Colle della Maddalena
~ Piemonte ~
Colle della Maddalena
~ Piemonte ~
Lengte: 42 kilometer (da Demonte)
Hoogte: 1.991 meter
Hoogteverschil: 1.465 meter
Gemiddelde stijging: 3,5%
Maximale stijging: 7,5%
Beoordeling: 2/5
Heel langzaam stroomt het kleine perszaaltje in hotel Legnano in Amsterdam vol. Op een verhoging voorin zit de wielrenner aan tafel enigszins zenuwachtig over zijn baard te wrijven. De renner kijkt moe uit zijn ogen alsof hij de afgelopen dagen aan een zware ronde is bezig geweest. Het tegendeel is echter waar. Voor hem opengeslagen liggen de papieren waarop de door zijn advocaat aangekondigde openbaring opgesteld staat. De door de sponsor aangeboden bekende energiedrank laat hij onaangebroken staan. Even schraapt hij zijn keel, richt de microfoon en wil zijn eerste zinnen uitspreken als de deur van de zaal openzwaait en de éminence grise van de Nederlandse wielerjournalistiek binnenstapt. Al decennialang volgt Stijn Miller de koers op de voet. Kritisch en enigszins afstandelijk doch met die vermakelijke en onderhoudende toon die bij de kijker immer aanslaat. Zuchtend en puffend zet Miller zich op zijn gereserveerde stoel neer. ‘Hoe vaak heb ik dit soort bekentenissen nu al meegemaakt? Sörensen deed het mooi, natuurlijk wel geregisseerd door mijn Deense collega Leth. Dan had je Rasmussen nog. Kil en koud de opsomming makend van hetgeen hij allemaal tot zich had genomen. Boogerd. Ja, hij ook! Hetzelfde zaaltje. Ach die Michael. Ze hadden enkele jaren geleden samen een lezing in Valkenburg. De oud renner durfde Miller niet aan te kijken, maar stamelde zijn oprechte excuus voor alle jaren voorliegen. Besmuikt had Miller geantwoord: ‘Gelukkig staat niet het hele peloton hier. Anders zouden we nog lang moeten staan’. Wederom schraapt de renner zijn keel als teken dat hij wilt beginnen. ‘Geachte aanwezigen. Ik dank jullie allen hartelijk voor jullie komst op wat voor mij een belangrijk moment is. Een moment van openheid en transparantie over de sport waar ik zou veel van houd. Daarom wil ik … Direct wordt hij geïnterrumpeerd door een van de aanwezige journalisten: ‘Zit je hier om je geweten te sussen of heb je andere bedoelingen?’ Enigszins geïrriteerd riposteert de renner: ‘Pardon, heeft het midden van mijn zin het begin van de jouwe onderbroken?’ De vragensteller doet er het zwijgen toe. De renner komt enigszins op stoom: ‘Mag ik vragen wie je bent, ik herken je namelijk niet?’ ‘Ik ben Paul Kimmage en ik schrijf voor de Sunday Times!’ antwoordt de bebrilde journalist. De renner gaat rechtop zitten en spreekt de vragensteller met samengeknepen ogen toe: ‘Jij bent toch degene die Armstrong voor het kankergezwel uitmaakte? De reden dat wij hier zitten, is een andere die jij voor ogen hebt. De reden is dat ik openheid van zaken wil geven aangaande mijn onlangs verreden rit naar de Colle della Maddalena.’ Er valt een ongemakkelijke stilte in de zaal. De verslaggevers kijken de renner verwachtingsvol aan. Een peinzende Miller overdenkt snel de situatie: ‘Wat een bijzondere overgang van Armstrong naar de Colle Maddalena?’ Ergens knaagt het bij de ervaren journalist. Wat is er ook alweer met die Maddalena?’ Miller heeft geen tijd om erover verder te peinzen. De renner vervolgt zijn betoog: ’Wat ik jullie wil laten weten is de waarheid en niets anders dan de waarheid! Ik leg zoals velen van jullie mijn lat hoog, maar soms moet je daarbij de realiteit onder ogen komen en delen dat wat ogenschijnlijk logisch is, toch bezijden de waarheid ligt. En deze waarheid wil ik bij deze wereldkundig maken. Van mijn unieke project van de 100 mooiste beklimmingen van Italië, heb ik het beklimmen van de Maddalena gefingeerd!’ Een stilte van gemak of ongemak is voelbaar in de zaal. Achterin het geluid van een pen die op de marmeren vloer klettert. ‘Soms moet de uitdaging wijken voor het gevaar. Deze ligt daar op de loer. Daar op de flanken van de Maddalena waar Fausto Coppi op 10 juni 1949 demarreert en een slordige 200 kilometer soleert naar de grootste overwinning uit zijn carrière. Ja, de grootste solo ooit! Die beklimming staat op mijn lijst vanwege deze actie en het bijbehorende, illustere commentaar van Mario Ferreti: ‘Un uomo solo al comando, la sua maglia è binaco celeste, il suo nome è Fausto Coppi.’ Deze beklimming moest ik doen. De schrik daverde mij echter om het hart, toen ik al het gemotoriseerde verkeer zag en dan met name hardrijdende en domme vrachtwagenchauffeurs. Alhoewel dat een pleonasme is!’ De ogen van menig journalist zijn op de spreker voor in de zaal gericht. Niemand durft wat te zeggen. ‘Ik hoef toch hopelijk niet aan journalistiek Nederland uit te leggen wat een pleonasme is! Maar laat ik mijn betoog afmaken. Ik zit hier niet om te bekennen dat ik behoudens mijn vele espresso’s aan de doping zit. Ik snap jullie teleurstelling in jullie ongekende drang naar weer een wielerrelletje. Ik wil iedereen laten weten dat je soms verstandiger moet zijn om de auto te pakken in plaats van de fiets als het gevaar te groot is.’ Iedereen in de zaal lijkt met stomheid te zijn geslagen. Zijn ze hiervoor naar toegekomen? Een aantal staat direct op en verlaat de zaal. Op naar huis, naar vrouw en kinderen. Een paar journalisten spreekt met elkaar, waarop Miller zijn kans schoon ziet en vraagt: ‘Dus je wilt ons laten weten dat je de Maddalena helemaal niet hebt beklommen, wel aan je lijst hebt toegevoegd en erop houdt, ondanks het feit dat je met de auto naar boven bent gereden?’ Even aarzelt de renner. ‘Juist, dat is de boodschap die ik wil geven.’ Even aarzelt Miller: ‘Maar hoeveel vrachtwagens ben je op de weg naar boven uiteindelijk tegengekomen?’ De wangen van de renner kleuren en na enkele seconden bekent hij stamelend: ‘euh drie wellicht, maar kan ook vier zijn geweest!’ Hoongelach is zijn deel van het overgebleven journaille die op hun beurt ook de zaal verlaten. Alleen Miller blijft zitten. ‘Wat wil je dat ik opschrijf hierover?’ De renner antwoordt: ‘Dit hele stukje dat ik net heb verzonnen, want dan heb ik weer wat voor mijn website!’ Hard lachend staat hij op. En ik ook. Want je moet toch bij je eigen virtuele getuigenis aanwezig zijn geweest.
De Colle della Maddalena (Col de Larche in het Frans) is een bergpas van 1996 m hoog, gelegen tussen Italië en Frankrijk, die de Maritieme Alpen scheidt van de Cottische Alpen. De Colle della Maddalena is in Italië vernoemd naar het Lago della Maddalena, een meer net over de grens. Historisch is de naam ook wel de Col de l'Argentière, vernoemd naar het eerste dorp aan Italiaanse zijde, Argentera. De pas had een strategische positie vanwege het feit dat de hoogte lager is dan andere passen die Italië en Frankrijk verbinden. Het zou dus een route kunnen worden voor een mogelijke invasie door buitenlandse troepen.
Sommige historici hebben de hypothese geopperd dat Hannibal precies op dit punt de Alpen overstak; deze hypothese lijkt onjuist. In feite is de passage nabij Mont Cenis waarschijnlijk, terwijl de historische verhandeling ‘Hannibal en de Alpenkelten’ de doortocht door de Colle dell'Ataret boven Usseglio gedetailleerd beschrijft. Tijdens de Oostenrijkse Successieoorlog en de Franse Revolutie installeerde het Franse leger verdedigingsapparatuur in Tournoux, het kruispunt van de weg tussen de Ubaye-vallei, de Col de Vars en de Maddalena om de Oostenrijkse en Piemontese legers te blokkeren. In de 19de eeuw werd het fort van Tournoux gebouwd, als een adelaarsnest op de muur, om een mogelijk Italiaans leger dat van de berg zou komen te blokkeren. In de 20ste eeuw werden versterkingen van gewapend beton (onderdeel van de Maginotlinie van de Alpen) voor hetzelfde doel toegevoegd bij Sant'Ours bij Larche.
Vlak bij de top staat een stèle ter ere van Fausto Coppi, die tijdens de klim begon aan de beroemde ontsnapping die hem naar de overwinning leidde in de Cuneo-Pinerolo-etappe van de Giro van 1949. In bocht zeven hangt aan de stenen muur van de bocht een plaquette ter nagedachtenis aan deze fenomenale gebeurtenis.
‘Un uomo è solo al comando, la sua maglia è bianco-celeste, il suo nome è Fausto Coppi’.
9 juni 1949. Het is avond, de wolken achter de Alpen pakken zich samen in de lucht boven de Piemontese stad Cuneo. Een klein hostel in het centrum biedt onderdak aan de deelnemers aan de tweeëndertigste Giro d'Italia. Gino Bartali ligt op bed en drinkt een goed glas rode wijn. ‘Ginettaccio’ spreekt, moppert, kwaakt met die norse maar diep lieve stem. Hij steekt een sigaret op, spreekt, rookt, spreekt nog een keer, dooft hem uit, gaat weer vertellen, verhelderen, verrassen. De routinier gaat door tot laat in de nacht, wanneer iedereen uitgeput is en zich zorgen maakt over de duidelijke ontberingen van de volgende dag. Zo is Gino, oprecht, spontaan, zo lekker als de wijn die hij zelf nuttigt. Fausto Coppi ligt daarentegen al een tijdje op zijn bed; zijn rigide leven als atleet laat geen afleiding toe. Zorgvuldige voeding en herstel vormen de basis van al het succes. L’Airone (de reiger) zoals zijn bijnaam luidt is in tegenstelling tot zijn Toscaanse rivaal, alleen, gereserveerd, verlegen, en immer verzonken in gedachten. Het slanke lichaam rust op het witte laken waarin zijn verwachtingen, angsten en dromen van glorie worden geboren. De geest is gericht op de eindoverwinning, op de Maglia Rosa.
10 juni 1949. De Giro neemt een onverwachte wending. De roze trui zit sinds de achtste etappe in Udine om de schouders van Adolfo Leoni. De renner uit Rieti is een goede sprinter, maar heeft duidelijk moeite om het tempo bergop te volgen. Coppi heeft al zeven minuten goedgemaakt in de Bassano del Grappa-Bolzano, een Dolomietenrit die de moet voor Campionissimo nieuw leven inblies en Bartali's comeback-ambities verwierp. Het lot van de moedige Leoni lijkt in feite bezegeld. Vandaag trekt de Giro karavaan de Alpen in. De wegen, verwoest en gehavend door stof, rotsen en oorlog, vermoeilijken de exercitie.
De etappe begint in Cuneo en steekt de grens over naar Frankrijk om 254 kilometer later in Pinerolo aan te komen. En dit in de wetenschap dat Cuneo en Pinerolo slechts zeventig kilometer van elkaar af liggen. De route omvat de beklimmingen van Maddalena, Vars, Izoard, Montgenevre en Sestriere. Een etappe zoals nog nooit eerder vertoond. Eng. Bijna 5000 hoogtemeters. Bij de start is de lucht donker boven de hoofden van de renners. De grijze wolken voeden de zorgen, laten de harten kloppen en de benen trillen. Coppi is kalm, verborgen achter de onvermijdelijke donkere bril. Giovanni Tragella, zijn sportief directeur van Bianchi, onderbreekt het moment van persoonlijke bezinning door aan Coppi te vragen wat hij moet doorgeven aan Coppi’s teamgenoten. Fausto antwoordt: ‘Brood, salami en een lantaarn.’
Klaar voor vertrek. Weldra begint het gestaag te regenen. Op Colle della Maddalena, de eerste klim van de dag, wisselt de weg van asfalt naar onverhard. De renners hebben moeite om het tempo op te voeren boven die deken van stof die langzaam verandert in een rivier van modder. Bartali heeft moeite om in zijn ritme te komen. Mede gezien zijn leeftijd en de vele gestage oorlogskilometers is hij verworden tot een diesel. Hij lijdt aan het begin, maar wordt beter naarmate de kilometers en moeilijkheden verstrijken. Primo Volpi, een grimpeurklassieker, ontsteekt met een demarrage de lont in het kruidvat. Coppi merkt dat Bartali niet op zijn wiel zit (volgens de legende zit Gino bij de ploegleider om een remprobleem op te lossen). De Reiger ontvouwt zijn vleugels, laat ze sterker dan ooit slaan, vliegt naar de top, naar de glorie, de roze trui, de mythe, de legende. Spoedig raapt hij Volpi op en schudt hem eenvoudig los, terwijl hij solo op de Maddalena blijft doorrijden. Coppi is een kwetsbare kampioen, zijn lichaam en ziel getekend door het slopende plattelandswerk uit zijn kindertijd en door de fietsinspanningen die zijn van nature slanke spieren verslijten. De rusteloze blik wordt verward met het zweet dat van het voorhoofd stroomt, de romp is zo gebogen dat het de natuurlijke voltooiing van het mechanische voertuig lijkt. De benen bewegen met een voor die tijd ongebruikelijke behendigheid, de positie doet denken aan maximale aerodynamica. De Campionissimo trapt, elegant en majestueus, richting onsterfelijkheid.
Versuft door de chaos die zijn eeuwige rivaal veroorzaakt, vertrekt Bartali in Frankrijk solo naar de top van de Vars en probeert hij terug te komen op Coppi. Op de Izoard komen Coppi en Bartali figuurlijk tegenover elkaar te staan. De voortvluchtige en de achtervolger, de reiger en de adelaar, de held van de jeugd uit de grote steden tegenover de conservatieve Italiaan. Coppi richting Bartali, Coppi richting de legende.
Aan het begin van de radioverbinding tijdens de laatste fase van de etappe begint radiocommentator Mario Ferretti: ‘Un uomo è solo al comando, la sua maglia è bianco-celeste, il suo nome è Fausto Coppi’. (‘Eén man voert alleen het bevel, zijn shirt is witblauw, zijn naam is Fausto Coppi”.) Na 192 kilometer van een eenzame ontsnapping, vijf keer solo boven op gerenommeerde Alpenpassen en vijf lekke banden, arriveert Coppi triomfantelijk in Pinerolo. Op de tweede plaats komt Bartali twaalf minuten later. Een maand later wint Coppi ook nog de Tour.
Giro 1996: Mariano Piccoli
Giro 1982: Urs Freuler
Giro 1964: Italo Zilioli
Tour 1953: onbekend
Giro 1949: Fausto Coppi