https://sites.google.com/view/linguarium
Under construction
https://sites.google.com/view/linguarium
Under construction
Interoceptie
1 Korinthiërs 12
Ik wil dat jullie ook meer weten over de gaven van de heilige geest, broeders en zusters.
Wij hebben aan God in onze liefdevolle goedheid verschillenfe soorten gaven toegeschreven. Maar ze komen allemaal van ons. En er zijn verschillende soorten taken. Maar ze komen allemaal van ons. En er zijn verschillende manieren waarop de Geest kan werken. Maar ze komen van dezelfde mensen, die al die dingen doen om er de andere mensen mee te dienen.
Het lichaam heeft die geestesgaven in zich.
De Heilige Geest zegt niets, maar leeft fysiek in ons, zij weet precies wat er in ons omgaat, wat wij denken en wat wij graag willen. De Heilige Geest is in ons op de vele plekken waar wij zijn, en zij reist met ons mee en daardoor kan zij op op elke plek tegenwoordig zijn.
Het lichaam heeft die geestesgaven of vermogens in zich.
het vermogen vijf zintuigen horen, zien, proeven, betasten, ruiken, om prikkels van buiten onszelf waar te nemen
het vermogen veel inwendige zintuigen veel manieren van voelen dat wij hebben om signalen van uit ons eigen lichaam waar te nemen en te herkennen
en
Het vermogen om de positie van het eigen lichaam en lichaamsdelen waar te nemen) Waarom is interoceptie zo belangrijk?
Interoceptie is belangrijk voor het in stand houden van homeostase in het lichaam. Homeostase is het vermogen van het lichaam om je gezondheid te bewaken door constant het inwendige of interne milieu in balans te houden en te herstellen.
Wij kunnen de gaven van de geest ontvangen, door signalen vanuit het lichaam waar te nemen en te herkennen.
Maar iedereen heeft aan God zijn of haar eigen speciale plaats toegeschreven, daar waar hij of zij het wil.
Zo schrijven sommige mensen hun speciale taak in de gemeente aan God toe. In de eerste plaats schrijven boodschappers, die het goede nieuws moeten vertellen aan de mensen, aan God toe. In de tweede plaats profeten. In de derde plaats leraren. Verder mensen die wonderen doen, daarna mensen die gaven hebben om anderen te genezen, of de gave hebben om de leiders te helpen, of om leiding te geven, of om verschillende talen van de Geest te spreken.
Maar wij kunnen de gaven van de geest ontvangen, door signalen vanuit het lichaam waar te nemen en te herkennen.
Het helpt je eigen speciale taken (boodschapper of profeet of leraar of wonderdoener of genezer of in talen spreker of uitlegger) te ontdekken en te herkennen.
Impositio manuum / (epithesis cheiron, Ac 8:18; 1Ti 4:14; 2Ti 1:6; Heb 6:2) Opleggen van handen, handen opleggen,
het opleggen van handen bij het zegenen; bij het offerritueel (handen van de offeraar op het hoofd van het slachtoffer gelegd; bij het afleggen van getuigenis bij halsmisdrijven.
Handoplegging is (onder voorwaarden) een taalhandeling (een gevoelstaal)
Een dialoog tussen de tastlichaampjes van de hand en de huid.
Met gevoelstaal wordt het taalgebruik aangeduid.
Degene die de hand oplegt, fungeert alleen als
doorgeefluik. Het is de ontvanger van deze taal die, zij het onbewust, het werk verricht.
Handoplegging in het judaïsme (in het Hebreeuws סמיכה, semikhah) Het doel kan variëren van wijding of het overdragen van autoriteit, tot het geven van een zegen of een wonderbaarlijke genezing.
De Hebreeuwse Bijbel gebruikt twee verschillende uitdrukkingen voor handoplegging: het eenvoudig leggen van de handen op iemand en het drukken van de handen op iemand. In de Septuagint (de Griekse vertaling) worden beide met hetzelfde woord vertaald, dus alleen in de Hebreeuwse brontekst is het onderscheid duidelijk.
Het eenvoudig leggen van de handen op iemand is een gebaar waardoor die persoon aangewezen wordt.
Het drukken van de handen op iemand wordt gebruikt om zowel iemand aan te wijzen als ook de overdracht van iets op die persoon te benadrukken.
In het Nieuwe Testament vindt men in de Handelingen van de Apostelen deze passage: "Toen Simon zag dat de mensen door de handoplegging van de apostelen vervuld raakten van de Geest, bood hij Petrus en Johannes geld aan en zei: ‘Geef ook mij deze macht, zodat iedereen wie ik de handen opleg de heilige Geest ontvangt.’ Maar Petrus zei tegen hem: ‘U zult in het verderf worden gestort, u met uw geld, omdat u denkt te kunnen kopen wat God geschonken heeft. U kunt beslist geen deel hebben aan onze taak, want uw houding tegenover God is niet oprecht. Toon berouw over uw verfoeilijke gedrag en smeek de Heer of hij u uw slechte gedachten wil vergeven, want ik zie dat u vol venijn zit en verstrikt bent in het kwaad.’ Toen zei Simon: ‘Bid voor mij tot de Heer dat het me niet zal vergaan zoals u hebt gezegd'."
De hersenstam verbindt het ruggenmerg met de hoger gelegen hersenen. Door de hersenstam heen strekt zich de reticulaire formatie uit, waarin descenderende en ascenderende invloeden overheersen.
Een ascenderende invloed kan het brein wekken of doen inslapen, een descenderende invloed kan de waakzaamheid remmen of stimuleren.
De slaapwaakcyclus heeft een circadisch ritme, dit is een periodiciteit van een etmaal. Het verschil tussen waken en slapen kan worden geregistreerd in een electro- encefalogram (EEG).
De slaap wordt verdeeld in periodes, waarin hoge, en periodes, waarin lage EEG- frequenties gemeten worden.
Tijdens een periode met hoge frequenties heeft een mens dromen, vijf of zes keer per nacht. Vanwege het feit, dat de ogen daarbij snelle bewegingen maken achter de gesloten oogleden, wordt dit ook wel rapid-eye-movement-slaap (REM-slaap) genoemd.
Een droomloze periode met lage frequenties, of diepe slaap, wordt non-rapid-eye- movement-slaap (NREM-slaap) genoemd.
Er zijn vier graden van helderheid: de droomloze slaap, de droomslaap (paradoxale slaap), de waakdroom (paradoxale waaktoestand) en de waaktoestand.
Een bepaalde graad van helderheid emergeert uit het zenuwstelsel.
De slaapwaakcyclus maakt het mogelijk geestesgaven te ontvangen.
De geestesgaven worden ook wel wonderbaarlijke krachten of geesten genoemd.
Door de Hindoes worden de gaven opgesomd als wonderbaarlijke krachten: goddelijk gezicht, goddelijk gehoor, toegang hebben tot de gedachten van een ander en kennis van vorige levens.
De geesten zijn, volgens Jesaja, de geest van wijsheid en verstand, de geest van raad en sterkte, de geest van kennis en godsvrucht en de vrees voor Jahweh.
Een bijzondere gave van de geest is de glossolalie, het in talen spreken.
Uit de eerste brief aan de Korinthiërs van Paulus blijkt, dat het in talen spreken van het begin af voor verwarring tijdens de bijeenkomsten heeft gezorgd.
Hij, die in talen spreekt, moet bidden, dat hij ook vertolken kan, aldus Paulus.
Aan de vaardigheden, die tot de theologische opleiding horen, zal de gave van vertolking, zoals door Paulus bedoeld, kunnen worden toegevoegd.
In de fysiotheologie zal tevens de interpretatie van de fysiologie van de geestesgaven een plaats kunnen hebben.
Glossolalie een van de uitingen van de heilige Geest.
wekte glossolalie de interesse van onderzoekers .. scans van actieve glossolalisten hadden opgenomen (hymnezangers werden gebruikt als controles). In tegenstelling tot mensen die bezig waren met aandachtsgerichte taken zoals bewuste meditatie, vertoonden mensen die in tongen spraken terwijl ze werden gescand een
verminderde activiteit van de cerebrale bloedstroom in de prefrontale cortex. De hersenfunctie van Glossolalie lijkt meer te lijken op andere trance-achtige toestanden waarin de activiteit van de frontale kwab afneemt naarmate de persoon zijn gevoel verliest om de oefening opzettelijk uit te voeren. In zekere zin is het het tegenovergestelde van het concentratieproces van meditatie.
Bij nadere observatie beginnen glossolalie-uitingen gedeeltelijk op doelgerichte acties te lijken, en gedeeltelijk op onvrijwillige uitbarstingen. beweerden proefpersonen geen controle te hebben over hun spraakpatronen tijdens een episode van glossolalie, maar ze waren in staat om min of meer op verzoek te beginnen met tongspreken terwijl ze werden gescand. Het lijkt iets te zijn waar iemand zichzelf op kan voorbereiden, maar als ze er eenmaal volledig in zijn, ervaren ze dat ze erdoor worden overgenomen. De mensen waren zeker niet in hun gebruikelijke staat van bewustzijn en hadden enige inspanning nodig om hen van de beoefening te stoppen. Ze leken ook enkele minuten nodig te hebben voordat ze terugkwamen in hun gebruikelijke toestand.
Zoals een glossolalist uitlegde: „Als ik in tongen spreek, oefen ik over het algemeen geen controle uit over de lettergrepen die ik spreek; Ik heb echter te allen tijde volledige controle over de toonhoogte, het volume, de duidelijkheid van de uitspraak, of ik stop of pauzeer, enz. "
Glossolalie en dissociatie
Als glossolalie gedeeltelijk vrijwillig is, maar de hersenen niet beïnvloedt zoals concentratiemeditatie, wat doet het dan precies? Onderzoekers definiëren glossolalie als een belichaamd patroon van religieus gedrag met biologische resultaten, en tonen voorlopig aan dat een van die resultaten mogelijk de vermindering van biologische stress zijn.
Glossolalie wordt geassocieerd met zowel een vermindering van het cortisol in de bloedsomloop als een verbetering van de activiteit van het alfa-amylase-enzym - twee veelvoorkomende biomarkers van stressvermindering die kunnen worden gemeten in speeksel. Cortisol is een stresshormoon dat verantwoordelijk is voor de bekende stressreactie die bekend staat als de vecht-of-vluchtreactie. Alfa-amylase is een opwindingsenzym dat gevoelig is
voor snelle veranderingen in de omgeving en waarbij adrenaline vrijkomt in het sympathische zenuwstelsel.
dat de ervaring van glossolalie dempt de reacties op normale dagelijkse stressoren dempte. Ik vergelijk beide biomarkers op zondag en maandag omdat ik wil zien of mensen met meer glossolalie-ervaring minder reactieve zenuwstelsels zouden hebben, alsof hun ervaring ervoor had gezorgd dat ze minder angstige mensen waren in het aangezicht van stress, omdat meditatie bekend staat te doen. Op zondag zijn de cortisolspiegels hoog voor alle kerkgangers, zoals verwacht. Maandag voorspel ik dat mensen met meer glossolalie-ervaring een lager cortisol zouden hebben, wat ze over het algemeen deden. het hogere amylasepercentage onder mensen met meer glossolalie-ervaring op maandag
wordt geïnterpreteerd als een grotere stabiliteit.
Glossolalie het best kan worden gezien als een dissociatieve bewustzijnsstaat. Gebieden van bewustzijn zijn dan van elkaar gescheiden. Van buitenaf omschrijven waarnemers dit vaak als een trance. Dit komt overeen met Pinksterrapporten dat hun bewustzijn en herinneringen aan hun tongervaringen variëren van afwezig tot wazig.
Structuur van de tastorganen
De organen van de tastzin zijn receptoren: ze nemen prikkels als aanraking, pijn en temperatuur waar. Ook het zich bewust zijn van de lichaamshouding is te danken aan deze gespecialiseerde orgaantjes. Deze receptoren bevinden zich in de huid, het bindweefsel en de slijmvliezen. Er zijn verschillende typen; al naar gelang de aard van wat ze waarnemen is er sprake van tactiele receptoren (aanraking), nociceptoren (pijn), thermoreceptoren (temperatuur) en proprioceptoren (positie).
Zoals de woordtaal woordsoorten kent (zelfstandig naamwoord, bijvoeglijk naamwoord, bijwoord, werkwoord, etcetera), zo kent de voeltaal soorten van gevoelens / voelwoorden (aanraking, pijn, temperatuur, positie / beweging / houding, [en ook] geur, smaak, gehoor, gezicht). Zoals woorden een zin kunnen vormen, zo kunnen gevoelens een reeks vormen. Een reeks is bijvoorbeeld een verandering van positie als gevolg van pijn na aanraking bij een bepaalde temperatuur. reeks / gevoelens die op elkaar volgen.
Behalve de tastorganen spelen ook zenuwuiteinden die zich los in de weefsels bevinden een rol bij de geleiding van gevoelswaarnemingen; dit zijn de vrije zenuwuiteinden.
Plaats van de tastorganen in het menselijk lichaam
De receptoren die gevoelig zijn voor aanraking bevinden zich onder meer in de huid. Receptoren voor temperatuur en pijn bevinden zich in de vrije zenuwuiteinden die verspreid door het lichaam voorkomen. Proprioceptoren, ofwel de receptoren voor de positie van de eigen lichaamsdelen, bevinden zich in de skeletspieren, de pezen en de gewrichtskapsels.
De lichaampjes van Meissner, Golgi, Vater-Pacini, Ruffini en Krause.
Vijf handelingen
Afdekken Vouwen Dragen Bewegen Opleggen
De hand stilhouden, [geen massage] lichte druk, de handpalm / handkom omsluit (omgeeft sluitend) contigu /continu het zachte weefsel
Het doel is niet therapeutisch. Het doel is communicatie.
Jezelf behandelen
Rûaḥ ist weiblich und soll ein onomatopoietisches Wort sein, welches das Geräusch des Windes oder des Atmens nachahmt.
Hebreeuws Ruach, Aramees Rucha
onomatopee, zoals Nederlands Roekoe, klinkt als het ruisen van de wind (een sterke wind) of het koeren van een duif.
Gurren Roekoe Reiki
Er zijn twee manieren voor zelfbehandeling. De eerste is de volledige zelfbehandeling met de bijbehorende handposities. De tweede manier is je handen op een bepaalde plaats van je lichaam neer te leggen.
De kunst is om met de juiste “touch” aan te raken om het lichaam uit te nodigen om spanning los te laten.
De juiste aanraking.
Structuur en functie van de tastorganen Bij veel gewaarwordingen spelen
verschillende receptoren een rol. Tot de receptoren voor aanraking behoren gespecialiseerde orgaantjes als de tastlichaampjes van Meissner. De tastlichaampjes van Meissner zijn eivormige receptoren. Er zitten veel van deze tastlichaampjes in de huid van de vingertoppen, de handpalmen, de voetzolen, de oogleden, de tepels en het puntje van de tong en in de diepere weefsels van het lichaam.
Tot de proprioceptoren behoren de spierspoelen, de peessensoren en de gewrichtssensoren. Spierspoelen zijn gespecialiseerde groepen spiervezels in een skeletspier. Peessensoren zijn aanwezig bij de overgang van een pees in een spier. Gewrichtssensoren bevinden zich in en rond het gewrichtskapsel en het botvlies.
De spierspoelen reageren op het strekken van de spieren. Als de spier wordt
gestrekt, worden ook de spiervezels van de spierspoel gestrekt, waardoor de sensibele zenuwuiteinden worden geactiveerd. Als reactie hierop worden signalen naar de spiervezels gestuurd via de zenuw die motorische prikkels overbrengt. Deze motorische prikkels wekken een spiersamentrekking op; zo wordt een evenwicht in stand gehouden. Er zitten talrijke spierspoelen in de intrinsieke spieren van de hand en de spieren rondom het oog, waar fijne, precieze bewegingen zijn vereist.
Lichaampjes van Golgi
Ook de lichaampjes van Golgi werken als proprioceptoren en registreren beweging en positie van de pezen. Daarnaast bepalen ze de spanning tijdens het strekken van de pezen. De lichaampjes van Golgi zijn te vinden in het gebied tussen pezen en spieren.
Lichaampjes van Vater-Pacini
De lichaampjes van Vater-Pacini zijn zintuigreceptoren die druk, ruwe aanraking, trilling en spanning waarnemen; ze hebben een groot waarnemingsbereik. Ze bevinden zich in de handpalmen, de voetzolen, de ligamenten, de genitaliën, de gewrichtskapsels, bepaalde vliezen en de inwendige organen.
Lichaampjes van Ruffini en lichaampjes van Krause
De lichaampjes van Ruffini en de lichaampjes van Krause zijn complexe receptoren in de lederhuid en het onderhuidse weefsel, in het bijzonder die van de voetzolen en de vingertoppen. Het zijn mechanoreceptoren die gevoelig zijn voor aanraking en druk.
Soorten tactiele prikkels
Er is een indeling in vier soorten tactiele prikkels te maken, die alle vier ook gespecialiseerde receptoren in de huid kennen.
Lichte aanraking wordt op de onbehaarde huiddelen gedetecteerd door het tastlichaampje van Meissner. Dit betreft prikkels die onder meer verwerkt worden bij het uitoefenen van fijnmotorische taken door het organisme. De fijne tastzin kan getest worden door met een plukje watten zachtjes over de huid te strijken. De persoon dient de ogen te sluiten en de aanraking te bevestigen.
Aanhoudende aanraking komt als prikkel binnen via de zogenoemde schijf van Merkel. Tactiele zenuwuiteinden van dit type zijn langzaam adaptief, dat wil zeggen dat ze hun pulsen nog lang blijven afvuren naar de hersenen nadat de aanraking begon.
Vibraties en snelle variaties in druk worden verwerkt door het druklichaampje van Vater-Pacini. Hiermee kan een organisme bijvoorbeeld de trillingen van een aardbeving voelen. De mens bemerkt hiermee in de huid bijvoorbeeld de trillingen van de bas van een hard vibrerende muziekinstallatie. Deze lichaampjes bevinden zich in de handpalmen, voetzolen, geslachtsorganen en tepels, wat suggereert dat ze ook een belangrijke rol spelen bij de seksuele stimulatie en bij het zogen. Verder komen deze lichaampjes ook veel voor bij inwendige organen en in het bindweefsel rondom gewrichten en spieren, waar ze snelle veranderingen en vibraties registreren en betrokken zijn bij de proprioceptie.
Bestreken huid wordt geregistreerd door de peritrichale zenuwen. Dit zijn zenuwuiteinden die om de haarfollikels gedraaid zitten. Het gevoel dat deze peritrichale zenuwen veroorzaken is duidelijk op te wekken door tegen de natuurlijke stand van de hoofdharen in te strijken.
Mechanische/Tastreceptoren
Onze huid bevat verschillende receptoren die ons helpen de wereld via tast te kunnen ontdekken. Er zitten vier zogeheten tastreceptoren in onze huid:
Schijf van Merkel
Deze schijfvormige receptoren zitten vlakbij de grens tussen de opper- en lederhuid. Zij zijn gevoelig voor een lage prikkel frequentie en voornamelijk verantwoordelijk voor de waarneming van druk op de huid.
Lichaampje van Meissner
Deze groep van platte cellen bevindt zich in de lederhuid en is verantwoordelijkheid voor de waarneming van lichte/vluchtige aanraking van de huid.
Ruffini cilinder
Deze receptor bestaat uit een bundel vezels die zich binnen een cilindervormige capsule bevinden en neemt de sensatie van strekken waar.
Lichaampje van Pacini
Deze receptor bestaat uit een gelaagde capsule die om een zenuw vezel is geplaatst en zit diep in de huid. Deze receptor is onder andere verantwoordelijk voor de waarneming van structuren.
Gevoelszintuigen
Gevoelszintuigen komen overal in de huid van de meeste dieren voor. Tast en druk worden waargenomen door mechano-receptoren, warmte en koude door thermos-receptoren en pijn door noci-receptoren.
De plaats van een mechano-receptor is mede bepalend voor de aard van de opgevangen prikkel. Een receptor die in het bovenste gedeelte van de lederhuid ligt is voor het tastzintuig. Wanneer de receptor dieper in de huid ligt zal het alleen grovere veranderingen opmerken. Dus druk. In het lichaampje van Vater-Pacini liggen de mechano-receptoren voor de druk. Dit wordt dus een druk-zintuigorgaantje genoemd. Deze komen behalve in de huid ook nog op vele andere plaatsen in het lichaam voor. bijvoorbeeld in het bindweefsel rond spieren en pezen en onder de slijmvliezen. Het lichaampje wordt omringd door een structuur in de vorm van een uieschil. Deze bestaat waarschijnlijk uit cellen die afkomstig zijn uit dekweefsel met bindweefsel ertussen. De zenuwcel loopt van het ene einde naar het midden en stopt daar. Wanneer er druk op het lichaampje van Vater-Pacini wordt uitgeoefend rekt het lichaampje wat uit. Dat wordt doorgegeven aan de zenuw. De zintuigorgaantjes die de tast verzorgen zijn de lichaampjes van Meisner. Ze bevinden zich in de uitstulpingen van de lederhuid vlak onder de opperhuid. Ze komen het meest voor op de vingertoppen, de lippen, de oogleden, de tepels en de uitwendige geslachtsorganen. De lichaampjes van Meisner hebben de vorm van een ei waarin zich een zenuweinde vertakt. Een ander tastlichaampje is genoemd naar de Duitse anatoom Merkel. Deze lichaampjes hebben de vorm van een schijf. De zenuwuiteinden bevinden zich tussen de cellen van de opperhuid. Dit tastzintuig treedt in werking wanneer de huid wordt vervormd.
Warmte en koude worden waargenomen door twee zintuigorgaantjes die zijn vernoemd naar de Italiaanse anatoom Ruffini en de Duitse anatoom Krause. De lichaampjes van Ruffini liggen diep in het onderhuids bindweefsel. De lichaampjes van Krause liggen op het bindvlies van het oog, het slijmvlies van de tong en in de huid van de uitwendige geslachtsorganen.
Het pijnzintuig bestaat uit een zeer fijn vertakt netwerk van zenuwcellen die zich tussen de cellen van de opperhuid vertakken. Deze zenuwcellen reageren op allerlei prikkels als ze maar sterk genoeg zijn. Bij een prikkel wordt er weefsel beschadigd. Dit zorgt ervoor dat er stoffen vrij komen of worden geactiveerd die de vrije uiteinden van de zenuwen prikkelen.
De tastzin zit in de hand en ook in de huid. Hun ontmoeting is te vergelijken met ogen die elkaar aankijken.