Search this site
Embedded Files

https://sites.google.com/view/linguarium 

Kain en Abel

Eva gaat met Adam naar bed en raakt in verwachting. Ze krijgt een zoon: Kain. Daarna wordt Abel geboren. Abel wordt schaapherder, Kain wordt boer en bewerkt de

grond. Na een poosje brengt Kain een offer aan Jahweh, van de oogst van het land. Ook Abel brengt hem een offer. Hij offert de eerstgeboren lammetjes. Jahweh is blij met Abel en met zijn offer. Maar hij is niet blij met Kain en zijn offer. Daar is Kain erg kwaad over. Dan zegt Jahweh tegen Kain: Waarom ben je zo kwaad? Als je doet wat goed is, ben Ik toch blij met je? Maar als je slechte dingen doet, loert het kwaad op je. Het wil je grijpen, maar jij moet sterker zijn dan het kwaad. Maar Kain vraagt zijn broer Abel om met hem mee te gaan. Samen lopen ze het veld in. Daar vermoordt Kain hem.


Het geheugen kan een mens op twee manieren in de steek laten. Meestal betreft het gebeurtenissen die men zich niet meer herinnert, maar wel gebeurd zijn. Een heel enkele keer is het net andersom. Dan herinnert men zich iets dat niet gebeurd is. Dat is mij ook overkomen. Een baksteen. Een baksteen?In de jaren 80 heb ik dromen, waardoor ik aan het gebeurde begin te twijfelen.

In 1989 spreek ik er met Lilith over. Ik zie in mijn herinnering twee gebeurtenissen, zeg ik. Bij de ene gebeurtenis zie ik mezelf zitten op een bank bij de garage naast een grote jongen, die een voorbij komende verpleegster een beledigend woord of zoiets van seksistische aard toeroept.
De garage staat vlak bij de boerderij op een terrein dat grenst aan het bos. Dat terrein wordt vaak gebruikt door kampeerders. De verpleegster hoort bij een groep kampeerders. Ze komt daar vandaan en loopt in de richting van de boerderij, misschien om water te halen. Op de weg daar heen passeert ze de garage waar wij op de bank zitten.

Ze wordt kwaad, pakt een baksteen van de grond en gooit ermee in onze richting. Het ongeluk wil dat de steen niet die jongen, voor wie hij bedoeld is, maar mij treft, hier waar

ik dit litteken heb op mijn voorhoofd. Daarna zie ik de verpleegster terug in de achterkeuken. Ze is mijn wond aan het verbinden. Het laatste beeld speelt zich later af. De wond is genezen. De dokter heeft het verband eraf gehaald, We rijden terug, ik naast mijn vader voorin de auto, maar in de garage komt de auto met een schok tot stilstand, waardoor ik mijn hoofd bezeer aan het dashboard. De wond gaat opnieuw open. Dit is alles wat ik me herinner van de ene gebeurtenis.

Bij de andere gebeurtenis sta ik bij de boomgaard naast het gietijzeren hek onder de overhangende takken van de kersenboom. Kain is kwaad. Hij komt met een bijl op me af en daarna houdt die herinnering op. Wat is er toen echt gebeurd?

Weet je dat niet? Ik heb je dat toch al eens verteld, zegt ze.
Ik kan me daar niks van herinneren, zeg ik.

O, zegt ze, dat kan, ja, misschien wou je dat... hier stopt ze even, alsof ze zich inhoudt en dan gaat ze verder: Dat verhaal hebben ze je verteld, omdat ze bang waren, dat je later als volwassene een wrok zou gaan koesteren. Ik heb de ware toedracht van ma gehoord. Ze vindt het verkeerd, dat ze zo’n verhaal verzinnen.

Ze vertelt niet wat het verhaal is, dat ze hebben verzonnen. Ik vraag er verder ook niet naar. Ik neem aan dat het het bijlverhaal is.

 

Hoe is het mogelijk, dat ik die toch zo duidelijke herinnering aan die bijl nooit met dat litteken op mijn voorhoofd in verband heb gebracht? Volgens wat oma Lilith vertelt, is het een hamer, maar ze is er niet zeker van. Dit is voor mij een schokkende onthulling, niet zo zozeer wat er is gebeurd, maar dat de waarheid totaal verdraaid is. Het is net zo schokkend, dat het flauwe vermoeden dat ik ervan heb pas 39 jaar later wordt omgezet in helder besef. Het gekke is dat ik me het voorval niet herinner als verteld verhaal, ik zie het voor mijn ogen in heldere beelden, die zo overtuigend zijn, dat ik nog steeds geneigd ben het te geloven.

Ik ben aan het fietsen en kom bij Windraak Seth tegen die daar toevallig met zijn hond aan het wandelen is. Hij zegt dat hij op de website heeft gelezen over de twee voorvallen waarvan in het verhaal sprake is. Ik zeg: het is een voorbeeld van hoe jeugdherinneringen ons kunnen misleiden. Hij zegt dat hij ook een herinnering aan die twee voorvallen heeft, alleen is dat een heel andere. Ik ben er meteen benieuwd naar. Hij vertelt het verhaal. Daarna vraag ik hem om het eens op papier te zetten. Dat doet hij een jaar later. Hij schrijft in een mail: Het is alweer een jaar geleden dat ik je ergens in het veld van Windraak toezegde herinneringen uit onze kinderjaren toe te sturen: Het zal 1948 geweest zijn, ik 4 jaar, in de tuin achter de boerderij richting Terborg, het is winters en wel zonnig, ik hef de grote bijl groter dan ikzelf boven mijn hoofd en wil naar jou neerhalen, ik heb geen herinnering dat er iets verkeerds is gebeurd, zal wel iets tussen kinderen geweest zijn, ik hoor iemand ver achter me panisch schreeuwen en gewaarschuwd laat ik de bijl zakken. Het is geen vervelende herinnering.

En dan ongeveer 1954, 10 jaar, op straat voor de vroegere plaatstalen garage tegen het bos aan, een auto passeert en een achterband laat een steentje opspringen dat jou hard tegen je voorhoofd raakt, jij huilen natuurlijk maar maakt er geen drama van, de chauffeur weet blijkbaar van niks want hij rijdt verder naar beneden door het bos. Jij houdt er een litteken op je voorhoofd aan over.


https://sites.google.com/view/linguarium 


Google Sites
Report abuse
Page details
Page updated
Google Sites
Report abuse