https://sites.google.com/view/linguarium
Maigret
Is intuïtieve filosofie mogelijk? Bertrand Russell zou op deze vraag zeker niet positief geantwoord hebben. Henri Bergson, de filosoof van de intuïtie, misschien wel? Hij heeft met verstand over de intuïtie geschreven. Inderdaad, de filosoof dient verstandelijk te denken.
Er bestaat verschil van mening over de voorwaarden waaraan verstandelijke kennis moet voldoen.
Klassiek is de regel: ab oportere ad esse, ab esse ad posse, valet illatio (noodzakelijk waar zijn impliceert feitelijk waar zijn, feitelijk waar zijn impliceert mogelijk waar zijn, het omgekeerde geldt echter niet).
Over de vraag of uit een noodzakelijk ware bewering een feitelijk ware bewering valt af te leiden, wil ik kort zijn. Een noodzakelijk ware bewering heeft slechts betekenis in de logica en zegt nooit iets over het feitelijk waar zijn. Als ik bijvoorbeeld zeg, dat een sinaasappel in alle mogelijke werelden oranje is, zeg ik iets dat absurd is (zelfs als het juist zou zijn).
Het is niet mogelijk om uit een feitelijk ware bewering (de sinaasappel is oranje) een noodzakelijk ware bewering (een sinaasappel is in alle mogelijke werelden oranje) af te leiden. Het is ook niet mogelijk om uit een mogelijk ware bewering (een sinaasappel kan oranje zijn) een feitelijk ware bewering (de sinaasappel is oranje) af te leiden.
Je zou kunnen zeggen, dat het waarschijnlijk is, dat dit een sinaasappel is, als deze sinaasappel eigenschappen heeft, waarvan van tevoren vaststaat dat deze de sinaasappel kenmerken. De mate waarin dit waarschijnlijk is zal dan afhangen van de nauwkeurigheid, waarmee we deze eigenschappen hebben vastgesteld en de nauwkeurigheid waarmee we deze sinaasappel aan die eigenschappen hebben getoetst. Het zal inderdaad mogelijk zijn van een contingente bewering een feitelijke ware bewering te maken, door de waarschijnlijkheid te meten dat de bewering feitelijk waar is.
Het zal echter niet lukken vast te stellen of het waarschijnlijk is, dat een bewering feitelijk waar is, als het een eenmalig feit betreft. Ik bedoel niet dat het niet lukt om vast te stellen of dit een feit is, maar om vast te stellen of het waarschijnlijk is dat dit een feit is. Om te kunnen vaststellen of een feit waarschijnlijk is, is het op zijn minst nodig, dat ik dit feit meer dan eens heb vastgesteld, of, als dit niet het geval is, dat dit feit door andere feiten wordt bevestigd.
Stel, dat ik getuige was van een moord en mij wordt gevraagd wat het moordwapen was, waarmee het slachtoffer werd vermoord. Stel dan, dat ik zeg: het was een vergiftigde sinaasappel, dan heb ik dat wel als feit waargenomen, maar het zal mij moeite kosten, anderen van de geloofwaardigheid van mijn bewering te overtuigen.
De waarschijnlijkheid, dat mijn bewering waar is, zal slechts kunnen toenemen, als er andere feiten bekend zijn, die mijn bewering bevestigen. Dit zou bijvoorbeeld het geval kunnen zijn, als in het lichaam van het slachtoffer vergif is aangetroffen.
Je zou nu kunnen zeggen, dat het toch mogelijk is, gegeven een eenmalig feit, om vast te stellen, of het waarschijnlijk is gebeurd, als er andere feiten zijn die dit feit bevestigen.
Ik zal dan antwoorden, dat andere feiten, die erbij worden gehaald, niet gelijk zijn aan het feit dat ik heb waargenomen. Het feit dat werd vastgesteld, toen het vergif in het lichaam werd aangetroffen, is niet gelijk aan het feit, dat ik heb waargenomen, toen ik zag dat het vergif toegediend werd. Het maakt dan geen verschil, als op grond van die feiten eenzelfde feit kan worden vastgesteld.
Stel nu eens, zou je kunnen zeggen, dat er nog een getuige is geweest, die hetzelfde feit heeft waargenomen als jij. Zou zijn getuigenis dat van jou niet geloofwaardiger kunnen maken?
Ik antwoord dat ook diens getuigenis niets toevoegt aan de feitelijke waarheid van mijn bewering. Voor mij is de vergiftiging een feit, omdat ik geloof dat mijn eigen ogen dat hebben gezien.
Goed, zou je kunnen zeggen, je gelooft wat je met je eigen ogen hebt gezien, maar zou het niet kunnen zijn, dat je je vergist en dat je datgene wat je hebt gezien, alleen maar hebt geïnterpreteerd als vergiftiging, terwijl je in het geheel niet zeker weet dat het zo was? Zou het dan niet zo kunnen zijn, dat het waarschijnlijker zal zijn dat je de waarheid spreekt, als andere feiten of getuigen jouw bewering kunnen bevestigen?
Ik zal dan antwoorden, dat het inderdaad kan zijn dat ik me heb vergist. Als ik zeg dat ik met mijn eigen ogen de vergiftiging heb gezien, kan ik me hebben vergist. Het is mogelijk dat het slachtoffer een natuurlijke dood is gestorven. Maar ook als dit de ware toedracht zou zijn geweest, wat uit onderzoek of getuigenverklaringen zou kunnen blijken, dan zal evenmin waarschijnlijk gemaakt kunnen worden dat mijn bewering onwaar is, als dat, wanneer het tegenovergestelde het geval zou zijn, deze waar is, als tenminste aangenomen is dat het een eenmalig feit betreft.
Je zou tenslotte kunnen zeggen dat het besproken feit niet eenmalig is. Dit zou het geval kunnen zijn, als degene die de vergiftiging heeft beraamd, zich meer dan eens aan een dergelijke daad heeft schuldig gemaakt. Dit zou dan de geloofwaardigheid van het feit waarvan ik getuige was, kunnen vergroten. Ik zal dan antwoorden, dat het bestaan van vergelijkbare feiten de eenmaligheid van een feit niet kan opheffen. Of er sprake is van een eenmalig feit of niet, hangt af van het standpunt dat ik wil innemen. Vanuit het standpunt dat ik wil innemen, zijn intuïtieve beweringen te onderscheiden in beweringen die eenmalig waar zijn, en beweringen die eenmalig niet waar zijn.
Alle verstandelijke beweringen zijn vanuit dit standpunt te onderscheiden in beweringen die niet eenmalig waar zijn, en beweringen die niet eenmalig niet waar zijn. Dit niet eenmalig zijn geldt zowel voor noodzakelijk ware beweringen, die in de logica worden onderzocht, als voor contingente beweringen, waarvan in de empirische wetenschap gebruik wordt gemaakt.
Intuïtieve beweringen zijn evenals beweringen van de empirische wetenschap contingent, maar eerstgenoemde kunnen niet zoals laatstgenoemde, doordat ze waarschijnlijk zijn, worden gemaakt tot beweringen die feitelijk waar zijn.
Stel dat ik me in het voorbeeld van de vergiftigde sinaasappel niet op het standpunt zou stellen, dat hier van een eenmalig feit sprake is. Stel vervolgens, dat ik hoofdinspecteur Jules Maigret ben die de geloofwaardigheid van het feit onderzoekt. De getuige zal ermee instemmen, dat zijn intuïtieve bewering door Maigret zal worden gecontroleerd en dat hij niet op zijn woord wordt geloofd. Maigret zal het getuigenis ook niet verwerpen. Maigret en de getuige zullen elkaar kunnen vinden, als zij beiden bereid zijn de gegeven uitspraak als contingent te beschouwen. Zij kan waar zijn en zij kan niet waar zijn. Als de getuige wil dat zijn uitspraak voor waar gehouden wordt, doet hij een beroep op het geloof van Maigret. Maigret zal zijn getuigenis kunnen geloven of niet, maar beroepshalve zal hij de geloofwaardigheid van de getuige onderzoeken. Wanneer de getuige ermee instemt, dat Maigret hem niet op zijn woord gelooft, maar zijn geloofwaardigheid onderzoekt, zal zijn intuïtieve bewering als een verstandelijke bewering kunnen worden beschouwd.
Dit zal ook het geval zijn met beweringen die in de intuïtieve filosofie worden onderzocht. Die beweringen zullen, ook al vragen zij uit zichzelf slechts om geloofd te worden, geloofwaardig mogen worden gemaakt voor het verstand. Toch zal uit het geloof, dat aan die beweringen wordt gehecht, nooit hun geloofwaardigheid kunnen worden afgeleid.
Laat gesteld zijn dat in de empirische wetenschap de feitelijke waarheid van een bewering afhangt van de geloofwaardigheid van die bewering. Volgt dan hieruit dat datgene wat in de empirische wetenschap als mogelijk wordt beschouwd, namelijk een uitspraak doen die feitelijk waar is, in de intuïtieve filosofie niet mogelijk is ? Dat is wel mogelijk, maar niet op grond van de geloofwaardigheid van die uitspraak. De feitelijke waarheid van een intuïtieve bewering hangt af van het geloof dat aan die bewering wordt gehecht. Hiermee heb ik bepaald hoe ver kan worden gegaan met het geloofwaardig maken van zo’n bewering. Uit de geloofwaardigheid van een intuïtieve bewering zal nooit tot de feitelijke waarheid van die bewering geconcludeerd mogen worden. Alleen onder die voorwaarde zal intuïtieve filosofie mogelijk zijn.
https://sites.google.com/view/linguarium