Monte Amiata
~ Toscana ~
Monte Amiata
~ Toscana ~
Lengte: 14,5 kilometer
Hoogte: 1.683 meter
Hoogteverschil: 1.076 meter
Gemiddelde stijging: 7,4%
Maximale stijging: 14%
Beoordeling: 3/5
De Monte Amiata is een uitgedoofde vulkaan in het zuiden van Toscane. Na de Etna is het de hoogste vulkaan op het Italiaanse vaste land; de top steekt met 1732 meter hoog boven het Toscaanse landschap uit. Ruim 700.000 jaar geleden vond de laatste uitbarsting plaats. Tegenwoordig is de Amiata — 'de vriendelijke berg' — 's winters een levendig wintersportgebied met twaalf pistes. In de nabije omgeving van de vulkaan herinneren tal van zwavelhoudende thermen aan de vulkanische activiteit onder de grond.
De Amiata kan van vier zijden worden beklommen. De beklimming vanaf het noordwestelijk gelegen Castel del Piano is met gemiddeld bijna zeven procent de zwaarste kant. Voor wie het nóg wat zwaarder wil: volg niet de gebruikelijke weg, maar download de onderstaande route. De eerste kilometer stijgt dan direct met meer dan tien procent gemiddeld.
Bij hotel Contessa en het nabijgelegen speelpark vlakt de klim even af. Zodra de zuidwestelijke en zuidoostelijke beklimmingen samenkomen met de route vanuit Castel del Piano, is het nog enkele kilometers flink aanpoten. Wie de échte top wil beleven, zal het laatste stukje moeten lopen. Daar wacht een prachtig uitzicht: bij helder weer zijn de noordelijke Apennijnen, Corsica, Elba en het massief van de Gran Sasso d'Italia goed zichtbaar. Verwacht tijdens de beklimming zelf overigens geen weidse vergezichten — de Amiata is een extreem dicht beboste berg.
In de verte zien we hem al liggen: de lieflijke Monte Amiata. Een vergelijking met de Mont Ventoux is snel gemaakt. Met haar top op 1732 meter boven zeeniveau torent de berg eenzaam en imposant boven het zuid-Toscaanse landschap uit. Dit is echter een oude, uitgedoofde vulkaan — volkomen groen en begroeid, zonder het iconische kale maanlandschap van zijn Franse broer.
Stefano parkeert de auto op flinke afstand van de berg. Eerst de benen even warmrijden voor we aan de klim beginnen. Dat warmrijden duurt precies één minuut, vijfentwintig seconden en drie honderdsten... Het is namelijk heet. Typisch Toscaans zomerweer. Caldo. Troppo caldo.
Een heel arsenaal aan vrachtwagens en andere vierwielers raast langs ons heen. Wat een vreselijke aanloop: hitte, verkeer en een stijgende weg. Opgelucht arriveren we in de startplaats Castel del Piano. Nog snel even de bidons vullen, een gelletje verorberen en we beginnen eraan.
Al op het eerste stuk — nog midden in het dorp — is het direct raak met de stijgingspercentages. Zigzaggend en slalommend worstelen we ons naar boven. Een stukje verderop vlakt het gelukkig wat af en draaien we de eigenlijke beklimming op. De eerste vijf kilometer doen in niets onder voor de Ventoux: de teller blijft continu rond de tien procent steken. De weg voert door een dicht bos. Plots hoor ik naast me in de struiken het geluid van brekende takken. Geschrokken en nieuwsgierig kijk ik op — er schijnen hier immers wolven te leven.
Op ruim 1100 meter hoogte geeft de oude vulkaan zich wat gewonnen en worden de stijgingspercentages vriendelijker. Grote rotsblokken van oud vulkanisch gesteente liggen verspreid in de beboste berm. Nergens is er een uitzichtpunt. Pas vlak voorbij een groot speelterrein vangen we heel even een glimp op van de omgeving. Daarna loopt de weg tot aan de top weer flink op.
Van de zinderende warmte is inmiddels niet veel meer over, en van de blauwe lucht evenmin. Het is hier boven rond de tien graden — een wereld van verschil met de bijna dertig graden in de vallei. Na een korte herstel- en bevoorradingspauze ben ik klaar voor de afdaling. Stefano kijkt me verschrikt aan.
"Ga jij met zo weinig kleding naar beneden?" vraagt hij, terwijl hij zelf zijn derde laag kleding aantrekt.
"Euh, ja," stamel ik in mijn beste Italiaans. "Ik kom uit Nederland, weet je nog?"
We dalen vlot af en arriveren al snel bij onze startplaats voor een welverdiende, heerlijke maaltijd (en een Italiaanse espresso, uiteraard). De Amiata is eindelijk bedwongen!
Over de herkomst van de bijnaam van de berg — 'de vriendelijke berg' — bestaat enige twijfel. Sommige bronnen melden dat 'Amiata' afkomstig is van het Latijnse 'ad Meata', wat 'aan de bron' betekent. Een vrij logische benaming, gezien de rijke thermaalbronnen en vulkanische activiteit in de omgeving. Voor de Etrusken was de Amiata zelfs een heilige berg. Het gebied rondom de berg is tegenwoordig erg dunbevolkt, maar via een netwerk van rustige B-wegen is de voet van de klim uitstekend bereikbaar.
Op de top staat een markant, 22 meter hoog smeedijzeren kruis. Het werd aan het begin van de twintigste eeuw gebouwd door de Sienese kunstenaar Luciano Zalaffi, in opdracht van paus Leo XIII, als eerbetoon aan de verlossing op de Italiaanse bergen. Tijdens de Tweede Wereldoorlog liep het monument ernstige schade op, waarna het in oude glorie werd hersteld.
Ten noorden van de Amiata liggen de beroemde wijngaarden van Montalcino. Hier komen de wereldberoemde Brunello di Montalcino en zijn toegankelijkere broertje, de Rosso di Montalcino, vandaan. Beide kwaliteitswijnen worden voor 100% gemaakt van de Sangiovese-druif — dé ideale beloning na een zware dag in het zadel.
Slechts driemaal werd de Amiata in de Giro d'Italia beklommen, en de berg hield nog nooit dienst als finishplaats.
De eerste passage vond plaats in 1968, toen de Spaanse klimmer Manuel "Manolo" Díaz als eerste over de top kwam. In 1980 bedwong de Fransman Jean-René Bernaudeau (later de bekende ploegleider van onder meer Bouygues Télécom, Europcar en Direct Énergie) de Amiata als eerste, en twee jaar later was de vermaarde Belgische klimgeit en Tourwinnaar Lucien Van Impe de primus. Van Impe zou in die Giro van 1982 uiteindelijk als vierde eindigen in het algemeen klassement, op ruim vier minuten achterstand van eindwinnaar Bernard Hinault.
Opvallend detail: alle drie de edities waarin de Amiata in het parcours werd opgenomen, werden uiteindelijk gewonnen door twee van de grootste wielrenners uit de geschiedenis: Eddy Merckx in '68 en Bernard Hinault in '80 en '82.
Giro 1983: Lucien Van Impe
Giro 1980: Jean-René Bernaudeau
Giro 1968: Mariano Diaz