Montevergine di Mercogliano
~ Campania ~
Montevergine di Mercogliano
~ Campania ~
Lengte: 17,1 kilometer
Hoogte: 1.260 meter
Hoogteverschil: 854 meter
Gemiddelde stijging: 5%
Maximale stijging: 9%
Beoordeling: 3/5
opdraaien richting Mercogliano. De eerste tweeënhalve kilometer stijgen aan 4,1% en na vier kilometer rijden de renners al op het steilste gedeelte van de klim à 10%. Daarna vlakt het wegdek weer iets af, als de renners aankomen in Ospedaletto d’Alpinolo. Vanaf die plaats telt de beklimming nog zo’n tien kilometer en achttien haarspeldbochten. De rode vod hangt vlakbij het viaduct van de kabeltrein, die bezoekers vervoert naar de abdij van Montevergine. Bij dit negenhonderd jaar oude Santuario ligt de finish.
Geregeld heb ik de Montevergine mogen aanschouwen in de ronde der rondes. Telkens pakte de beklimming mij weer; bochten en aangename steilte. Benieuwd hoe de Montevergine in de werkelijkheid gaat smaken.
Nadat we weg zijn gereden uit Rionero in Vulture worden we spoedig van de weg af gestuurd. Ook in Italië wordt er - weliswaar minder veel - aan de weg getimmerd. Het landschap wisselt onderweg geregeld van decor. Ook de lucht participeert hierin. Was het vanochtend rondom Rionero warm en strakblauw, dichter bij Avellino wordt het bewolkt, grijs en aanschouwen we zelfs enkele spetters op de voorruit. De drukte van Avellino willen we mijden en starten daarom in het eerder gememoreerde Ospedaletto d’Alpinolo. De temperatuur heeft een redelijke val naar beneden gemaakt en daarom gaan windjack en mouwtjes mee omhoog. Hoog boven ons wenkt de abdij ons al zoals het torentje van de Ventoux mij altijd toeroept. De eerste kilometers smaken lekker. De daarop volgende proeven als de culinaire maaltijd van eergisteren in Monte Sant’Angelo. Vijf procent beklimmingen zijn - om het populair en leegtalig uit te drukken - écht mijn ding. Hard rijd ik omhoog. In de bochten moet ik af en toe remmen. Het uitzicht is bijkans fenomenaal. Geregeld duikt de abdij op en wordt zienderogen kleiner. Enkele kilometers onder de top een soort speelterrein met wat eettentjes. Verlopen en verlaten zoals de gehele beklimming. Nabij de top krijg ik zicht op het beest en eindbestemming van deze vijfdaagse - de vulkaan Vesuvio. Maar dat is voor morgen. Weldra arriveer ik bij de abazzia en wacht op Samir. We genieten van het prachtige gebouw, waarna ik een stuk karton zoek, vind en deze ter bescherming onder mijn kleding stop. Daarna zoeven we naar beneden. Beneden aangekomen zijn mijn handen zijn van het remmen en de koude wit en doods uitgeslagen.
Tegen de avond arriveren we in Maiore - een dorpje aan de Amalfi kust. Hier gaan we morgen fietsen, maar vanavond vooral vis eten. In een vrij ongezellige tent eten we redelijk; mijn bord ligt vol met enerzijds gefrituurde en anderzijds gebraden zeemonsters. De kramp maakt zich inmiddels meester van mijn benen. Hopelijk gaat dat voor morgen goed als na de Amalfi de Vesuvio wacht. Bijna acht procent aan tien kilometer. ‘Dat is niet gepiest, maar toch nat,’ zou mijn oma hebben gezegd.
Montevergine betekent letterlijk ‘de maagdelijke berg’. Boven op de top ligt het Santuario di Montevergine. Het heiligdom werd in 1118 na Christus gesticht op de fundamenten van een oude tempel ter ere van de Romeinse God Cybele. De hoogtijdagen van het heiligdom eindigt begin 14de eeuw. Ruim 200 jaar wordt er in de geschiedenisboeken weinig gewag gemaakt van de abdij tot het einde van de 16de eeuw als Paus Paulus V voor een tweede bloeifase zorgt. Deze duurt tot Napoleon Bonaparte Koning van Napels wordt. In het klooster hangt een 13de eeuws Bijzantijns schilderij van de Zwarte Madonna.
Onder druk van Duitse bombardementen wordt tijdens de Tweede Wereldoorlog de lijkwade van Jezus vanuit Turijn naar Mercogliano gebracht. Een hooggeplaatste monnik verklaart in 2010 echter dat er een andere reden is geweest om het relikwie te verplaatsen. Tijdens zijn bezoek aan Italië in 1938 blijkt Adolf Hitler ongebruikelijke vragen te hebben gesteld, waarop Paus Pius XII en Koning Victor Emanuelle III gezamenlijk besluiten de lijkwade in het klooster te verbergen voor de Duitsers. Eind 1943 wordt het relikwie tijdens een Duitse inval nog bijna ontdekt. Na de oorlog keert het kleed weer terug naar zijn vaste standplaats in Turijn.
De zeventien kilometer lange Montevergine Di Mercogliano is niet de zwaarste horde met zijn gemiddelde van vijf procent, maar heeft inmiddels wel zijn plek verworven in de eregalerij van de Giro. Zesmaal trekt de organisatie er de witte lijn als aankomstplaats. Armand Desmet (1962), Danilo Di Luca (2001 en 2007), Damiano Cunego (2004), Bart De Clercq (2011) en Richard Carapaz (2018) zijn de overwinnaars bij het heiligdom. De Clercq profiteert in 2011 van de afwachtende houding van de favorieten en komt na een spannende finale als eerste over de finish en slechts luttele tellen voor de betreurde Michele Scarponi. De rit kent ook een Nederlands tintje, want Pieter Weening rijdt in het roze. Het betreft de Giro waarin enkele dagen ervoor Wouter Weylandt in de afdaling van de Passo del Bocco om het leven komt en de uiteindelijke winnaar Alberto Contador in 2012 door het CAS uit de einduitslag wordt geschrapt vanwege de clenbuterol affaire uit de Tour van 2010; volgens de Spanjaard door speciaal gehaalde Spaanse biefstuk. Sinds deze zaak is Alberto Contador vegetariër geworden. Scarponi wordt uiteindelijk de eindwinnaar.
De bijna 25-jarige neoprof Bart De Clercq deed vroeger aan atletiek, maar omdat hij regelmatig last heeft van blessures stapt hij op de koersfiets. In 2009 komt hij terecht bij de opleidingsploeg Davo-Lotto-Davitamon, waarna hij twee jaar later zijn eerste profcontract bij Omega Pharma-Lotto tekent. Voor de Giro van 2011 komt hij aanvankelijk niet aanmerking doch middels een sterke Ronde van Romandië verschijnt hij in Torino aan de start. Tijdens de rit met finish op de Montevergine wordt het tempo door de koplopers strak gehouden, zodat ontsnappen en voorop blijven amper een optie is. Op zeven kilometer van de meet ziet De Clercq zijn kans en demarreert uit de groep. Zijn maximale voorsprong bedraagt op een zeker moment 35 seconden. Vanuit de groep der favorieten zet Michele Scarponi de turbo aan en nadert razendsnel op de Belg. De Clercq perst echter alles eruit en verzuurt tot achter de oren. Uiteindelijk houdt hij op de finish een halve fietslengte over om als winnaar in de geschiedenisboeken te verdwijnen. Scarponi werd tweede. Kreuziger, Garzelli Nibali vervolmaken de top vijf.
Na het seizoen 2017 is er bij Lotto Soudal geen plaats meer in de ploeg voor De Clercq en verkast hij naar Wanty-Groupe Gobert. Maar tijdens zijn eerste trainingsrit in zijn nieuwe ploegkledij komt hij in de buurt van La Houppe ten val. Breuk van de heupkop luidt het verdict, een operatie onvermijdbaar wat uiteindelijk resulteert in het einde van zijn wielercarrière. Een veel te korte carrière met als hoogtepunt de etappe van deze 13de mei 2011.
Giro 2018: Richard Carapaz
Giro 2011: Bart De Clercq
Giro 2007: Danilo Di Luca
Giro 2004: Damiano Cunego
Giro 2001: Danilo Di Luca
Giro 1962: Armand Desmet