Passo Manghen
~ Trentino Alto-Adige ~
Passo Manghen
~ Trentino Alto-Adige ~
Lengte: 16 kilometer
Hoogte: 2.045 meter
Hoogteverschil: 1.241 meter
Gemiddelde stijging: 7,8%
Maximale stijging: 12%
Beoordeling: 4/5
De regio Trentino Alto-Adige en met name de provincie Trentino doet veel aan wielertoerisme. Zo zijn talloze beklimmingen gekaderd met om de kilometer een bord met de aankomende stijgingspercentage en de actuele hoogte. Ook heeft de regio geïnvesteerd in de aanleg van fietspaden om zo fietsers te beschermen tegen het voorbijrazende autoverkeer. Zo rijd ik de eerste dag van ons mini-verblijf in Predazzo over een recent aangelegd fietspad dat als een slang kronkelt door de weilanden en aangrenzende bospartijen. De torrente Avisio begeleidt me naar de voet van de eerste berg van de vakantie: de Passo Manghen. In Molina gaat het feest beginnen. Eerst steek ik de brug over. De beklimming bevalt me direct; een brede, schaduwrijke weg met talloze naaldbomen en tevens een goed te berijden wegdek. Voorbij het klimpark en geflankeerd door de rivier waarvan ik de naam niet kan terugvinden gaan de eerste kilometers crescendo. De benen voelen top aan. Op een zeker moment gaat de weg van twee naar een baan. De hellingshoek komt niet meer onder de negen procent. Na tien kilometer klimmen breekt het tweede van drie delen van de Manghen aan. Een open stuk met zicht op de nabijgelegen bergen en vallei. In dit stuk staat veel wind wat gecombineerd met de stijging en toegenomen warmte een worstelpartij wordt. Het deel kenmerkt zich nog meer door een flink aantal haarspeldbochten van goed is voor de afwisseling. Mijn benen voelen nu beduidend minder top aan. Klimmen is anders dan polderkilometers maken. De laatste kilometers doen me erg denken aan de tevens laatste kilometers van de Col d’Aubisque (oostzijde). Veel rotspartijen geflankeerd door laag geboomte. Vlak voor de top rij je eerst langs de rifugio Passo Manghen en het kleine Lago di Cadinel, waarna op enkele honderden meters de eigenlijke pas volgt. Uiteraard stikt sterft het hier van de motorrijders. Een minimaal zo grote plaag als de vele vliegen die me vrijwillig gezelschap hielden in het open deel van de Manghen. Tijdens de afdaling moet ik geregeld in de remmen voor de omhoogknallende motorrijders. Zo ongelofelijk gevaarlijk. Eenmaal aan de voet van de Manghen en op het fietspad naar Predazzo krijg ik gezelschap van een aantal Italiaanse renners. Ik word en passant nog verbeterd in mijn uitspraak over de Manghen (Mangen in plaats van Mandzjen). De eerste van de vijf beklimmingen in deze dagen zit erop.
De Passo Manghen (2.047 m) is een Alpenpas in het oosten van Trentino gelegen in de Lagorai bergketen, waarvan naast de Mangen ook de Passo Rolle onderdeel van is. De pas vormt de enige verbinding tussen de noordelijke Val di Fiemme en de Valsugana in het zuiden. Het verbindt tevens de gemeente Telve en Castello-Molina di Fiemme. Het pittoreske Castello-Molina di Fiemme (Castel e Molina in het Fiammazzo (Romaanse-dialect) is een gemeente met 2.333 inwoners gelegen in het midden-onderste deel van de Val di Fiemme. De gemeente ontleent zijn naam aan de twee belangrijkste steden: Castello di Fiemme en Molina di Fiemme. De eerste is vernoemd naar een verloren gegaan kasteel uit de elfde eeuw en het tweede is vernoemd naar de vele molen die de Venetiaanse zagerijen en molen uit de achttiende eeuw. Door de zware overstroming uit 1966 zijn talloze van deze gebouwen door het water weggevaagd.
De Manghen verschijnt zesmaal op het menu van de Giro d’Italia. Met zijn 2.047 is de Manghen niet bepaald de hoogste van alle beklimming in Italië, maar werd plots door de annulering van de Gavia in 2019 (lawinegevaar) de hoogste top - de Cima Coppi - van de ronde.
De eerste doorkomst vindt plaats in 1976. De Spanjaard Antonio Prieto is tot nu toe de enige niet-Italiaan die als eerste op de Manghen bovenkomt. De op 4 augustus 1951 in Villaviciosa (Asturias) geboren Spanjaard rijdt slechts twee jaar in het profpeloton (1976 en 1977) waar de Giro van dit jaar de enige grand tour is die hij in zijn korte profcarrière rijdt. Hij wordt uiteindelijk 76ste in een door Felice Gimondi gewonnen ronde. De zesde plaats in de Comunitat Valencia is zijn vermoedelijke hoogtepunt.
In de jaren erna zijn het louter Italianen die de pas als eerste nemen. In 1996 is het de immer aanvalslustige Mariano Piccoli die tevens de bergtrui dat jaar wint. Hij wordt drie jaar later opgevolgd door Pantani - die enkele dagen erna in het roze op de Campiglio uit de Giro wordt gegooid wegens te hoge hematocrietwaarde. Vervolgens is het in 2008 de beurt aan Emanuele Sella, in 2012 Stefano Pirazzi en tot slot Fausto Masnada in 2019. Bijzonder of niet is dat drie van de zes betrapt worden op het gebruik van verboden middelen. Over Emanuele Sella - die in de Giro van 2008 drie etappes wint, als zesde eindigt en uiteindelijk uit de uitslagen wordt geschrapt - meer bij het verslag van de Alpe di Pampeago.
Giro 2019: Fausto Masnada
Giro 2012: Stefano Pirazzi
Giro 2008: Emanuele Sella
Giro 1999: Marco Pantani
Giro 1996: Mariano Piccoli
Giro 1976: Andrés Oliva?