Colle dell'Agnello
~ Piemonte ~
Colle dell'Agnello
~ Piemonte ~
Lengte: 31,6 kilometer
Hoogte: 2.744 meter
Hoogteverschil: 1.802 meter
Gemiddelde stijging: 5,6%
Maximale stijging: 14%
Beoordeling: 4/5
"Als ik in staat ben om God objectief te benaderen, geloof ik niet, maar juist omdat ik dit niet kan, moet ik geloven." > — Søren Kierkegaard
Het ligt juist in dit objectieve besloten dat ik twijfel. Niet zozeer over de gedachte of er überhaupt een God of Allah bestaat — ik ben immers vrij van geloof opgevoed —, maar momenteel wel over de vraag waar diens domicilie zich bevindt, terwijl ik zwoegend omhoog rijd. Aan ons stervelingen wordt geregeld gewag gemaakt van een hemel van waaruit Hij over ons regeert en toeziet. En dat die hemel zich boven ons bevindt, daar hoeft geen religie ons van te overtuigen.
Vanuit Sampeyre is de Colle dell'Agnello met een lengte van bijna 32 kilometer vrij lang te noemen. Er dienen een slordige 1800 hoogtemeters te worden overwonnen op deze drietrapsraket. Het eerste deel is eenvoudig en voert langs de rivier over een vrij brede, open weg. Vlak voor het dorp Casteldelfino verandert de Agnello middels een serie tornanti voor het eerst echt in een berg. De tweede trap begint een kilometer na dit Piemontese dorp, dat al in de tiende eeuw na Christus werd gesticht. Hier wordt het even zwaar, met een kilometer aan negen procent stijging. De weg blijft klimmen tot bij het volgende dorp, Castello, dat aan de oevers van het stuwmeer Lago di Pontechianale ligt. In de jaren '40 van de vorige eeuw werd gestart met de aanleg van een 70 meter hoge stuwdam in de rivier Varaita di Chianale. Dientengevolge werd het oude dorpje Chiesa volledig afgebroken en enkele kilometers zuidwaarts verplaatst, inclusief de parochiekerk en de begraafplaats.
De weg langs het meer zorgt enerzijds voor verkoeling en vormt anderzijds de laatste fase van herstel. Hier houdt de begroeiing van bomen en struiken op en treed je de woestenij van alpenweides en rotspartijen binnen. Een laatste bospartij wacht bij de poort van wat ooit een 17e-eeuws muilezelpad was. Destijds werd de route over de Agnello voornamelijk gebruikt door lokale herders om hun kaas te verhandelen op de belangrijkste markten in Frankrijk. Later werd het pad verbreed en gebruikt als militaire weg. In 1973, na enkele jaren van verstevigings- en uitbreidingswerkzaamheden, werd de geasfalteerde rijweg uiteindelijk voltooid.
In de Bijbel spreekt men van de hel als een plaats van onvoorstelbare kwellingen. De middeleeuwse dichter en filosoof Dante Alighieri beschreef het inferno als een domein van vreselijke bestraffingen en algehele hopeloosheid. Dat laatste is wellicht wat dramatisch aangezet, maar de slotfase — negen kilometer met 900 te overbruggen hoogtemeters in een desolaat landschap vol ijle lucht — is een behoorlijke bestraffing voor lijf en geest. De poort met daarboven het spandoek 'Benvenuti al Colle dell'Agnello' zou desgewenst vervangen kunnen worden door het adjectief Inferno dell'Agnello.
De eerste vijftig meter bieden nog hoop; daarna volgt uitzichtloos lijden. In deze beredeneerde omgekeerde wereld, niet ongelijk aan de hitserie Stranger Things, woont de duivel op de top van de Agnello. Zijn demonen zijn de nimmer aflatende, terreur zaaiende vliegen die zoemend hun weg vinden naar bezwete polsen en handen, met als opperste kwelling een duikvlucht richting het oor.
Enkele honderden meters voor de top passeert de Heer der Vliegen — Beëlzebub himself — mij in de vorm van de grootste kwelling voor elke cyclist. Een rondbuikige, oude man die verdacht veel wegheeft van de Kerstman minus de bekende baardgroei, haalt mij in op — God beter 't — een elektrische fiets! Het wordt, naar mijn bescheiden mening, een epische strijd tussen goed en kwaad. Een strijd waarin het pleit door het goede wordt beslecht middels een ferme demarrage, waarmee Beëlzebub op beslissende afstand wordt gezet en de top wordt bereikt.
Van enig satanisme blijft op de top weinig over, of het moeten de tientallen motorrijders zijn die met de stinkende adem van zowel hun uitlaat als hun sigaretten en sigaren de berg symbolisch in vuur en vlam zetten.
Ik moet helaas wel geloven dat God hier boven niet woont. Hij is namelijk niet gek... of zou jij vrijwillig de Agnello beklimmen?
Als in 2016 de Giro d’Italia start met een overwinning in de proloog van Tom Dumoulin én het veroveren van de blauwe bergjestrui op de Nederlandse heuvels door thuisrijder Maarten Tjallingii, is de Giro voor Nederland eigenlijk al min of meer geslaagd. Enkele dagen voor de Chianti-tijdrit zakt Dumoulin door zadelpijn en een ontsteking echter weg uit het algemeen klassement.
Het attente rijden van Steven Kruijswijk valt dan al enige dagen op. Maar ja... aardige renner in een matige ploeg, dat wordt natuurlijk niets. Totdat Primož Roglič, een ploeggenoot uit hetzelfde LottoNL-Jumbo-team, de zware tijdrit in het Toscaanse Chianti wint en Kruijswijk er ineens nóg beter voor komt te staan. In de koninginnenrit door de Dolomieten pakt hij zelfs de roze trui. Tijdens de klimtijdrit naar de Alpe di Siusi breidt hij zijn voorsprong op naaste achtervolgers als Vincenzo Nibali, Alejandro Valverde en Esteban Chaves zelfs nog verder uit. Heel Nederland houdt plots ernstig rekening met een eerste grote ronde-opvolger voor Joop Zoetemelk.
Op vrijdag 27 mei zit ik aan de radio gekluisterd terwijl ik onderweg ben naar de Ardennen. Het is de eerste van twee zware exercities in de Alpen. Kruijswijk klimt met de allerbesten de Agnello op. Maar het gaat faliekant mis in de afdaling als hij een van ‘s werelds beste dalers — Vincenzo Nibali — tracht bij te houden. Het resultaat: een spectaculaire salto mortale tegen een huizenhoge sneeuwmuur. Het fysieke gestel en de moraal zijn gekraakt. Kruijswijk verliest de roze trui aan Chaves, die op zijn beurt de volgende dag op weg naar Sant’Anna di Vinadio moet buigen voor de herboren Nibali. De eindoverwinning is voor de Haai van Messina. En Kruijswijk? Die eindigt achter Nibali, Chaves en Valverde op de meest ondankbare plek van het klassement: vierde.
Een jaar later, in 2017, pakt Tom Dumoulin alsnog die historische Giro-zege en heeft Joop na 37 jaar eindelijk een opvolger. En Kruijswijk? Die zou in 2019 alsnog zijn felbegeerde podium op een grote ronde behalen: ditmaal op de Champs-Élysées tijdens de Tour de France.
Giro 2016: Michele Scarponi
Tour 2011: Maxim Iglinsky
Tour 2008: Egoi Martínez
Giro 2007: Yoann Le Boulanger
Giro 2000: Chepe González
Giro 1994: Stefano Zanini