Passo delle Palade
~ Trentino Alto-Adige ~
Passo delle Palade
~ Trentino Alto-Adige ~
Lengte: 28,8 kilometer
Hoogte: 1.519 meter
Hoogteverschil: 1.016 meter
Gemiddelde stijging: 3,4%
Maximale stijging: 8%
Beoordeling: 3/5
De zuidzijde van de Passo delle Palade is veruit de eenvoudigste kant. De beklimming begint in het dorp Fondo, direct na de afdaling van de Passo della Mendola. Aan te raden om in Fondo even te blijven staan en te genieten van het weidse uitzicht op het nabijgelegen Ortler bergmassief waar onder meer de Stelvio en Gavia deel van uitmaken.
Vanaf Fondo is de Palade ongeveer veertien kilometer lang. Het wegdek stijgt derhalve met ongeveer vier procent gemiddeld tot aan de 1512 meter hoog gelegen pasovergang. Het steilste stuk ligt nog in het dorp Fondo. Na dit korte deel met een maximale stijging van ongeveer tien procent is de Palade een loper. De eerste kilometers over de redelijk drukke SS 238 gaat door naaldbos en over prima asfalt. In dit deel is enige korte doch grotendeels onverlicht tunnel. Het enige licht is afkomstig van zowel de in als de uitgang én de halverwege opgehangen Italiaanse spaarlamp.
Op negen kilometer van de top wordt het naaldwoud verwisseld voor een open landschap met zicht op het Ortlermassief. Tot eind mei zijn de met sneeuw bedekte toppen goed zichtbaar. Vlakbij San Felice wordt de provincie Trentino verruild voor het Duitstalige Alto-Adige (Süd Tirol). Even voor dit dorp - als het plots Sankt Felix heet - ligt een diepe prachtige kloof met verderop de Cascade di Tret. Halverwege de hoge stenen brug over de kloof zijn twee uitkijkplekken in de stenen muur uitgehouwen. Tientallen meter hieronder stroomt een klein riviertje.
Voorbij Malgasott - met nog vijf kilometers tot aan de Palade - duikt de weg wederom het bos in. Het wegdek wordt slechter en de ooit ver weg gelegen bergen komen plots dichtbij, zodat van het magnifieke vergezicht geen sprake meer is. Het kan zelfs benauwd aanvoelen. Een kilometer verder is de afslag naar Unsere Liebe Frau im Walde. De top nadert. Plots verandert het ‘honkebonke-Ardennen’ asfalt in een gladde zwarte strook fluister asfalt. Na een winter met veel sneeuwval zijn tot begin mei aan de zijkant van de weg - temidden van de vele paarse bloemetjes - nog resten sneeuwhopen te vinden. Als de gebouwen van de Passo delle Palade opdoemen verandert het wegdek weer en wordt het om de scheuren heen rijden geblazen.
De afzink van de Palade is erg mooi en verschilt landschappelijk gezien van de net gedane beklimming. Doordat de steiltegraad ook enorm verschilt zijn hoge snelheden op een aantal rechte stukken haalbaar. De vele haarspeldbochten halen wijselijk genoeg de snelheid eruit. Halverwege de afdaling in een naar links buigende ruime bocht openbaart zich wederom een buitengewoon fraai berglandschap. Op de lager gelegen delen kom je in het gecultiveerde appellandschap van de streek terecht en vervolgt de weg zich naar het nabijgelegen Merano.
De Gampenpassstraße is een bijna 42 kilometer lang weg over de Passo delle Palade (Gampen Pass of Gampenjoch in het Duits). Deze Strada Statale 238 verbindt de Trentijnse stad Merano met het zuidelijk gelegen Fondo. De weg over de Palade is tussen 1935 en 1939 aangelegd. Zoals zo veel passen in deze regio diende de Palade als mogelijke verdediging tegen buitenlandse invallen. Nabij de pasovergang liet de Italiaanse dictator Benito Mussolini een gigantisch bunkercomplex (25.000 kubieke meter) aanleggen als onderdeel van de Alpenwall (Non-mi-Fido linie: de linie van het wantrouwen). Daarnaast werd de straat voorzien van enorme ladingen springstof om een mogelijk Duitse inval met pantservoertuigen te voorkomen. Het bunkercomplex is tegenwoordig een museum met een permanente tentoonstelling van ruim 2500 soorten mineralen. Ook wordt er de geschiedenis van de aanleg van de Gampenpassstraße in zwart-wit afgebeeld.
Van oudsher trok men al over de Palade. Het was een van de belangrijkste doorgangsroutes door de Alpen. In de zestiende eeuw werd daarom tol door de Graven van Tirolo geheven. Ten zuiden van de pas ligt namelijk Senale-San Felice (Unsere Liebe Frau im Walde-St. Felix in het Duits); sinds de twaalfde eeuw een beroemde bedevaartbestemming voor pelgrims. In het jaar 1224 wordt hier een Augustijns klooster gebouwd. Centraal in het klooster staat het wonderbaarlijke beeld van de 'Madonna del Bosco' - dat teruggaat tot ongeveer 1430 - in een gouden nis boven het hoofdaltaar.
De Palade bevindt zich op 700 kilometer lange Peradriatische Lijn. Hier ligt de Euraziatische tektonische plaat tegen de Afrikaanse plaat aan. Het is een van de belangrijkste geologische scheidslijnen van de Alpen.
Dat uit de analen van een grote ronde niet louter en alleen grote namen en klinkende overwinningen naar voren komen is een gegeven dat elke wielerliefhebber onderkent. In werkelijkheid kent elke koers - van eendagswedstrijd tot grote ronde - even zoveel verhalen als er renners meedoen. Een van die namen is die van de Zwitserse renner Ueli Sutter.
Als het Giro peloton de Passo delle Palade in 1978 beklimt is hij als eerste boven. En dat jaar niet alleen eerste op de Palade. Ook op de Mendola, Rolle, Consuma en Tonale is hij primus. Hij wint daarmee de groene bergtrui met een voorsprong van 310 punten op de nummer twee Baronchelli en eindigt de Giro op de tiende plaats in het algemeen klassement. Met een tweede plaats in de eindrangschikking van de Ronde van Zwitserland dat jaar blijkt het achteraf zijn beste jaar van zijn carrière te zijn geweest.
Ueli Sutter wordt op 16 maart 1947 in het Zwitserse stadje Bettlach, gelegen tussen Bern en Basel, geboren. In 1972 wint hij in de Tour de l’Avenir (de Tour de France voor jongeren) de etappe met aankomst op de legendarische Puy de Dôme én de bergtrui. Daarmee laat de jonge Zwitser zien over een stel prima klimmersbenen te beschikken. Het jaar erop wordt hij professional bij het Zwitserse Möbel Märki; een Zwitsers meubelbedrijf. Hij wint er geen wedstrijden voor. De jaren erop rijdt Sutter afwisselend in Italiaanse als in Zwitserse dienst.
De enige uitzondering betreft het jaar 1979. Sutter is na het veroveren van de bergtrui tijdens de Giro van 1978 en zijn tweede plaats in de Ronde van Zwitserland gaan rijden voor TI-Raleigh - de Ploeg Post. In datzelfde team rijden onder meer Jan Raas, Johan van der Velde, Henk Lubberding en Gerrie Knetemann. Met deze Nederlandse grootheden wint wint het team dat jaar zes etappes in de Tour de France. Sutter rijdt een uitstekende Tour. Vanaf de vijfde etappe prijkt zijn naam in de top tien van het algemene klassement. Na de dertiende etappe staat hij zelfs vierde op een achterstand van slechts zeven minuten op de nummer één Joop Zoetemelk. De etappes die erop volgen trekken door de Alpen. Sutter verliest meer en meer tijd maar blijft op de vierde stek bivakkeren. De zeventiende etappe is de zwaarste van deze Ronde. Achtereenvolgend dienen de Madeleine, de Galibier en Alpe d’Huez te worden bedwongen. De gelooide Portugees Joaquim Agostinho wint op de Alpe. Van Sutter ontbreekt elk spoor in de uitslag en in het algemeen klassement. Wat is er met hem gebeurd? Gevallen? Hongerklop? Waarom is hij uit de wedstrijd gestapt?
Sutter wint vier keer tijdens zijn twaalf jaar lange carrière, waarvan drie maal op Zwitserse bodem tijdens drie verschillende eendagswedstrijden. Daarnaast behaalt hij een flink aantal ereplaatsen tijdens de Zwitserse kampioenschappen (weg en baan). In 1981 rijdt hij nog voor het Zwitserse team van Cilo-Aufina. Het jaar erop, met het ter ziele gaan van het team, hangt Sutter zijn fiets in de Zwitserse wilgen.
Giro 2010: Daniel Moreno
Giro 1981: Benny Schepmans
Giro 1980: Claudio Bortolotto
Giro 1978: Ueli Sutter
Giro 1966: Michele Dancelli
Giro 1962: Armando Pellegrini
Giro 1940: Gino Bartali