Monte Penice
~ Emilia Romagna ~
Monte Penice
~ Emilia Romagna ~
Lengte: 18,9 kilometer
Hoogte: 1.454 meter
Hoogteverschil: 1.051 meter
Gemiddelde stijging: 5,6%
Maximale stijging: 15%
Beoordeling: 3/5
‘The first day in the mountains is always tough for me’. Aldus zevenvoudig Tourwinnaar Lance Armstrong in een interview met Mart Smeets in 2004 duidend in dit specifieke geval op zijn tweestrijd met de Italiaan Ivan Basso op La Mongie (Tourmalet). Zijn uitspraak vormt een soort van adagium voor mij als ik mezelf weer eens vergaloppeer in enerzijds te hoge verwachtingen en anderzijds de te verwachten weg te trappen wattages. Klimmen is bijkans een andere vorm van wielrennen. Zit en traphouding verschillen dermate van het polderstampmodel, zodat van enige sprake moet zijn. Ook vandaag trap ik weer in de door mezelf opgezette val; de eerste vijftien minuten moet ik dan ook met 280 watt omhoog. Dat lukt niet! Na bocht drie werp ik figuurlijk het doel met een boog in het dal. Boven komen met een vleug genieten is het devies voor vandaag.
De naam van de Monte Penice is afgeleid van het Ligurische pen hetgeen piek betekent. Vanuit het Lombardische dorp Varzi (beroemd om de Salame di Varzi) is de weg naar de top bijna negentien kilometer lang. Vrouw en kind amuseren zich in het dorp op de lokale kermis. Ik rij op de achtbaan naar boven. De weg slingert in eerste instantie door velden en weilanden naar boven om erna in bosrijk gebied te arriveren. Geregeld geniet ik van de vergezichten op de nabij gelegen toppen van de Apennijnen met af en toe een blik op Varzi, waar op 3 juni 1977 de 13e etappe van de Giro d'Italia 1977 eindigde met een overwinning van Giancarlo Tartoni. De in 1948 te Vernio (Toscane) geboren Tartoni nam zeven maal deel aan de Giro waar hij in het shirt van Magniflex (een matrassenbedrijf uit zijn geboorteregio) de etappe naar Varzi op zijn naam schreef. Dat Tartoni geen veelwinnaar blijkt te zijn, is op te maken uit zijn palmares. Naast deze etappe prijkt slechts de overwinning in hetzelfde jaar van de Gran Premio Industria e Artigianato op zijn naam.
Opvallend genoeg komt de Monte Penice nimmer voor in de rijke geschiedenis van de Giro. Terwijl ik toch mag aannemen dat een van de grootste renners aller tijden en in tegenstelling tot Tartoni een uitgesproken veelwinnaar hier zijn wielsporen heeft getrokken. Op slechts een afstand van 40 kilometer van Varzi ligt het dorp Castellania Coppi - waarbij het achtervoegsel is vernoemd naar haar beroemdste inwoner. Na de beklimming brengen we een bezoek aan het geboortedorp van Fausto Coppi en zijn broer Serse. Een indrukwekkend openluchtmuseum dat vrijwel geheel gewijd is aan een van de beste wielrenners aller tijden. Nabij zijn graftombe prijkt de in steen gesigneerde overwinningen - 153 in aantal - waarvoor een drietal plakkaten steen nodig voor was. Vele monumenten sieren het dorp: een roze geschilderd elektriciteitshuis, een muurschildering, standbeeld van Serse, hun geboortehuis en het museum Fausto Coppi met een opgezette Airone (reiger) verwijzend naar zijn bijnaam. Voor wijnliefhebbers: Coppi’s kleindochter Marina bestiert er een wijnbedrijf.
Inmiddels ben ik bijna boven op de passo Penice op de grens van Lombardia en Emilia Romagna. Een scherpe bocht naar rechts en dan begint de ellende - ruim drie kilometer aan negen procent over slecht wegdek. De zon gaat inmiddels schuil achter een toegenomen wolkendek, waardoor de temperatuur flink daalt. Voor me rijdt een renner. Zijn gele jack en flitsend achterlicht werken als een rode lap op me. Inhalen wil en moet ik hem. Mijn fiets de sporen gevend - het is mijn eerste echte berg op de nieuw aangeschafte Bianchi Oltre XR4 - nader ik. Naderbij gekomen speelt mijn voorjaars allergie op en blaf als een waakhond. De renner schrikt op, kijkt om en versnelt zienderogen. We hebben een wedstrijd! Drie keer hard trappen en ik bevind me in zijn wiel. Samen rijden we de smalle bergweg op naar de top die zich enkele honderden meters boven ons bevindt. Dit laatste stuk doet erg denken aan de Ventoux vanuit de Malaucene zijde. Een slingerende weg tegen een rotsachtige vrijwel kale bergwand met dezelfde stijgingspercentages en op de top een gebouw. Mijn benen beginnen haarscheurtjes te vertonen onder het constante gebeuk van mijn Italiaanse tegenstander. Zijn pedaalslag is gelijk aan zijn houding vloeiend. Het lijkt hem geen enkele moeite te kosten. Ik tracht mezelf op te beuren met Krabbiaanse teksten. Batuwu Griek Griek. Vijftien centimeter worden er vijfendertig en even later een kleine meter. Ik moet onherroepelijk lossen met de verlossing naderbij. Het santuario di Santa Maria en de masten van Centro trasmittente di Monte Penice liggen binnen wielbereik. Nog eenmaal richt ik me op, zet aan, nader en kom ernaast. De overwinning roept. Hij versnelt en ik breek definitief. Ook mijn fiets heeft het zwaar; althans dat denk ik getuige de slingerende beweging die het maakt. Uitgewoond zet ik voet aan de grond. Nummer twee van de ronde van de Monte Penice. De renner komt naar me toe en geeft me een corona box. We praten wat. Vertel hem dat ik van de lage landen kom. Hij is een lokalo met wedstrijdervaring op amateurniveau. Dat vergoedt veel. We nemen afscheid; hij daalt af en ik kijk nog even rond bij het heiligdom. Het is opgedragen aan de Madonna en dateert uit de zevende eeuw. Echter is de oorsprong ervan door de eeuwen heen verloren gegaan. Historische bronnen bevestigen dat hier de Madonna al meer dan 1350 jaar wordt vereerd, vanwege een belofte die San Colombano (een Ierse missionaris en evangelieprediker) in de zevende eeuw aan de koningin van de Longobarden Teodolinda deed om op deze plek een tempel te laten bouwen om de overblijfselen van een voormalige Keltisch-Ligurische heidense tempel. In 622 beklom de Lombardische koning Adaloaldo samen met zijn moeder Teodolinda de berg om het graf van de inmiddels overleden San Colombano te eren. Vanaf de 11e eeuw bevindt het heiligdom in zijn huidige staat.
De temperatuur is inmiddels bijzonder onaangenaam en ik hijs me in het onlangs aangeschafte windbreker. Het bochtige en steile deel naar de passo Penice is qua afdalen erg lastig. De weg is nat en ligt besnipperd met hout en modder. Zonder kleerscheuren bereik ik de pasovergang en zet mijn dalende weg voort naar Varzi. Hoe lager ik kom des te warmer ik word. Het enige dat van kou is vertrokken, zijn mijn vingers. Allen zo wit als de trui voor de beste jongere. Als we al een tijd op weg zijn naar Castellania Coppi keren de kleuren van mijn vingers terug in hun oorspronkelijke kleur hetgeen gepaard gaat met heftig kloppen. Eenmaal in Castellania klopt nog slechts mijn hart - van opwinding (en een beetje herstel).
Na ons bezoek aan Castellania komen we - in wederom een stad van wielerbetekenis - Novi Ligure. Naast het feit dat de Giro hier talloze malen is aan of doorgekomen, is het tevens de geboorteplaats van de eerste der campionissimi (kampioen der kampioenen) en voorganger van Fausto Coppi. Costante Girardengo (18 maart 1893) is de eerste van de reeks grootste Italiaanse wielrenners. Zijn carrière markeert eigenlijk de overgang van het pionierstijdperk naar de meer georganiseerde en professionele fase van het wielrennen.
Girardengo’s professionele carrière begint in 1912 en al snel wordt duidelijk dat hij een uitzonderlijk talent is met een combinatie van uithoudingsvermogen, snelheid en koersintelligentie die ongeëvenaard zijn voor die tijd. Toch wint hij slechts tweemaal de ronde van Italië - in het jaar 1919 en 1923 - tegen renners zoals Belloni en Marcel Buysse (broer van Tour winnaar Lucien Buysse). Opmerkelijk feit is dat hij in 1919 zes van de tien etappes wint én vanaf het begin tot het einde het klassement aanvoert. Hiermee vereffent hij het pad voor Binda (1927), Coppi (1949) en Bugno (1990). Tijdens zijn carrière zal hij 30 overwinningen in de Giro behalen. Hiermee staat hij derde na Binda (ja, hij weer) met 41 etappezeges en Cipollini met 42 maal victories. Ook in Milano - Sanremo (zes overwinningen), het Italiaans kampioenschap (negen) en de Giro di Lombardia (drie). Girardengo wordt in zijn tijd als nationale held gezien door in een periode van een door oorlog en armoede geteisterd Italië het volk een reden te geven om trots op te zijn. Een dergelijk gegeven wordt eveneens aan Gino Bartali toegeschreven met zijn overwinning in de Tour van 1948, waarin hij volgens de overlevering van hoger hand wordt gemotiveerd om een burgeroorlog in Italië te voorkomen. Girardengo zal tot op relatief hoge leeftijd blijven koersen. Als hij 43 jaar wordt besluit hij zijn fiets aan de wilgen te hangen en wordt ploegleider van onder meer Gino Bartali met wie hij de Tour van 1938 zal winnen. Op 9 februari 1978 blaast de eerste campionissimo in Novi Ligure zijn laatste adem uit.
De relatie tussen Costante Girardengo en diens streekgenoot en opvolger Fausto Coppi is vooral die van mentor en beschermeling, al zijn ze afkomstig uit verschillende generaties. Als Coppi nog een jonge, onbekende wielrenner is, wordt hij opgemerkt door Biagio Cavanna, de blinde sportmasseur en talentenscout die verbonden is aan Girardengo’s omgeving. Girardengo speelt daarmee een rol in het faciliteren van Coppi’s eerste stappen in het professionele wielrennen. Bovendien is Girardengo een soort voorbeeldfiguur voor Coppi: wat Girardengo had gedaan — de sport verheffen tot nationale kunst — zou Coppi op nog grotere schaal herhalen. De overgang van de ene campionissimo (Girardengo) naar de volgende (Coppi) wordt vaak gezien als een symbolische estafette. Waar Girardengo Italië verenigde na de Eerste Wereldoorlog, deed Coppi (en Bartali) dat na de Tweede.
Er bestaat een beroemd Italiaans liedje genaamd ‘Il bandito e il campione’, gebaseerd op een waargebeurd verhaal: een jeugdvriend van Girardengo, Sante Pollastri, werd later een beruchte bandiet. Tijdens zijn vlucht voor de politie in de jaren '20 zou hij soms anekdotisch gezegd hebben: ‘Ik ken Girardengo persoonlijk!’ Dit onderstreept nog eens hoe mythisch Girardengo’s status in Italië was — zelfs criminelen pochten ermee hem te kennen.