Passo la Colla
~ Basilicata ~
Passo la Colla
~ Basilicata ~
Lengte: 11,3 kilometer
Hoogte: 594 meter
Hoogteverschil: 574 meter
Gemiddelde stijging: 4,6%
Maximale stijging: 8%
Beoordeling: 3/5
Eenmaal gearriveerd in Morano Calabro zakt de moed ons in de schoenen. Wat we al vermoedden op de dag dat we met de auto door dit gebied reden – na onze klappertandrit naar de Valico di Montescuro – wordt bewaarheid. De nabijgelegen bergen vermommen zich alsof ze de Monte Bianco in hoogst eigen persoon zijn. Sneeuw, sneeuw en nog eens sneeuw. Maar welk interessant alternatief ligt er op de loer? Dat is voor later. Eerst Milano-Sanremo kijken. Wat een koers was het ook dit jaar weer, met Pogi als laureaat.
Daarna wandelen we door de stegen en steegjes van Morano Calabro. Dit Zuid-Italiaanse dorp, vastgeklampt tegen een kegelvormige heuvel in het Pollino-park, is een wirwar van opgestapelde huizen, bogen en trappen. Het is dan ook geen verrassing dat dit spectaculaire schouwspel een diepe indruk achterliet op een van 's werelds beroemdste grafici: M.C. Escher. Morano Calabro bood hem tijdens zijn reis door Calabrië in 1930 de perfecte visuele paradox. Van een afstand versmelten de daken en muren van de huizen tot een geometrisch patroon dat bijna abstract oogt – een vroege inspiratiebron voor zijn latere, wereldberoemde spel met perspectief en onmogelijke architectuur.
Vandaag de dag is Morano Calabro nog precies dat 'Escheriaanse' doolhof. Wandelend door de smalle steegjes verlies je al snel je oriëntatiegevoel: trappen lijken nergens heen te leiden, daken dienen als terrassen voor de bovenburen en overal spelen licht en schaduw een complex spel. Voor liefhebbers van kunst en reizen is het dorp de ultieme plek om te zien waar Eschers fascinatie voor herhaling en perspectief vaste grond vond.
Minstens zo fascinerend is de wormvormige cavatelli-pasta die we hier eten. Genietend van deze pasta en andere gerechten vinden we de vervanger voor de Monte Sirone: de Passo la Colla nabij Maratea, het dorp waar onze volgende overnachting gepland staat. De grap is dat deze pas in de Giro van 2022 voorafging aan de Sirone.
De volgende dag laten we de besneeuwde bergruggen achter ons en dalen we af naar zeeniveau. Via een vrijwel verlaten kustweg arriveren we in Maratea. We parkeren de auto net buiten het pittoreske centrum en stappen op de fiets om de gemakkelijke beklimming te doen. Officieel start de klim op zeeniveau, maar dat deel ronden we later pas af. De beklimming wordt nergens echt steil. Het eerste deel is bebost en vrijwel verlaten. Verderop voegt de grotere weg zich erbij en voor we het weten zijn we boven. Geen bord, geen aanduiding. Gewoon boven. En warm.
We dalen af door Maratea en fietsen nog een stuk over de kustweg. Na twee dagen koukleumen doet de warmte onze huid, spieren en botten goed. Rest nog één probleem: wat te doen met de laatste col van de vakantie, de Colle del Dragone?
Maratea is een schilderachtig dorp en gemeente in de regio Basilicata, gelegen op 300 meter boven zeeniveau aan de Tyrreense Zee. Het is een van de weinige plaatsen in deze overwegend landinwaartse regio die toegang heeft tot de kust. Het dorp is terug te vinden op de lijst: borghi più belli d'italia (mooiste dorpen van Italië).
De geschiedenis van Maratea gaat terug tot de oudheid. In de pre-Romeinse tijd werd het gebied bewoond door Italische stammen, waarna het onder invloed kwam van de Grieken en later onderdeel werd van het Romeinse Rijk. Tijdens de middeleeuwen ontwikkelde Maratea zich als een versterkte nederzetting, mede vanwege de strategische ligging tussen zee en bergen. Een belangrijk moment in de geschiedenis vond plaats tijdens de napoleontische periode. In 1806 werd Maratea belegerd door Franse troepen onder leiding van Jean Maximilien Lamarque. De stad bood hevig verzet, maar werd uiteindelijk ingenomen. Dit beleg wordt nog steeds gezien als een symbool van lokale trots en verzet. In latere eeuwen bleef Maratea relatief geïsoleerd door de moeilijke bereikbaarheid via de bergen. Dit isolement heeft er echter voor gezorgd dat veel historische structuren, kerken en tradities goed bewaard zijn gebleven.
De omgeving van Maratea is bijzonder gevarieerd en spectaculair. Het dorp ligt ingeklemd tussen de bergen van het Apennijnen-gebergte en de Tyrreense Zee. Dit zorgt voor een uniek landschap waarin steile kliffen, verborgen baaien en dichte bossen samenkomen. De kustweg kenmerkt zich als een Amalfi-light versie - rustiger en maar minder mooie dorpen. Verder vind je enkele kleine stranden en grotten, waarvan sommige alleen per boot bereikbaar zijn. Het gebied staat ook bekend om zijn kristalheldere water en relatief ongerepte natuur.
Wat het dorpje Maratea bijzonder maakt zijn de smalle, kriskras aangelegde straatjes, oude kerken en pleinen. Al dit tezamen geeft een indruk van het traditionele Italiaanse leven.
De Giro van 2022 wordt gekenmerkt door de ondergang van de ene Nederlander en de opkomst van de andere. Met de opkomst doel ik niet op Mathieu van der Poel die in Hongarije met een machtige sprint bergopwaarts de eerste etappe en daarmee zowel de roze als de paarse en blauwe leiderstrui bemachtigd. Het is voor Nederlands’ klassiekerrenner zijn tweede leiderstrui in zijn carrière. In 2021 verovert hij op de Mur de Bretagne de gele trui. In de daarop volgende etappe - een individuele tijdrit - behoudt Van der Poel het roze en schuift Tom Dumoulin - de winnaar van 2017 - op in het klassement. Voor Dumoulin staat deze Giro - na zijn korte mentale pauze - in het teken van de vraag: ‘Kan ik nog een goed klassement in een grote ronde - mijn ronde - rijden?’
Na de derde etappe verplaatst de Giro karavaan zich naar Sicilia, waar de benen echt getest zullen worden met een aankomst boven op de gevreesde Etna. Hier vindt Dumoulin zijn Waterloo. De benen willen niet meer en hij finisht op bijna tien minuten van etappewinnaar Kämna. Eenmaal op het vasteland an enkele dagen van sprinten (Démare) breekt de zevende etappe aan. Een heuvel/bergetappe van 198 kilometer met start in Diamante en finish in Potenza. Tijdens deze etappe moeten de renners ruim 4.500 hoogtemeters overbruggen door achtereenvolgend de Passo Colla, Monte Sirino, de klim naar Viggiano, Monte Scuro en La Sellata te beklimmen. Op de Colla waagt Wout Poels het erop. De Nederlander rondt de top solo en in de afdaling krijgt hij gezelschap van Davide Formolo en Anthony Perez. Tijdens de beklimming van de Monte Sirino ontstaat een groep met onder meer Koen Bouwman en later melden ook Tom Dumoulin, Diego Andrés Camargo en Bauke Mollema zich. Bouwman komt als eerste boven op de Sirino. Op de Monte Scuro verliezen Poels en Villella het contact met de kopgroep. Bouwman is ook hier als eerste boven en neemt de bergtrui van Kämna over. Dumoulin versnelt een aantal keer op La Sellata. Zo kortwiekt hij de kopgroep tot vier man: behalve hijzelf zijn dat Bouwman, Mollema en Formolo. Dan vertrekt Mollema en dat is Bouwman teveel. Ook Formolo doet een poging om weg te komen, maar niet ver voor de top zijn ze weer met z’n vieren op kop. Mollema valt aan op een klimmetje op 8,5 kilometer van de streep. Bouwman gaat direct mee en Formolo en Dumoulin sluiten later aan. Daarna moet de oud-winnaar van de Giro er alsnog af, maar op drie kilometer van de finish herstelt hij de schade. Hij zet zich direct op kop en verzorgt zo de lead-out naar het slotklimmetje voor Bouwman. Daar zet de nieuwe bergkoning al snel aan en hij vliegt naar de zege, twee seconden voor Mollema en Formolo.
Later in deze Giro zal Bouwman in zijn blauwe trui nog een etappe winnen. Het is de negentiende etappe met finish op Castelmonte, waarna Bouwman niet meer als leider in het bergklassement bedreigd kan worden. Zodoende brengt de Doetinchemmer de trui veilig via Verona naar de Achterhoek. Dumoulin stapt halverwege de Giro gedesillusioneerd af en maakt op 15 augustus 2022 bekend per direct te stoppen met wielrennen.
Giro 2022: Koen Bouwman
Giro 1999: Chepe González
Giro 1996: Davide Rebellin
Giro 1995: Laudelino Cubino