Arcu Correboi
~ Sardegna ~
Arcu Correboi
~ Sardegna ~
Lengte: 37 kilometer
Hoogte: 1.249 meter
Hoogteverschil: 712 meter
Gemiddelde stijging: 3,8%
Maximale stijging: 9%
Beoordeling: 2/5
Wat is de overeenkomst tussen Tanzania en de Arcu Correboi? Ik hoor je al denken: ‘Dit is toch geen plek voor flauwe grappen?’ Nou, toch wel een beetje. Samen met mijn reisgenoot voor de dag, Patrick, zie ik landschappen voorbijtrekken die verbazingwekkend veel aan Tanzania doen denken.
Na het ontbijt laden we de fietsen achter op mijn auto. We laten camping La Pineta aan de Tyrreense kust achter ons en zetten koers naar het bergdorp Lanusei. Daar parkeren we in iets wat moet doorgaan voor een parkeergarage. Direct na vertrek dwalen we even door de steegjes van Lanusei alvorens we de juiste weg omhoog vinden. Vanaf hier is het nog een kleine veertig kilometer naar de top.
Het traject waar we nu op rijden, is het eerste van de drie delen van de Arcu Correboi: een vijf kilometer lange, slingerende weg die qua vegetatie niet onderdoet voor de Alpen. Daarna verlaten we de vrij drukke hoofdweg voor vijf korte klimmetjes die ons telkens een etage hoger brengen.
Het is in dit gedeelte dat de Tanzaniaanse vergelijking door ons hoofd schiet: kale vlaktes met paraplubomen waaronder het vee staat te grazen als waren het zebra’s op de savanne. Wilde varkens knorren en grommen in het kreupelhout, terwijl geiten en schapen op de dorre, met grote stenen bezaaide hellingen zoeken naar het laatste plukje fris groen.
Na anderhalf uur klimmen bereiken we een hoogte van bijna 900 meter. Hier wordt het wegdek serieus slecht, met flinke gaten en steenslag. We hopen allebei vurig niet lek te rijden — een lot dat ons gelukkig bespaard blijft. Bij de laatste afslag negeren we de grote weg en de tunnel, want die wil je als fietser absoluut vermijden (en het is er bovendien verboden).
Voor ons stijgt de weg naar de top, die in de verte al zichtbaar is. Nergens wordt het echt steil, maar de laatste acht kilometer voelen toch behoorlijk lang. De zon trekt zich langzaam terug achter een steeds dikker wordend wolkendek. Het zal toch niet gaan regenen?
Een half uur later komen we aan op de tochtige top. We eten wat en dalen vervolgens via dezelfde weg weer af naar Lanusei. Daar aangekomen kunnen we de auto nergens meer vinden... Gelukkig is Patrick zo slim geweest om zijn rit alvast op te slaan, zodat we via Strava het begin van onze route — en dus onze auto — snel weer hebben getraceerd.
Startpunt Lanusei is een dorp in het oosten van Sardegna, gelegen in de historische regio Ogliastra. Tot op de dag van vandaag geldt Ogliastra als een van de meest authentieke streken van het eiland — een plek waar de traditionele herderscultuur, karakteristieke bergdorpen en een diepe band met het landschap bewaard zijn gebleven.
Historisch gezien was Ogliastra vrij geïsoleerd. Aan de ene kant ingesloten door de Tyrreense Zee en aan de andere kant door het ruige Gennargentu-massief, was het gebied lange tijd moeilijk toegankelijk. Juist die isolatie droeg bij aan het ontstaan van een sterke eigen identiteit, met unieke lokale gebruiken, dialecten en sociale structuren die zich grotendeels onafhankelijk van de rest van het eiland ontwikkelden.
Lanusei ligt op een hoogvlakte iets landinwaarts en kijkt uit over diepe valleien en beboste hellingen. Door deze hoge ligging heeft het dorp een koeler en winderiger klimaat dan de kustplaatsen, wat het al in de negentiende eeuw tot een geliefd zomerverblijf maakte. Lanusei heeft een rustig, uitgesproken Sardisch karakter met smalle steegjes en traditionele huizen. Tegelijkertijd fungeert het als het administratieve en culturele hart voor de omliggende dorpen.
Niet ver van het dorp ligt de Passo Arcu Correboi, een bergpas die een cruciale natuurlijke doorgang vormt door het binnenland. De pas slingert door een ruig en dunbevolkt gebied vol bossen, rotsachtige hellingen en open hoogvlaktes. Al eeuwenlang dient de Arcu Correboi als verbindingsroute — ooit voor herders met hun vee, later voor handelaren die de oostkust met het centrale bergland verbonden. Het landschap is er indrukwekkend stil, met uitgestrekte vergezichten en een alomwezige wilde natuur.
De pas maakt deel uit van het Gennargentu-massief, het grootste en meest onherbergzame gebergte van Sardinië. Dit gebergte vormt het hart van het eiland en wordt gekenmerkt door hoge plateaus, diepe kloven en glooiende toppen die 's winters soms met sneeuw bedekt zijn. Geologisch gezien is het Gennargentu stokoud. Het heeft een hard en sober landschap voortgebracht dat verrassend rijk is aan biodiversiteit — en dat tot op de dag van vandaag het ritme bepaalt van de lokale herderscultuur.
Gezien de verregaande staat van het afbrokkelende asfalt lijkt het mij zeer onwaarschijnlijk dat de Giro-karavaan ooit over de Arcu Correboi zal trekken. Een doorkomst door de lager gelegen tunnel biedt een veel realistischer alternatief om van het westen naar het oosten van Sardegna te rijden.
Het ontbreken van een rijke Giro-historie op deze specifieke pas biedt echter wel de kans om het verleden van de Giro di Sardegna onder de loep te nemen. De Giro di Sardegna was een meerdaagse professionele wielerwedstrijd die in het huidige millennium deel uitmaakte van de UCI Europe Tour met een 2.1-status, wat betekende dat zowel WorldTour-teams als professionele continentale ploegen mochten starten.
De wedstrijd werd voor het eerst georganiseerd in 1958 en kende een lange, maar grillige geschiedenis. Door de jaren heen werd de ronde meerdere keren onderbroken, voornamelijk vanwege financiële en organisatorische problemen. Zo werd de koers lange tijd niet verreden tussen 1984 en 1995, en opnieuw niet in de periode van 1998 tot 2008. Ondanks deze onderbrekingen wist de wedstrijd een sterke reputatie op te bouwen, mede dankzij de deelname én overwinningen van grote namen uit het wielrennen. Tot de meest opvallende winnaars behoort uiteraard Eddy Merckx, die met vier eindoverwinningen alleen recordhouder is. Ook andere wielerlegendes, zoals Jacques Anquetil en Rik Van Looy, wisten de ronde op hun naam te schrijven.
In de editie van 2011 speelde de koers een rol in de definitieve doorbraak van de Slowaak Peter Sagan, die er een van zijn eerste eindzeges in een etappekoers boekte. Deze editie bleek vooralsnog ook de laatste; plannen voor een vervolg in 2012 gingen niet door en sindsdien verdween de koers van de internationale wielerkalender. Er gloort echter een hergeboorte aan de horizon: in 2026 zal de Giro di Sardegna opnieuw worden verreden.
Voorheen bestond de ronde doorgaans uit vier tot vijf etappes over het hele eiland. Het parcours kenmerkte zich door een afwisseling van vlakke ritten en heuvelachtig terrein, met relatief weinig zware bergetappes in vergelijking met grote rondes zoals de Giro d’Italia. De start- en finishplaatsen wisselden traditioneel per editie, waardoor steeds verschillende regio’s van Sardegna in de schijnwerpers kwamen te staan. Doordat de wedstrijd in februari of begin maart werd verreden, geldt zij als een belangrijke voorjaarskoers. Voor veel renners diende de ronde als een eerste test van de vorm en als voorbereiding op het klassieke voorjaar. Zowel ervaren klassementsrenners als jonge talenten grepen de koers aan om zich te tonen.
Hoewel de professionele Giro di Sardegna tot 2026 niet verreden werd, bleef de naam voortleven in recreatieve en amateurwielerevenementen op het eiland. Deze staan echter los van de oorspronkelijke UCI-wedstrijd. De professionele Giro di Sardegna blijft in het geheugen gegrift als een historische voorjaarskoers met een rijke traditie en een bijzondere plek in de Italiaanse wielerhistorie.