Blockhaus
~ Abruzzo ~
Blockhaus
~ Abruzzo ~
Lengte: 27,2 kilometer
Hoogte: 2.068 meter
Hoogteverschil: 1.775 meter
Gemiddelde stijging: 6,5%
Maximale stijging: 9%
Beoordeling: 4/5
De beklimming van de Blockhaus kent drie routes, waarvan er twee starten in het noordelijker gelegen stadje Scafa. De derde beklimming begint in Fara Filiorum Petri. Dat is de route die ik vandaag neem. Wel start ik wat verderop, in het bergdorp Pretoro dat typerend voor de regio Abruzzen tegen de berg is gebouwd. Vanuit hier kun je de SS614 nemen naar Passo Lanciano, maar leuker is om halverwege het dorp linksaf te slaan — de SS614 te laten voor wat hij is — en Pretoro in te rijden. De weg stijgt direct tot tien procent en slingert zich door de bebouwing omhoog. Buiten het dorp blijft het flink steil en kruip je omhoog door een bosrijk gebied. Na ongeveer twee kilometer bereik je opnieuw de SS614. Wat volgt is een fraaie, schaduwrijke klim van acht kilometer met een gemiddelde stijging van zeven procent naar de Passo Lanciano.
Vandaag mag ik van geluk spreken: het is zwaar bewolkt, vochtig en koel voor de tijd van het jaar. Uitgelezen omstandigheden om lekker te klimmen. Wat mijn moraal nog meer ten goede komt is het gebrek — in tegenstelling tot de Terminillo van afgelopen zondag — aan motorrijders en ander voorbijzoevend ongedierte. Ongemerkt houd ik een flink tempo aan. De wattagemeter schommelt tussen de 280 en 300 watt. Ik ben verbaasd. Lange klims zijn normaliter niet aan mij besteed. Althans, dat dacht ik altijd. Wat mogelijk helpt is de afstelling van mijn zadel: dat heb ik enkele dagen geleden wat naar voren gezet, waardoor de belasting op mijn onderrugspieren lijkt af te nemen.
Terug naar de fraaie en bosrijke beklimming van de Blockhaus. Een afwisselend decor van beuken, dennen en andere schaduwrijke groeiers trekt aan me voorbij, af en toe afgewisseld met een weids venster op de Adriatische Zee. Spoedig nader ik de eerste huizen van de Passo Lanciano, gelegen op een hoogte van 1250 meter. Hier vlakt de weg af en neem ik de tijd voor een korte pauze.
Het ultieme hoofdstuk van het boek Blockhaus begint nu. Twee van de drie beklimmingen zijn samengekomen en gaan op zoek naar de 'derde musketier'. Na een wederom prachtig bosrijk stuk arriveer ik op een winderige, groene vlakte op 1650 meter hoogte. In de verte doemen de roze contouren van Albergo Mamma Rosa op. Daar is de derde beklimming! Het wegdek is hier overigens — in tegenstelling tot het eerdere deel — een regelrechte ramp. Zelfs onze Waalse vrienden zouden zich hiervoor schamen. Maar ter verdediging: dit wegdek is gedurende het hele jaar onderhevig aan heftige temperatuurschommelingen en wisselende meteorologische omstandigheden.
Wat een uitzicht op de kuststrook van de Abruzzen heb je in de vele bochten! Op de groene flanken van de Blockhaus grazen kuddes schapen, bijeengehouden door hun herder en zijn honden. De top nadert; de zendmasten worden groter en groter. Nog even en ik kan me meten met de grootsten uit de Giro; allen hebben we de top gehaald. Zij met dubbele snelheid overigens — verschil moet er immers zijn. Een open plek te midden van de zendmasten: Arrivato.
Voor wie nog even verder wil genieten: rijd hierna nog twee kilometer door. Het lijkt op een veredeld geitenpad, maar wordt later bij vlagen beter. Waarom je moet doorrijden? Drie redenen: de majestueuze kammen van het Majellagebergte, het monument van de Blockhaus (een echt Kodak-momentje) en aan het einde van de weg het kapelletje van de Madonnina della Blockhaus (Madonna della Neve).
De Blockhaus della Maiella (Majella) maakt deel uit van het Parco Nazionale della Maiella. In dit 628 vierkante kilometer grote park komen meer dan 150 diersoorten voor, waaronder beren, wolven en gemzen. De Maiella is het op één na hoogste deel van de Apennijnen, met de 2793 meter hoge Monte Amaro als absoluut hoogste punt. Het gebergte, en dus ook de Blockhaus, bestaat voornamelijk uit kalksteen. Miljoenen jaren geleden bevond de huidige top zich als koraaleiland onder de waterspiegel van de tropische zeeën. Door de botsing van de Afrikaanse en Europese tektonische platen zijn onder meer de Apennijnen ontstaan. Het oorspronkelijke koraal werd onder invloed van erosie afgebroken en afgevlakt tot de huidige, 2145 meter hoge top van de Blockhaus.
De Duitse benaming 'Blockhaus' is ontstaan tijdens de Habsburgse overheersing in het zuiden van Italië. In deze regio werden meerdere Blockhausen (stenen fortificaties) gebouwd om de bevolking te beschermen tegen banditisme. Tijdens de Tweede Wereldoorlog deed de Blockhaus dienst als controlepost voor de Duitse Wehrmacht. Mogelijk waren zij vanuit hier betrokken bij de bevrijding van Mussolini, die op het noordelijker gelegen Campo Imperatore op de Gran Sasso gevangen werd gehouden.
Nabij de top staat de kleine kapel van de Madonnina del Blockhaus (Madonna della Neve). Het beeld van de Madonna is gemaakt van sneeuwwit Majellasteen en werd ontworpen door de jonge beeldhouwer Antonello Palmerio.
“Belgische sprinter wint in de bergen,” kopte La Gazzetta dello Sport in 1967, nadat de Belg Eddy Merckx alle favorieten voor de dagzege op de Blockhaus het nakijken had gegeven. Ondanks twee overwinningen in Milaan-San Remo waren de Italiaanse pers en de tifosi (de Italiaanse wielrenfans) nog niet bepaald onder de indruk van de Belg. Toevalstreffers, zo luidde het oordeel. Het bleek de aanloop te zijn naar de carrière van de grootste wielrenner aller tijden.
Na een decennium van een grotendeels nationaal isolement staat er dat jaar een sterk en internationaal deelnemersveld aan de start van de 50ste Ronde van Italië. Deze editie is tot op heden de enige waarin twee toekomstige (Merckx en Gimondi) en één toenmalige winnaar (Anquetil) van alle drie de grote rondes (Giro, Tour, Vuelta) samen in het peloton reden. Andere grote namen aan de start in het noordelijk gelegen Treviglio waren Bitossi, Motta, Altig, Bracke, Van Looy, Adorni en Pingeon. Ook wereldkampioenen uit het verleden en de toekomst gaven acte de présence, zoals Basso, Stablinski en Ottenbros. Giro-directeur Torriani wreef zich van opperste tevredenheid in de handen.
Het enige smetje was de start van de ronde. Torriani had in al zijn vooruitstrevendheid een nachtelijke start door Milaan bedacht. Dit plan kon door een anti-Vietnamprotest echter geen doorgang vinden, waardoor de start kilometers naar het noorden werd verlegd.
Na de eerste vijf etappes verlaat het Giro-peloton per boot vanuit Napels het vaste land van Italië om enkele etappes op Sicilië te rijden. Etappe zeven, met aankomst op de Etna, wordt gewonnen door Franco Bitossi. Merckx, Gimondi en Anquetil volgen op slechts enkele seconden. Nadat de renners weer vasteland onder de wielen krijgen, doet het peloton in etappe twaalf de zware beklimming naar de Blockhaus aan. Aan de voet daarvan hebben de coureurs al zeven uur in het zadel doorgebracht. Na drie eerdere beklimmingen rijden de favorieten voor de eindzege in een strak tempo de slotklim op.
Op twee kilometer van de streep versnelt Zilioli. Alleen Eddy Merckx kan de ontketende Italiaan volgen. Voor de jonge Merckx — die debuteert in een grote ronde — zijn de bergen nog onbekend terrein. Hij verkeert in grote onwetendheid over hoe zijn lichaam zal reageren op een drie weken durende uitputtingsslag en hoe hij de zware Italiaanse cols zal verteren. Vandaag gaat het echter crescendo. Na een kilometer in het wiel van Zilioli te hebben gezeten, versnelt Merckx. Hij laat de Italiaan achter en pakt zijn eerste van in totaal 65 etappeoverwinningen in de grote rondes.
Deze Ronde van Italië wordt uiteindelijk, na veel strijd, gewonnen door Felice Gimondi, met Jacques Anquetil op de derde plaats. Merckx sluit zijn eerste Giro af op een knappe negende plek. Een jaar later keert hij terug om de eerste van zijn vijf eindoverwinningen op te eisen.
Giro 2026: Jonas Vingegaard
Giro 2022: Jai Hindley
Giro 2017: Nairo Quintana
Giro 2009: Franco Pellizotti
Giro 1992: Leonardo Sierra
Giro 1984: Moreno Argentin
Giro 1973: José Manuel Fuente
Giro 1972: José Manuel Fuente
Giro 1970: Martin Van den Bossche
Giro 1969: Michele Dancelli
Giro 1968: Franco Bodrero
Giro 1967: Eddy Merckx