Passo Coe
~ Trentino Alto-Adige~
Passo Coe
~ Trentino Alto-Adige~
Lengte: 19,4 kilometer
Hoogte: 1.609 meter
Hoogteverschil: 1.425 meter
Gemiddelde stijging: 7,3%
Maximale stijging: 11%
Beoordeling: 2/5
Indicatorenlijst ter indeling der bergen: de simpele versie;
Buitencategorie: af en toe die geweldig mooie beklimming.
Uitsluitingscategorie: af en toe die stront saaie beklimming.
Opvulcategorie: meestal die een-tussen-in-beklimming.
Waar zal ik de Coe (spreek uit als Ko-è) tussen scharen? Ik nijg tussen uitsluiting en opvul. Goed om even terug te blikken op de gehele lijst der 100. Welke passi vallen in de buitencategorie? Overduidelijk de Finestre, Gavia, Croce Arcana, Erbe en het gehele viertal van de Sellaronda. Uitsluiten doen we met Maddalena (gevaarlijk en druk), maar deze mag historisch-technisch gezien niet ontbreken (Un uomo solo al commando…). Ga ik de Coe eveneens uitsluiten? Vanuit Giro perspectief kan deze zeker naar de prullenbak worden verwezen. Qua landschap, vergezichten, natuur, historie etc. kan de Coe ook door de vuilniswagen worden meegenomen. Maar hoe verloopt de beklimming en wat kan de Coe doen om niet te degraderen? Vanuit Caldonazzo slingert de weg door een dennenbos met redelijk uitdagende stijgingspercentages naar de Valico della Fricca (1.083 m). Een korte afdaling (inclusief tunnel) en terug omhoog naar de drukke Passo Sommo (1.341 m), vervolgens wederom afdalen en vanuit Folgaria met gemiddeld acht procent omhoog langs skipistes naar een vrijwel verlaten en winderige pasovergang van de Coe (1.610 m). Kortom: degradatie onafwendbaar! Boven op de Coe zie ik de bui letterlijk hangen en vang direct de terugweg aan. Helaas word ik tijdens de afdaling van de Fricca overvallen door de aangekondigde bui, een stortbui. Naast de Coe zakt ook mijn plezier naar de eerste divisie. Het is namelijk de zoveelste bui van deze vakantie. Zodoende resteren er nog twee categorieën:
Soms zit het mee.
Soms zit het tegen.
Tijdens de Eerste Wereldoorlog was de regio rond de Passo Coe van groot strategisch belang toen de Oostenrijks-Hongaarse en Italiaanse legers tegenover elkaar stonden. In de omgeving zijn nog sporen van verdedigingswerken (Passo Sommo), tunnels en loopgraven terug te vinden en in de nabijgelegen plaatsen zoals Forte Belvedere-Gschwent (in Lavarone) zijn indrukwekkende voorbeelden van Oostenrijks-Hongaarse fortificaties uit die tijd en functioneren nu als musea.
Tijdens de Koude Oorlog bouwde de Italiaanse luchtmacht nabij Passo Coe een radarstation op de Monte Toraro, niet ver van de pas. Het werd gebruikt voor NAVO-doeleinden en radarbewaking. Hoewel het nu verlaten is, kun je de overblijfselen van de basis nog bezoeken.
Enkele honderden hoogtemeters onder de pasovergang van de Coe ligt Folgaria - tevens finishplaats van de Giro in 2002. Het toponiem, voor het eerst genoemd in 1196 als Fulgarida, betekent in het Latijn hetzelfde als varenbos. Vanaf de vijftiende eeuw valt de stad onder Oostenrijks regime, waarna het drie eeuwen later onder Napoleons gezag valt. Aardig detail is dat er lokaal nog Cymbrisch wordt gesproken; een met uitsterven bedreigde taalsoort die behoort tot de Opperduitse talen en verwant is aan het Beiers en Oostenrijks-Duits. Zowel tijdens de Eerste als Tweede Wereldoorlog was Folgaria het decor van zware gevechten.
De 85ste editie van de Giro d’Italia 2002 die in het najaar van 2001 wordt voorgesteld in het Auditorium van Milaan zal in het teken van Europa staan en met name de invoering van de munteenheid euro in 2002. De naamgeving van de Ronde verandert tijdelijk in Giroroningen, een samentrekking van Giro en Groningen - de startplaats van de ronde. Na Nederland doet de Giro achtereenvolgend Duitsland, België, Luxemburg en tot slot Frankrijk aan. Niet toevalligerwijs vormen deze landen tezamen met Italië de oorspronkelijke voorloper van de Europese Unie, namelijk de in 1952 Europese Gemeenschap van Kolen en Staal (EGKS).
Vanuit het perspectief van Tyler Hamilton (De Wielermaffia) bekijken we de ronde. Nadat hij zichzelf de voorafgaande jaren heeft weggecijferd voor landgenoot Armstrong, een beduidend lagere contractaanbieding aangeboden krijgt en in de Tour van 2001 door Armstrong ten overstaande van het hele peloton wordt gekleineerd, besluit Hamilton in 2002 een nieuw avontuur bij het het Deense CSC-Tiscali van ploegbaas Bjarne Riis aan te gaan. In plaats van de Tour zou de Giro zijn hoofddoel worden. Naast de hulp van het team krijgt Hamilton ook steun vanuit Spaanse zijde - de dan nog onbekende dopingarts Eufiamo Fuentes. De Spanjaard gaat Hamilton faciliteren met onder meer bloeddoping (bloedzakken). Het grote voordeel van samenwerken in Spanje is dat het Iberische land geen dopingwet kent. Onder renners deed vaak de grap de ronde dat je er de EPO-ampullen op je voorhoofd kon plakken zonder te worden gearresteerd. ‘We begonnen direct met de planning. Het doel was om twee zakken bloed klaar te hebben voor de Giro en misschien ook voor de Tour.’ Naast de bloedzakken krijgt Hamilton de beschikking over nog een ander geheim wapen: de Italiaanse arts Luigi Cecchini. Deze ontfermt zich over Hamilton (en talloze andere wielertoppers) en begint volgens de Amerikaan te sleutelen aan diens machine. In zijn Postal jaren was Hamilton een diesel en om een grote ronde zoals de Giro te winnen, dien je een turbo te zijn. ‘Cecco analyseerde mijn wattages en trapfrequentie en onderwierp me aan intensieve intervaltrainingen.’ Vlak voor de start dient Hamilton zichzelf zijn eerste bloedzak toe. ‘Op de dag van de Giroproloog was ik extreem opgewonden. Wellicht was dat de reden dat ik te agressief reed. Ik was amper vijfhonderd meter onderweg toen ik veel te hard een bocht naar rechts aansneed en in de dranghekken terecht kwam. Ik brak mijn helm, liep wat schaafwonden op mijn ellebogen en knieën en reed verder.’ Na etappe vijf bevindt Hamilton zich op de achtste plaats in het algemene klassement met een achterstand van een ruime minuut op Garzelli en wordt de tweede bloedzak al ingebracht. Reden hiervoor is dat de aankomstplaats dichtbij Frankrijk is gelegen, waar de zak al enkele weken in een koelkast ligt. Bloedzakken bewaren in Italië is met de agressieve houding van de carabinieri een enorm risico (zie Giro 2001). De bedachtzaamheid van Hamilton en co blijkt niet voor niets, want na de negende etappe wordt Garzelli positief bevonden en verdwijnt uit de Giro, gevolgd door Simoni in de twaalfde etappe (positief op cocaïne in de Giro del Trentino). Hamilton wordt door pech achtervolgd. In de vijfde etappe voorafgaand aan de transfusie valt hij wederom en breekt daarbij zijn schouder. De diepe, intense pijn zorgt ervoor dat - om de pijn af te leiden - Hamilton op zijn tanden begon te knarsen en na de Giro talloze kronen moeten worden geplaatst. Toch slaagt de Amerikaan erin om de veertiende etappe - een individuele tijdrit van 30 kilometer van Numana naar Numana - te winnen. Ineens bevindt hij zich op de derde plaats. Kort achter Jens Heppner (sinds etappe zes) en Cadel Evans. Dan breekt op donderdag 30 mei de zeventiende etappe aan met passages over de Gardena, Sella, Santa Barbara en finish in Folgaria (Passo Coe). ‘Al met al won ik de Giro bijna. Maar in de laatste bergetappe, in de laatste drie kilometer van de slotklim, waren mijn krachten op - hongerklop, de man met de hamer. Ik werd tweede in de eindrangschikking van deze Giro achter ‘Il Falco’ Paolo Savoldelli. Ik had verzuimd voldoende te eten. Cecchini zei later dat ik waarschijnlijk een energiegel van honderd calorieën verwijderd geweest was van de eindoverwinning.’
Bron: De Wielermaffia - het onthullende verhaal over doping in het Armstrong-tijdperk door Tyler Hamilton & Daniel Coyle.
Giro 2002: Pavel Tonkov