Passo del Mortirolo
~ Lombardia ~
Passo del Mortirolo
~ Lombardia ~
Lengte: 12,1 kilometer
Hoogte: 1.857 meter
Hoogteverschil: 1.313 meter
Gemiddelde stijging: 10,9%
Maximale stijging: 17%
Beoordeling: 5/5
‘It's a terrible climb...it's perfect for a mountain bike. On the hardest parts, I was riding a 39x27 and I was hurting, really hurting. The Mortirolo is the hardest climb I've ever ridden.’
Lance Armstrong 2004
De Passo del Mortirolo ligt op 1852 meter hoogte. De Mortirolo wordt ook wel de Passo della Foppa genoemd. Sommige bronnen geven echter aan dat het twee verschillende passen zijn, die weliswaar in het verlengde van elkaar liggen maar evenwel in hoogte verschillen (de 1852 meter hoge Foppa geeft ten opzichte van de 1892 meter hoge Mortirolo maar weinig toe.) Er zijn dan ook twee borden rond de top te vinden.
In het dorp Mazzo di Valtellina is de weg naar boven lastig te vinden. Eenmaal op de juiste route slingert de voet van de beklimming zich door de buitenrand van het dorp het bos in. De eerste drie kilometers zijn redelijk te doen. De weg is van meet af aan bijzonder smal; ter breedte van een auto. Her en der zijn passeerstroken aangelegd. De volgende zes kilometers zijn bijzonder zwaar. Het gemiddelde stijgingspercentage daarvan ligt zo rond de twaalf procent waarvan een kilometer rond de veertien procent. In dit laatste stuk kom je geregeld uitschieters tot achttien procent tegen. Haarspeldbochten kom je dan weer niet tegen. De laatste kilometers van de Strada del Mortirolo - vanaf het monument ter nagedachtenis aan Marco Pantani - zijn dan verhoudingsgewijs eenvoudig te noemen met een gemiddelde van negen procent.
De Mortirolo is van vier zijden te beklimmen waarvan de beide westelijke zijdes het zwaarst zijn. De beklimming vanuit Mazzo di Valtellina geldt als de zwaarste en wordt wellicht daardoor als klassiek aangemerkt. Deze zijde wordt dan ook meestal in de Giro opgenomen.
De gehele rit naar Noord-Italië zijn alle gesprekken in de door Cycletours gehuurde bus van OAD zwanger van één woord: Mortirolo. De gevreesde pas in de Lombardische Alpen - door de organisatie foutief aangeduid als Dolomieten-West. In etappe vijf van zeven is het raak. Een deel van de groep werkt zich via een deel van de Passo Bernina omhoog om na de Foscagno en door het belastingvrije Livigno naar de Mortirolo te trekken. Een ander deel - waaronder ondergetekende - besluit(en) af te dalen en via Tirano naar de Mortirolo te trekken. Ik knijp ‘em als een ouwe dief met mijn dubbel met 39*27 als kleinste verzet. Mijn fietsmaat - Gerben - houdt halt aan de voet om rustig te eten. Ik besluit alvast naar boven te gaan. Ik weet niet wat ik meemaak. Een soort verlengde Keutenberg qua hellingsgraad. De smalle beboste weg is schitterend met her en der een doorkijk naar het dal. Ik denk - dat lukt me nu nog - aan de titel van een verhalenbundel van Nescio: Boven het dal. Het zullen, voorlopig althans, mijn laatste gedachten zijn.
Het jaar daarop erop heb ik überhaupt geen gedachten meer. Na al de Gavia en Stelvio te hebben beklommen, rijd ik tegen drie uur ‘s middags in de verzengende hitte omhoog. Het stuk tussen Bormio en Mazzo was lang en heet met een ‘naar klimmetje’ ertussen. Ik ben dan al gesloopt, doorbakken, doorweekt en geradbraakt als ik me tegen de muur die Mortirolo heet opwerk. Vreemd genoeg - na het de Nescio gedachtespinsel - lig ik continu in een deuk om de absurdisme van deze helling. Spinning op het zwaarste verzet. Af en toe passeer ik een soort kabouterhuisje waaruit rookpluimen opstijgen. Ook het lawaai van houtzagen dringt mijn gedachtegoed binnen. De hitte wordt me bijna te veel. Mijn bidons zijn nagenoeg leeg. Want bewust en dus minder gewicht. Het geluid van kabbelend water dringt mijn gedachten binnen. Ik stop, klauter naar beneden en vul mijn bidons. Een ervan stort ik over mijn doorkookte hersenpan. De kabouterhuisjes worden bomen. Bomen worden meer bomen. Meer bomen wordt een bos. Een bos wordt een woud. Plots het monument van Pantani. De weg lijkt gemakkelijk te worden. Negen procent. Eitje. Nog even dus.
Vind ik fietsen nou echt nog leuk? Waar blijft het monument? Wil ik dit nog wel? Waar blijft het monument? Dit is toch gekkenwerk? Waar blijft het monument? Pijn in benen, rug en armen. Waar blijft het monument? De klim wordt makkelijk. Waar blijft het monument? Of ben ik er al voorbij? Zowel in 2007 als in 2008 zijn de alpenweides van de top een paradijs - een verademing - een kuuroord. Ik wil hier blijven en me laven aan van het koude water dat in de drinkbak van de der koeien stroomt. Polsen in het ijskoude water. Nadenken lukt weer. Nog even op de uitlopers, de top passeren passeer de top, een fotomoment en ik stort me in de armen van de afdaling.
Veni, vidi, vici.
In de nabijheid van de koning en de koningin van de Italiaanse colle - de Stelvio en de Gavia - ligt de Passo del Mortirolo. De prins, oftewel de ongekroonde koning. Een juweel van een col die de bergdalen van Val Camonica en Valtellina met elkaar verbindt. Dit is ook het geval met de nabijgelegen en hoofdzakelijk door het verkeer gerbuikte Passo d’Aprica. De Mortirolo is of werd, zoals de meeste passen in deze omgeving, voor militaire doeleinden aangelegd. Een weg(of pas of bergpas) die thans voornamelijk benut wordt door agrarisch verkeer en ambitieuze, al dan niet getalenteerde wielrenners. Vanuit Mazzo di Valtellina en op enkele kilometers voor de top prijkt het monument ter nagedachtenis aan één van de grootste en meest geliefde renners uit de wielerhistorie van Italië - Marco Pantani. Over de naamgeving is nagenoeg niets bekend. Mogelijk zou ‘Morti’ kunnen slaan op ‘morte’ hetgeen zeer toepasselijk ‘dood’ betekent, maar dan in de context van de militaire achtergrond van de passo.
In 1990 wordt de Mortirolo voor het eerst in het parcours van de Giro d’Italia opgenomen. Speciaal voor deze eerste opname wordt de weg naar en van de top geheel geasfalteerd. De toenmalige Giro directeur Torriani - in zijn zucht naar spektakel en erkenning van zijn ronde - werd door de lokale bevolking op het spoor gezet van een een vreselijk steile en onverharde helling. Het opnemen van een dergelijke zware helling en het dientengevolge verzwaren van de koers, plaatste de Giro ongewenst in een isolement. Van oudsher zagen de toprenners de Giro als ideale voorbereiding op de Tour. De Giro werd mede door de Mortirolo te zwaar waardoor internationale sterren en teams wegbleven en de Giro in 1997 spreekwoordelijk degradeerde tot een nationaal evenement. Eindwinnaar in 1990 - Gianni Bugno - was vernietigend in zijn oordeel over het opnemen van de Mortirolo: ‘Dit soort klimmen hoort hooguit thuis in een wedstrijd voor mountainbikers.’
In 1991 keerde de Mortirolo weer terug in de koers. Ditmaal nam eindwinnaar Franco Chiocciolo een voorschot op de eindwinst door de Mortirolo via Mazzo di Valtellina als aanloop voor een lange Coppiaanse solo te gebruiken om vervolgens in Aprica de etappe te winnen.
Bij velen staat de de beklimming van 1994 in het geheugen gegrift toen de jonge en nog onbekende Italiaan Marco Pantani zich de groep der favorieten losmaakte en aan een indrukwekkende solo begon en daarmee Miquel Indurain en Evgeni Berzin op een flinke nederlaag trakteerde. De in Cesenatico geboren Italiaan was zelf ook onder de indruk van de beklimming. ‘Ze hadden me gewaarschuwd voor de Mont Ventoux, maar daar heb ik nooit kleiner hoeven rijden dan 21. Op de Mortirolo reed ik 22, maar de volgende keer zal ik zeker de 23 monteren.’
In 2015 komt Steven Kruijswijk als eerste aan op de top van de Mortirolo. Na een teleurstellende eerste week vindt hij zichzelf op minuten achterstand en uitgeschakeld voor een goed klassement. In de bergen van de laatste week herpakt hij zich en rijdt met de Spanjaarden Alberto Contador en Mikel Landa in zijn kielzog naar de top. Contador heeft aan de voet van de Mortirolo een lekke band gehad en verspilt met zijn remontage flink wat energie. Ondanks die tegenslag weet hij - met steun van Landa en Kruijswijk - onder meer zijn directe concurrent Fabio Aru te lossen. Landa wint in Aprica de rit. Contador de Giro.
Giro 2025: Afonso Eulálio
Giro 2024: Christian Scaroni
Giro 2022: Koen Bouwman
Giro 2019: Giulio Ciccone
Giro 2017: Luis Léon Sánchez
Giro 2015: Steven Kruijswijk
Giro 2012: Oliver Zaugg
Giro 2010: Ivan Basso
Giro 2008: Antonio Colóm
Giro 2006: Ivan Basso
Giro 2004: Raffaele Illiano
Giro 1999: Ivan Gotti
Giro 1997: Wladimir Belli
Giro 1996: Ivan Gotti
Giro 1994: Marco Pantani
Giro 1991: Franco Chioccioli
Giro 1990: Leonardo Sierra