Abetone
~ Toscana ~
Abetone
~ Toscana ~
Lengte: 17,3 kilometer
Hoogte: 1.386 meter
Hoogteverschil: 944 meter
Gemiddelde stijging: 5,4%
Maximale stijging: 11%
Beoordeling: 2/5
Officieel heet de beklimming Passo dell'Abetone. Deze verbindt Toscane met Emilia-Romagna. Vanuit La Lima stijgt de klim nauwelijks. Het middendeel, vanaf het dorp Cutigliano, is het zwaarste stuk met een gemiddeld stijgingspercentage van acht procent. De weg slingert hier heel regelmatig door een bosrijk gebied. Wie deze kilometers overleeft — en een beetje wielrenner doet dat — zal de top van de Abetone halen. Hoewel er in de finale nog uitschieters tot acht procent zitten, zijn de laatste kilometers over het algemeen niet al te lastig. Op de top, in het skidorp Abetone, kun je genieten van een prachtig uitzicht op de omgeving. De afdaling is — mede door de brede weg en het goede asfalt — overzichtelijk te noemen, al zorgen de vele bochten en het overige verkeer ervoor dat je geen extreme snelheden zult behalen.
Nadat ik eerder op de dag de veel zwaardere Croce Arcana heb beklommen, voelt de Abetone zwaarder aan dan ze in werkelijkheid is. De brede weg slingert zich door een uitgestrekt beukenwoud naar boven. Af en toe weet ik een redelijk tempo aan te houden, maar getuige de verhouding tussen de hoogtemeters en de kilometers is het beste er bij mij wel af. In de laatste kilometer weet ik toch nog enigszins op te schakelen — het buitenblad bewijst zowaar nog even dienst — zodra ik de bebouwing van de pas binnenrijd. Boven op de top in het skidorp is het koud. De wind waait er, net als op de Arcana, flink door. Ik hijs me in mijn windjack, maak een paar foto's en zet de afdaling in naar de startplaats Cutigliano. Een fijne afdaling met mooi bochtenwerk en prima asfalt, maar wel opletten geblazen vanwege de soms onoverzichtelijke bochten en het vrij drukke verkeer.
Abetone (Italiaans voor een grote sparrensoort) behoort tot de provincie Pistoia en is een van de grootste wintersportplaatsen van Midden-Italië, voorzien van een uitgebreid netwerk aan skipistes. Het gelijknamige dorpje, gesticht in 1732, telt nog geen 1000 inwoners en ligt verscholen midden in de Pistoiese Apennijnen. De pas vormt de overgang van Toscane naar Emilia-Romagna en heeft in de afgelopen eeuw de functie van de nabijgelegen Passo della Croce Arcana grotendeels overgenomen.
De beroemdste inwoner van het dorp is de legendarische skiër Zeno Colò, die in de jaren 40 en 50 van de twintigste eeuw internationale bekendheid verwierf, met als absolute hoogtepunt een gouden medaille op de Olympische Winterspelen van 1952 in Oslo.
In 1766 werd gestart met de aanleg van de weg over de Passo dell'Abetone. Vrijwel vijftien jaar later, in 1781, werd de verbindingsweg officieel ingewijd. Het doel van de route was onder meer het bewerkstelligen van een directe verbinding met Oostenrijk — vandaar ook de officiële benaming Strada dell'Abetone-Brennero. De twee kenmerkende piramides op de top herinneren tot op de dag van vandaag aan de gezamenlijke inspanningen van de twee betrokken regio's.
Al in de grijze oudheid van de Giro werd de Abetone regelmatig aangedaan, met maar liefst vier keer een finish op de top. In 1928 passeerde de Giro-karavaan de top voor de allereerste keer. De eerste renner die doorkwam was Domenico Piemontesi, vlak voor de legendarische Alfredo Binda. Opmerkelijk was ook de passage in 1940: Fausto Coppi mocht toen na de beklimming de allereerste roze trui uit zijn carrière aantrekken.
Vele malen nadien werd de Abetone in het Giro-parcours opgenomen. Illustere namen prijken op de erelijst van deze Apennijnse col: Gino Bartali, de betreurde Fransman en Tour/Giro-winnaar Laurent Fignon (1989), Félix Cárdenas (doorkomst in 2000), Francesco Casagrande (finish in 2000) en Aitor González (2001).
Daarna nam de organisatie de Abetone veertien jaar lang niet op in het parcours. Tot 2015. De Giro startte destijds met een ploegentijdrit in Ligurië en beklom in de vijfde etappe vanuit La Spezia de Abetone. Op voorhand waren er drie grote favorieten voor de eindzege: de Spanjaard Alberto Contador (Tinkoff-Saxo), de Australiër Richie Porte (Team Sky) en de Italiaan Fabio Aru (Astana).
Als het peloton de Abetone opdraait, rijdt de jonge Slovene Jan Polanc (Lampre-Merida) aan de leiding met een ruime voorsprong op de groep der favorieten. Met nog vier kilometer te gaan voor de koploper, springt Contador weg uit de groep. De rest moet passen. De twee grote rivalen van de Spanjaard weten pas een minuut later aan te sluiten, waarna ze om de beurt demarreren. De drie favorieten blijven bij elkaar en halen onderweg de eerder ontsnapte Mikel Landa (Astana) bij. De Spanjaard maakt tempo voor zijn teamgenoot Aru, maar ze komen te laat om Polanc van de etappeoverwinning te houden. Steven Kruijswijk finisht eindelijk in de favorietengroep, nadat hij de dagen ervoor door pech flink wat tijd had verloren.
Contador mag na afloop het begeerde roze aantrekken. In de dagen na de Abetone ontpopt zich een secondespel tussen de grote drie. In de tiende etappe krijgt Porte in de laatste tien kilometer echter een lekke band. Er is geen ploeggenoot in de buurt, maar hij krijgt hulp van zijn landgenoot Simon Clarke (die voor een ander team rijdt) die hem een achterwiel geeft. Naast het tijdverlies van een minuut krijgt de onfortuinlijke Aussie twee minuten reglementaire straf aan zijn wielerbroek. Het breekt zijn moraal en enkele dagen later stapt hij gedesillusioneerd af.
Na één dag roze voor Aru volgt een tijdrit van bijna 60 kilometer. Contador slaat hier een genadeloze slag en bouwt zijn voorsprong daags erna gestaag uit tot ruim zes minuten. In de laatste twee bergetappes pakt een ontketende Aru echter nog bijna vier minuten terug op een zwaar zwoegende Contador. Welhaast waggelend bereikt de Spanjaard de finish in Sestriere, maar hij stelt de globale zege veilig: Contador wint de 98ste Giro d'Italia met twee minuten voorsprong op Aru en drie op Landa. Beste Nederlander wordt Steven Kruijswijk op de zevende plaats. De Brabander maakt grote indruk tijdens de beklimming van de Mortirolo — een optreden dat een voorbode blijkt voor zijn bijna-Girowinst in de daaropvolgende editie
Giro 2015: Jan Polanc
Giro 2001: Fredy González
Giro 2000: Francesco Casagrande
Giro 2000: Félix Rafaël Cardenas
Giro 1989: Laurent Fignon
Giro 1985: José Luis Navarro
Giro 1976: Andres Oliva
Giro 1969: Eddy Merckx
Giro 1967: Aurelio González
Giro 1961: Vito Taccone
Giro 1959: Charly Gaul
Giro 1954: (no ranking)
Giro 1953: Arrigo Padovan
Giro 1952: Raphaël Géminiani
Giro 1949: Alfredo Pasotti
Giro 1948: Gino Bartali
Giro 1947: Gino Bartali
Giro 1940: Ezio Cecchi