Il Mottarone
~ Piemonte ~
Il Mottarone
~ Piemonte ~
Lengte: 19,9 kilometer
Hoogte: 1.439 meter
Hoogteverschil: 1.236 meter
Gemiddelde stijging: 6,2%
Maximale stijging: 12%
Beoordeling: 3/5
De Mottarone is van twee zijden te beklimmen met elk een eigen aanloop. Vanaf de oostzijde - aan de kant van Stresa - slingert de weg zich aanvankelijk door smalle straten. Eenmaal onder de autoweg door begint pas de klim. De stijgingspercentages vallen in dit deel erg mee. Gemiddeld rond de zes à zeven procent. De weg meandert door een prachtig beukenbos. Halverwege verschijnt een slagboom die het gemotoriseerd verkeer verhindert zonder te betalen naar boven te rijden. Hierna beginnen de loodzware laatste kilometers met een gemiddelde van tien procent. De andere zijde verloopt wat onregelmatiger. Daar is het middendeel juist het zwaarste.
In de zomer van 2007 kampeer ik met mijn toenmalige vriendin en kinderen aan de boorden van het Maggiore meer. Ik ben nu weer terug in Italië na een door Cycletours georganiseerde fietstocht van een week in de Lombardische Alpen, gevolgd door een week rust. Via www.cyclingcols.com ontdek ik een nabijgelegen klim: de Mottarone. Nadat ik de drukke kustweg heb verlaten, slingert de weg zich door een bosrijke stadsomgeving omhoog. Eenmaal onder de drukke autoweg door rijd ik door een prachtig beukenbos waarna de col zich laat gelden. Een redelijk goed geasfalteerde weg glijdt onder mijn wielen door. Verbaasd ben ik als plotseling slagbomen mijn doorgang dreigen te blokkeren. Gelukkig ben ik als fietser vrij smal, waardoor ik zonder verdere problemen door kan fietsen. Ik heb een dubbel staan met 39-27 als kleinste verzet. Daarmee worstel ik me door de laatste kilometers, waarbij de stijging geregeld de tien procent aantikt. Bovenop de Mottarone - in het kale, groene deel - geniet ik van het fenomenale uitzicht.
De naam 'Mottarone' komt van 'monte rotondo' wat slaat op de grote, ronde, open vlakte die de top siert. De Mottarone maakt deel uit van de Mergozzolo groep. Op de 1491 meter hoge top zijn 21 skipistes aangelegd. Bij helder weer is het uitzicht uitzonderlijk mooi: zeven meren, de Monte Rosa en ten slotte verrijst aan den einder, op tweehonderd kilometer afstand, de piramidevormige Monte Viso die vlak bij de Colle dell'Agnello ligt. Ook geologisch is de Mottarone interessant; er wordt wit en roze graniet gewonnen in de inmiddels gesloten mijnen. De dichtbeboste hellingen zijn bekleed met voornamelijk sparren, beuken en berken. In Stresa is ten tijde van het fascistische bewind een botanische tuin aangelegd. Dit alles om de grandeur van het voormalige rijke leven rondom het Lago Maggiore te benadrukken.
De Mottarone ligt tussen het Lago Maggiore en het Lago d'Orta. Het Lago Maggiore is één van de grootste meren van Italië en grenst deels aan Zwitserland. Het veel kleinere Lago d'Orta ligt 290 meter boven zeeniveau en is het enige meer van Noord-Italië waar het water aan de noordzijde wegstroomt. Zoals alle meren zijn beide lagi door gletsjers tijdens een van de ijstijden gevormd.
Op de top staat een monument ter nagedachtenis aan twee beroemde regionale wielrenners: Domenico Piemontesi (1903-1982): wereldkampioen en elf etappes in de Giro én Pasquale Fornara (1925-1990): viervoudig winnaar van de Ronde van Zwitserland (record tot op heden), Ronde van Romandië, vier etappes in de Giro en plaatsen in de top vier van in de drie grote rondes.
Als de renners in 2001 voor de eerste van twee keer de Mottarone beklimmen en door hun doorregende brillen naar het oosten over het Lago Maggiore zouden kijken, dan zou hun blik kunnen vallen op een pittoresk doch enigszins verlaten dorpje Cittiglio. Hier wordt op 11 augustus 1902 een jongen geboren luisterend naar de naam Alfredo Binda. Als jonge jongen verhuist hij met zijn familie naar Nice, Frankrijk, waar hij aanvankelijk werkt als stucadoor. In Frankrijk ontwikkelt hij zijn liefde en talent voor fietsen. Zijn kracht en souplesse vallen al snel op tijdens amateurwedstrijden in Zuid-Frankrijk.
In 1922 wordt Binda professional en keert twee jaar later terug naar Italië, waar hij in 2025 voor het eerst deelneemt aan de Giro waaraan de levende legende Costante Girardengo de spreekwoordelijke lakens uitdeelt. Binda heeft louter overwinningen op Frans terrein op zijn naam staan en is derhalve een onbekende ciclisti in Italië. Desondanks weet hij de legendarische Girardengo te verslaan door naast vier etappes ook de eindoverwinning op te eisen. Twee jaar later tijdens de Giro van 1927 behaalt Binda een van de meest dominante prestaties in de wielergeschiedenis. De Lombardo wint 12 van de 15 etappes — een record dat tot op de dag van vandaag niet is geëvenaard. Zijn overmacht is zo groot dat hij vaak met minuten voorsprong aankomt. Het publiek begint zelfs zijn dominantie saai te vinden, want ook in 1928 en 1929 wint hij de Giro d’Italia. Zijn dominantie leidt ertoe dat de organisatie van de Giro in 1930 besluit om hem niet te laten starten — ze betalen hem zelfs een premie gelijk aan het prijzengeld van een overwinning om thuis te blijven, zodat de wedstrijd spannender zou zijn. Na enkele jaren waarin hij meer als tacticus fungeert hetgeen zijn carrière wat tempert, komt Binda terug om in 1933 nog één keer de Giro te winnen. Deze editie is een speciale met de invoering van de Gran Premio della Montagna (bergprijs). Uiteraard wordt Binda de eerste winnaar van deze trofee. Met zijn vijf eindoverwinningen deelt hij het record met de twee andere wereldtoppers Fausto Coppi en Eddy Merckx. Met de laatste deelt hij de bijnaam ‘Il Cannibale’ (de Kannibaal). Vreemd genoeg krijgt hij niet de titel ‘campionissimo’ (kampioen der kampioenen: Girardengo, Bartali, Coppi en Merckx); een titel die hij gezien zijn erelijst zeker zou doen toekomen. Als reden wordt zijn saaie manier van winnen en zijn afstandelijkere band met de tifosi dan zijn illustere voorganger Girardengo.
In 2001 start de Giro met een proloog in Pescara. Grote Italiaanse renners staan er aan de start: Stefano Garzelli (de winnaar van 2000), Gilberto Simoni, Dario Frigo, Danilo di Luca, Ivan Gotti, Wladimir Belli, Francesco Casagrande, Paolo Savoldelli, Marco Pantani en Mario Cipollini geflankeerd door enkele grote buitenlandse coryfeeën zoals Abraham Olano en Jan Ullrich.
Rik Verbrugghe wint de proloog, een 7,6 kilometer korte tijdrit met een gemiddelde van 55 kilometer per uur, hetgeen tot dusverre de snelst verreden tijdrit aller tijden is. De roze trui weet hij tot de vierde etappe te behouden. Dario Frigo is de tweede leider en mag het roze tricot aantrekken na aankomst op de Montevergine, waar Danilo di Luca de etappe wint. Tot aan de 13de etappe rijdt de voor Fassa Bortolo koersende Italiaan in het roze. De dertiende etappe finisht op de legendarische Passo Pordoi. Het is de Trentijn en aangetrouwde neef van Francesco Moser - Gilberto Simoni - die tweede wordt en het roze van zijn landgenoot overneemt. Een voorsprong die teniet wordt gedaan aan het eind van de 20ste etappe van Busto Arsizio naar Arona over 181 kilometer die in beestenweer verreden wordt. Op de flanken van de Mottarone rijdt een ontketende Simoni weg uit de groep der favorieten en komt solo aan in Arone. Diens voorsprong in het algemeen klassement bedraagt nu ruim zeven minuten op zijn de naaste achtervolger - de Spanjaard en ex-wereldkampioen tijdrijden en op de weg - Abraham Olano en die blijkt ruim genoeg om zijn eerste Giro-titel in de wacht te slepen.
Tijdens de Giro d'Italia van 2021 werd de beklimming van de Mottarone in de negentiende etappe geschrapt vanwege een tragisch ongeval met de kabelbaan op die berg. Op zondag 23 mei 2021 stortte een cabine van de kabelbaan neer, waarbij veertien mensen om het leven kwamen.
Uit respect voor de slachtoffers en om te voorkomen dat de koers langs de rampplek zou voeren, besloot de organisatie de route aan te passen. In plaats van de Mottarone beklommen de renners de Gignese, een klim van vierde categorie.
Giro 2021: (cancelled)
Giro 2011: Jérôme Pineau
Giro 2001: Marzio Bruseghin
Giro 2001: Gilberto Simoni
Giro 1997: Filippo Casagrande
Giro 1966: Julio Jiménez