Gran Sasso d'Italia
~ Abruzzo ~
Gran Sasso d'Italia
~ Abruzzo ~
Lengte: 56,9 kilometer
Hoogte: 2.130meter
Hoogteverschil: 2.250 meter
Gemiddelde stijging: 2,5%
Maximale stijging: 11%
Beoordeling: 5/5
Ik knijp mijn ogen tot spleetjes. In mijn hoofd klinken de magische klanken van de Italiaanse componist Ennio Morricone. The good, the bad and the ugly. In de verte ment Clint Eastwood een kudde paarden. Als ik dichterbij kom dan is Clint Eastwood beduidend jonger en van een ander geslacht. Ze drijft op de uitgestrekte hoogvlakte van het massief van de Gran Sasso haar dieren bij elkaar. In de verte een kleine nederzetting die vermoedelijk als tijdelijke of vaste uitvalsbasis voor de dieren moet dienen.
De Gran Sasso - Campo Imperatore is van vele zijden te beklimmen. Grofweg drie: noord, oost en zuid. De zuidflank is veruit de meest spectaculaire doch de langste. Waar je ook wilt starten - Barisciano of Castelnuovo - de weg naar de top bedraagt een slordige 45 kilometer. Waarom hier starten? Beide vertrekpunten zijn aan de laaggelegen SS17 gesitueerd en voeren langs vele vergezichten, diepe kloven in een overwegend boomloos landschap naar het oude kasteel van de Rocca Calascio. Wil je deze bezoeken, dan moet je de weg naar de Gran Sasso tijdelijk verlaten en een extra 250 hoogtemeters aan het toch al indrukwekkend aantal van 2000 toevoegen. Verdeeld over een slordige 56 kilometer is de gemiddelde stijging slechts 2,8%. Dit flauwe gemiddelde is toe te schrijven aan de uitgestrekte hoogvlakte van de Gran Sasso, maar vooral aan de twee tussenliggende afdalingen.
Na Calascio achter je te hebben gelaten, volgt een vrij lange afdaling, waarna de weg omhoog slingert zonder daarbij indrukwekkend te stijgen. In de verte dient de tweede attractie zich al aan: Castel del Monte. Gebouwd op een heuvel temidden van het bergachtige landschap van de Abruzzen met als kers op de taart de vierkante witte kerk van chiesa di San Rocco. Het is een idyllisch mooi doch typisch Italiaans dorp met smalle stegen en vele trappen. Castel del Monte is tevens de locatie waar de film The American met George Clooney in de hoofdrol hoofdzakelijk is opgenomen. De film werd door de Nederlander Anton Corbijn geregisseerd. Corbijns werk staat garant voor de prachtige verstilde beelden van het dorp en directe omgeving van de machtige Abruzzen. Dat de Nederlandse actrice Tekla Reuten de andere belangrijke hoofdrol vertolkt, werkt alleen maar in het voordeel van het kijkplezier.
Het is nog enkele kilometers klimmen tot een hoogte van 1600 meter als de tweede en laatste afdaling volgt. Daarna wordt het wederom smullen geblazen als de weg slingert door een landschap bestaande uit grove en kleine rotspartijen afgewisseld met dennenbossen. Plots dient na de laatste haarspeldbocht de hoogvlakte zich aan. Een uitgestrekte grasvlakte waar je op de Amerikaanse Great Plains waart. Het grote verschil bestaat de hoge bergtoppen die de vlakte als potige bewakers gevangen lijken te houden. Vanaf hier lijken de bergen niet bepaald hoog te zijn. Toch bevind je je al op 1500 meter boven zeeniveau. De weg tot aan de finale beklimming naar het Campo Imperatore is met vijftien kilometer hemeltergend lang. Nauwelijks stijgt de weg, maar het grove asfalt en de stevige wind kan dit deel van de beklimming tot een ware martelgang maken.
Na kilometer 46 plots een weg naar rechts. Hier begint de finale. Een acht kilometer lang stuk waar het venijn in de spreekwoordelijke staart zit. Na bijna vijftig overwegend stijgende weg voelen vier aaneengesloten kilometers van gemiddeld acht procent over slechtlopend asfalt loodzwaar aan alsmede de koude, wind, de hoogte en de ijler wordende lucht. Alles bij elkaar maakt de Gran Sasso tot een buitengewone beklimming die je mijns inziens gedaan moet hebben.
De Gran Sasso d’Italia (vertaald: de grote steen van Italië) is een groot bergmassief halverwege de laars van Italië gelegen in de regio Abruzzo (Abruzzen). De Corno Grande is met 2.912 m de hoogste berg van de Gran Sasso en tevens de hoogste berg - buiten de Alpen - van het Italiaanse vasteland. Op de oostflank ligt de meest zuidelijke gletsjer van Europa: de Calderonegletsjer. De naamgeving Campo Imperatore (veld van de keizer) verwijst naar Federico II (1194 - 1250); koning van Sicilië, hertog van Schwaben (Duitsland), keizer van het Romeinse Rijk en koning van Jeruzalem. Het gebied is een enorm plateau met een afmeting van 75 vierkante kilometer en is met haar uitbundige planten en bloemen flora een geliefd wandelgebied. In het gebied en/of in de directe nabijheid is de film Still is my name (Spencer en Hill - twee Italianen overigens) opgenomen.
Het Castello di Rocca Calascio is een van de hoogst gelegen kastelen in Italië en de hoogste van de Apennijnen. Het bevindt zich op 1.460 meter boven zeeniveau. Het werd in de tiende eeuw na Christus gebouwd en diende voornamelijk als verdedigingswerk. Uiteindelijk werd het nimmer door vijanden getest maar wel door de natuur. Een zeer zware aardbeving in 1461 verwoestte het Castello grotendeels alsmede het lager gelegen Rocca Calascio. Het dorp werd echter herbouwd. De film ‘In the name of the Rose’ met Sean Connery werd begin jaren ‘80 hier opgenomen. Een andere film - The American met in de hoofdrol George Clooney - werd in het nabijgelegen Castel del Monte (2010) opgenomen.
Het skihotel Campo Imperatore boven op de top werd wereldberoemd in 1943, toen het na de val van het fascisme als tijdelijke gevangenis van de gearresteerde dictator Mussolini werd uitgekozen, om er overgedragen te worden aan de geallieerden. Mussolini werd op 28 augustus naar Campo Imperatore gebracht, nadat hij al gevangen had gezeten op de eilanden Ponza en La Maddalena. De Duitsers onder leiding van SS-er Otto Scorzeny, die speciaal door Adolf Hitler met de taak was belast om il Duce te bevrijden, slaagden al bijna in hun opzet. Op de dag dat zij het eiland La Maddalena binnenvielen, bleek Mussolini net op tijd te zijn afgevoerd naar het veiligere en de veel ontoegankelijkere Gran Sasso. De uitzichtloosheid zette de Duce aan tot een mislukte zelfmoordpoging. Twee weken lang verbleef de oud-leider in kamer 220 van het hotel. Op 12 september slaagden de Duitsers met een verrassingsactie die de naam Operatie Quercia (Duits: operatie Fall Eiche) kreeg erin om met enkele Duitse zweefvliegtuigen en een honderdtal Duitse parachutisten om op de vlakte voor het hotel te landen en de gevangene te bevrijden, tot verbazing en desoriëntatie van de Italiaanse soldaten. Volgens de overlevering verkleedden de Duitsers hem als Duits soldaat en smokkelden hem zo het hotel uit om twee dagen later in Rastenburg Hitler te ontmoeten.
De berg van Pantani. Alweer de berg van Pantani. In vrijwel geheel Italië is er geen rotsblok meer te vinden die de naam van il pirata draagt. Zoals op de Oropa en de Madonna di Campiglio tijdens de illustere Giro van 1999 haalt de piraat hier een huzarenstukje uit. Pantani’s ploeg hard op kop om het gat met de vluchters te dichten. Op zeven kilometer van de top van de Gran Sasso versnellen Gotti, Pantani samen met Jimenez. In de laatste twee loodzware kilometers - als de ijle lucht een rol gaat spelen - rijdt hij zowel zijn Russische als Spaanse metgezel los en wint op de Campo. Hiermee legt hij de basis voor zijn vermoedelijke eindoverwinning. Zeker als hij enkele etappes later een stunt van jewelste op het Santuario d’Oropa uithaalt. In geslagen positie door een lekke band rijdt hij met de hulp van zijn ploeggenoten tot de koplopers en knalt er overheen en wint in recordtijd - gelijk als op de Gran Sasso - de etappe en verstevigt zo zijn leidende positie in het algemene klassement. Met nog enkele etappes te gaan maakt Pantani zich nauwelijk nog zorgen. Een onaangekondigde dopingcontrole boven op de Madonna di Campiglio strooit echter roet in het eten. Met een hematocrietwaarde van 51 wordt de Italiaan door de UCI uit koers genomen en verliest hij naast de eindzege ook de controle over zijn leven. In 2000 keert hij nog enigszins succesvol terug door te winnen op de Mont Ventoux na een kadootje van Lance Armstrong, maar daarna gaat het ironisch genoeg voor de topklimmer als Pantani is bergafwaarts. Op 14 februari 2004 komt hij als gevolg van een overdosis cocaïne in een hotelkamer te Rimini te overlijden en luidt hiermee onbewust het (tijdelijk) einde van de hegemonie van het Italiaanse wielrennen in. Na hem wordt de corsa rosa nog door enkele Italianen gewonnen, maar de populariteit onder wielrennende jeugd neemt zienderogen af. De schijnbaar onuitputtelijke bron van Italiaanse rondetalenten droogt verder en verder op. Anno 2021 is het wachten op nieuwe adelaars die hun eigen toppen opvliegen.
Giro 2023: Davide Bais
Giro 2018: Simon Yates
Giro 1999: Marco Pantani
Giro 1989: John Carlsen
Giro 1985: Franco Chioccioli
Giro 1971: Vicente López Carril