Passo di Croce Dominii
~ Lombardia ~
Passo di Croce Dominii
~ Lombardia ~
Lengte: 18,6 kilometer
Hoogte: 1.892 meter
Hoogteverschil: 1.469 meter
Gemiddelde stijging: 7,9%
Maximale stijging: 13,6%
Beoordeling: 3/5
Drie wegen leiden naar de 1892 meter hoge Passo di Croce Dominii. Twee ervan beginnen oostelijk in het dal van het Lago d’Idro. De derde weg begint ten noorden van het Lago d’Iseo - in het dal van de rivier Oglio nabij het kuuroord Boario Terme. De weg naar de top is twintig kilometer lang en wordt gekenmerkt door twee zware delen met een gemiddelde stijging tussen de negen en tien procent. De gemiddelde stijging bedraagt dientengevolge ruim zeven procent. Vanaf vijftienhonderd meter wordt het bosrijke deel verlaten ten faveure van de alpenweide. Hier heeft de wind vrij spel. De wind, lengte en hoogte maken de beklimming tot een behoorlijk zware onderneming.
Vanaf de Lago d’Idro zijde van de Croce Dominii ofwel Het Kruis van onze Heer, kan eerst een andere pas - de zware Passo del Maniva - worden aangedaan. De laatste en derde kant - eveneens vanuit oostelijke richting - voert over grote delen onverharde weg.
Vanuit het dorp Breno begin ik aan de Croce Dominii. Mezelf voorgenomen om rustig aan omhoog te peddelen, word ik plots door een groep trainende profs ingehaald. Direct versnel ik en haak in het laatste wiel aan. Ik kan het tempo goed bijbenen, maar op het moment dat ik wil opschuiven in de groep, slaan ze rechtsaf naar Bieno waar ik toch echt rechtdoor richting top wil.
Het eerste van de twee zware delen breekt aan. Flink terugschakelen naar het lichtste verzet van mijn onlangs aangeschafte Trek Madone 5.9. Deze heeft in tegenstelling tot zijn aluminium voorganger een compact in plaats van een dubbel crankstel. Doordat de temperatuur de dertig graden overstijgt, breekt het zweet me uit. Plots word ik opgeschrikt door een fel en luid blaffende herdershond. Slechts twee meter scheidt het dier van de fietser. Voor de laatste een opluchting dat een stevige, ijzeren afrastering hen scheidt. Mijn hartslag is door het voorval enkele slagen omhoog gegaan. Gelukkig dient zich nu een strook aan waar ik relatief kan herstellen. De helling neemt af tot een aangename vijf procent.
De betrekkelijke rust duurt een ruime kilometer. Daarna is het weer klimmen geblazen. Het tweede en laatste zware deel van de passo breekt aan. Gemiddeld loopt de weg met een kleine tien procent op. In de verte dient zich de pas aan. Een stevige wind blaast over het kale landschap me in het gezicht. Ondanks de relatief gemakkelijk laatste kilometers valt het me logischerwijs zwaar. Op de top aangekomen maak ik snel wat foto’s, waarna ik me in een windjack hijs en afdaal naar de plek van herkomst.
De benaming van de passo, die in de Middeleeuwen Crux Domini heette, betekent vrij letterlijk: ‘pas van het Kruis van onze Heer’. Waarom deze pas zo wordt genoemd, is onduidelijk. De Heer zou kunnen wijzen op de Middeleeuwse gebieden van de republiek Venetië en het bisdom Trente. Het kruis zou daarmee kunnen verwijzen naar het katholieke kruis, symbool van het bisdom Trente. Wat wel min of meer vaststaat is dat de pas de grens markeert tussen het domein van de republiek Venetië en dat van het bisdom Trente.
Heden ten dage verbindt de pas de Bresciaanse dalen van de Val Camonica en de Valle Sabbia. De pas maakt deel uit van het Parco dell’Adamello - een groot natuurgebied waar ook de Passo del Tonale deel van uit maakt. In dit bergachtige natuurgebied leeft onder meer een groep bruine beren. De Cima Presanella is met haar top op 3558 meter het hoogste punt en is daarmee slechts vier meter hoger dan de Adamello, de berg waaraan dit gebied zijn naam ontleent.
Het Lago d’Idro behoort tot de kleinere Alpenmeren van Italië en ligt tussen het grote Lago di Garda en het Lago d’Iseo. Het meer heeft een oppervlakte van ongeveer 24 vierkante kilometer en is maximaal 120 meter diep. Het Lago d’Idro is populair bij kitesurfers, mountainbikers, zeilers en bergsporters.
De Fransman Bernard Hinault domineert in 1982 de Giro d’Italia. Op 13 mei wordt in Milaan een ploegentijdrit verreden waar het Franse Renault met kopman Hinault in de gelederen de snelste tijd rijdt. De volgende twee etappes wisselt het roze tricot tweemaal van leider. De vierde rit is een 37 kilometer lange tijdrit waarin Hinault de roze trui overneemt van zijn jonge landgenoot Laurent Fignon. Vanaf de zevende tot en met de elfde etappe rijdt Francesco Moser in de leiderstrui. Daarna neemt Hinault de leiding weer in handen en lijkt op een stressloze eindzege af te stevenen. In de zeventiende etappe over de Passo di Croce Dominii trekt de Bianchiploeg met kopman Baronchelli, Contini, en de Zweed Tommy Prim in de aanval. Gesteund door bergkoning Lucien van Impe trekken ze over de Croce Dominii, waar de Belg als eerste boven komt en de nodige punten voor de bergtrui opraapt. Het kwartet dwingt met hun actie de Fransman in de verdediging. Een helse afdaling van de Dominii volgt. Contini wint de etappe in Boario Terme. Hinault finisht op ruim twee minuten van de Italiaan en mag de roze trui met eenzelfde achterstand afstaan op Contini. De volgende etappe zal voor het eerst in de Giro op de Montecampione finishen. Het is een zeer korte etappe van slechts 85 kilometer lang. Een ontketende en getergde Hinault ontbindt op de flanken van de Montecampione zijn duivels en verovert wederom de roze leiderstrui om deze tot in de finish van de ronde in Turijn niet meer af te staan.
Giro 2022: Giulio Ciccone
Giro 1998: Niklas Axelsson
Giro 1997: Gianni Bugno
Giro 1982: Lucien Van Impe
Giro 1976: Andrés Oliva
Giro 1970: Martin Van den Bossche