Cipressa & Poggio di Sanremo
~ Liguria ~
Cipressa & Poggio di Sanremo
~ Liguria ~
Cipressa
Lengte: 5,7 kilometer
Hoogte: 240 meter
Hoogteverschil: 237 meter
Gemiddelde stijging: 4,2%
Maximale stijging: 7,8%
Beoordeling: 1/5
Poggio di San Remo
Lengte: 3,2 kilometer
Hoogte: 160 meter
Hoogteverschil: 149 meter
Gemiddelde stijging: 4,7%
Maximale stijging: 6,3%
Beoordeling: 1/5
Onlosmakelijk zoals Laurel met Hardy, Suske met Wiske en Peppie met Kokkie zijn ze met elkaar verbonden; de scherprechters van la Primavera - de ongeveer 300 kilometer lange wielerklassieker Milano - Sanremo. La Cipressa en il Poggio di Sanremo. Vandaag heb ik er mijn eigen mini-klassieker van gemaakt en de totale afstand met een slordige 90 procent gereduceerd.
Het is nog een hele klus om de auto ergens in San Lorenzo al Mare te parkeren. Uiteindelijk lukt het me - na ongeveer alle parkeerterreinen te hebben afgestruind - om de auto bij de lokale club sportivo te stallen. Zigzaggend door het dorpje kom ik op de oude Romeinse weg - de Via Aurelia - en sla direct rechtsaf om de weg naar het dorpje Cipressa in te slaan. De eerste hectometers zijn enigszins steil te noemen, maar daarna is het resterende deel van de klim een spreekwoordelijk eitje met stijgingspercentages rond de drie á vier procent. Toch moet hier het grootste deel van het peloton lossen. De lange kilometers door de Povlakte, de Turchino en de achtereenvolgende capi (de Melo, de Cerva en de Berta) doen hun slopende werk.
Hoe vaak heb ik deze koers al op televisie gezien? Twintig keer? Nu ik er eindelijk zelf omhoog mag rijden, zijn er bizar weinig punten van herkenning. Het enige dat ik herken is het lage geboomte bestaande uit klein eikenhout en olijfbomen. Logisch eigenlijk. De koers zie je van boven en naar achteren, terwijl ik de blik op vooruit heb staan. Het idee om hier een wielerwedstrijd te organiseren kwam voort uit de leden van de Sanremese Sports Union. Deze wedstrijd vond plaats op 2 april 1906, verdeeld over twee etappes (Milaan - Acqui en Acqui-Sanremo). De race was een gedeeltelijke mislukking. Het jaar daarop kwam de journalist Tullo Morgagni, die de Giro di Lombardia al had geïntroduceerd, op het idee om de route te gebruiken voor een wielerwedstrijd. Hij legde het project voor aan de directeur van La Gazzetta dello Sport, Eugenio Costamagna. Zelfs met enig gezond wantrouwen vertrouwde Costamagna de realisatie van de wedstrijd toe aan een van de grootste organisatoren van wielerwedstrijden: Armando Cougnet. De eerste editie van Milaan-Sanremo vond plaats op 14 april 1907. ‘s Ochtend in alle vroegte kwamen in een taverne in Milaan drieëndertig van de tweeënzestig geregistreerde renners opdagen. Het was een regenachtige en koude dag en de winnaar was de Fransman Lucien Petit-Breton, onder contract bij de Italiaanse wielerfabrikant Bianchi, die de 281 kilometer van La Primavera (de lente) aflegde met een gemiddelde van 26 kilometer per uur. Van 1935 tot en met 1953 werd deze wedstrijd verreden op 19 maart, de feestdag van Sint Jozef, vandaar zijn andere bijnaam, de Sint-Jozefsklassieker. Recordhouder met zeven overwinningen is Eddy Merckx.
Na het binnenrijden van het dorpje Cipressa, zet ik de afdaling in - kort en snel - en dender ik met de wind in de rug over de Via Aurelia - richting Sanremo. De naam van de stad - gelegen aan de Riviera dei Fiori (de Bloemenkust) - stamt af van San Romolo; een bisschop uit Genua die rond de negende eeuw na Christus leefde. Geregeld wordt mijn ritme onderbroken door de vele verkeerslichten. Sanremo staat al geruime tijd op de borden? De afstand tot de stad wordt steeds kleiner? Waar blijft die verduivelde Poggio? Het drukke Bussana is een Italiaanse verschrikking van de bovenste plank met druk gassend verkeer, zenuwachtige Italianen met een teveel aan Espresso in het bloed, stinkende en lawaaimakende scooters en de vele Api, maar uiteindelijk komt ie dan toch echt: de via Ducca d'Aosta. De zenuwen gieren door mijn buik. Hoe bijzonder blijft dit gegeven om te mogen rijden waar de helden van de weg ook hun strijd uitvoeren. Alsof je even mag voetballen in de Johan Cruyff Arena. Bevrijd van het drukke en stinkende verkeer trap ik het gaspedaal flink in en besluit de gehele klim in tegenstelling tot de Cipressa volle bak omhoog te rijden. Even hoop ik te moeten remmen in de bekende haarspeldbocht, maar daarvoor ligt mijn snelheid toch te laag. Eenmaal vlak bij de kassen begint het stuk waar de dans van de daadwerkelijke finale begint. Het is dan nog een 500 meter tot de top. Een langgerekt vals plat ligt voor me. Rechts de al eerder gememoreerde kassen. Even erna ligt het dorp Poggio voor me. Bij het binnenrijden verminder ik vaart en stop bij de beroemde bocht waar de renners steevast worden gefilmd op volgorde van doorkomst, zodat de kijker thuis een goed beeld krijgt van de ontstane gaten die onvermijdelijk zijn ontstaan. De afdaling zet ik rustig in. De beelden waarbij renners dubbel rondom lantaarnpalen liggen gevouwen, krijg ik niet van mijn netvlies. Onbegrijpelijk dat de op sensatie beluste oud-directeur van de Giro - Torriani - hier in 1987 een tijdrit organiseerde. Slechts acht kilometer kamikaze. Gewoon een afdaaltijdrit met vier kilometer vlak tot in Sanremo. Omdat het gewoon kon! Stephen Roche wint. Erik Breukink pakt zijn eerste roze trui.
En dan Sanremo. Mooi om er geweest te zijn. In mijn geval twee keer: de eerste en de laatste keer. Wat een ontstellende drukte! Snel rijd ik richting haven om over een zeer aangenaam fietspad - de voormalige spoorbaan - evenwijdig aan de kust en Via Aurelia terug te rijden naar San Lorenzo al Mare waar het pad ook eindigt.
Milano-San Remo, ook wel bekend als La Primavera (de Lente), is een van de oudste en meest iconische wielerklassiekers ter wereld. De race werd voor het eerst gehouden op 14 april 1907 en ontstond uit een initiatief van de Italiaanse sportkrant La Gazzetta dello Sport, die de populariteit van het wielrennen wilde vergroten.
De oprichting van de race was ingegeven door het succes van andere wielerwedstrijden zoals de Giro di Lombardia. De organisatoren kozen voor een route van Milaan naar San Remo, een stad aan de Ligurische kust, vanwege het contrast tussen het industriële noorden en de idyllische Mediterrane bestemming. De eerste editie werd gewonnen door de Franse renner Lucien Petit-Breton, wat de internationale aantrekkingskracht van de wedstrijd benadrukte.
In de loop der jaren is de wedstrijd uitgegroeid tot een van de meest prestigieuze evenementen op de wielerkalender en vormt samen met de Giro di Lombardia, Ronde van Vlaanderen, Parijs-Roubaix en Luik-Bastenaken-Luik de klassieke monumenten en een aantrekkingskracht voor renners om alle vijf op hun palmares bij te schrijven. Slechts drie renners presteerden dit tot op heden: Merckx, De Vlaeminck en Van Looij. Alledrie zuiderburen. Het ligt in de lijn der verwachting dat de Sloveen Tadej Pogacar zich binnen enkele jaren aan dit rijtje zal gaan toevoegen.
Het lange parcours van de lenteklassieker, dat meestal meer dan 290 kilometer beslaat, maakt het een unieke uitdaging ten opzichte van de andere klassiekers. Het relatief vlakke profiel met de beslissende beklimmingen van de Cipressa en de Poggio di San Remo in de laatste kilometers zorgt geregeld vaak voor uitermate spannende finales en wordt daardoor beschouwd als de ultieme test voor sprinters en klassieke renners.
Ook in de Giro is de Poggio opgenomen. In zijn drang naar spettaculo zorgde oud Giro directeur Vicenzo Torriani voor bizarre uitdagingen. In 1978 organiseerde de Giro een chronorit door het centrum van Venetië, aankomst op het San Marcoplein. Helaas zonder eraan te denken dat dit plein in mei wel eens onderloopt met zeewater. Dat gebeurde dan ook. Etappe afgelast? Neen. Torriani stuurde de renners over op pontons gelegde planken toch naar San Marco. Spectaculaire beelden, die echter meer met acrobatie dan met sport te maken hadden. Erger - en onverantwoorder - was zijn beslissing om bij het begin van de Giro 1987 een 'afdalingstijdrit' in te lassen. Start bovenaan de Poggio, de aartsmoeilijke afdeling nabij Sanremo, aankomst in het stadje. Er vallen gelukkig doden noch gewonden. Roberto Visentini wint de stunt en zal uiteindelijk de Giro verliezen van zijn teamgenoot Stephen Roche.