en waar het vee vandaag de dag nog steeds graast. Tijdens het tijdperk van de kruistochten richting het Heilige Land was de pas een belangrijk kruispunt dat Duitsland met de haven van Venetia verbond.
Op 14 juni 1358 verleende de gemeenschap van Moena de broeders van de orde van San Pellegrino delle Alpi (Toscana) toestemming om een hospice voor reizigers te bouwen nabij de pasovergang. Sindsdien heeft de pas de ook de naam San Pellegrino gekregen. Vanwege de extreme armoede van de broeders, die alleen van aalmoezen leefden (in tegenstelling tot andere kloostergemeenschappen die de inkomsten konden exploiteren), werd het hospice van de Passo San Pellegrino vanaf 1453 beheerd door een prior, die de plicht had om onderdak en voedsel te bieden aan elke reiziger die de pas passeerde of om de armen te helpen. Tijdens stormen moest de Prior aan de bel van de kerk luiden of naar de omliggende heuvels rennen om hardop te schreeuwen om verdwaalde reizigers te helpen de weg naar hun toevlucht te vinden. Voor deze taak kon de prior tegen een lagere prijs hooi van gemeentelijke weilanden kopen, waarmee hij zijn dieren kon voeden (halverwege de 19de eeuw waren dat 80 koeien, 80 runderen en enkele paarden). In 1915, bij het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog, werd het hospice door bombardementen volledig met de grond gelijk gemaakt.
Aan het begin van de 20ste eeuw met de komst van de eerste toeristen en de verspreiding van wintersporten, bloeide de economische belangstelling voor de San Pellegrino weer op. De bouw van de eerste skilift op de pas, gebouwd door de manager van het Monzoni hotel, dateert feitelijk uit de jaren ‘30. Vanaf dat moment bloeit de San Pellegrino als wintersportplaats enorm op.
De Dolomietengroep van de Marmolada - de Koningin van de Dolomieten genoemd - wordt in het Ladinisch Marmolèda genoemd. Het hoogste punt van de keten is de Punta Penia (3.343 m). De naam Marmolada zou verbonden zou zijn met het Latijnse marmor (marmer) en kunnen voortkomen uit het Griekse marmar (schijnen of fonkelen); een verwijzing naar de gletsjer op wiens oorsprong en vorming een legende leeft van een oude dame - die beschimpt door haar dorpsgenoten - hooi verzamelde op de dag van het Votieffeest van 5 augustus (Nostra Signora della Neve). De volgende nacht begon het zo erg te sneeuwen dat de huidige gletsjer werd gevormd en waaronder al eeuwen de arme oude dame nog steeds met haar hooi in de tabiè (schuur) ligt.
De doorkomsten op de Pellegrino worden gekenmerkt door bergklassement renners. Wellicht zijn Jose Manuel Fuente en Gianbattista Baronchelli uitzonderingen; renners die enerzijds een grote ronde hebben gewonnen (Fuente) en anderzijds een aantal keer podium hebben gereden (Baronchelli). Andere passeerders zijn onder andere Formolo, Arredondo, Sella, Rujano, Baliani en Garate. Een onbekende Belg met de prachtige allitererende naam Benny van Brabant staat ertussen. Volgens Wikipedia een sprinter die twaalf jaar in het peloton rijdt. Op zijn palmares prijken onder meer etappe overwinningen in het Criterium Dauphine en een etappe in de Vuelta a Espana. Tweemaal doet de Hasseltenaar mee aan de Giro. In 1987 met de doorkomst op de Pellegrino wordt hij 68ste. Het jaar erop geeft de Vlaming op.
Baronchelli is van een heel ander kaliber. Op 6 september 1953 ziet hij het levenslicht in Ceresara (Lombardia). Net zoals zijn oudere broer Gaetano zijn ze beiden verzot op fietsen en maken zij hun wielmeters ten zuiden van het Lago di Garda en als het weer meezit, klimmen ze gebroederlijk tegen de omringende bergen van hetzelfde meer op. Beiden worden later prof bij de ploeg van Scic in de kenmerkende zwart-witte truitjes. Helaas voor Gaetano blijkt zijn broer een stuk talentvoller te zijn en wint in zijn lange loopbaan 134 wedstrijden, waarvan de meeste in Italië. Met twee overwinningen in de Giro di Lombardia en tweemaal podium in de Giro zijn de hoogtepunten van zijn carrière genoemd. Tweemaal tweede. Tweemaal achter een Belg. Dichterbij dan in 1974 zou hij niet bij de eindoverwinning komen. De Spanjaard Fuente rijdt dagenlang in het roze; Merckx heeft het duidelijk zwaar maar neemt uiteindelijk het roze over van de Spanjaard. Gibi - zoals de bijnaam van Baronchelli luidt - blijft aanklampen bij de Kannibaal en eindigt op twaalf luttele seconden als tweede in het eindklassement in Milaan. Twaalf seconden. Hoe kort is dat? Bijna Lemond-Fignon achtig. In 1978 komt hij 59 seconden tekort op een andere Belg: Johan De Muynck.
Giro 2022: Davide Formolo
Giro 2014: Julian Arredondo
Giro 2013: (cancelled)
Giro 2008: Emanuele Sella
Giro 2007: Fortunato Baliani
Giro 2006: Juan Manuel Garate
Giro 2005: José Rujano
Giro 2003: Fredy González
Giro 1987: Benny Van Brabant
Giro 1978: Giambattista Baronchelli
Giro 1975: Andrés Oliva
Giro 1971: José Manuel Fuente
Giro 1963: Vito Taccone