Passo di Campolongo
~ Veneto ~
Passo di Campolongo
~ Veneto ~
Lengte: 10,6 kilometer
Hoogte: 1.875 meter
Hoogteverschil: 457 meter
Gemiddelde stijging: 4,3%
Maximale stijging: 9%
Beoordeling: 3/5
Tussen de Val Badia en Val de Cordevole ligt de passo di Campolongo. Officieel begint de beklimming van de noordzijde in Floronzo. Vanaf dit stadje is de klim achtendertig kilometer lang! De officieuze beklimming begint in Corvara. Een kleine zeven kilometer scheidt de stad van de top. De eerste hellende meters is Corvara zijn meteen de zwaarste met een kleine tien procent. Daarna volgt een twee kilometer lang stuk met een gemiddelde tussen de zes en zeven procent met een aantal haarspeldbochten. Daarna vlakt de passo af. De laatste kilometers naar de top zijn met vijf procent redelijk eenvoudig te noemen. De gehele weg naar de top slingert zich door graslandschap.
De zuidzijde van de Campolongo kent gelijk aan de noordzijde een lange aanloop. Vanuit Caprile, waar ook de Fedaia begint, is deze zijde drieëntwintig kilometer lang met een lastig beginstuk, een lange en gemakkelijke oversteek naar Arabba met vervolgens een viertal lastige, een zich door een sparrenbos slingerende, weg naar de pasovergang. Kilometer twee en drie van deze zijde zijn met acht procent lastig te noemen.
Maratona dles Dolomites: de eerste en vijf van zeven.
In november 2008 volgt het verlossende woord: we zijn voor de Maratona dles Dolomites (Dolomietenmarathon) ingeschreven. We zijn Pim, Arno, Jan en ondergetekende. Ter voorbereiding schaft Arno de gehele Maratona op DVD aan, waarmee we tijdens koude winterdagen thuis op de Tacx kunnen trainen én het parcours goed leren kennen.
Begin juli is het zover. Het is zaterdagochtend. Rillend van de slaap en kou kruip ik uit mijn op het balkon uitgestalde tent uit. We hebben een studio gehuurd op vijf kilometer onder de top van de Passo Valparola. Zoals het een studio betaamt, heeft deze de grote van een uit de kluiten gewassen verhuisdoos. Er passen net aan vier bedden in. Mij niet gezien om bijna lepeltje-lepeltje met drie andere mannen te liggen. Daarom de tent met matras op het balkon.
Een uur later zoeven we naar beneden richting de start. Om de start met deze mensenmassa goed te organiseren worden de deelnemers over vier verschillende startvakken verdeeld. Vak A is voor de wedstrijdrenners. Vak B voor genodigden. Vak C voor deelnemers die tijdens de vorige editie goud (het parcours binnen gestelde tijd afleggen) hebben behaald. Vak D is voor de rest. Het laat zich niet lang raden waar wij ons bevinden.
In de verte klinkt iets van een startschot en de meute zet zich soms ellebogend om de beste plekken in beweging. De eerste kilometers tot de tijdwaarneming vlak voor Corvara is geneutraliseerd. Als ik de mat oprij, gaat mijn tijd lopen. De anderen ben ik dan al lang uit het oog verloren.
Rijdend door Corvara denk ik aan al mijn Tacx-uren, maar vooral aan de film Groundhog Day met zuurpruim Bill Murray in de hoofdrol. Weerman Phil beleeft dezelfde dag, groundhog day, elke keer weer opnieuw. Hilarisch, grappig en enigszins zwartgallig. Ik beleef mijn groundhog day telkens op de Tacx, rijdend door het prachtige Dolomietenlandschap waar ik vandaag doorheen rij. In 3, 2, 1....een auto van rechts die te hard komt aanrijden. Op de Pordoi vijf kilometer onder de top: wielrenners in afschuwelijk korte broeken. Afzink Gardena: grasmaaiers. Telkens geven ze weer acte de présence. Ze maken het echter niet zo bont als de twee urinerende motoragenten in de Amstel Gold Race 2010. Telkens wil ik van de Tacx afstappen en ze op agentelijke toon vragen: 'waar zijn WE mee bezig?'
Wat is het druk! Alsof ik op zaterdagmiddag over de Albert Cuyp loop. Doorrijden is door de drukte onmogelijk. Desalniettemin bereik ik zonder al te veel problemen de Passo di Campolongo. De fietsende mensenmassa lost tijdens de afdaling snel op. Ben ik dit of een of andere onverlaat. Tijdens de vele haarspeldbochten piepen remmen alsof een muis wordt gefolterd. Het blijkt mijn achterwiel te zijn. Vermoedelijk ben ik tijdens het poetsen van de fiets te enthousiast met de spuitbus geweest. Flink remmen helpt wellicht. In de verte nadert Arabba. Wederom dient zich een Groundhog Day moment aan als ik in mijn verbeelding op de Tacx rijdend een ploegleiderswagen inhaal.
Corvara is de stad van de Maratona dles Dolomites, Ladinisch voor het Italiaanse Maratona delle Dolomiti of de Dolomietenmarathon in het Nederlands. Deze 140 kilometer lange granfondo met 4000 hoogtemeters wordt in het algemeen gezien als de mooiste binnen zijn genre. De Franse evenknie - la Marmotte - als de bekendste en de Oostenrijkse Ötztaler Radmarathon als de zwaarste. Eén van de redenen dat de Maratona de mooiste wordt genoemd is het feit dat de wedstrijd annex toertocht geheel autovrij is. Ook wordt de Maratona op de RAI rechtstreeks uitgezonden. Onder meer Marzio Bruseghin is een van de winnaars van deze sinds 1987 georganiseerde wedstrijd. Andere opvallende winnaars zijn de Nederlander Michel Snel en Stefano Cecchini, zoon van de beroemde wielertrainer Luigi Cecchini. De Passo di Campolongo - Jù de Ciaulunch in het Ladinish - is de eerste en vijfde van de zeven cols die in de Maratona zijn opgenomen. De wedstrijd begint en eindigt overigens ook in Corvara, zodat deze met recht de stad van de ronde mag worden genoemd.
De grens tussen de Italiaanse regio’s Veneto en Trentino - Alto Adige ligt boven op de 1875 meter hoge Campolongo. De passo en Corvara zijn belangrijke wintersportplaatsen in de Dolomieten. Het op 1500 meter hoogte gelegen Corvara heeft veel hotels en restaurants. In 1930 werd hier één van de eerste skischolen in Italië opgericht. Een andere primeur heeft het in 1947, toen hier de eerste stoeltjeslift van Italië werd aangelegd.
Veertien maal wordt de Campolongo in de Giro beklommen. De eerste keer dat deze passo in de Giro wordt aangedaan is in 1958. De Belg Jean Brankart komt als eerste boven. Voor Nederland is het jaar 1989 belangrijk. De Nederlander Erik Breukink, rijdend voor de Panasonic-ploeg van ploegleider Peter Post, gaat de eerste Nederlandse man worden die de Giro op zijn naam mag schrijven. Al na de achtste etappe met finish op de Gran Sasso d’Italia rijdt Breukink in het roze. Slechts een dag dient hij het roze kleinood af te staan aan de Portugees Acacio da Silva maar maakt de leiderstrui in de tijdrit weer terug. Op de zware klim naar Tre Cime di Lavaredo strijdt en controleert Breukink de wedstrijd. Met nog twee tijdritten (Breukinks specialiteit) en enkele bergetappes in het vooruitzicht hoeft De Breuk niemand te vrezen. Toch gaat het mis. De volgende dag al. Het zijn ijskoude en natte omstandigheden in de Dolomieten. Omstandigheden waar je je tegen moet kleden en goed moet blijven eten. Het is ook de koninginnenrit over de Giau, Fedaia, Pordoi en de Campolongo. Aanvankelijk kunnen Breukinks tegenstanders hem niet in de problemen brengen. Maar op de Campolongo gaat het finaal mis. De machine hapert. ‘Ik reed gewoon goed, de hele dag, over de eerste vier cols heen. Fignon, Roche en Hampsten kregen me niet stuk. Maar toen tijdens de vijfde en laatste beklimming voelde ik het langzaam komen en ineens stond mijn motor zonder benzine.’ Een hongerklop dus. Breukink moet zijn concurrenten laten gaan en zwalkt zelfs tijdens de afdaling naar de finish in Corvara. Ploegleider Post is buiten zinnen van woede. ‘Het is een joekel van een fout, een blunder. Zeker voor een kopman die de verantwoording heeft voor een hele ploeg,’ schreeuwt de Amstelvener die na Zoetemelks overwinning in de Tour van ‘80 zijn tweede overwinning in een grote ronde in rook ziet opgaan. Het vertrouwen tussen Breukink en Post is geknapt en komt niet meer goed. Breukink wordt uiteindelijk vierde in de Giro, achter winnaar Fignon en verruilt Panasonic voor PDM. Met dit team wordt Breukink derde in de Tour van 1990 achter winnaar LeMond en runner-up Chiappucci.
Giro 2023: Davide Gabburo
Giro 2016: Rubén Plaza
Giro 2007: Fortunato Baliani
Giro 2002: Julio Alberto Pérez Cuapio
Giro 1997: Chepe González
Giro 1993: Claudio Chiappucci
Giro 1992: Giuseppe Calcaterra
Giro 1989: Flavio Giupponi
Giro 1986: Pedro Muñoz
Giro 1984: Flavio Zappi
Giro 1984: Laurent Fignon
Giro 1983: Faustino Rupérez
Giro 1983: Alessandro Paganessi
Giro 1970: Martin Van den Bossche
Giro 1969: Michele Dancelli
Giro 1958: Jean Brankart
Giro 1954: (no ranking)
Giro 1950: (no ranking)
Giro 1949: (no ranking)