Search this site
Embedded Files

https://sites.google.com/view/ikbenwieikben 

Vinkenslag

Koen Meens 15 april 1944 - 25 augustus 2008 In de persoon van diaken Koen Meens waren een groot aantal talenten aanwezig waarmee aan een waardevol menselijk leven gestalte gegeven kon worden. Zijn studie Gymnasium A in Merkelbeek en Sittard (1957-1964) gaf blijk van een ruime belangstelling en intelligentie voor talen, voor historie en cultuur, en voor het katholieke geloof. Geboren in het Zuid-Limbugse Beek (1944) en vanuit de katholieke achtergrond van het gezin met 3 broers en 3 zussen was het niet verwonderlijk dat Koen de levenskeuze maakte om Jezuïet te worden. Tezamen met 19 anderen begon hij het noviciaat in Grave (N.B.) in 1964. Twee jaar later begon zijn opleiding in filosofie en theologie, aanvankelijk in Nijmegen, maar daarna in Amsterdam aan de nieuwe Katholieke Theologische Hogeschool (1966- 1971). Wat studie betreft keek hij daarnaar uit. Aan allen ermee verbonden stelde de nieuwe setting echter ook hoge eisen om een nieuw evenwicht te vinden. Sociaal gesproken zal Koen het niet gemakkelijk gehad hebben. Na zijn kandidaatsexamen mocht hij zich aan het Pauselijk Bijbel Instituut in Jeruzalem gaan verdiepen in het geloof en de cultuur van de joden uit het tijdvak rond de Tweede Tempel. Was hij uit eigen keuze voordien reeds begonnen met een cursus ‘5 Europese talen’, in Israël werd het nodig om er nog Hebreeuws en Aramees aan toe te voegen. Het totaal van de uitdaging bleek te hoog gegrepen. De volgende drie jaren vervolgde hij deze studie aangevuld met enkele andere onderdelen, maar nu aan de Universiteit van Strassbourg in Frankrijk. In 1974 behaalde hij een ‘maitrise en histoire’. Uit de ziekten en depressie van de daarop volgende vier jaar bleek, dat ook deze vorm van leven niet paste bij Koens aard en constitutie. Toen hij daarna zijn leven opnieuw in eigen hand kon gaan nemen leefde hij weer op. Hij vond opnieuw veilige levensomstandigheden waaraan hij zijn leven kon toevertrouwen, maar nu in Maastricht. Aan de kunstacademie deed hij ‘n beroep op zijn artistieke gaven en bekwaamde zich tot MO B handvaardigheid met specialisatie beeldhouwwerk. Hij had een eigen woning en deed geleidelijk aan pastorale assistentie in Heer en Gronsveld. Mgr J.Bomers wijdde hem in 1984 tot diaken. Als zodanig raakte hij vanaf 1989 verbonden met zielzorg voor de woonwagenbewoners rond Maastricht o.a. in het bekende centrum ‘De Vinkenslag’. Als zielzorger ging hij op een toegewijde manier met deze mensen om, leerde hun situaties te verstaan en in te schatten, en kon hij verstandige raadgevingen met hen delen. In dat kader begon hij ook nog met het leren van Pools. Rond het beleid van de burgemeester aangaande het centrum haalde Koen in 2004 nog het T.V.-Nieuws. Dat is niet iedere medebroeder gegeven. 

Wat gebeurde er op woensdag 14 april 2004?

Circa tachtig bewoners van woonwagenkamp de Vinkenslag in Maastricht blokkeren enkele uren deA2. Ze protesteren tegen de controles door de gemeente die een eind wil maken aan allerlei illegale activiteiten op het kamp.

Bron: Vrijdag 13 september 2024 | Het laatste nieuws het eerst op NU.nl
15 apr 2004 om 07:01 Update: 20 jaar geleden

MAASTRICHT - De bewoners van woonwagenkamp Vinkenslag bij Maastricht zijn donderdagmorgen opgeschrikt door een grootscheepse inval van ongeveer vierhonderd politieagenten. De politie arresteerde in totaal zestien kampbewoners, van wie het merendeel wegens betrokkenheid bij de urenlange blokkade van woensdag op de autosnelweg A2 bij Maastricht.

Ongeveer veertig bussen van de mobiele eenheid van de politie, twee pantserwagens van de Koninklijke Marechaussee en een tiental politiewagens vielen voor dag en dauw het kamp binnen. De politie zette ook een helikopter in. Vinkenslag werd hermetisch afgesloten, agenten sloten de toegangswegen af en bewoners mochten het terrein niet verlaten. Behalve aanhoudingen op Vinkenslag, pakte de politie ook mensen op in twee nabijgelegen kleinere kampen en in drie woningen in de buurt.

Behalve aanhoudingen wegens betrokkenheid bij de blokkade, arresteerde de politie twee mensen op verdenking van overtreding van de opiumwet en nog één persoon wegens verzet tegen de politie. Naar verwachting blijft het niet bij deze arrestaties, liet de Maastrichtse hoofdofficier van justitie J. van Eck donderdag weten.

Op Vinkenslag troffen agenten 'op grote schaal' hennepplantages aan. De inval stond volgens Van Eck al langer gepland om de wietteelt op te sporen, maar vond wegens de blokkade van woensdag nu eerder plaats.

De politieactie volgde op het protest van ongeveer honderd woonwagenbewoners woensdag op de A2 bij voetbalstadion de Geusselt van MVV. De betogers blokkeerden de weg met onder meer afval en autobanden. Daardoor raakte het verkeer in en om Maastricht ernstig ontregeld.

De woonwagenbewoners zijn boos op de gemeente en vinden dat burgemeester Leers van Maastricht handelt in strijd met de mensenrechten. Ze voelen zich gediscrimineerd en verzetten zich tegen de strenge controles van de gemeente. Maastricht probeert al lange tijd illegale activiteiten op Vinkenslag te bestrijden en is bezig het kamp te saneren. Dit stuit echter op groot verzet bij de bewoners.

Burgemeester Leers kondigde woensdag aan dat de gemeente niet gevoelig is voor het verzet van de woonwagenbewoners. Hij noemde het protest op de A2 onacceptabel en gaat de kosten van het opruimen van de blokkade bij de betogers verhalen. Bovendien riep Leers gedupeerde weggebruikers op de economische schade te verhalen op de actievoerders. Ook het Openbaar Ministerie gaat proberen de actievoerders als groep strafrechtelijk te vervolgen, liet een woordvoerder weten.

S. Scheffer, voormalig woordvoerder van het kamp, liet weten dat de bewoners hun woonwagen niet mochten verlaten. "We zijn gevangenen, net als tijdens de Tweede Wereldoorlog." Scheffer en volgens hem ook andere kampbewoners betreuren het dat zoveel mensen hinder hadden van de blokkade van woensdag. "Maar er was geen andere uitweg. Er wordt zoveel gedemonstreerd, maar als wij voor ons recht opkomen, staan we meteen volop in de aandacht."

Hij vindt de politieactie van donderdag dan ook onterecht. "Door deze inval kunnen we vandaag geen klanten ontvangen en ligt het werk weer eens stil."

In Memoriam Koen Meens [1944-2008]

Pater Koen Meens is deze week in zijn woonplaats Maastricht overleden. Meens, die 64 jaar is geworden, was sinds 1989 pastor van Vinkenslag. 

Een gouden mens.
Sjeng Scheffers, woordvoerder van woonwagenkamp Karosseer (voorheen Vinkenslag) hoeft niet lang na te denken als hem gevraagd wordt om pater Koen Meens te karakteriseren.
Hij stond altijd voor ons klaar. Had je een probleem of was je ziek dan kwam pater Meens op z’n fiets naar je toe. Hij nam de tijd voor je en probeerde waar mogelijk te helpen. Ook stak hij zijn mening niet onder stoelen of banken. Deed je iets wat volgens hem niet door de beugel kon, dan sprak hij je daar op aan. Hij kon je goed op je nummer zetten als je iets verkeerds deed. Maar hij was altijd discreet en hing dat nooit aan de grote klok.

Vorig jaar december kreeg Meens te horen dat hij ongeneeslijk ziek was. In april van dit jaar ging hij bij alle bewoners van het woonwagenkamp persoonlijk afscheid nemen, vertelt Scheffers.
Mijn tijd is voorbij. Ik treur daar niet over, Onze-Lieve-Heer heeft dat zo bepaald, vertelde hij tegen iedereen.
Toch komt zijn overlijden hard aan, vertelt Scheffers. Dit is een zware klap voor Vinkenslag. Zo’n goede pastoor krijgen we niet meer.

Pater Meens, op 15 april 1944 geboren in Beek, trad als 20-jarige in de Jezuïtenorde in. Hij studeerde filosofie en theologie in Amsterdam en volgde begin jaren tachtig een opleiding beeldhouwen aan de Stadsacademie Maastricht. In 1989 werd hij benoemd tot pastor op woonwagenkamp Vinkenslag.

In een interview met deze krant zei hij begin dit jaar dankbaar te zijn dat hij op Vinkenslag heeft mogen werken.
Mijn weg leidde langs Vinkenslag en daar heb ik geen seconde spijt van gehad. Ik ben er Slivvenier dankbaar voor.
Ook zei hij ontroerd te zijn door de reacties van woonwagenbewoners, nadat bekend was geworden dat hij niet lang meer te leven had.

De mensen geven nu terug wat ze hebben gekregen: onvoorwaardelijke liefde. Als het bezoek weg is moet ik altijd even tot mezelf komen om te verwerken wat ik heb gevoeld. Mijn leven heeft een heel andere lading gekregen. Ik kan geëmotioneerd raken bij de gedachte aan de dood, maar ik heb geen moment tegen mezelf gezegd: verdorie nu kan ik dat of dat niet meer doen. Ik kijk terug op een rijk, onalledaags leven.

© Rob Cobben

Koen Meens; pastor van Vinkenslag.

Pater in oorlogstijd.

Bijna twintig jaar was Koen Meens (63) pater en pastor op het beruchte Maastrichtse woonwagencentrum Vinkenslag.
Een paar weken nadat het inmiddels deels gesaneerde kamp werd herdoopt in De Karrosseer, kreeg hij te horen dat hij ongeneeslijk ziek is.

Terugblik op een bijzonder leven.

De eerste keer dat u uit nieuwsgierigheid naar Vinkenslag fietste, durfde u het woonwagencentrum niet op en bent u omgekeerd.

„Het voorwiel stond op de rooilijn van het kamp. Ik keek en dacht: is het wel veilig daar? Ik ben weer vertrokken.”

Vooroordelen?

„Natuurlijk. Ik had steeds negatief horen spreken over Vinkenslag. De bewoners stonden er om bekend dat ze met kermissen wel eens cafeetjes verbouwden, als u begrijpt wat ik bedoel. Ruig volk. Vroeger kwamen veel woonwagenbewoners bij ons aan de deur. Scharenslijpers, lompeninzamelaars, je keek met een beetje angst naar die mensen. Ze hadden een stigma. Wellicht dat daar de kiem lag van mijn vooroordelen.”

Niet veel later bent u gevraagd pastor te worden op Vinkenslag. Dat viel rauw op het dak?

„Mijn eerste reactie was: nooit. Daarna ben ik gaan nadenken. Ik vond dat ik pas gefundeerd nee kon zeggen als ik die mensen had ontmoet. Dus weer op de fiets. Mijn voorganger zou me introduceren tijdens de zondagsmis, maar hij kwam niet opdagen. Stond ik daar moederziel alleen op het kamp. Kwam een vrouw langs met haar kleindochter die ik vaag kende. Ze vroeg wat ik kwam doen. Ik vertelde dat ik de nieuwe pater was. Ze nodigde me uit voor een kop koffie in haar kleine woonwagen. Op weg erheen gingen links en rechts wat ramen open en riepen mensen: ‘Betje, wie is dat?’ ‘Onze nieuwe pater’, riep ze terug. Zo ben ik geïntroduceerd. Toen ik mijn koffie op had, zei Betje: ‘U hoeft niet bang te zijn. Loopt u maar gewoon over het kamp, pas op voor de hondjes, laat ze even aan u snuffelen en dan is het goed.’
Op dat moment ging van alles door mijn hoofd: zou mijn fiets er nog staan Dat soort dingen. Absurd. Hij stond er nog, de honden deden niks en ik voelde: dit is wat ik wil. In deze wereld voel ik me thuis.”

Puur op intuïtie?

„Ja. De mensen hebben iets ontwapenends. Dat directe, dat ongekunstelde, het rauwe soms. Onvervalst zeggen waar het op staat. Daar hou ik van.”

Ik las dat u iets hebt met mensen die buiten de boot vallen.

„Dat heb ik van huis uit meegekregen. Mijn moeder was Belgische, een meisje uit de Kempen. In haar tijd was ze de jongste vroedvrouw van België. Als een maatschappelijk werkster, bijna als religieuze, deed ze haar werk onder Poolse en Italiaanse immigranten. Ze heeft daar kindjes gehaald en dramatische taferelen meegemaakt. Moeders die stierven in het kraambed, kinderen die doodgingen. Ze was een sterke, gedreven vrouw, die geen onrecht kon zien. Dat heb ik van haar meegekregen.”

Hoe was uw start?

„Dat is een mooi verhaal. Als eerste besloot ik het manshoge Mariabeeld te laten restaureren dat indertijd was meeverhuisd van het oude kamp Sint Gertrudis naar Vinkenslag. Toen ik ernaar vroeg, wist niemand waar het was. Ik vond Onze Lieve Vrouw uiteindelijk in een berging, liggend op haar rug tussen de autobanden. Zwaar beschadigd. Een paar weken later was ze weer gaaf. Tot genoegen van de bewoners.”

U hebt bijna twintig jaar op Vinkenslag gewerkt, het kamp uit zijn voegen zien barsten. Nooit gedacht: deze mensen leven in omstandigheden die niet kunnen?

„Het was levensgevaarlijk. Woonwagens pal op elkaar. Gasflessen tegen de muren, olievaten, noem maar op. Daartussen speelden kinderen. De wegen waren vaak geblokkeerd met tweedehands auto’s en onderdelen. Ambulances en brandweer zouden kansloos zijn geweest als een grote brand was uitgebroken.”

Als insider wist u wat er allemaal aan de hand was op Vinkenslag. Hoe ging u daarmee om?

„In de loop der jaren heb ik ontwikkelingen waargenomen die ik alarmerend vond. We weten allemaal dat er wiet geteeld werd. Het begon klein, maar infecteerde uiteindelijk de hele woonwagengemeenschap. Veel mensen lieten zich op een nare manier meeslepen. Ik stond voor de vraag: wat moet ik hiermee? Uiterst voorzichtig manoeuvreren was geboden, de belangen waren enorm. Van collega-geestelijken kreeg ik het strikte consigne om te zwijgen.”

Vanwege het gevaar?

„Exact. Je komt terecht in een netwerk dat tot ver buiten het kamp reikt.”

U kreeg later het verwijt weet te hebben gehad van criminele activiteiten, maar daarover te hebben gezwegen.

„Dat was altijd het dilemma. Als zielzorger heb je een enorme vertrouwensband met de inwoners. Je ziet dingen, je hoort dingen, maar moet desondanks in uiterste loyaliteit tussen de mensen staan. Ik wist al snel: hier ben ik machteloos. Ik was niet in de positie mijn vinger op de zere plek te leggen, werd opgenomen in een proces dat van kwaad tot erger ging. Ik heb er jaren mee geworsteld, zag de kwaal groeien van een infectie naar een pijnlijke wond.”

Na jaren van gedogen kwam er een burgemeester die besloot in te grijpen.

„Gelukkig. Eindelijk iemand die de moed had niet een andere kant op te kijken. Hij is rechtstreeks in onderhandeling getreden met de bewoners, probeerde met overtuigingskracht een eind te maken aan de situatie. Het lukte hem in eerste instantie niet. De overmacht was te groot en landelijk zaten overheden nog niet op één lijn. Het gedogen ging nog een tijdje door.”

Gerd Leers zette grof geschut in. De ME kwam. U vond het verschrikkelijk, uitte felle kritiek, die landelijk de media haalde. Spijt?

„Van de eerste inval op Vinkenslag zag ik beelden op televisie. Een overmacht aan ME’s, griezelige rupsvoertuigen die het kamp binnenreden. Ik zag hoe een vrouw in elkaar geslagen werd door twee van die gorilla’s. Ik was verbijsterd. Kon het niet geloven. Dat waren mijn mensen! Toen zijn bij mij de stoppen doorgeslagen. Emotioneel kwam ik in een draaikolk terecht. Ik heb dingen gezegd over de burgemeester die ik beter voor me had kunnen houden, maar dat is achteraf.”

Volgens uw eigen inschatting was het kamp toen op weg naar het einde.

„Ik voorzag een slagveld.”

Dat werd het ook: de woonwagenbewoners sloegen terug en blokkeerden het Geusseltkruispunt. Het verkeer liep totaal vast. Half Nederland had last van die actie.

„Aanvankelijk was ik bang dat het een intern slagveld zou worden. Dat mensen elkaar te lijf zouden gaan op het kamp. Er groeide een enorme tegenstelling tussen puissant rijk en de rest. De gemeenschap werd daardoor uitermate op de proef gesteld.”

Was u verrast door de A2-blokkade? U wist toch dat er iets broeide?

„Ja, maar niet op die bewuste dag. Ik hoorde ’s ochtends helikopters boven mijn huis cirkelen, heb de televisie aangezet en begreep meteen wat aan de hand was. Ik ben in mijn jas geschoten en naar die kruising gegaan. Zag daar tientallen mensen van Vinkenslag, die bijna in juichstemming rondliepen. De ravage was enorm. Het leek wel een oorlogssituatie.”

U zei later dat het een wonder was dat toen geen wapens zijn getrokken.

„Daar verbaas ik me nu nog over. Ik wist dat er wapens waren, zag dat kampbewoners uit Sittard en Heerlen en masse naar de Geusselt kwamen. Het instinct van de clan. Een uiterst explosieve situatie. Eén verkeerde handeling en er was een kettingreactie op gang gekomen die niet te stoppen was. Dat er niks gebeurd is, schrijf ik toe aan Maria.”

Na de rellen op de A2 ging het snel met Vinkenslag.

„Ze hebben als een katalysator gewerkt, veroorzaakten een omslagpunt. Alle instanties doken op het kamp. Nu kan ik alleen maar in verwondering terugkijken op het proces. Er moesten zware machtsmiddelen worden ingezet. De consequentheid en vasthoudendheid waarmee dat gebeurde, is uiteindelijk – en dat zeg ik met grote nadruk – een compliment waard voor Gerd Leers. Allemaal in het belang van de bevolking.”

Eind goed, al goed?

„Het is heus niet zo dat de woonwagenbewoners in juichstemming rondlopen hoor. Er is nog veel wrok en gekrenkte trots. Ik begrijp dat. Het zijn trotse mensen, die hun eigen boontjes doppen, heel slim zijn, bereisd, relaties hebben tot diep in Oost-Europa. Ze houden zich succesvol staande in de bikkelharde maatschappij waarin we leven. Daar heb ik diep respect voor. Het zijn mensen die communiceren met hun hart. Als het klikt, kun je niet kapot.”

Op 13 december kreeg u als een donderslag bij heldere hemel te horen dat u ongeneeslijk ziek bent en niet lang meer te leven hebt. Een schok, ook voor de woonwagenbewoners.

„Ik woon zeventien jaar in Wittevrouwenveld, maar heb de afgelopen weken meer aanloop gehad dan in al die jaren samen. De mensen geven nu terug wat ze hebben gekregen: onvoorwaardelijke liefde. Dat ontroert me. Als het bezoek weg is moet ik altijd even tot mezelf komen om te verwerken wat ik heb gevoeld. Mijn leven heeft ineens een heel andere lading gekregen. Alles is relatief geworden. Ik kan geëmotioneerd raken bij gedachten aan de dood, maar ik heb nog geen moment tegen mezelf gezegd: verdorie, nu kan ik dat of dat niet meer doen.Ik kijk terug op een heel rijk, onalledaags leven. Laatst dacht ik: ik heb 28 jaar lang allerlei opleidingen gehad om twintig jaar pater te zijn van woonwagenbewoners. Economisch bekeken is dat absurd, maar ik zou niet anders hebben gewild. Mijn weg leidde langs Vinkenslag en daar heb ik geen seconde spijt van gehad. Ik ben er Slivvenier dankbaar voor.”

1944: geboren in Beek (15 april)
1957-1964: gymnasiumopleiding bij de paters Karmelieten in Merkelbeek en aan het Bisschoppelijk College in Sittard
1964: als 20-jarige ingetreden in de Jezuïetenorde (7 september)
1966-1971: studie filosofie en theologie in Amsterdam
1971-1972: voorbereiding op missie aan de Hebreeuwse universiteit in Jeruzalem
1973: stagejaar Zeist
1973-1975: promotiestudie in Jeruzalem
1975-1976: uitgeschakeld door tuberculose
1977: verhuizing naar Maastricht, start parochieel werk, basiszielzorg en ziekenzorg
1978-1984: opleiding beeldhouwen Stadsacademie Maastricht
1984: diakenwijding in Amsterdam (13 oktober)
1989-2008: pater en pastor woonwagencentrum Vinkenslag in Maastricht

© John Hoofs; gazet De Limburger; 12-01-2008.

In deze jaren vanaf 1990 uitte hij zijn artistieke talenten vooral in het thuis vervaardigen van meest religieuze beelden in klei, die hij zelf bakte. Velen zullen zich zijn beeld van de naar omhoog kijkende Ignatius wel herinneren. Ook nam hij deel aan de tweejaarlijkse Europese Congressen van Jezuïetenkunstenaars. Hij werd er zeer gewaardeerd. Zijn uiteenzetting over de geestelijke ervaring in hemzelf bij het maken van beelden in de Heraut van 1991 is het nog steeds waard gelezen te worden. Van vroegs af aan was Koen thuis in het gezin een bijzondere jongen met een enorme fantasie, muzikaal en creatief. Maar ook een ‘Einzelgänger’, vaak moeilijk te bereiken. Hij ging zijn eigen weg, in groot geloof dat zijn leven opgenomen was in Gods voorzienigheid. Dat geloof heeft hem zijn gehele leven gaande gehouden. Gij kent mij ! stond er op het Uitvaartboekje. Ook toen, naar menselijke maat te vroeg, het levenseinde snel naderbij kwam in een ongeneeslijke ziekte. Toen moest hij zijn leven uit handen geven en neerleggen in de handen van de Heer des levens en van lieve mensen, met name van zijn broers en zussen en enkele medebroeders. In geloof en hoop behoorde hij tot de uitverkorenen van God, die door de donkere nacht geleid worden naar een nieuwe wereld, welke als het ware van binnen uit wordt verlicht (Edith Stein).

Bron: In memoriam Nederlandse jezuïeten 2007-2008

28 augustus 2008, 07:32

Woonwagenkamp

Een groot verlies voor Vinkenslag.

In Memoriam Koen Meens [1944-2008]

Pater Koen Meens is deze week in zijn woonplaats Maastricht overleden.
Meens, die 64 jaar is geworden, was sinds 1989 pastor van Vinkenslag.


Een gouden mens.

Sjeng Scheffers, woordvoerder van woonwagenkamp Karosseer (voorheen Vinkenslag) hoeft niet lang na te denken als hem gevraagd wordt om pater Koen Meens te karakteriseren.
"Hij stond altijd voor ons klaar. Had je een probleem of was je ziek dan kwam pater Meens op z’n fiets naar je toe. Hij nam de tijd voor je en probeerde waar mogelijk te helpen. Ook stak hij zijn mening niet onder stoelen of banken. Deed je iets wat volgens hem niet door de beugel kon, dan sprak hij je daar op aan. Hij kon je goed op je nummer zetten als je iets verkeerds deed. Maar hij was altijd discreet en hing dat nooit aan de grote klok."
Vorig jaar december kreeg Meens te horen dat hij ongeneeslijk ziek was.
In april van dit jaar ging hij bij alle bewoners van het woonwagenkamp persoonlijk afscheid nemen, vertelt Scheffers.
"Mijn tijd is voorbij. Ik treur daar niet over, Onze-Lieve-Heer heeft dat zo bepaald", vertelde hij tegen iedereen.
Toch komt zijn overlijden hard aan, vertelt Scheffers. "Dit is een zware klap voor Vinkenslag. Zo’n goede pastoor krijgen we niet meer."
Pater Meens, op 15 april 1944 geboren in Beek, trad als 20-jarige in de Jezuïtenorde in. Hij studeerde filosofie en theologie in Amsterdam en volgde begin jaren tachtig een opleiding beeldhouwen aan de Stadsacademie Maastricht.
In 1989 werd hij benoemd tot pastor op woonwagenkamp Vinkenslag.
In een interview met deze krant zei hij begin dit jaar dankbaar te zijn dat hij op Vinkenslag heeft mogen werken.
"Mijn weg leidde langs Vinkenslag en daar heb ik geen seconde spijt van gehad. Ik ben er Slivvenier dankbaar voor."
Ook zei hij ontroerd te zijn door de reacties van woonwagenbewoners, nadat bekend was geworden dat hij niet lang meer te leven had.
"De mensen geven nu terug wat ze hebben gekregen: onvoorwaardelijke liefde.
Als het bezoek weg is moet ik altijd even tot mezelf komen om te verwerken wat ik heb gevoeld.
Mijn leven heeft een heel andere lading gekregen.
Ik kan geëmotioneerd raken bij de gedachte aan de dood, maar ik heb geen moment tegen mezelf gezegd: verdorie nu kan ik dat of dat niet meer doen.
Ik kijk terug op een rijk, onalledaags leven."

© Rob Cobben

Bron: Forum Mestreech Online 

https://sites.google.com/view/ikbenwieikben 


Google Sites
Report abuse
Page details
Page updated
Google Sites
Report abuse