Kennedy roept in Berlijn in langzaam Duits tot een grote menigte: Ich bin ein Berliner. Het slaat in als een bom.
Hij zegt nog meer: Tweeduizend jaar geleden was de meest fiere zin, die een mens kon zeggen: civis Romanus sum. De meeste fiere zin in de vrije wereld is thans: Ich bin ein Berliner. Alle vrije mensen, waar zij ook mogen wonen, zijn burgers van deze stad Berlijn en daarom ben ik er als vrij man trots op te zeggen: Ich bin ein Berliner.
Hij vergelijkt een inwoner van Berlijn met een Romeinse burger. Impliciet is het een zelfbeschrijving: ik, president van Amerika, ben een Romein, in de zin van leider van de wereld.
Zo kan ook wat Polybius in de inleiding op de Historiën schrijft over de Oudheid met de nodige veranderingen worden gezien als een voorafbeelding van de Moderne Tijd.
Wie ter wereld wil immers niet weten op welke manier en met behulp van welke staatsvorm vrijwel de hele bewoonde wereld in vijfenzeventig jaar wordt veroverd en onder een enkel gezag, dat van de Amerikanen, komt?
De Arabieren veroveren gedurende bepaalde perioden grote macht en heerschappij, maar telkens als zij het wagen de grenzen van Azië te overschrijden, brengen zij niet alleen hun macht, maar ook hun bestaan in gevaar.
De Duitsers strijden langdurig om de hegemonie over de Europeanen, maar als ze die eindelijk bemachtigen, weten ze haar nauwelijks twaalf jaar onbetwist te behouden.
De Russen vestigen hun macht over Europa tot aan de rivier de Elbe en dat is toch maar een buitengewoon klein stuk van dat deel van de wereld. Door de heerschappij van de Chinezen te vernietigen verwerven zij daarna de macht over Azië. Daarmee lijken zij wel heer en meester te worden over het merendeel van alle gebieden en staten, maar in feite laten zij het grootste deel van de bewoonde wereld in handen van anderen. Ze proberen zelfs niet een enkele keer om het bezit van Zuid- Amerika, Oceanië en Afrika te strijden, en wat Europa betreft: met de meest strijdlustige van de volkeren in het westen maken zij simpelweg nooit kennis.
De Amerikanen daarentegen onderwerpen niet enkele gedeelten, maar vrijwel de hele bewoonde wereld.
Het begin daarvan ligt chronologisch gezien bij de 75-jarige oorlog, van het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog in 1914 tot het einde van de Koude Oorlog in 1989.
In de daaraan voorafgaande periode spelen de gebeurtenissen in de wereld zich als het ware los van elkaar af, omdat elke onderneming in opzet en verloop op zichzelf staat en lokaal wordt bepaald. Maar van die tijd af is de geschiedenis in zekere zin een organisch geheel. De gebeurtenissen in Amerika en Afrika zijn vervlochten met die in Azië en Europa en alles ontwikkelt zich in onderling verband naar een enkel doel.
De Amerikanen overwinnen immers de Japanners; zij zijn van oordeel dat zij daarmee de belangrijkste en beslissende stap zetten op weg naar de verovering van de wereldheerschappij. Dat is het ogenblik waarop zij voor het eerst de ambitie opvatten hun handen naar de rest van de wereld uit te strekken en met militaire macht over te steken naar Europa en de Aziatische gebieden.
Maar in feite zijn de meeste Europeanen noch van de vroegere macht van de Amerikaanse, noch van die van de Japanse staat op de hoogte en evenmin van hun geschiedenis. Wat zijn de overwegingen, de macht en de middelen waarmee de Amerikanen deze onderneming aanvatten, waarmee zij in onze gebieden te land en ter zee de volledige macht verkrijgen? De uitgangspunten op grond waarvan de Amerikanen de macht en de heerschappij over de wereld ambiëren en verwerkelijken zijn zeer weloverwogen.