Passo del Bocco
~ Liguria ~
Passo del Bocco
~ Liguria ~
Lengte: 14,4 kilometer
Hoogte: 956 meter
Hoogteverschil: 858 meter
Gemiddelde stijging: 6%
Maximale stijging: 9%
Beoordeling: 2/5
'Waar was je toen je hoorde dat Kennedy was vermoord of toen Armstrong op de maan landde?' Zouden dit de meest gestelde vragen uit de vorige eeuw zijn? Met mijn vijftig lentes jong heb ik deze vragen nimmer gesteld dan wel beantwoord. Waar was ik toen Fabio Casartelli het leven liet? En Wouter Weylandt? Ongelukken, blessures, valpartijen. Ze horen bij de sport in het algemeen en qua valpartijen bij het wielrennen in het bijzonder. Vaak 'zonder erg' zoals onze Vlaamse vrienden het verwoorden. In de zomer van 1995 verbleef ik in het huis van mijn toenmalige vriendin. Ouders op vakantie en zij aan het werk. Buiten regent het. Binnen staat de Tour de France aan. Aandachtig volg ik de etappe als de gruwelijke beelden van gevallen renners op de beeldbuis verschijnen. Een Motorola renner ligt er in de zeer gevaarlijke afdaling van de Portet d’Aspet slecht bij. Bloed ligt op straat bij het bewegingsloze lichaam. Het is de Olympisch kampioen van Barcelona - de Italiaan Fabio Casartelli. Spoedig wordt de schrik bevestigd - de Italiaan is om het leven gekomen. Een huilende Chiappucci. Het schaamteloze juichen van Virenque (‘ik wist van niets’) en een kapotgaande Breukink na de finish.
Zestien jaar later. Het is een maandag in mei. De derde etappe van de Giro. Fan als ik van Italië en haar ronde ben, schakel ik trouw in bij onze zuiderburen. De beelden tonen de afzink van het peloton van de Passo del Bocco nabij Genua als Radio Corsa inbreekt en melding maakt van een valpartij van een Quickstep renner. De commentatoren houden hun hart vast. Even later volgt het inktzwarte verdict: nummer 102 Wouter Weylandt is zwaar ten val gekomen. Toegesnelde hulp mag niet meer baten. De vriendelijke Vlaming is overleden. De beelden van Casartelli kruipen weer terug in mijn kop. Zwaar terneergeslagen arriveer ik bij mijn toenmalige vriendin. Speelt het overlijden een rol in mijn beslissing om de relatie te verbreken? Het lijkt me nog steeds sterk. Er breekt voor mij echter een nieuw leven aan, terwijl het leven van de ander bruusk tot een definitief halt is gekomen.
Tien jaar later in mijn nieuwe leven zet mijn partner mij af aan de voet van de Bocco. We zijn op weg naar Varazze - een havenstad ten westen van Genua - maar de mogelijkheid een col van de lijst te doen, sla ik niet af. De eerste hellende meters leg ik af in Borgonove Ligure. Spanning maakt zich van mij meester; ga ik de plek van het afschuwelijke ongeluk terugvinden? Enkele jaren geleden hetzelfde; op zoek naar de plek des onheils op de flanken van de Aspet. Destijds eenvoudig te vinden door een enorm beeldhouwwerk. Vandaag is het niet anders. Je kunt er simpelweg niet omheen. Plakkaten aan de muur. Ik sta erbij stil en overdenk en overpeins en slik. Na enkele minuten fiets ik onder de indruk verder. Het contrast kan niet groter zijn als ik in een bocht nabij een dorpje feestvierende mensen zie. Dood en muziek. Weten zij veel? De beklimming van de Bocco is een eenvoudige met af en toe mooie vergezichten. Boven wachten vrouw en kind op hun man/vader; Weylandts vrouw en kind zullen nooit meer mogen wachten.
De Passo del Bocco verbindt Emilia-Romagna met Liguria. De regionale grens valt niet precies samen met de pas. Deze ligt een paar meter ten noorden van de pas. In feite markeert de bergrug de grens tussen de metropool Genua en de provincie Parma. De weg over de Bocco is de kortste en oudste manier om vanuit de Parmezaanse heuvels de Ligurische zee te bereiken. Hierdoor zijn de Emiliaanse plaatsen in de Taro-vallei nog steeds cultureel en sociaal verbonden met de oostelijke Ligurische valleien.
Het toevluchtsoord Antonio Devoto is tegenwoordig een restaurant en referentiepunt voor reizigers en wandelaars. Achter de schuilplaats staat een monument voor Balilla (Giovan Battista Perasso - een Italiaanse patriot van het achttiende-eeuwse Genua), ter nagedachtenis aan de veldslagen die plaatsvonden in de 18e eeuw tussen de Oostenrijkse troepen en de opstandelingen van de Republiek Genua. Het gebouw werd in 1933 gebouwd ter nagedachtenis aan de weldoener Antonio Devoto om er honderden kinderen in te huisvesten. Vervolgens werd het in de jaren zestig een herstelcentrum voor patiënten met luchtwegaandoeningen en tot slot voor drugsverslaafden. Momenteel is het gebouw verlaten.
De Giro d’Italia van 1994 kent tegen het einde van de ronde een tijdrit met daarin de Passo del Bocco. Dat Evgeni Berzin de ronde wint, mag enigszins verrassend worden genoemd. Zijn tegenstrevers waren niet de minsten: Indurain, Chiappucci, Bugno, Tonkov. Zij speelden weliswaar een rol van zekere importantie. Belangrijker was dat de Italiaanse tifosi de ontbolstering van een nieuwe nationale held zagen, die het hart en de benen van Coppi scheen te hebben. In de veertiende etappe met onderweg een aantal serieuze beklimmingen zoals de Furcia, Erbe en de Montegiove kreeg de renner van Carrera eindelijk toestemming van ploeggenoot Chiappucci om te gaan. Marco Pantani (13 januari 1970 te Rimini), die zich op 6 minuten en 28 seconden op de tiende plaats in het algemene klassement bevindt, schiet weg en passeert alle ontsnapte renners. Gianni Bugno zet zijn team aan het werk in de achtervolging van Pantani, die nog bijna een solo van 30 kilometer moet rijden. Pantani wint de etappe met 40 seconden voorsprong op de roze trui groep onder leiding van Bugno en Chiappucci.
De volgende dag is nog vele malen moeilijker, met de noordkant van de Stelvio, de Mortirolo en de Santa Cristina op het programma. Het sneeuwt op de top van de Stelvio en er is sprake van enige discussie over het afgelasten van de klim, maar de organisatoren besluiten de gok te wagen. Tussen muren van sneeuw nemen de renners de Stelvio. De klassementsmannen blijven bij elkaar.
Op de Mortirolo vormt zich een kleine groep met Berzin, Pantani en de las Cuevas achter een paar andere avonturiers. Al snel vertrekt Pantani en is weg. Berzin probeert nog bij hem te blijven, maar realiseert al snel de dwaasheid van zijn poging. Pantani vliegt langs alle ontsnapte renners die voor hem hadden gezeten en bereikt solo de top van de Mortirolo. Achter hem laat liet Induráin de anderen, inclusief Berzin, achter en gaat op zoek naar de ontketende Pantani. Pantani’s beklimming van de Mortirolo is indrukwekkende. Het vorige klimrecord was van Chioccioli's met 15,595 kilometer per uur in de Giro van 1991. Pantani verbreekt het record met een snelheid van bijna 17 kilometer per uur. Pantani staat nu slechts op 1,38 minuut van de roze trui van Berzin. Dan breekt de achttiende etappe aan; de laatste tijdrit. Een heuvelklim van 35 kilometer die vertrekt vanuit de Ligurische kustplaats Chiavari en finisht boven op de Passo del Bocco. Berzin is hersteld van zijn zware dagen in de Dolomieten, wint de chrono en verstevigt zijn leidende positie in het algemene klassement. Induráin was onder getraind naar de Giro gekomen en zijn tweede plaats tijdens de tijdrit lijkt erop te wijzen dat hij zichzelf in een steeds betere conditie rijdt. De Spanjaard staat op de derde plek met Pantani een plaats boven hem. Ondanks vuurwerk in de laatste etappes in de Italiaanse en Franse Alpen verandert er niets meer in het klassement. In de zomer zal Indurain wederom de Tour winnen. Pantani stunt vier jaar later met winst in zowel de Giro als de Tour.
Giro 2022: Bauke Mollema
Giro 2011: Gianluca Brambilla
Giro 2004: Steve Zampieri
Giro 1994: tijdrit
Giro 1991: Acacio da Silva
Giro 1987: Robert Millar
Giro 1966: Flaviano Vicentini
Giro 1956: Federico Bahamontes