Sinds 2013 hebben we in New York intensief campagne gevoerd om verkozen te worden in de Veiligheidsraad tijdens verkiezingen in 2016 voor de periode 2017-2018.
De campagne was, op minder intensief niveau, eigenlijk al begonnen in 2005 toen het kabinet de kandidatuur van het Koninkrijk stelde.
Veel van het werk in de campagne draaide om effectieve beïnvloeding van andere landen via hun diplomaten. Een mooi boek van de psycholoog Cialdini hielp ons daarbij: "Influence".
Onderaan deze pagina volgt een geschrapt hoofdstuk uit "Met een oranje das, een jaar in de Veiligheidsraad" dat daarover gaat.
Minister Bert Koenders was het meest actief in de campagne in New York en was ook aanwezig bij de verkiezingen zelf in juni 2016.
Verder kregen alle bewindspersonen met buitenlandse contacten spreekpunten mee en brachten ze het onderwerp ter sprake bij hun buitenlandse collea's. Minister-President Rutte en Minister Ploumen kunnen we in deze context ook noemen.
Speciale vermelding verdienen de opeenvolgende MinPressen van de drie Caraïbische landen in het Koninkrijk, Aruba, Curaçao en StMaarten, oa resp. Mike Eman, Ben Whiteman en Marcel Gumbs.
De verkiezing leidde uiteindelijk tot een gelijkspel met Italë waarna beide landen besloten de twee jaar te verdelen, met Italië in 2017 en het Koninkrijk in 2018.
Bij en na het tot stand brengen van de #SplitTerm met Italië werd mijn Italiaanse collega in plaats van opponent in de verkiezingen een bevriend collega.
De Nederlandse delegatie tijdens de stemming, met v.l.n.r. de auteur, Minister Oduber van Aruba, Minister Koenders, Minister Ploumen en MinPres Whiteman
Minister Koenders bedankt de Bulgaarse Ambassadeur voor zijn suggestie de twee jaar in de Veiligheidsraad met Italië te splitsen.
De media in Nederland volgden de verkiezingsdag op de voet
Aan het einde van de verkiezingscampagne organiseerden we op de dak van de VN een voetbaltoernooi, samen met de Cruijff foundation.
Dit is het moment dat mijn Bulgaarse collega Stefan Tavrov me suggereert de twee jaar in de Veiuligheidsraad te splitsen met Italië
Mijn Italiaanse collega Cardi en ik krijgen hier het mandaat van onze ministers de modaliteiten van de #SplitTerm te gaan uitonderhandelen
Dit was de plattegrond met alle landen in de zaal van de Algemene Vergadering in 2016, handig bij de lobby op de verkiezingsdag
Ministers Koenders en Gentilone geven een andere toelichting op de manier waarop de #SplitTerm tot stand is gekomen
Op dit moment komen zowel bij mijn Italiaanse collega Cardi als bij mij sms-jes binnen van resp. premiers Renzi en Rutte
Verkiezingen in de VN gaan op papier, in het geheim waarbij we de formulieren in een houten bak moeten deponeren
Na het maken van de #SplitTerm afspraken met Italië moesten mijn Italiaanse collega en ik dat nog 'verkopen' aan de andere lidstaten
De driehoek "waarom, wat en hoe" is een prima sturingsinstrument, bij leiding geven en ook bij onze VR campagne
Minister Timmermans maakte mij de PV in New York met het oog op de Veiligheidsraad
Op de dag van het voetbaltoernooi op het dak van de VN was er ook een optreden van DJ Hardwell
Dit is een hoofdstuk uit “Met een oranje das een jaar in de Veiligheidsraad” dat ik bij het inkorten voor de laatste versie heb geschrapt.
‘Weapons of influence’
Een cruciaal aspect van elke verkiezingscampagne en dus ook van onze Veiligheidsraadcampagne, is de vraag hoe anderen te beïnvloeden. Een deel van die beïnvloeding geschiedde via de hoofdsteden en op politiek niveau. Een deel vond plaats in New York in contact met collega diplomaten. Voor mij was daarbij het boek “Influence, the psychology of persuasion” van Robert Cialdini een prima basis. Het eerste hoofdstuk van dit boek draagt de titel “Weapons of influence”. Voor een diplomaat is zijn boek een instrument omdat wij als diplomaten geen echte wapens gebruiken; we hebben onszelf, ons gedrag en onze woorden om resultaten te boeken voor ons land. Cialdini onderkent een zevental beïnvloedingsfactoren die meer en minder relevant zijn in ons werk. Die waren relevant, zowel in de campagne als tijdens ons lidmaatschap.
Reciprociteit
Op de eerste plaats noemt Cialdini het beginsel “reciprociteit”. Sowieso in de diplomatie een sleutelbegrip: de ambassade van een land in jouw hoofdstad moet een buitenlandse diplomaat correct behandelen, anders worden diplomaten van het land in kwestie ook slecht behandeld. De Conventie van Wenen die diplomatiek en consulair verkeer regelt is daarop gebaseerd. Maar het is ook een gedragslijn die helpt in het intermenselijk verkeer. Op het meest basale niveau is het “I scratch your back, you scratch mine”. In de campagnes in New York worden veel cadeautjes uitgedeeld. In de regel niet te duur, en vaak kenmerkend voor het land in kwestie. Een notitieboekje met de vlag erop, een oplader, chocolaatjes. Wij voegden daaraan o.a. stroopwafels en tulpen aan toe. Alleen gewone cadeautjes zijn onvoldoende onderscheidend omdat de concurrentie dat ook doet. Wij hebben tijdens de campagne dan ook consistent geprobeerd invulling te geven aan het zijn van een echte partner, als deel van onze slogan “The Kingdom of the Netherlands, Your Partner for Peace, Justice and Development”.
Een tweetal voorbeelden. Om te beginnen heeft Nederland de UN Delegates Lounge in 2012-2013 geheel gerenoveerd, met inbreng van Hella Jongerius en Rem Koolhaas. Dat is de plek in het VN-gebouw waar diplomaten tussen de vergaderingen door met elkaar informeel kunnen praten, een kop koffie met elkaar drinken, kandidaturen bepleiten. Onuitgesproken: het Koninkrijk brengt mensen bij elkaar en bevordert diplomatie.
En op de tweede plaats het boekje dat we maakten voor missies om events te organiseren op de VN. In totaal waren er minstens 17 entry points (catering, vertaling, techniek, opbouw, water etc.), die voor grote missies makkelijk maar voor kleinere missies niet te achterhalen waren. Met het boekje in de hand werd hun werk veel gemakkelijker. Achterliggende boodschap: het Koninkrijk zorgt voor een gelijker speelveld.
Allemaal acties die pasten bij ons imago als Partner maar die ook onze diplomatieke doelstellingen (zoals beter samenwerken binnen de VN, beter functioneren van de VN) dichterbij brachten. En gestes die onbewust anderen opriepen iets voor ons terug te doen. De uitgebrachte stemmen op de verkiezingsdag zijn niet direct hieraan te relateren maar ik ben ervan overtuigd dat vele collega’s “iets terug wilden doen”. Dit in aanvulling op alle steunruilen die we de jaren ervoor hadden afgesloten.
Ook tijdens het Lidmaatschap hebben we deze lijn doorgezet. Zo hebben we zowel Equatoriaal Guinee als Côte d’Ivoire geholpen met resp. “Maritime crime” en met “Peacekeeping”; op basis van “de kost gaat voor de baat uit”, heeft dat ons op latere momenten bij moeilijke stemmingen zeker geholpen.
“Commitment and consistency”
Cialdini noemt als tweede menselijke drijfveer dat we consistent willen zijn met wat we eerder hebben gedaan en met wat we beloofd hebben. In de campagne was het dan ook zaak zo vroeg mogelijk een belofte tot steun te krijgen. Vaak gebeurt dat in een gesprek tussen de Ministers. Dan is het vervolgens zaak dat zo concreet mogelijk op werkniveau vast te leggen. Daarvoor hadden we het volgende escalatie niveau, waarbij als een stap klaar is we escaleerden naar de volgende stap:
Deze stappen gaven ook een prima aanleiding om steeds nieuwe gesprekken met collega’s te beginnen.
Hoe harder de toezegging vastligt, hoe minder makkelijk collega’s bereid zijn erop terug te komen. Tegelijkertijd is New York een marktplaats waar we allemaal soortgelijke technieken gebruiken. Uiteindelijk heeft rond de 20 % van de collega’s niet op ons gestemd, in weerwil van harde toezeggingen. En Italië en Zweden hadden dezelfde cijfers. We weten helaas niet wie er logen, omdat het om geheime stemmingen gaat.
Op dezelfde manier, door intensief contact met elkaar te houden en vroegtijdig beloftes rond te krijgen hebben we ook geprobeerd in de Veiligheidsraad stemmingen te beïnvloeden, en met succes.
Daarnaast zit in het begrip “consistency” nog een aspect, dat bij Cialdini een beetje onderbelicht blijft. Zeggen wat je doet, en doen wat je zegt. Wat dat betreft staat het met de reputatie van de Nederlanders wel goed. We staan bekend als open en eerlijk, soms op het botte af. Aan onze betrouwbaarheid wordt in de regel niet getwijfeld. Dus zelfs het feit dat we een voortrekkersrol hadden binnen de VN op LGBTI-rechten (toch voor heel veel landen extreem controversieel) en daar niet van af zagen tijdens de campagne, werd door collega’s gewaardeerd: wij hielden blijkbaar vast aan onze meest fundamentele waarden.
“Social proof, truths are us”
De derde Cialdini factor is de omgang met anderen. Het gedrag van anderen heeft een grote invloed op wat we zelf doen. Cialdini geeft er in zijn boek mooie voorbeelden van. Vertaald naar New York betekent dat dat ‘steunzenders’ van groot belang zijn. Het heeft veel meer impact als anderen dan jijzelf over Nederland zeggen dat we doen wat we beloven, een echte partner zijn, staan voor vrede, recht en ontwikkeling, geen lege beloftes doen. Zeker de andere Benelux-landen en vrienden als Australië en Canada hielpen ons daarmee (een gunst die we eerder of later ook terug verleenden).
De gun-factor
Cialdini noemt ook de gun-factor. Toen ik in 2013 aankwam in New York werd ik onder de hoede genomen door mijn collega uit Nieuw- Zeeland. Die maakte me echt wegwijs, ook als middel in hun toenmalige campagne voor een zetel in de Veiligheidsraad. Zijn voorbeeld heb ik gevolgd en op die manier heb ik veel sympathie gewonnen bij nieuwe collega’s. Een tweede voorbeeld was het moment nadat een collega in de VN een statement had afgelegd. Uit eigen ervaring weet ik dat ik me dan helemaal leeg kon voelen. Veel statements leggen we af in grote zalen, zonder direct visueel contact met iemand anders; het podium is ver weg, collega’s alleen zichtbaar op de rug. Het is echt erg leuk wanneer dan een collega even langs komt en iets inhoudelijk herhaalt uit de verklaring en erop aanslaat en iets aardigs erover zegt. Opnieuw: alleen effectief op momenten dat ik het echt meende.
In Libanon deed ik mijn derde voorbeeld op. Ik kwam daar gedurende mijn plaatsing in Damascus, 1992-1996, bijna elke week omdat de Ambassade in Beiroet in de burgeroorlog was gesloten. De eerste keren dat ik er in 1992, voelde ik me enorm gevleid. Al mijn gesprekspartners waren enorm lovend over Nederland en over mij. En niet met één zin, maar tot zes zevenmaal herhaald. Dat deed de eerste weken iets met me. Tot ik me realiseerde na een langer verblijf en na vele gesprekken, ook met anderen erbij, dat dat tot de Libanese cultuur behoort. Vleierij en strijkerij zijn onderdeel van het sociaal discours. Die ervaring hielp in New York om me mentaal ertegen te wapenen maar vooral ook om zelf positiever tegen anderen te zijn dan ik gewend was in de Calvinistische cultuur (“doe maar gewoon, dan doe je al gek genoeg”) waarin ik ben opgegroeid. Bij een warme persoonlijke relatie is de ‘gun-factor’ hoger dan als die er niet is; en het verbetert de communicatie en vermindert het aantal misverstanden. Tegelijkertijd is er een directe relatie tussen aardig gedrag en de vraag of de ander dat als oprecht ervaart.
Een vierde voorbeeld waren de Nationale Dagen en andere sociale evenementen, waarvan er elke werkdag bij de VN een aantal is, tussen de middag of ’s avonds. Met 193 landen die veelal tweemaal per jaar iets organiseren, alsmede vele maatschappelijke organisaties, zijn er hier veel van. Als er slechts één evenement was bleef ik wat langer om de laatste informatie te horen en te delen, en ook om gericht collega’s aan te spreken van wie ik wat nodig had. Maar als er meerdere recepties waren, probeerde ik die allemaal af te lopen. Ik vond het immers ook leuk dat er collega’s kwamen op onze Koningsdag; het is een vorm van respect betuigen. Daarbij heb ik mijn persoonlijk record gevestigd op zes recepties in één uur, maar met wat handig manoeuvreren wisten velen dat ik er was geweest en viel het niet op dat ik snel weer weg moest. Zo scoorde ik bonuspunten in de relaties, ook omdat ik steevast via twitter aandacht gaf aan de Nationale Dag in kwestie.
Gezag
Een ander moeilijk hanteerbaar begrip is het thema “gezag”, de volgende van Cialdini’s dimensies. Hij heeft het daarbij vooral over uiterlijke kenmerken, zoals de witte jas van de dokter, de titel, de uiterlijke kenmerken van macht en gezag, zoals dure auto’s en zo. Ik ben ervan overtuigd dat bij de VN gezag vooral is gebaseerd op de kwaliteit van inbreng en verdere activiteiten. Daarom is het zo mooi het Koninkrijk der Nederlanden te vertegenwoordigen. Wanneer wij zeggen dat er noodhulp nodig is voor Jemen, hebben we een kabinet dat inderdaad geld overmaakt naar de VN-noodhulp organisatie. Wij leiden informele groepen als “Responsibility to Protect” en de lobbygroep voor LGBTI-rechten; wij komen op voor kwetsbare groepen zoals christenen en LGBTI; we zijn een grote partner in ontwikkelingssamenwerking; in onze Grondwet staat dat de regering de internationale rechtsorde moet bevorderen. Wanneer wij in de VN stelden dat iets in strijd was met het internationale recht werd er altijd oplettend geluisterd. Dat is invloed op basis van gezag.
Het gezag van de Nederlandse diplomatie is overigens niet door alle eeuwen hoog geweest. Varé schrijft in “De lachende diplomaat” op pagina 501: “Ik ben bezig het dagboek te lezen van Christiaan IV van Denemarken. Op den 16den juni 1603 schreef hij: ‘Er is hier een gedresseerde olifant aangekomen. Hij kan dansen, vechten en knielen. Er zijn ook twee Hollandsche gezanten aangekomen. Zij zijn tot niets in staat’.”
Verder hebben we zowel in de campagne als in de Veiligheidsraad actief gebruik gemaakt van het politieke gezag dat onze bewindspersonen hebben. De speech tot de Algemene Vergadering van de Koning in 2014 en zijn aanwezigheid had enorme impact, overigens zonder dat hij zelf campagne voerde. Eenmaal in de Raad hadden we opnieuw het voordeel dat ons kabinet echt gecommitteerd was. Premier Rutte, Ministers Blok en Kaag spraken de Veiligheidsraad toe. Bovendien hadden we ook nog eens de Ministers-Presidenten uit Aruba, Curaçao en St-Maarten die de Raad toespraken. Een voorbeeld: toen Premier Romeo-Marlin in de Veiligheidsraadsessie over Haïti sprak, ontleedde zij gezag aan haar openingszin dat 10 % van de bevolking van St-Maarten uit Haïti afkomstig is.
Verder is buitenlands beleid “a battle of ideas”. In intensieve samenwerking met Den Haag en de posten waren onze statements steevast pertinent, actueel en relevant. Wij drukten in de regel op de juiste punten. Met goede initiatieven, helder onderbouwd en met aandacht voor de belangen van anderen, veroverden we een invloedpositie die groter was dan normaal aan een land met onze omvang toekomt. Gezag komt niet vanzelf, daar zijn investeringen voor nodig; en dat gezag heeft ons ook veel invloed gegeven.
En verder bouwden we in de Veiligheidsraad gezag op door gedetailleerde en operationele kennis van alle procedures. Als partner hebben we kleinere landen daarmee ook kunnen helpen.
Schaarste
Één van de moeilijker in de campagne te operationaliseren concepten van Cialdini was “schaarste”. Immers, er waren drie kandidaten voor twee plekken: de schaarste zat niet bij ons... Wat we in dat licht hebben geprobeerd is een ander aspect als schaars te definiëren: aandacht. Elke lidstaat heeft behoefte aan een vriend in de Veiligheidsraad. Toen MH17 was neergeschoten en Minister Timmermans me rechtstreeks vroeg de volgende dag een bijzondere sessie van de Veiligheidsraad bijeen te doen roepen, met een minuut stilte en ruimte voor mij om namens de regering te spreken, moest ik iemand bellen. Gelukkig was Rwanda op dat moment voorzitter, met wie ik eerder goed had samengewerkt. Op basis van die persoonlijke relatie kon ik voor elkaar brengen wat mijn Minister van me verlangde.
Dus beloofde ik aan collega’s uit landen die een groot belang bij de Veiligheidsraad hadden (ofwel omdat de situatie in hun land op de agenda stond dan wel omdat een landensituatie hen direct ter harte ging) dat ik bereikbaar zou zijn als ze in een noodsituatie zouden komen. Ik was heel helder: ik beloofde beschikbaar te zijn en naar ze te luisteren, maar maakte meteen duidelijk dat Nederland zelf over zijn standpunt gaat. Die toezegging werd erg gewaardeerd: in New York wordt veel geklaagd dat op het moment dat een land de Raad ingaat, de oester zich sluit. Er is simpelweg zoveel werk, en er zijn zoveel interne VR-vergaderingen, dat de andere landen worden vergeten. Dus werd mijn belofte gewaardeerd. En zo heb ik in 2018 vele telefoontjes en bezoeken gehad van collega’s op het moment dat er iets ingewikkelds in de Raad speelde. Verder heb ik het hele jaar door bijna maandelijks een werksessie voor collega’s gegeven om inhoud te geven aan mijn belofte ook in de Veiligheidsraad verbonden te blijven met de “gewone” lidstaten. Alle medewerkers waren evenzo beschikbaar voor informatie.
Het mooie van Cialdini’s boek is dat hij bij elk beïnvloedingsaspect ook meteen aangeeft hoe jij jezelf kan wapenen tegen dit soort beïnvloedingstactieken.
Aanvullingen
Er waren ook een paar aspecten die ik in Cialdini’s boek miste. Om te beginnen authenticiteit. Anderen prikken door gedrag heen als het niet oprecht of een trucje is. Ik heb een collega die elk gesprek begint met een compliment over de taal, het uiterlijk, de briljante kwaliteiten van de ander. Op een gegeven moment wordt dat hol en leeg. Authenticiteit zit dicht aan tegen wat ik ‘betrouwbaarheid” noem. Ook ontbreekt de impact van sociale media. Cialdini’s boek is uit 1984. Maar de invloed die wij via Twitter en Facebook hebben gehad (en via de hulp die wij als partner aan een tiental missies op dat gebied hebben gegeven) is niet te onderschatten.
Tsjonge jonge, wat hebben wij het goed gedaan in de campagne, zou de lezer kunnen denken op basis van het bovenstaande. Helaas, we werden tweede in de eerste stemronde en hebben uiteindelijk een #SplitTerm met Italië gekregen. Dus neem het bovenstaande met een grote korrel zout. Maar het feit dat we in de Veiligheidsraad echt invloed hadden, kan mede tegen de achtergrond van dit hoofdstuk worden gezien.