Colle della Fauniera
~ Piemonte ~
Colle della Fauniera
~ Piemonte ~
Lengte: 24,3 kilometer
Hoogte: 2.481 meter
Hoogteverschil: 1.725 meter
Gemiddelde stijging: 7%
Maximale stijging: 13%
Beoordeling: 5/5
De beklimming begint in het dorp Demonte (780 meter), gelegen in de Valle Stura. Bij het uitrijden van het alpendorp staat het er echt; vierentwintig kilometer naar de top. De benen voelen zeer vermoeid aan na de lange dag van gisteren met daarin de uitdagende beklimming van de Finestre en de minder uitdagende Sestrière. Vierentwintig. Dat is een lange weg te gaan. Een lange weg te gaan. De woorden resoneren door mijn hoofd alsof ik door een grot loop. Doch plots stoppen de gedachten bij de Engelse vertaling. Afstappen, Spotify aan en klimmen maar met AC/DC’s ‘it a long way to the top’. Mijn hoofd gaat onverdroten verder met een onophoudelijke zoektocht naar andere nummers om daarmee de tijd en de vermoeidheid te verdrijven. Dit eerste deel van de beklimming voert door bebost gebied en kent een geleidelijke en aangename stijging. De weg is smal en rustig, met slechts heel sporadisch wat verkeer. Af en toe onderbroken door wegwerkzaamheden (ook in Italië; we hebben dus in Nederland niet het alleenrecht).
Na ongeveer 10 kilometer begint de klim serieus in steilte en zwaarte toe te nemen. De stijgingspercentages lopen regelmatig op tot negen en tien procent met enkele stukken die zelfs de veertien aantikken. De vegetatie wordt dunner en de eerste panoramische uitzichten op de omliggende bergen beginnen zich te ontvouwen. De hitte halverwege de beklimming - waar de smalle weg eindeloos lijkt - maakt het zwaarder; ‘hell ain’t a bad place to be’ van wederom AC/DC. Daarna vooral ‘Ain't No Mountain High Enough’ van Marvin Gaye.
Boven de 2.000 meter verandert het landschap drastisch. De bomen verdwijnen volledig en maken plaats voor een ruig, alpien terrein. ‘We are on the road to nowhere’ van Talking Heads. De weg blijft stijgen met een gemiddeld percentage van negen procent en de ijlere lucht maakt de inspanning nog zwaarder. ‘The long and winding road’ van de Beatles mag zeker aan dit deel van de Fauniera worden toegevoegd. Op ongeveer 2.300 meter hoogte komt het standbeeld van Marco Pantani in zicht. Na deze inspannende beklimming van meer dan 20 kilometer bereik ik de top op 2.481 meter hoogte. De beloning is een spectaculair panorama over de Alpen, met zicht op de Valle Grana en de besneeuwde pieken in de verte. De voldoening van het bereiken van de top na zo'n zware klim is immens. ‘A view to a kill’ van Duran Duran. Of ‘Into the great wide open’ van Tom Petty and the Heartbreakers zouden hier goed passen.
De steiltes doen zich in de afdaling ook gelden. Evenals de smalle weg. Het is gevaarlijk om hier naar beneden te knallen. Zeker met die wat kwetsbare banden van gisteren (twee keer lek). ‘Niet vallen, niet vallen’, spookt er door mijn hoofd. En tevens enigszins symbolisch voor de gevaarlijke afgrond van het leven: ‘falling away from me’ van Korn. Zonder kleerscheuren bereik ik mijn onderkomen en na deze inspannende rit trek ik een heerlijk Italiaans biertje open op het terras. (sorry: teveel liedjes over bier). Proost!
Net als de Mont Ventoux leiden er drie wegen naar de top van de Colle della Fauniera. Er is wel een verschil met de ‘winderige berg uit de Provence’; de Fauniera kent namelijk geen Sault-zijde. De beklimming vanuit Valgrana wordt als de zwaarste gezien. Hier zijn de eerste veertien kilometers relatief makkelijk. Daarna is het een constante stijging rond de tien procent.
De Colle di Fauniera (2.481 m) is gelegen in de Cottische Alpen in Piemonte en verbindt de Stura di Demonte-vallei met de Grana-vallei. Deze vallei is beroemd vanwege het Heiligdom van San Magno en de beroemde Castelmagno kaas. Het heiligdom is gewijd aan de cultus van de martelaar San Magno (beschermer van vee en weilanden) en is gelegen op een hoogte op 1761 m langs de eerder genoemde weg vanuit Valgrana. Net onder de top, vlak bij de Rifugio Fauniera, ligt de Fonte Nera waaruit de rivier de Grana ontspringt.
De Colle della Fauniera wordt ook wel Colle dei Morti genoemd (col van de doden). Deze naam verwijst naar een felle strijd in dit gebied tussen Frans-Spaanse en Piemontese troepen in de 17de eeuw toen de eerstgenoemden trachten de nabijgelegen stad Cuneo te veroveren.
Alweer een monument op alweer een top voor alweer Pantani. Het moet niet gekker worden met de heldenverering in Italië. Het bevreemdt me vooraf enigszins. De wonderschone Fauniera die nauwelijks voorkomt in de Giro (gemiste kans) en dan direct een monument op de top! Waarom?
De weg over de Fauniera wordt in 1999 volledig geasfalteerd, zodat de Giro d’Italia er fatsoenlijk overheen kan. Hetgeen de afwezigheid van de Fauniera in de annalen van de Giro verklaart. Het is overigens niet Pantani die als eerste en vooralsnog als enige bovenkomt, maar zijn voor Lampre rijdende landgenoot Gabriele Missaglia.
Deze Giro start op Sicilië en kent na de tweede etappe een Nederlandse rozetruidrager. Jeroen Blijlevens wint de massasprint in Messina en draagt het kleinood gedurende de derde en vierde etappe. Na een etappe met finish op de Monte Sirino neemt de Fransman Laurent Jalabert het roze over en moet deze slechts voor een dag afstaan aan Pantani na de etappe met finish op de Gran Sasso in Abruzzo.
Daags na de rustdag start het peloton in Bra voor de veertiende etappe. Op de Montemale di Cuneo komt allrounder/sprinter Missaglia als eerste boven. Daarna ligt de grootste en hoogste hindernis van deze etappe en de een-na-hoogste beklimming van de ronde op de renners te wachten. De Fauniera. De voor Mercatone Uno rijdende Pantani zit op zijn gemak in een groepje, waar de inmiddels overleden José Maria Jimenez halverwege probeert met een enorme tempoversnelling weg te rijden, maar verderop breekt en uiteindelijk vele minuten verliest op de concurrentie. Laurent Jalabert breekt eveneens en moet zijn maglia rosa afstaan aan Marco Pantani, die in de daguitslag als tweede eindigt. De etappewinst gaat naar Il Falco di Bergamo - Paolo Savoldelli, die op de laatste klim van de dag - de Santuario della Madonna del Coletto (zes kilometer aan negen procent) zich als een valk naar beneden laat storten en met bijna twee minuten verschil de etappe op zijn conto mag bijschrijven.
De Giro zou oorspronkelijk in 2001 op de Fauniera terugkeren. Etappe 18, die naar verwachting de moeilijkste van de Giro van 2001 zou worden, werd afgelast nadat de politie daags voor de etappe een reeks invallen had gedaan in teamhotels in San Remo, waar die dag etappe nummer 17 was gestart en tevens geëindigd. De Italiaanse politie arriveerde op woensdagavond en nam tijdens hun inval een aantal stoffen in beslag die dopingproducten zouden kunnen zijn. Onder de in beslag genomen producten bevonden zich cafeïne, corticoïden, testosteron en corticosurrenale stimulerende middelen. Tevens werden er andere verdachte en niet-geëtiketteerde medicijnen gevonden, evenals flesjes bloed, waarvan werd aangenomen dat ze door renners waren afgenomen om hun hematocrietniveaus te testen. De volgende dag kwamen de organisatoren van de Giro met de koersjury overeen om de 18de etappe van donderdag af te gelasten, zodat de Fauniera nog steeds met een doorkomst wordt opgesierd.
Officieel heet de top nog de Fauniera. Vanuit de gemeenteraad van Castelmagno is het initiatief ontstaan om de Fauniera te hernoemen en de officiële naam ‘Colle Pantani’ te geven. Het meest opvallende kenmerk van dit initiatief is dat er geen naam of tweede naam aan de pas zal worden toegevoegd. De naamsverandering is derhalve nog steeds officieus te noemen. De nieuwe naam wacht nog op ratificatie door het Instituut voor Militaire Geografie van Italië. Daarna zal Pantani's naam officieel verschijnen op de topografische kaarten. Dit is een ongekende gebeurtenis, aangezien er geen wielrenner ter wereld is die zijn naam (postuum) aan een bergpas heeft gegeven.
Giro 2001: (cancelled)
Giro 1999: Gabriele Missaglia