Passo di Croce Arcana
~ Toscana ~
Passo di Croce Arcana
~ Toscana ~
Lengte: 22,1 kilometer
Hoogte: 1.678 meter
Hoogteverschil: 1.266 meter
Gemiddelde stijging: 5,5%
Maximale stijging: 14%
Beoordeling: 5/5
Vanuit het Toscaanse dorp Cutigliano is de Croce Arcana een lange en pittige beklimming. Direct na de afslag van de route naar het skidorp Abetone begint de Arcana stevig: de stijgingspercentages in het eerste stuk schommelen rond de tien procent. Pas in het dorp zelf vlakt de weg wat af.
De daaropvolgende kilometers zijn wisselvallig qua steiltegraad. Dit deel van de col biedt prachtige vergezichten op de toppen van de Pistoiese Apennijnen. Na het dorpje Melo wordt de klim met zeven procent gemiddeld vrij regelmatig, terwijl de omgeving geleidelijk verandert van dennenbos in beukenbos. In het skidorp Doganaccia krijgen de benen even rust om te herstellen op een wat vlakker gedeelte.
Borden naar de top zijn hier echter niet of nauwelijks te vinden. Naast een grote schuur beginnen de zwaarste slotkilometers. De kwaliteit van het asfalt, die gedurende de hele klim al matig was, wordt hier ronduit slecht met een grove, hobbelige structuur. En dan houdt het asfalt plots helemaal op: de laatste kilometers zijn volledig onverhard. Een mountainbike (of gravelbike) is hier eigenlijk een must. Diepe kuilen in de bruine ondergrond, losse stenen en na een regenbui gigantische plassen maken de klim een beproeving. De stijgingspercentage maakt het er niet makkelijker op: gemiddeld meer dan tien procent.
Het uitzicht op de nabijgelegen toppen is daarentegen fenomenaal. De top vormt de grens tussen Toscana en Emilia-Romagna, en het waait er vrijwel altijd stevig. Bij helder weer zijn de Alpen in het noorden, de Monte Amiata in het zuiden én Corsica in het westen goed zichtbaar — een schitterende beloning voor de zware finale.
Na een lange rit vanaf ons verblijf ten zuiden van Firenze arriveer ik aan de voet van de Passo della Croce Arcana. Het is koud; de temperatuur ligt net boven het vriespunt, de rijp staat op het gras en er staat een gure wind. Ik besluit mijn dunne ondershirt om te wisselen voor een dikke winterversie — een keuze die geen overbodige luxe zal blijken.
Zodra de fiets uit de auto is gehaald en in elkaar is gezet, vertrek ik. Enigszins verblind door de laagstaande zon draai ik de eerste stijgende meters op. De weg naar de Croce Arcana klimt direct met tien procent omhoog richting het dorp Cutigliano. Mijn hartslag schiet meteen de hoogte in en ik trap me meteen voor het eerst op mijn adem. Gelukkig kan de motor in het dorp wat afkoelen doordat de weg er even afvlakt.
Het landschap verandert tijdens de klim in een snel tempo. Korte momenten met weidse blikken op de nabijgelegen toppen afgewisseld met dichte passages door verschillende soorten bos. Het wegdek is op sommige plekken schandelijk slecht, waardoor ik constant gefocust om de diepe gaten heen moet manoeuvreren. Dat belooft wat voor de afdaling straks...
Hoe hoger ik kom, des te blijer ik ben met mijn dikke thermoshirt. Vlak voor het skidorp Doganaccia houd ik even halt om mijn wind- en regenjack aan te trekken. De wind trekt hier flink aan en de gevallen herfstbladeren ritselen tegen mijn spaken. De zachte herfstkleuren en de aangename bosgeuren steken schril af tegen de snijdende kou.
Doganaccia is buiten het skiseizoen een waar spookdorp. Het enige geluid — afgezien van het gehuil van de wind — is het snerpende geluid van een kettingzaag. De boswachters die de herrie veroorzaken tref ik bij het uitrijden van het dorp. Op exact dat punt verandert het asfalt in strade bianche — of beter gezegd: een bruine-blubberzooi-met-stenen-en-gaten tegen elf procent.
Terwijl ik mezelf strak tegen de berg op worstel, ontvouwt zich onder mij een fantastisch schouwspel. Stoppen is op dit stijgingspercentage met deze ondergrond simpelweg geen optie. Vluchtige blikken op de diepte onder mij jagen mijn toch al hoge hartslag nog verder de hoogte in.
Eindelijk bereik ik de top. Een wind van Ventoux-formaat blaast me bijkans van de berg af en de temperatuur schommelt rond het vriespunt, maar het uitzicht doet alle pijn op slag vergeten. In het noorden zie ik over de uitgestrekte vlakte van Emilia-Romagna de besneeuwde toppen van de Alpen liggen — hemelsbreed driehonderd kilometer ver! Mijn blik zwenkt naar het zuiden, waar ik de 1700 meter hoge uitgedoofde vulkaan Monte Amiata ontwaar. Als een periscoop draai ik verder naar het westen. De zee... De Tyrreense Zee! En daarbinnen een bergelijk eiland in de verte. Er is maar één conclusie mogelijk: Corsica.
Overdonderd door dit visuele geweld zet ik de afdaling in. Mijn vingers omklemmen op het eerste stuk sterrata de remgrepen zo stevig dat mijn knokkels wit wegtrekken. Vrijwel de gehele afdaling tot aan de voet van de klim naar de Abetone blijft het opletten geblazen; even lekker de fiets laten lopen is er door het slechte wegdek en de vele blinde bochten niet bij. Eenmaal lager op de berg stijgt de temperatuur gelukkig weer, waardoor ik me eindelijk kan verlossen van mijn arm- en beenstukken. Op naar de beklimming van de Abetone.
Over de herkomst van de naam van de berg bestaat enige twijfel. Arcana betekent 'geheim' of 'mysterie', maar zou in deze context ook naar een 'boog' (arco) kunnen verwijzen. Al in de achtste eeuw na Christus is er sprake van deze bergpas, die voorheen bekendstond als de Passo dell'Alpe alla Croce. Destijds vormde het de grens tussen het rijk der Langobarden en het Byzantijnse Rijk. Vanaf de vijftiende eeuw fungeerde de pas als een belangrijke handelsroute die het rijke Toscane verbond met steden als Milaan, Venetië, Parijs en zelfs Vlaanderen. Dit verklaart ook de aanwezigheid van de vele hospices (oude herbergen en ziekenverblijven voor reizigers) op en rond de route.
Door de Kleine IJstijd — de pas schijnt destijds door de hevige kou en sneeuwval vaak wel zes maanden per jaar onbegaanbaar te zijn geweest — én de aanleg van de gemakkelijkere weg over de Abetone, verloor de Croce Arcana uiteindelijk haar strategische betekenis.
Pas in de jaren '50 van de vorige eeuw maakte de berg een plotselinge comeback. In de wintermaanden werd er rond het dorp Doganaccia volop geskied en er werd zelfs een heuse kabelbaan aangelegd vanuit Cutigliano tot vlak bij de top. In de zomer om het vee naar de bergweiden te vervoeren, en 's winters voor het 'skivee'.
Op de top staat tegenwoordig een oorlogsmonument ter nagedachtenis aan de Italiaanse slachtoffers van beide wereldoorlogen. Het twee meter hoge kruis dat er staat dateert uit 1933. De precieze aanleiding voor de plaatsing destijds is niet helemaal duidelijk, maar de symboliek heeft hoogstwaarschijnlijk te maken met de oorspronkelijke naamgeving van de pas én de herdenking van de vele gesneuvelde soldaten in het gebergte.
De Arcana is nimmer beklommen in de Giro en zal gezien de staat van het wegdek vermoedelijk nooit worden beklommen. Alhoewel op jacht naar nieuw en spectaculair terrain (gravel) sluit ik het niet geheel uit dat de Arcana vanuit Toscaanse zou kunnen worden beklommen. Ik gun het de klim van harte.