Valico di Montescuro
(Botte Donato)
~ Calabria ~
Valico di Montescuro
(Botte Donato)
~ Calabria ~
Lengte: 37,4 kilometer
Hoogte: 1.866 meter
Hoogteverschil: 1.712 meter
Gemiddelde stijging: 3,7%
Maximale stijging: 13%
Beoordeling: 2/5
Terwijl we de eerste hellende en drukke meters vanuit Cosenza per auto overbruggen, gloort er hoop in de vorm van een strakblauwe hemel boven ons. Aan de horizon niets anders dan vaalgroene bergtoppen waar de Botte Donato zich schuilhoudt. We parkeren de auto in het dorpje Magli, laden de fietsen uit en zetten koers door de drukke dorpjes. Na een steil deel van meer dan tien procent te hebben overwonnen, naderen we een rotonde waar het gemotoriseerde verkeer zich op het asfalt van de snelweg stort en wij over de SP256 de stilte van het Sila park inrijden. Het is warm in de lange broek. Uittrekken? Even wachten maar. De koude van gisteren houdt zich nog schuil in de spieren. De weg naar de Valico di Montescuro slingert zich parallel aan de snelweg omhoog, ons trakterend op fraaie vergezichten. Mooie klim, maar dan dringt in de verte een zich repeterend schrikbeeld aan ons op. Wit! Bianca! Als in sneeuw! De moed zakt me in de wielerschoenen. Eenmaal in de schaduwzijde van de Montescuro - hetgeen ook letterlijk schaduwberg betekent - wordt het alsmaar kouder en de sneeuw talrijker. Goed besluit om de beenstukken aan te houden. Op enkele kilometers van de top zijn niet alleen de bergwanden besneeuwd, maar siert de witte viezigheid deels ook het wegdek. Dat gaat nog wat worden tijdens de afdaling. Eenmaal op de Montescuro kunnen we onze tweewielers desgevraagd inruilen voor de lange latten in Ristorante Albergo Rifugio Montescuro, maar kiezen zonder twijfel ervoor om onze verkleumde lijf en ledematen te warmen bij een knappend haardvuur. Overleg op letterlijk hoog niveau volgt; rijden we door naar de Donate of laten we het erbij? Het is weliswaar niet veel klimmen, maar nog ruim tien kilometer heen en vervolgens terug door deze koude? Het besluit is snel genomen. De wedstrijd is halverwege en de trainer van LaCollista besluit een wissel toe te passen; Botte Donate gaat eruit ten faveure van de Montescuro.
De afdaling rijden we bijna glibberend, niet glijdend, remmend, bibberend, laverend om de sneeuwpartijen, losgeslagen honden vermijdend, bibberend, klappertandend, autosleutel verliezend, kletterend geluid, vol remmend, sleutel omarmend, verder rillend en oh ja wederom bibberend en tot slot arriverend. Omkleden en we rijden noordwaarts naar het dorpje Morano Calabro ten noorden van de regio Calabria. Hoe zullen de omstandigheden daar zijn? Op de heenweg reden we erlangs en dat gaf de burger weinig moed.
De Monte Botte Donato zoals de officieel heet is de hoogste top van het Sila-plateau in Calabria en vormt een opvallend contrast met de ruige Calabrische bergketens zoals Aspromonte en Pollino. Met een hoogte van ongeveer 1.928 meter ligt de berg in het hart van het Parco Nazionale della Sila, een uitgestrekt hoogland dat bekend staat om zijn bossen, meren en open weiden. In tegenstelling tot de steile en rotsachtige bergen elders in Calabria heeft Botte Donato een meer afgeronde en zachte vorm. De Sila is namelijk geen klassiek gebergte, maar een oud granietplateau dat door miljoenen jaren van erosie is afgevlakt. Het landschap rond de top oogt wijds en open, met glooiende hellingen die vooral in de winter bedekt zijn met sneeuw en in de zomer groen kleuren door graslanden en lage vegetatie.
De natuur rond de Botte Donato is rijk en gevarieerd. Uitgestrekte bossen van laricio dennen, een boomsoort die symbool staat voor de Sila, wisselen af met beuken en open vlaktes. Deze omgeving vormt een belangrijk leefgebied voor wilde dieren zoals wolven, reeën en roofvogels. Door de hoogte en het relatief koele klimaat verschilt de flora en fauna sterk van die in de lager gelegen, mediterrane delen van Calabria. Historisch gezien werd de Sila, en daarmee ook het gebied rond Botte Donato, eeuwenlang gebruikt voor houtkap en veeteelt. Het hout van de laricio dennen werd al in de Romeinse tijd zeer gewaardeerd voor de scheepsbouw.
Cosenza - het Athene van Italië omdat de stad eeuwenlang een broedplaats was van filosofie, humanisme en vrij denken, vergelijkbaar met de rol die Athene speelde in de oudheid - ligt in een groene vallei waar de rivieren Crati en Busento samenkomen, omringd door heuvels en de uitlopers van het Sila-gebergte. Dankzij haar ligging en lange geschiedenis wordt Cosenza vaak gezien als het culturele centrum van Calabria. In de oude stad vind je smalle straatjes, talloze trappen en bezienswaardige pleinen die omhoog kronkelen richting de Duomo di Cosenza, een UNESCO-werelderfgoedlocatie. De kerk dateert uit de 11de eeuw en combineert romaanse en gotische elementen. Boven de stad torent het Castello Svevo uit, een Normandisch-Zweeds kasteel. Op culinair vlak biedt Cosenza typische Calabrische gerechten, zoals pittige worst ’nduja, huisgemaakte pasta’s en lokale kazen. De keuken is eenvoudig maar smaakvol, met veel gebruik van lokale producten.
De Botte Donato is nimmer en zal naar verwachting ook nooit in het Giro parcours worden opgenomen. De lager gelegen Válico di Montescuro vormt daarentegen driemaal het decor van de Giro.
De eerste doorkomst dateert uit het jaar 1972, waarin Eddy Merckx (Molteni) als eerste boven op de Montescuro komt. Deze editie van de Ronde van Italië is enigszins a-typische Giro met start in Venezia, via de Adriatische Zee naar het zuiden om daarna via Sicilia langs de Tyrreense Zee naar boven te trekken waar de Alpen traditioneel het slotdecor zijn. Na de vierde etappe met finish op de Blockhaus draagt de Spanjaard Fuente (Kas) de roze trui. Het is echter op de zevende dag - een 151 kilometer lange etappe met daarin de Montescuro - dat Merckx met de Zweed Gösta Pettersson in zijn kielzog de top als eerste rondt en tevens de macht in de ronde overneemt. De Zweed wint weliswaar de etappe en heeft in het algemeen klassement een marginale achterstand van tien seconden op Merckx. Helaas wordt de winnaar van de vorige editie na de veertig kilometer lange tijdrit in Toscane op definitieve achterstand gezet. Uiteindelijk zegeviert Merckx met een voorsprong van ruim vijf minuten op Fuente en nog meer nog op diens twee KAS-ploeggenoten.
De tweede keer dat de Montescuro zijn opwachting maakt in de Giro is het jaar 1985. Ditmaal lijkt de Giro organisatie voor een soortgelijk parcours te kiezen als in 1972. Het is tijdens deze jaargang een Portugees - Acacio da Silva - die de Montescuro als eerste neemt maar in tegenstelling tot Eddy Merckx wel de etappe wint. Deze Giro mondt uit in een strijd tussen de teamgenoten Bernard Hinault en Greg Lemond, maar vooral tegen de thuisrijder Francesco Moser (de winnaar van het jaar ervoor waarin hij tijdens de laatste tijdrit door de wind van de RAI helicopter letterlijk vooruit wordt geblazen). In de goed bezette editie van 1985 met daarin ook de namen van Tommy Prim, Marino Lejarreta, Giambattista Baronchelli, Franco Chioccioli, Lucien van Impe, Marco Giovannetti, Giuseppe Saronni, Andrew Hampsten en Johan Van der Velde (eindwinnaar bergklassement) trekt de Le Blaireau aan het kortste eind en wint voor de derde maal de Giro. In datzelfde jaar zal Hinault ook de Tour winnen met zijn teamgenoot (en rivaal) Lemond op ditmaal de tweede in plaats van de derde plaats in de Giro.
De derde doorkomst vindt plaats tijdens het eerste corona jaar. In mei wordt de Giro net zoals alle andere koersen vanwege het covid-virus geannuleerd of uitgesteld. Zo wordt de Tour in september verreden (Pogacar) en de Giro zelfs in oktober (3 tot en met 25 oktober) en overlappen Giro en Vuelta elkaar met een week. De start vindt plaats op Sicilia. De Italiaan Filippo Ganna wint de openingsetappe rondom Palermo (tijdrit). Het zal uiteindelijk ook de ronde van Ganna worden. Naast de openingsetappe wint hij de overige twee tijdritten alsmede de heuvelrit van Mileto naar Camigliatello Silano met daarin de Montescuro. Tijdens deze deels verregende etappe ontstaat een spannende strijd tussen Ganna, Zardini, De Gendt, Rubio en Carretero. Nadat Zardini en Carretero op de flanken van de Montescuro moeten lossen, ontdoet Ganna zich op een onbewaakt ogenblik van zijn laatste metgezellen. De Gendt dringt niet meer aan. Ganna verzwakt bergop niet, rondt de top met zo’n 55 seconden voorsprong op het peloton der favorieten en finisht als eerste in Camigliatello Silano. De Portugees Almeida zal lang het roze dragen in de ronde, maar kraakt definitief op de flanken van de Stelvio. Tijdens deze etappe wordt ook Kelderman door zijn ontketende ex-ploeggenoot Rowan Dennis op achterstand gezet. Na de finish op Laghi di Cancano mag de Amersfoorter het roze aantrekken, maar plooit uiteindelijk tijdens de laatste bergrit naar Sestrière. Hier neemt ploeggenoot Hindley het roze over om deze de volgende en laatste dag tijdens de afsluitende tijdrit (Ganna alweer) te verliezen aan Geoghegan-Hart. De Brit van Ineos (team Ganna) wint daarmee de covid-Giro.
Valico di Montescuro
Giro 2020: Filippo Ganna
Giro 1985: Acacio da Silva
Giro 1972: Eddy Merckx