Campo Felice
~ Abruzzo ~
Campo Felice
~ Abruzzo ~
Lengte: 30,4 kilometer
Hoogte: 1,689 meter
Hoogteverschil: 1.279 meter
Gemiddelde stijging: 2,4%
Maximale stijging: 19%
Beoordeling: 3/5
Zoals er meerdere wegen naar Rome leiden, zo kent ook de Campo Felice nabij L'Aquila er velen: vijf in totaal. Als je van plan bent de Campo te bereiken, kun je er direct twee schrappen. Allereerst de SS 696 vanuit westelijke richting, die begint op de snelweg — wat uit veiligheidsoverwegingen niet erg raadzaam is op de fiets. De tweede afvaller is de SS 584: een lange, vrij saaie en drukke weg vanuit L'Aquila.
De SS 5, eveneens vanuit L'Aquila, is wél een prachtige slingerweg langs de rand van de bergtoppen van het massief waar de Campo toe behoort. Het enige nadeel is dat je de hoogvlakte enkel kunt bereiken door op de top een lange tunnel te doorkruisen; verlichting is hier dus absoluut noodzakelijk.
De meest aanbevolen route is echter de SR 615 vanuit L'Aquila, de hoofdstad van de regio Abruzzen. Deze weg slingert direct omhoog door kreupelhout en lage eiken. 's Zomers kan het hier bloedheet zijn, aangezien L'Aquila in een kom ligt, ingeklemd tussen de hoge toppen van de Apennijnen. Aan het einde van de SR 615, voorbij het dorpje Colle di Roio, sla je rechtsaf de SP 35 op richting Santa Rufina di Roio.
Vervolgens stijgt de Via Collicigliu gestaag door een semi-woestijnachtig landschap vol lage begroeiing en rotspartijen. Op een hoogte van bijna 1.000 meter — bij een opvallende rotsformatie die door weer en wind rond is geërodeerd — volgt een korte afdaling, een korte klim en wederom een afdaling. Na een scherpe bocht naar rechts begint een langere klim met verkoelende schaduw van bomen aan de linkerzijde, terwijl je rechts geniet van een fraai uitzicht op het dal en de steile berghellingen.
Bij het bergdorpje Lucoli Alto is het gedaan met de rust. Je daalt voor de laatste keer af en draait de eerder genoemde, wat saaie SS 584 op voor de laatste zes kilometer naar de top. Op ruim een kilometer van het slot passeer je — als laatste teken van beschaving — een grotendeels uit hout opgetrokken skidorp. De pasovergang komt al snel in zicht, al kan de wind op dit onbeschutte gedeelte een flinke rol van betekenis spelen.
Het echte klimwerk eindigt in een uit de rotsen gehouwen passage, waarna de vriendelijke hoogvlakte zich voor de overwinnaar openbaart. De gelijkenis met de Gran Sasso is treffend: een uitgestrekte grasvlakte op 1.500 meter hoogte, omgeven door bergtoppen (die overigens net wat minder imposant zijn dan die van de Gran Sasso). Het decor doet denken aan een scène uit een klassieke western.
Het eindpunt is een voormalig mijnbedrijf dat is omgevormd tot restaurant. Bij een grote rotonde voegt de SS 696 zich bij de weg. Deze leidt vlak voor een lange, verlichte tunnel naar het onverharde gedeelte richting het Chalet del Bosco — meteen het zwaarste stuk van de hele beklimming. Omdat dit een eenrichtingsweg is, moet je in omgekeerde richting terugrijden om via de tunnel naar het toeristische gedeelte van de Campo te koersen: Rocca di Cambio. Van daaruit kun je via de 'andere kant van de berg' weer afdalen naar L'Aquila.
Campo Felice ligt op een hoogvlakte in de centrale Apennijnen, in de provincie L'Aquila. De komvormige hoogvlakte bevindt zich op ongeveer 1.500 meter boven zeeniveau. Het panorama wordt gedomineerd door de toppen van de Monti di Campo Felice, waaronder de Monte Orsello (2.043 m), de Monte Puzzillo (2.174 m) en de Monte Cefalone (2.145 m). De schaarse vegetatie op de beklimming bestaat voornamelijk uit beukenbossen op de hellingen van de omliggende bergen.
In de winter kan de temperatuur hier dalen tot -30 °C; in februari werd er zelfs ooit een recordwaarde van -33 °C gemeten. Door de besloten ligging tussen de bergen is het er vaak windstil. Deze combinatie van lage temperaturen, beschutting en overvloedige sneeuwval maakt Campo Felice tot een van de belangrijkste wintersportgebieden van Centraal-Italië. De geschiedenis van het skioord is nauw verbonden met de omliggende dorpen Lucoli, Rocca di Cambio en Rocca di Mezzo. Het complex werd in de jaren zestig uitgedacht door de toenmalige burgemeester van Rocca di Cambio en telt inmiddels meer dan dertig kilometer aan pistes, uitgerust met sneeuwkanonnen en verlichte avondpistes. In de zomer verandert het gebied in een uitgestrekte grasvlakte waar runderen grazen. Ook herbergt de hoogvlakte enkele oude, open mijnen waar vroeger bauxiet werd gedolven.
In de directe nabijheid ligt L'Aquila, de hoofdstad van de regio Abruzzen. L'Aquila betekent 'de adelaar' in het Italiaans, een symbool dat ook terug te vinden is in het stadswapen. De in de dertiende eeuw gestichte stad staat bekend om haar middeleeuwse stadsmuur en de Dom van L'Aquila. Deze kathedraal is in de loop der eeuwen herhaaldelijk beschadigd door zware aardbevingen, waarvan de verwoestende aardbeving van 2009 de meest recente is.
Eveneens vlak bij de Campo ligt de gemeente Lucoli, bekend om de vijftiende-eeuwse abdij van San Giovanni Battista en de landelijke kerk van San Michele in Lucoli Alto. In het nabijgelegen Rocca di Cambio staat nog een toren van het oorspronkelijke middeleeuwse kasteel, met daarbovenop de kerk van Santa Maria Assunta. Net buiten dit dorp bevindt zich de dertiende-eeuwse abdij van Santa Lucia, die vermaard is om haar kostbare fresco's.
In de lente van 2021 maakt de Campo Felice via de oostzijde haar officiële debuut in de Giro d’Italia. Weliswaar werd er al vier keer eerder gefinisht in het nabijgelegen Rocca di Cambio — met name in de jaren zestig een populaire aankomstplaats, getuige de zeges van Luciano Galbo (1965), Rudi Altig (1966) en Luis Pedro Santamarina (1968). Pas in 2012 keerde de Giro er terug. Destijds drukte Paolo Tiralongo — tegenwoordig trainer van onder meer Vincenzo Nibali — zijn wiel als eerste over de streep, daags na de etappe over de Montelupone.
De negende etappe van de Giro 2021 start in Castel di Sangro, aan de voet van de Roccaraso, en leidt via het Lago di Barrea over de Passo Godi en de Forca Caruso richting de Campo Felice. Eenmaal op de hoogvlakte aangekomen wachten de renners nog geen rust: de organisatie stuurt het peloton een twee kilometer lang onverhard 'geitenpad' op, met stijgingspercentages rond de tien procent. Spettacolo garantito!
Enigszins teleurgesteld staat Koen Bouwman na afloop de pers te woord. "Het was alsof er een sneltrein voorbijraasde in die laatste steile, onverharde kilometers." "Je zou er bijna een verkoudheid van oplopen," sneert wielercommentator Karsten Kroon — refererend aan de duizelingwekkende snelheid waarmee Egan Bernal voorbij de zwoegende Nederlander stoof.
Even verderop reageert de Colombiaanse ritwinnaar beduidend frisser voor de camera's. "Ik kan nog steeds niet geloven wat er zojuist is gebeurd," glundert Bernal. "Ik win hier mijn allereerste rit in een grote ronde." Een opmerkelijke mijlpaal, want zelfs tijdens zijn gewonnen Tour de France van 2019 wist de rasklimmer geen individuele etappe op zijn naam te schrijven (de ingekorte rit naar Tignes werd destijds immers officieel niet aan hem toegewezen). De weg richting deze Giro was voor de Colombiaan overigens bezaaid met obstakels: "Ik heb ontzettend veel moeten opofferen om hier nu te staan, zeker na de fysieke tegenslagen in de Tour van vorig jaar. Daarom ben ik intens gelukkig," doelt hij op zijn slepende rugblessure. "Ik voelde me goed, maar wist niet of de dagzege erin zat. M'n ploeggenoten gaven me echter het volste vertrouwen en namen hun verantwoordelijkheid. Deze overwinning is dan ook voor het hele team."
Giro 2021: Egan Bernal