Passo di Costalunga
~ Trentino Alto-Adige~
Passo di Costalunga
~ Trentino Alto-Adige~
Lengte: 13,7 kilometer
Hoogte: 1.752 meter
Hoogteverschil: 875 meter
Gemiddelde stijging: 6,4%
Maximale stijging: 11%
Beoordeling: 3/5
Vanuit Bolzano is de weg naar de top van de Passo di Costalungo een lange van bijna 26 kilometer. Het eerste stuk loopt evenwijdig aan de rivier de Isarco. Na een drietal kilometer loopt de SS241 - de weg naar de pas - door een kloof omhoog. Met de stijging valt het hier alleszins mee. Na achttien kilometer klimmen door bospartijen, weides en pittoreske Tiroler dorpjes breekt het zwaardere deel aan. Een kilometer daarvan, met een stijgingspercentage van 9,5% gemiddeld, zal het ritme behoorlijk kunnen breken. Ook de daaropvolgende kilometers zijn redelijk zwaar. Wie deze stroken heeft overleefd, haalt de top van de Costalunga. Wie echter zwaar wil klimmen, bestijgt de Costalunga via de Passo Nigra. Deze pas kent een kilometer van zestien procent gemiddeld met uitschieters tot twintig procent!
Na een lange en slopende busrit vanuit Nederland arriveren we met de groep van Cycletours rond zeven uur ‘s ochtends in Bolzano. Het duurt lang voordat we allemaal ingecheckt en omgekleed zijn. Met nog drie andere reizigers voeg ik mij rond twaalf uur in het drukke verkeer van Bolzano. Weldra laten we het centrum achter ons en klimmen gestaag met de rivier de Isarco aan onze linkerzijde in de richting van de Brennerpas. Spoedig slaan we rechtsaf en rijden achter elkaar - het is hier smal - door een prachtige kloof verder. Ik zit in het laatste wiel en het is niet van luxe dat ik daar zit. Na de lange reis met weinig slaap heb ik het zwaar. Als we over de helft zijn en in een van de dorpjes komen, kom ik er zowaar doorheen. Het is hier minder steil waardoor ik buitenblad kan schakelen in een poging mijn medereizigers te imponeren. Het imponeren duurt niet heel lang. Ik nestel me weer in het laatste wiel. We stoppen bij het Lago di Carezza. Een prachtig groen bergmeer. Het uitzicht is hier fabelachtig. Nog een paar kilometer en we zijn boven. Gerben - mijn maatje voor die dagen - en ik hebben onze reisgenoten weten te lossen en suizen na het bereiken van de top de afdaling in. We nemen de route over de Passo Nigra. Een pas waarover in de bus en tijdens de beklimming met ontzag over is gesproken. Ik ben inderdaad heel blij hier te mogen dalen in plaats van te stijgen.
In het drietalige gebied van Alto Adige staat de Passo di Costalunga nog onder twee andere namen bekend: Karerpass in het Duits en Pas de Mont in het Ladinisch. Tienmaal wordt de Costalunga in het parcours van de Giro opgenomen. De weg vanuit Bolzano - de SS241 - wordt de Dolomietenweg genoemd. Sinds 1909 is deze 110 kilometer lange weg één van de meest spectaculaire wegen in de Alpen met zicht op de meest aansprekende Dolomietengroepen. Na de Costalunga volgen de beklimmingen van de Pordoï en tenslotte de Falzarego.
Vlak onder de top van de Costalunga - met uitzicht op het Rosengartenmassief - ligt het Lago di Carezza met het beroemde kristalheldere groene water. Het meer wordt gevoed door ondergrondse bronnen. Nabij de top bevindt zich het skigebied van de Costalunga. Volgens een oude Zuid-Tiroolse legende werd het meer ooit betoverd door een tovenaar die verliefd was op een zeemeermin. Hij gooide een regenboog in het water om haar te lokken, maar zij verdween en alleen de kleuren bleven achter. Sindsdien schittert het meer in felle tinten blauw en groen.
Bolzano is de belangrijkste stad van de regio. Wereldberoemd is het Museo Archeologico dell’Alto Adige. In het museum bevindt zich de ijsmummie Ötzi - vernoemd naar zijn vindplaats in het Ötztal. Volgens wetenschappers leefde Ötzi zo’n 5300 jaar geleden. Het is de oudste in Europa gevonden mummie. Doordat Ötzi op grote hoogte is overleden, is zijn lichaam door ijs, sneeuw en koude bijzonder goed geconserveerd. gebleven. Hierdoor heeft men zijn kleding, lichaam en maaginhoud goed kunnen bestuderen.
‘Als aanvallen niet meer kan, vergaat mijn plezier in de sport. Ik doe het voor het publiek. De mensen houden van spektakel. Ze hebben daar recht op. Ik vind het leuk om een beetje show te maken. Ze geeft mij moraal en strijdlust. En wat kosten die sprintjes je nou helemaal? De mensen waarderen me omdat ik zo strijdlustig ben.’
Claudio Chiappucci ziet op 28 februari 1963 in de gemeente Uboldo, Lombardia, het levenslicht. Zijn vader vertelt hem verhalen over hoe hij aan de zijde van de legendarische Fausto Coppi in Ethiopië heeft gevochten. Het wakkert Claudio’s interesse in de wielersport aan. Hij wordt in 1985 professional en strijdt in 1987 aan de zijde van de Ier Stephen Roche in de Giro d’Italia van dat jaar. Binnen de Carrera-ploeg strijdt de Ier tegen Chiappucci’s landgenoot Roberto Visentini om het kopmanschap. Chiappucci heeft veel ontzag voor de onverzettelijkheid van de Ier en helpt hem aan de eindzege. Zelf behaalt Chiappucci pas in 1989 zijn eerste profoverwinning bij de Coppa Placci. Een jaar later steekt Il Diablo voor het eerst zijn neus aan het venster. Tijdens de Giro van dat jaar wint hij het bergklassement in een ronde waarin Gianni Bugno van begin tot eind de roze leiderstrui draagt. Chiappucci verzamelt zijn punten door onder meer als eerste bovenop de Passo di Costalunga aan te komen. Het is de zevende keer dat de pas in het parcours van de Giro is opgenomen.
Chiappucci’s wereldwijde doorbraak vindt plaats tijdens de eerste etappe van de Tour de France van datzelfde jaar. Het lijkt een onschuldige ochtendetappe te worden. Het peloton is ogenschijnlijk bezig met de ploegentijdrit van die middag als vier mannen een riante voorsprong nemen. In het peloton kijkt iedereen elkaar aan. De vier: Ronan Pensec, Steve Bauer, Frans Maassen en Claudio Chiappucci sprinten voor de dagzege en de gele trui. Het is de Noord-Limburger Maassen die de etappe wint. De Canadees Steve Bauer draagt de komende acht dagen het geel, waarna het kleinood door Pensec en vervolgens Chiappucci wordt overgenomen. Beetje bij beetje snoepen de favorieten tijd van de kleine Italiaan af. Uiteindelijk lukt het de Amerikaan Greg Lemond pas om tijdens de individuele tijdrit rond het Lac de Vassivière om Chiappucci te onttronen en het geel voor vóór de Italiaan en de Nederlander Erik Breukink naar Parijs te brengen.
De ster van Chiappucci is rijzende. Hij valt aan waar en wanneer hij wilt. Hiermee gaat hij tegen de ongeschreven stalorders van het peloton in. Het levert hem de bijnaam Il Diablo (de duivel) en veel vijanden op. In de Tour van 1992 wint hij op bijna Coppiaanse wijze de etappe naar Sestrière. 223 kilometer rijdt de kleine Italiaan in de aanval. De laatste twee klimmen rijdt hij alleen en vecht op de slotklim tegen een ontketende Indurain. In zijn carrière wint hij drie Touretappes, een Giro-etappe, tweemaal de bolletjestrui in de Tour en drie maal de bergtrui in de Giro. Vijfmaal staat hij op het podium van een grote ronde. Als niet-sprinter wint hij in 1991 Milano - San Remo. In 1999 hangt hij zijn fiets aan de wilgen.
Giro 2013: (cancelled)
Giro 2005: José Rujano
Giro 1993: Flavio Vanzella
Giro 1990: Claudio Chiappucci
Giro 1985: Acacio da Silva
Giro 1977: Renato Laghi
Giro 1975: Andres Oliva
Giro 1969: Claudio Michelotto
Giro 1966: Gianni Motta
Giro 1959: Aurelio Cestari
Giro 1956: Charly Gaul
Giro 1951: Vincenzo Rossello
Giro 1937: Gino Bartali