Monte Montalto
~ Calabria ~
Monte Montalto
~ Calabria ~
Lengte: 42,5 kilometer
Hoogte: 1.862 meter
Hoogteverschil: 2.057 meter
Gemiddelde stijging: 4,3%
Maximale stijging: 14%
Beoordeling: x/5
pendelbus klaarstaan voor het Ibis hotel. Kwart voor zes, wordt 10 voor, 5 voor, zes uur. Uiteindelijk rijden we kwart over zes weg en komen rond half zeven aan op Schiphol. Security gaat vrij vlot (behalve dat onze koffers gecontroleerd worden vanwege de cranks) en we zijn nog ruim op tijd voor het boarden. In Napoli halen we de auto en fietsen en zetten koers zuidwaarts met bestemming Scilla. Een reis van een kleine vijf uur. Flink ten zuiden van Napoli slingert de snelweg zich de hoogte in. Het is hier koud - rond de vijf graden - mistig en sneeuw op de toppen. Het betreffen hier de bergen die we zondag en maandag aan gaan doen. De moed zakt me in de schoenen. Eenmaal voorbij Cosenza breekt de hemel open en zien we het vulkanische eiland Stromboli. Een dik uur later arriveren we in het betoverende dorpje Scilla, waar we met pijn en moeite de B&B vinden. Eenmaal geïnstalleerd drinken we een Aperol Spritz op het goede verdere verloop van de vakantie en wandelen we aan de kust richting restaurant. In de haven aangekomen, komen we in de St. Jozef processie terecht. De Italiaanse versie van vaderdag. Prachtig om mee te maken en zeker het vuurwerk is de moeite meer dan waard. Daarna eten en drinken we geweldig in de wijk Chianalea - het Venezia van Calabria. Smalle steegjes en schaars verlichte straatjes. In zijstraatjes klots de Tyrreense Zee.
De volgende ochtend is de lucht vrijwel onbewolkt. Een prima vooruitzicht. Enigszins brak van de wijn en grappa beklimmen we de Monte Montalto. Tijdens het eerste lange deel slingert de weg van de kust af naar een plateau. De stijging ligt hier continue rond de vijf en zeven procent. Voorbij het plateau hebben we zicht op Sicilia en rijden langs een prachtige kloof. Uiteindelijk krijgen we zicht op de bergen waar de top verscholen ligt. Verscholen in maagdelijk wit. Sneeuw dus. Hoe hoger we komen des te kouder het wordt. Eenmaal het tweede plateau met een hoog Wieringermeerpolder gehalte achter ons gelaten, betreden we een winter wonderland. We warmen ons op in een skihut in Gambarie en besluiten niet verder te gaan. Mogelijke gladheid en tevens zijn we er ook niet echt op gekleed. Klappertandend arriveren we in Scilla waar de temperatuur bijna tegen de twintig graden loopt. Op naar Cosenza! Daar eten we ‘s avonds wederom erg goed, maar mijn lijf voelt slecht. De koude is in de spieren geslopen. Als dat maar gezondheidstechnisch geen problemen gaat opleveren. Vroeg onder de dekens is het devies. Ik houd me daar aan.
In de teen van de laars ligt de berg Montalto, de hoogste piek van het Aspromonte, met een hoogte van ongeveer 1.955 meter boven de zeespiegel en een van de meest indrukwekkende toppen van heel Calabria. De naam Aspromonte zelf betekent ruw of steil gebergte en verwijst naar de ruige natuur van het gebied. De piek van Montalto ligt ingeklemd tussen uitgestrekte bossen van beuken, dennen en mediterrane vegetatie, die geleidelijk veranderende landschappen vormen naarmate je hoger klimt. Op de top van Montalto staat een standbeeld van Christus de Verlosser, geplaatst als symbool van geloof en bescherming. Vanaf de top biedt het uitzicht een adembenemend panorama. Op heldere dagen reikt het oog van de Ionische naar de Tyrreense Zee en zelfs tot aan de Aeolische eilanden en de Etna op Sicilia.
Het heiligdom van de Madonna di Polsi in het Reggio-dialect A Maronna râ Muntagna is een Maria-heiligdom gelegen in het gehucht Polsi (Porsi in het lokale dialect) en ligt ten oosten van de Montalto op 865 meter hoogte. Er bestaan vele legendes over de Madonna van Polsi. Een daarvan vertelt dat in de 9de eeuw enkele Byzantijnse monniken het hart van Aspromonte binnentrokken en daar een kleine kolonie en een kerk stichtten. Volgens een andere, wijdverbreide traditionele versie zag een herder genaamd Italiano in de 11de eeuw, op zoek naar een verloren merrie in de omgeving van Nardello, het dier een Grieks ijzeren kruis opgraven; de Heilige Maagd met het Kind verscheen toen aan hem en vroeg hem om op die plek een kerk te bouwen die aan haar gewijd zou zijn.
De Montalto is van vele zijden te beklimmen. Eén van de meest interessante startplaatsen is het kustdorp Scilla. Het ‘Venezia van Calabria’ (vernoemd naar de wijk waar net als in Venezia de huizen op het water zijn gebouwd en van elkaar worden gescheiden door smalle kanaaltjes (viuzze) die uitmonden in de Tyrreense Zee. Scilla ligt op de gelijknamige landtong dat de Straat van Messina insteekt en die in de oudheid de Straat van Scilla werd genoemd. De plaatsnaam Skýla herinnert aan een mysterieus monster, verantwoordelijk voor de stormen die op zee woedden en die rampzalige scheepswrakken veroorzaakten. Over dit pittoreske plaatsje waakt het streng uitziende Castello Ruffo, op de rots waar Homerus het zeemonster Scylla liet wonen. Scylla had maar liefst zes hondenkoppen, met elk drie rijen tanden, waarmee ze veel zeelieden tegelijk kon verorberen. Wie de Straat van Messina wilde bevaren, moest dus goed uitkijken. Want er was nog meer gevaar te vrezen en wel van Charybdis, die drie keer per dag een enorme hoeveelheid water opzoog om deze vervolgens uit te spuwen en een flinke draaikolk te veroorzaken. Homerus’ Odysseus moest dus zowel uit het bereik van Scylla blijven als de draaikolk vermijden die Charybdis veroorzaakte. Helaas koos hij de verkeerde route en verloor hij een deel van zijn bemanning aan het zeemonster Scylla. Alsof dat nog niet genoeg was, wist hij ook Charybdis niet te omzeilen en werd zijn schip opgezogen. Zelf wist hij te ontsnappen door zich aan een tak vast te klampen en op een volgend schip, dat beide monsters wist te omzeilen, aan boord te springen.
De Giro heeft nimmer de Montalto of naburige ‘pasovergangen’ beklommen. In 2005 start de ronde aan de voet van de Montalto - in Reggio di Calabria - met een individuele tijdrit die door Brett Lancaster wordt gewonnen. Het meest in het oog springend is het afscheid van Mario Cipollini. Nadat de laatste renner is gestart, vertrekt de Toscaan in een speciaal voor hem gemaakt tijdritpak met daarop alle 42 plaatsnamen waar hij in de Giro overwinningen boekte.
De Giro della provincia di Reggio Calabria is een inmiddels ter ziele gegane eendagswedstrijd, die op een zeker moment nieuw leven werd ingeblazen in de vorm van een vierdaagse en later een driedaagse etappewedstrijd rondom Reggio di Calabria. De eerste wedstrijd werd al in 1920 verreden en de laatste in 2012. Michele Dancelli is met drie overwinningen recordhouder. Dancelli was eind jaren zestig een redelijk goede eendagscoureur eind jaren '60 met tal van overwinningen op Italiaanse grond. Zijn overwinningen in Milano - San Remo en de Waalse Pijl - sieren zijn palmares. Elia Viviani is de laatste primus van deze voormalige openingswedstrijd van het Italiaanse wielerseizoen. In 2023 kwam het echter tot een doorstart onder de naam Giro della Città Metropolitana di Reggio Calabria. Jhonatan Restrepo wint deze editie. Een jaar later wordt de eendagskoers niet verreden, maar in 2025 vindt dan de tweede editie plaats (winnaar: Luca Colnaghi). In 2026 gaat de koers verder onder de naam Giro Ciclistico della Città Metropolitana di Reggio Calabria.