Telefoon uit 's-Hertogenbosch. Tante is in kritische toestand opgenomen in het Carolusziekenhuis. Later nog een telefoon van de Eerste Opname: We vragen ons af, of we haar moeten reanimeren. Gesprek met de specialist.
Ze heeft een ernstige graad van bloedarmoede. Het HB-gehalte is 2, zelfs nog iets minder, terwijl het 10 moet zijn. Ze heeft een erg bleke huid. Is dat al langer zo?
Ja, het laatste jaar vooral.
Heeft ze wel eens zwarte ontlasting gehad?
Nee, niet dat ik weet, of ja toch wel, maar dat is wel zo’n zeven jaar geleden. (Stilte) Wat gaat er nu gebeuren?
Er moet bloed bijkomen, maar het is de vraag of het hart dat redt.
Iemand van de Eerste Opname vroeg me of ze haar moesten reanimeren, door de telefoon!
Och, die zeggen wel eens vaker wat.
Hoe is het dan nu met haar?
Er is wel een kans op herstel.
Ik ben in het ziekenhuisrestaurant. Het geluid van kopjes, geroezemoes van mensen. Soms kun je er een zin uit opvangen. Aan de aangrenzende tafel: Er zijn reclamemakers die zo’n mooi drukwerk maken dat je niet kunt zien of het een 2 of een 10 is.
Wandelend door Den Bosch denk ik: zou ik in de toekomst meer met deze stad te maken krijgen? Ik koop een plattegrond en een doos sigaren in de sigarenwinkel van Joop van Ravenstein. Die rookt Compaenen sigaren in de winkel. Ik wandel verder door de stad. Ik kom langs een vijver. De IJzeren Vrouw, volgens de plattegrond. Vandaar uit steek ik de Zuid-Willemsvaart over en zo kom ik langs het Groot Ziekengasthuis via de Hinthamerstraat op de markt, waar ik plaatsneem op het terras van Café In De Kleine Werelt.
Op de terugweg koop ik bloemen, naast de sigarenwinkel. Helaas, na aankomst in het ziekenhuis blijkt: bij Special Care geen bloemen. Ik geef ze aan de verpleegster: Mag ik u deze bloemen aanbieden? Ja, dat mag.
Vannacht kwamen seksvrouwen bij mijn bed met een mes, fluisterde ze. Ze wilden daarmee vlak bij mijn pols een snee maken. Iedereen was bang, maar ik niet. Ik joeg ze weg. En dan zeggen ze: ze ijlt. Maar ik ijl niet.
Gisteren was ze, zoals ze eerst was, weer terug. Ik dacht: ze komt weer naar huis, wie weet, hoe lang ze nog leeft. Vandaag trof ik haar slapend aan. Ze was vermoeid van het opzitten, zei de verpleegster. Ik heb haar niet gewekt. Er komt een neuroloog bij om te onderzoeken of ze misschien een hersenbloeding heeft gehad. Nu is ineens het graf weer dichtbij.
Ik liet haar een acceptgirokaart van de uitvaartverzekering zien. Die moest nog ondertekend worden. Dat ging heel moeizaam. Haar hand was te zwak. Haar stem is wel teruggekomen. Ze praat weer zo helder als altijd.
Ze vroeg me of ik voor haar wilde blijven zorgen als het langer zou gaan duren. Een dokter had haar gevraagd of ze daar zo zeker van was.
Daar hoeft u niet bang voor te zijn, zei ik. Het maakt voor mij niet uit, of ik in Sittard of in Boxtel ben. Ik ben alleen. Ik hoef niemand iets uit te leggen. Al duurt het een jaar, dat maakt allemaal niks uit.
Niet waar. Ik geef nog ergens les, in Sittard.
Het vloeibare dieet, dat ze haar in het ziekenhuis voorzetten, is nogal eentonig. Daarom had ik twee vlaaitjes uit Sittard bij zich, een met abrikozen en een met zwarte pruimen. Ik wist eigenlijk niet of ze die lekkernijen wel kon hebben.
Er is hoop op herstel. Een hersenbloeding heeft een verlamming veroorzaakt. Een been en een arm doen niet meer mee. Wat is er nog meer aan de hand? Misschien is er iets mis met de darmen. Daar wordt een foto van gemaakt. Daarvoor moet contrastvloeistof worden ingebracht. Dat is een beetje angstig. En dan? Wie weet wat er nog allemaal aan het licht komt.
Ze hebben foto’s van me gemaakt, zegt ze stralend, een zoals ik vroeger was, en een, zoals ik nu ben. Ze willen weten, hoe ik vroeger was.
Ik heb de notaris gebeld, zei ze. Haar stem klonk nogal opgewonden. Ik wil niet, ging ze voort, dat er teveel successierechten van af gaan. Daar weet ik iets van. Als mijn neef moet je veel betalen, maar omdat je voor me zorgt, kan je schadevergoeding krijgen.
Niet zo’n prettig bericht. Nog wat meer dagen in het ziekenhuis.
De verpleger die me dit vertelde vroeg me: Weet u wat het wil zeggen om voor haar te zorgen als ze weer thuis is?
Ik zei: Ja, dat weet ik. Het is een dagtaak.
U bent toch echt zorgbehoeftig, zei de verpleger. Hierbij keek hij haar recht in de ogen. Met zo’n uitspraak maakte hij het netwerk plotseling zichtbaar. Tante en neef, dat is een dun draadje.
De dokter heeft vastgesteld dat in het uiteinde van de darm een poliep zit met kwaadaardige cellen. Hierdoor verliest ze bij iedere ontlasting bloed. Een behandeling kan zijn: de poliep wegsnijden (en daarna misschien een operatie van de kwaadaardige cellen). Ze wil zich niet meer laten behandelen. Ze wil het riskeren.
Wat betekent dit? Ze zal bloed blijven verliezen. De darm kan verstopt raken (dat kan pijnlijk worden).
Ze verklaart haar besluit vanuit het katholieke geloof. (Hierbij fronsen de aanwezige geneeskundigen de wenkrauwen.)
Mijn engelbewaarder. Zo noemt ze me soms. Ontroerend. Ze dankt iedereen die bij het gesprek aanwezig is, de dokter, de verpleger, de verpleegster en daarna de wijkverplegende hartelijk. Ieder afzonderlijk.
Wanneer zal het draadje doorgeknipt worden? Er is geen vastgestelde tijd. De dokter heeft nog eens geprobeerd haar ervan te overtuigen dat ze die kwaadaardige poliep moet laten wegnemen. Ze lijkt daar nu zelf ook van overtuigd. Na nog een sigmoïdoscopie is gebleken dat de poliep hoog in de darm zit en alleen operationeel verwijderd kan worden. Het gaat gebeuren onder narcose. Ze zal dus geen pijn voelen.
Ze vertelt me wat de dokter heeft gezegd: U bent nog sterk. Ik wil u nog een paar jaartjes geven. Ze straalt.
De chirurg wou met me spreken over de operatie. Wat zijn de kansen?
Er is een klein risico, dat ze door de operatie kan overlijden. Als de operatie slaagt, moet er misschien een stoma aangebracht worden. Ze heeft dan nog een kans op leven. Ze krijgt intussen sondevoeding om aan te sterken.
Ik heb haar dit zo goed en zo kwaad als het ging verteld. Dit valt toch wel een beetje tegen.
Er kwamen twee vrijwilligers om een alarmtoestel aan te leggen. De andere hulpmiddelen, een looprek, een rolstoel, een toiletverhoger en een badplank, stonden al klaar. Zijn we te voorbarig geweest? Het duurt nu weer wat langer voordat ze thuis kan komen.
Ik bid ma en Stokman om me te helpen, zei ze. Ze vroeg me een tientje om knolletjes te kopen. Ik begreep eerst niet, wat ze bedoelde. Toen zei ze: Tegen aambeien.
Het spijt me nu, zegt ze, dat ik naar het ziekenfonds ben overgestapt. Eerst was ze eerste klas verzekerd. Tot nu toe was het geen probleem. Ze vond de verzorging goed, maar nu vindt ze dat ook al niet meer.
Ze zetten de po gewoon neer op het tafeltje, waar je ook van moet eten, zegt ze. En dan de mensen waar ze tussen ligt. Brabanders, fluistert ze, kijk eens, hoe grof ze zijn. Ik geneer me. Ik moet onwillekeurig aan de aardappeleters van Vincent van Gogh denken. Bloed, besmet met het Brabantvirus. Het kan de omgangsvormen ernstig beschadigen en slechte manieren veroorzaken. De darmfunctie. Programma: stoma, bestraling, operatie. Anaal onderzoek: pijnlijk, handtastelijkheid van een man, vies. Daar heeft de dokter niet aan gedacht. Terwijl ik altijd zo proper ben geweest, zegt ze. Ze weten niet dat ik daar nooit ben aangeraakt. Maar wie zal zich om een paar jaartjes langer te leven niet daar overheen zetten? De pijn die kan komen: een verstopt darmkanaal. Die mevrouw heeft ook bloed in het water, zegt ze.
Operatie dubbelloops A.P. (anus praenatalis). Dit is een stoma met twee uiteinden. Ruggenprik. Als ik jou niet had, wist ik me geen raad, zegt ze. Een verpleegster heeft uitleg gegeven bij het stoma. De gêne was gauw overwonnen. Een van de komende dagen volgt een demonstratie. Als de uitslag van het weefselonderzoek bekend is, gaan ze met de specialist aan tafel zitten. Het ziet ernaar uit dat ze over niet al te lange tijd weer zal thuiskomen.
Toen ik hier kwam waren er twee eenden. Nu is er nog maar een. De andere kreeg een manke poot en hinkte een paar dagen door de tuin. Ik was bang, dat ze niet bij het voedsel kon komen. Daarom liep ik haar na met een stuk brood, maar ze maakte telkens dat ze wegkwam. En toen lag ze daar ineens dood. Ik heb een gat gegraven en nu ligt ze onder de grond.
Uitslag van het weefselonderzoek. Er zit een groot gezwel in de endeldarm tegen het heiligbeen aan. Het groeit naar binnen toe. Hierdoor kan de darm afgesloten worden. Een operatie is pas mogelijk als het gezwel eerst door bestralingen is geslonken. De bestralingen kunnen poliklinisch plaatsvinden. Dat betekent dat ze naar huis kan en dagelijks met de taxi naar het ziekenhuis moet. Het accepteren van het stoma kost haar moeite.
Wil je eens in de klerenkast kijken, Albert? Je moet een ochtendjas voor me meenemen, een vuurrode zijden ochtendjas.
Ze vertelt haar gasten dat het gezwel bij de operatie gedeeltelijk is weggehaald en dat er nog een operatie komt.
Waarom vertelt u niet de waarheid?
Ze hoeven niet alles te weten, zegt ze.
Ik heb altijd al graag meer willen weten over de tijd, dat ze een jong meisje was op Stammenhof, maar het is er nooit van gekomen om het daar over te hebben. Ik dacht: als ik het nu niet vraag, komt het er nooit van, dus ik vroeg: Wie waren er op Stammenhof in 1925?
Ze antwoordde: Oom Louis, opa Petri, bonma (in 1923 overleden), Harie Cals, broer van oma Cals, Herzl de schweitzer, Joep Scheyen, Math Scheyen, Caspar Wap en dagloners, Dien Breuers, Mina Lindelauf, kindermeisje Greetje Wehrens, ma, Wil en ik.
Harie Cals schreef voor ma belastingbrieven.
Oom Louis was altijd maar harmonium aan het spelen.
Ze weet niet veel te vertellen over de toedracht van het ongeluk van 31 oktober 1916. Alleen dat er een paard en een dorsmachine bij betrokken waren, dat pa was uitgegleden in de modder en daardoor ongelukkig terecht was gekomen. Ook weet ze nog, dat ma zich daarna lange tijd terugtrok op haar kamer.
Opa Petri en bonma zijn naar Stammenhof gekomen om ma bij te staan bij het besturen van het bedrijf.
Op 8 november 1927 is ma hertrouwd met Frans Peters van de Biezenhof.
Opa Petri heeft nooit willen hebben, dat ma met hem trouwde. Dan zei hij altijd: Niet voor jou, Joseeph, maar voor de kinderen.
Peters verzette zich tegen haar voorgenomen huwelijk met William van Heugten.
Wiel kwam de hand vragen. Peters pakte een stok en joeg hem weg. Oom Louis achter Peters aan met de fornuispook.
Innerlijk mocht hij mij, maar hij kon Wiel niet hebben.
Wiel kwam naar de Molenberg te Heerlen om hulp te vragen van heeroom Thei, die voogd was. De hand van de heeroom (volgens de bisschop: klein, maar dapper) was sterker dan die van de stiefvader.
Op 31 maart 1937 is ze te Baexem getrouwd met de fruitteler William van Heugten.
Van beide families was iedereen aanwezig op de bruiloft, alleen Peters was opvallend afwezig. Ook Egfried Stokman was erbij. Hij had zich net in diezelfde maand tot priester laten wijden.
Siegfried. Pardon. Ik vergis me. Ik ben in de war met zijn broer, Siegfried Stokman. Ik bedoel natuurlijk Egfried.
Dat is ook weer zo’n Egfriediaanse vergissing.
De meubels, een cadeau van heeroom Ritzen, waren besteld in Roermond en in Duitsland gemaakt. Wiels cadeau bestond uit een pendule en 4 dozen met bonbons en gesorteerde sigaren. Na de bruiloft reisden ze naar een hotel in Maastricht.
Een piccolo van het hotel haalde ons af van het station.
Ze waren een van de eersten, die de Californische laagstamfruitteelt in Nederland toepasten. De eerste jaren, voor en tijdens de oorlog, toen de bomen nog te jong waren om iets op te brengen, kweekten ze tussen de bomen groenten, die werden verhandeld.
Hun huwelijk ontwikkelde zich niet voorspoedig.
Hij dronk. Op het nachtkastje lag altijd een pistool.
Ze vroeg zich af: Waarom ben ik met zo’n gek getrouwd?
Op een dag in 1953 besloot ze hem te verlaten.
Ik ben door het raam naar buiten gekropen en nooit meer teruggegaan.
Op 7 november 1957 is hij te Baexem overleden.
Ze startte een gerechtelijke procedure om het recht te verkrijgen op haar deel in het fruitbedrijf te Weert.
ƒ159.000 en daar de helft van.
De zaak werd voor haar gunstig afgesloten. In 1962 heeft ze de bungalow in Boxtel gekocht.
De rit met de taxi naar het Verbeeteninstituut in Tilburg was een tractatie. Ze was gekleed in een nertsjas (van ma) en zo liet ze zich ook rijden in de rolstoel.
In de centrale hal van het instituut een portret van Dr. Verbeeten, met bril en een stuk papier in zijn handen, vanwaar hij opkijkt, alsof hij uit zijn werk gehaald is. Verbeeten speelde een belangrijke rol bij de introductie van de kobaltbestralingsapparatuur. Ook de nucleaire geneeskunde had zijn belangstelling.
De eerste kennismaking. Ontvangst door een doktersassistente. Het eerste gesprek vindt plaats in een spreekkamer in de eerste gang. Tijdens dit gesprek bespreekt de arts op grond van de gegevens van het ziekenhuis en na een lichamelijk onderzoek het behandelingsplan.
Het definitief vaststellen van een behandelingsplan vereist een voorbereiding in de vorm van (onder andere) het aftekenen van het te bestralen gebied (simulator). Na de eerste kennismaking een afzonderlijke afspraak voor het bezoek aan de simulator.
Afspraakkaart voor de eerste bestraling. Elk bestralingstoestel heeft een eigen wachtruimte. De wachtruimten worden aangeduid door een mineraal en een kleur: cobalt-blauw, robijn-rood, smaragd-groen, goud-geel, zilver-grijs. Straling kan men niet zien en niet voelen, bestraald worden doet geen pijn!
Verbeeteninstituut. Röntgenfoto in het Mariaziekenhuis in Tilburg (lichaam in dezelfde positie als bij de bestraling).
Bij het eerste kennismakingsgesprek in het Verbeeteninstituut werd ze weer inwendig onderzocht (handmatig en anaal). Ze vroeg vandaag tot tweemaal toe of dat nu weer zou gaan gebeuren. Nee, dat was niet de bedoeling.
Voortgang status. Samen met mevrouw een heel intensief gesprek gehad over wel of niet bestralen. Mevrouw ziet er enorm tegen op, wil het liever niet. We hebben alles goed op een rijtje gezet. Geadviseerd om met de huisarts te praten om zodoende haar beslissing om niet te bestralen goed te nemen. Mevrouw heeft besloten: geen verdere behandeling meer. Annelies
Albert, ik vind het zo gek dat die pastoor vandaag gekomen is. Iedereen zegt dat ik niet zo goed ben. Nou, dan ga ik maar dood.
Ze begint geheel uit zichzelf te praten over haar begrafenis. Dingen die ik moet regelen. Koffietafel voor de familie. Enige en algemene kennisgeving in twee kranten. Zangkoor tracteren. Het koor moet het lied WIE SJOEN OS LIMBURG ES ten gehore brengen. Begraven in het bestaande graf van ma in Sweikhuizen.
Als ik op een schip was, dan was ik de kapitein. Als ik in een show was, dan was ik de ster.
En daarom is deze ziekte een straf.
En dan zou ik wensen, dat de tijd werd verkort. Ik bid voor een zalige dood.
Het is lastig om naar toilet te gaan, maar ik ben toch blij als ik geweest ben.
Hoe is het nu gegaan? Toen ze uit het ziekenhuis kwam, hoopte ze dat ze er door de bestralingen weer bovenop zou komen. Ze werd hierin gesterkt door de chirurg en de huisarts. Ze verraste beide heren met een bos bloemen (witte amaryllis).
Na Nieuwjaar zei ze daar niets meer over. Ze zag tegen die bestralingen op. Op een dag besloot ze zich op haar slaapkamer terug te trekken. Ze is sindsdien niet meer in de huiskamer geweest. Gistermiddag heb ik mijn tv-tje op haar slaapkamer gezet. Hoe is het dan nu? Het kost steeds meer moeite om uit het bed te komen. Ik moest terwijl ze op het toilet zat nieuwe luiers halen uit de garage. Dat duurde wat lang. Hierdoor raakte ze in paniek. Ze kon zich bijna niet meer overeind houden. Ze overlaadde me met verwijten. Ik kon daardoor niet meer zo goed in slaap komen.
Een zalige dood. Mogen we daarom vragen?
Als ik naar het toilet ben geweest, ben ik weer een hele Piet.
Gisteren zei ze: Je moet in Sittard eens langs een garage gaan om een catalogus te halen. Daar heb ik geen tijd voor, zei ik.
Ik wil weten wat de Sunbeam waard is.
Voor een liefhebber is ƒ10.000 een koopje, zei ik.
In Rosmalen geven ze meer, maar daar zie ik niets meer in.
Ze heeft iemand, die ze de auto liever gunt, desnoods voor een lagere prijs.
Dan kan hij hem af en toe nog eens komen laten zien. Ik ben aan die auto gehecht.
Dan doet U dat toch, zei ik.
Ze wil de auto verkocht hebben, voordat ze sterft. Het geld wil ze mij geven.
Je kunt met het geld doen, wat je wil, zei ze. Je kunt er een nieuwe auto voor kopen.
Dat weet ik niet, zei ik. Ik weet niet, of ik een auto wil. Dan moet ik ook een garage hebben. Maar die heb je dan toch?
Nee, zei ik, ik kan hier niet blijven.
Ach, dat gewauwel, zei ze tenslotte.
Heeft de auto eigenlijk twee stoelen of meer?
Nee, er is ook nog een fauteuil. Daar zit de hond in.
Ik heb hem eigenlijk nog niet zo goed bekeken, van binnen, bedoel ik.
Ja, zo zijn jullie allemaal. Dat interesseert jullie niks. En nog wel zo’n mooie sport.
Wie is jullie? (Stilte). Ik ben niet jullie. Dat heb ik U al vaker gezegd. Daar ben ik niet van gediend. Hoe zou u het vinden als ik dat nou eens tegen u zou zeggen? Ik ben Albert Riga en niemand anders.
Goed, dan weet ik dat. Voordat ik de auto kocht, heb ik eerst overal rondgekeken. Toen ik deze een keer had gezien, wist ik het. Ik neem deze, of anders neem ik er geen. En toen ik hem had, wilde ik hem op Stammen laten zien. Wil kwam niet eens kijken, maar hij had hem wel gezien. Ik weet niet meer wie het was, die me vertelde wat hij had gezegd: Het lijkt wel een barones. En toen heb ik gezegd: Zeg jij maar tegen hem, dat hij de baron is. De baron van Stammen.
Als ze zo aan het praten is, overdag, lijkt het alsof er niets met haar aan de hand is. Ze zit op bed en kijkt met heldere ogen om zich heen. Maar ‘s nachts toont het gezwel zijn verschrikkelijke kracht. Een luier vol bloed. Ze kan bijna niet meer overeind blijven. Ze kijkt steeds meer tegen die gang naar het toilet op. Als ze weer op bed zit, vertelt ze voor de zoveelste keer dat verhaal.
Als heeroom Ritzen er niet was geweest, had ik hier nooit zo gezeten. Dan hadden ze me alles afgenomen. Zijn dat nou katholieken?
Ik geloof, dat ik doodga, Albert. Wat vind jij?
Misschien nog niet zo gauw.
Degenen, die die kwaal hebben, hebben dat allemaal voor zich. De ossenstaartsoep heeft ze overgegeven.
De trein kwam niet weg uit Boxtel. Stroomstoring. Ik ga terug.
Ze klaagt af en toe over steken in haar buik. Raakt het gezwel een zenuw? Ze begint haar stem weer kwijt te raken. En ze heeft een dove rechtervoet. De dikke teen voelt ze helemaal niet meer. Ik heb de voet licht gemasseerd. Ze wil dat ik op de tenen druk. Ik zeg: Nee, dat moet je niet doen. Dan druk je het bloed juist weg. Na een tijdje begint ze er weer wat gevoel in te krijgen. Als ik haar optil of op een zij leg, werkt geen enkele spier meer. Elk deel van haar lichaam moet ik het ene na het andere in de juiste stand zetten, heel voorzichtig, om haar geen pijn te doen. Andere lichaamswarmte helpt niet, je eigen! Er gaat niks boven eigen warmte.
Om half twee na middernacht heb ik de huisdokter gebeld. Nu is ze weer terug in het Carolusziekenhuis. Arteriële afsluiting in het rechteronderbeen (trombose). Haar dunne vaten maken bloed prikken en het aanleggen van een infuus moeilijk. Dit duurt lang. Hartfilmpje. Meten van zuurstof in het bloed. Operatie om bloedprop weg te halen. Chirurg belooft niets. Er is geen alternatief of het is: been afzetten.
Ik ga terwijl ze met haar bezig zijn buiten wandelen. Ik lees op een bord: SPOEDEISENDE HULP! MORTUARIUM
Na de operatie tref ik haar aan op kamer 735, tussen de slangetjes en de draadjes. De doffe pijn is dankzij pijnstillers weg uit het been. En godzijdank, het been is er nog, maar het is niet zeker of alle bloedproppen verwijderd zijn. Er ligt een zak zand op haar lies. Die voelt warm aan, zegt ze. Ze heeft een ruggenprik gehad. Ze vertelt, hoe goed de mensen op de operatiekamer voor haar zijn geweest. Ik moet wel sterk zijn, zegt ze, dat ik dit overleefd heb.
Op de terugreis zit ik in de ochtendspits. Voor die mensen het begin van een nieuwe dag. Voor mij het einde van een etmaal. Gauw eerst wat slapen.
Ik ben met de trein gekomen in één keer van Sittard naar Den Bosch.
Ik heb veel pijn gehad. De dokter heeft me sterkere pillen gegeven en nou heb ik geen pijn meer. Heeft hij pillen gegeven?
Dat weet ik niet. Ik heb ze niet gezien. (Stilte) Ceesje is hier geweest. Hij heeft mijn voet gemasseerd en hij heeft paling meegebracht. Ze hebben het in de ijskast gelegd en klaargemaakt, maar ik heb er geen zin in.
Ik ga naar huis. Ik moet de hond nog uitlaten.
Ja, blijf maar niet te lang en laat de hond maar uit. Ik laat haar water drinken door een rietje.
Telefoon van het ziekenhuis. Het rechteronderbeen moet worden geamputeerd om te voorkomen dat het hele been versterft. Het is me toch wat.
Het is goed gegaan, zei de dokter na de operatie, en u bent een lieve vrouw. (Stilte). Ik wil het been nog niet zien, en ik laat het jou ook niet zien.
Het is ook beter van niet.
U bent een nette vrouw, zei de dokter.
Zei hij niet: een lieve vrouw?
Och, ja, een lieve vrouw.
O, Albert, zegt ze wel twintig keer en daarna zegt ze niets meer.
2 februari is dus de dag. Het is ineens zo definitief.
Ze gebaart, dat ze op de andere zij wil liggen. Ik haal er een zuster bij. We doen het samen. De opengeslagen deken onthult schaamteloos het verkorte been. Ze ademt langzaam, zwaar, maar wel regelmatig. Haar half gesloten ogen gaan soms wijd open, maar het is alsof ze niet meer ziet. Tenslotte gaan ze definitief dicht. Ze ademt niet meer.
Het is vijf voor half drie.
Wat is het geheim van Den Bosch? Dat is het antwoord op bijvoorbeeld de vraag: wat maakt Den Bosch anders dan Eindhoven? Den Bosch noemt zich de meest noordelijk gelegen stad met een Bourgondische cultuur. Deze cultuur maakt dat Den Bosch anders is dan Eindhoven. Den Bosch doet denken aan een geschiedenis van Bourgondische, Spaanse en Oostenrijkse heerschappij. Symbolen daarvan zijn bijvoorbeeld de kathedraal, de Sint Jan, en, op de markt te zien, het standbeeld van Jeroen Bosch, en het AEIOU-huis, een acroniem van Austriae est imperare orbi universo, en door de Oostenrijkse keizer uitgelegd als: Alles Erdreich ist Österreich untertan. Belangrijker dan de fysieke omgeving is de hartelijke en vrolijke mentaliteit van de bevolking, die meer aan de Latijnse cultuur van het zuiden dan het Calvinistische noorden doet denken.
Voor mij echter is het geheim van Den Bosch ook nog iets anders, namelijk een deel van het leven van mijn tante, een periode in de vijftiger jaren, die me totaal is ontgaan. Het is alsof degene die ze is voor de mensen, die haar in die tijd in Vught en Den Bosch hebben gekend, een ander is dan degene die ik ken.
Tante Lisa was vroeger getrouwd en woonde daarna samen met mijn oom. Wanneer is dat geweest?
Zo’n 45, nee, zo’n 35 jaar geleden. Ik was toen nog een kleine jongen.
U noemt haar tante Lisa.
Ja, we kwamen daar veel in huis, vandaar.
Waar heeft ze toen gewoond?
Tante heeft gelogeerd bij Bijltje en daarna bij een kleermaker in Den Bosch. Daarna heeft ze bij mijn ouders gewoond, op twee kamers, een voor haarzelf en een voor mijn oom, tot ze het huis in Boxtel kreeg.
Siegfried. Pardon. Ik vergis me. Ik ben in de war met zijn broer, Siegfried Stokman. Ik bedoel natuurlijk Egfried.
Dat is ook weer zo’n Egfriediaanse vergissing, zou tante zeggen.
Die foto heb ik al eens gezien. Het hoge dak van het gebouw valt op. Ik weet nog dat ik als kind zo’n huis heel mooi vond. Ik probeerde het na te maken met een blokkendoos die ik met Sinterklaas kreeg of in tekeningen die ik toen maakte.
Het antwoord op je vraag: Weet je daar iets meer van? Is: ja. Ik heb Frans Peters heel goed gekend. Tweede vraag: Heb je een mogelijke verklaring? Ik denk dat je doelt op een karaktereigenschap, die verklaart dat de man zo heeft gehandeld, als hij deed. Zo'n verklaring heb ik niet. Ik zoek ook niet naar zo’n verklaring. Ik heb mezelf voordat ik ben begonnen met de genealogie te onderzoeken, de vraag gesteld: waarom wil ik dit eigenlijk gaan doen? Ik denk dat veel mensen die zo’n onderzoek doen, meer te weten willen komen over hun afkomst en beter willen begrijpen wie hun voorouders waren. Dat was bij mij aanvankelijk ook zo. Maar gaandeweg het onderzoek kwam ik erachter dat er bij mij nog een ander motief bijkwam. En dat is het gebod van Mozes: Eer uw vader en uw moeder. Mozes bedoelde met uw vader en uw moeder de hele lange rij van voorouders, waaruit ik voortgekomen ben. Ik heb uit dit gebod de conclusie getrokken, dat ik zorgvuldig moet omgaan met gegevens die belastend kunnen zijn voor een persoon en die een smet kan werpen op het beeld van deze persoon, nu deze niet meer leeft. Ik heb besloten om geen beoordelingen van personen die ik door mijn onderzoek leer kennen te geven. In de beschrijving die ik van deze personen geef beperk ik me tot de feiten, die blijken uit documenten of mededelingen over het leven van die personen. Dat doe ik dus nu in het geval van Frans Peters ook. In het verhaal over tante Lies heb ik zo nauwkeurig mogelijk opgeschreven wat zij me heeft verteld.
Alles wat in het verhaal staat vermeld, heb ik uit de mond van tante vernomen, en zo opgeschreven. Ik spreek daarover geen oordeel uit.
Ik denk, dat Frans Peters leed aan de ziekte waar veel aanstaande schoonvaders (pleegschoonvaders ingesloten) last van hebben: jaloezie. Hij heeft zich toch hier overheen kunnen zetten, want ik herinner me, dat hij me een keer heeft meegenomen op bezoek bij tante Lies in Weert. Dus toen (einde jaren veertig) was er toch een normale omgang mogelijk. Ik weet natuurlijk niet echt of het jaloezie was. Het is giswerk.
Ik heb wel nog nagedacht over de situatie op De Wetering rond begin jaren ’50.
Ik heb van tante gehoord, dat ze door een raam uit het huis is gevlucht. Je kunt hierbij de vraag stellen: Waarom is ze niet gewoon door de voordeur vertrokken?
Daar kunnen verschillende redenen voor aangegeven worden.
Het kan zijn dat de situatie thuis op dat moment onveilig was.
Een andere mogelijke verklaring is, dat de situatie wel veilig was, maar dat ze vastberaden was om te vluchten en wilde voorkomen, dat ze teruggehaald zou worden.
Je kunt je verder afvragen of ze een adres wist, om naar toe te gaan. Vermoedelijk wel. Ik denk aan geestelijken.
Ik denk dat de beslissing om te vluchten voor tante heel zwaar was, niet zozeer omdat ze er alleen voor zou staan, ze stond haar mannetje wel, maar omdat ze dat bezit achter zich moest laten. Hieruit leid ik af dat de reden voor de beslissing om te vluchten heel ernstig moet zijn geweest.
De vlucht moet als een donderslag bij heldere hemel indruk hebben gemaakt op de achterblijvers en familie. Hierbij kun je je afvragen of ze een tijd spoorloos is geweest, en wanneer de toedracht bij de familie bekend werd. Ik heb over deze periode nooit iets gehoord.
Stof om over na te denken.
Ik vroeg me af, of de documenten van Mr. Spauwen betreffende de rechtszaak over de erfdeling Van Heugten-Riga voor jou een interessant onderzoeksitem zou kunnen zijn. Als je daar belangstelling voor hebt, laat het me dan weten. Dan kan ik je te eniger tijd een afschrift van die documenten doen toekomen. Kleine waarschuwing: de documenten bevatten opmerkingen die onaangenaam kunnen overkomen.
Het gaat bij de documenten Van Heugten-Riga om zo’n 100 pagina’s. Deze hoeven niet meer gekopieerd te worden, omdat ze gedigitaliseerd zijn in pdf.
Op 7 november 1957 is Wiel van Heugten te Baexem overleden. Ze startte een gerechtelijke procedure om het recht te verkrijgen op haar deel in het fruitbedrijf te Weert. ƒ159.000 en daar de helft van. De zaak werd voor haar gunstig afgesloten. In 1962 heeft ze de bungalow in Boxtel gekocht.
Ik ben nog eens bezig geweest met de genealogie, onder andere een foto van de bruiloft van Lies Riga en Wiel van Heugten, en de namen die daarbij genoemd worden.
Het gaat in totaal om 20 personen, maar van drie was de naam niet bekend. Een daarvan kan ik noemen, namelijk Josephina Petri, mijn oma. Dan de twee andere onbekende namen. Ik denk, dat dit Henriette en Josephina Riga zijn, ik heb deze twee dames als kind gezien, maar toen waren ze een stuk ouder dan op deze foto uit 1937. Ik herken de gezichten niet. Ze moeten het echter wel zijn. Ik weet alleen niet wie wie is. Het is naaste familie, schoonzussen van mijn oma. Ze woonden in Brunssum. Ik herinner me, dat tante Lies daar vaak op bezoek ging.
Ik heb de indruk gekregen uit gesprekken met tante, dat in de tijd vlak voor, tijdens en na de oorlog alles nog koek en ei was tussen de twee echtelieden. De moeilijkheden zijn begonnen eind veertiger of begin vijftiger jaren.
Ik denk dat er voordat mijn tante uit het huis wegvluchtte niet echt grote financiële problemen waren. Deze problemen ontstonden tenminste voor tante pas na de vlucht.
De afgelegen ligging van De Wetering is zeker geen probleem geweest. Ze kwam niet uit de stad Heerlen, maar van Stammenhof (en dat ligt behoorlijk afgelegen). Ik weet niet waar deze informatie over Heerlen vandaan komt. Wel weet ik dat ze nadat ze uit Weert vertrokken was vaker in Heerlen heeft gelogeerd bij een vriendin. Misschien komt die informatie daarvandaan.
Voor mij is het feit, dat tante destijds in Heerlen woonde, nieuw. Waarom woonde ze daar?
Hypothese (wel zonder dat ik er enig bewijs of aanwijzing voor heb):
Het zou kunnen zijn, dat dit een list van de heerooms was. Heeroom Theo Riga (hearnoonk Thei), pastoor van Molenberg te Heerlen, was voogd van de beide kinderen Riga. Hij hoorde van de kwestie die op Stammenhof was ontstaan over het voorgenomen huwelijk van Lies Riga en Wiel van Heugten. Het kan zijn dat hij (of de drie heerooms) eerst met Frans Peters hebben gepraat, maar dat gesprek leverde niets op. Toen heeft heeroom Theo voorgesteld, dat Lies zich in Heerlen zou vestigen, en voor enige tijd zou gaan wonen bij hem op de pastorie op de Molenberg. Door deze manoeuvre konden ze de tegenwerkende Frans Peters omzeilen. Het huwelijk kon nu vanuit Heerlen gearrangeerd worden, zonder dat de toestemming van Frans Peters nodig was.
Overigens denk ik, dat de gang van zaken zoals ik die geschetst heb, zeer waarschijnlijk maar niet volstrekt zeker ook zo gegaan is, op grond van wat ik uit flarden van gesprekken hierover heb opgevangen.
Rond een scheiding ontstaan onwaarheden of halve waarheden, die gretig rondverteld worden. Overigens, het was een verlating, geen scheiding, die heeft nooit plaatsgevonden.
Wat waren haar oprechte redenen? We zullen het misschien nooit weten. Het is ook niet belangrijk om het te weten. Ze zijn uit elkaar gegaan. Dat is een feit.
Wat is een geheim? Iets dat geheim is, lijkt me. Denk dan eens goed na. De handelingen van de stiefvader. Die zijn niet geheim. Ook de getuigenissen tijdens die rechtszaak zijn niet geheim. Die twee zaken brengen ons niet dichter bij de waarheid, die verklaart waarom de dingen zijn gegaan zoals ze zijn gegaan. De waarheid die iemand anders over wie wij het steeds hebben bij zich draagt en dat ook graag zo wil houden. Zij wil het geheim houden. Toch wil ik voor jou een tipje van de sluier oplichten. Ik gebruik hier zo meteen enkele woorden uit het katholieke jargon, maar zwijg verder over de details. Ik heb indirect bewijs, op grond van woorden uit haar eigen mond in een andere kontekst vernomen, dat zij een virgo nupta is geweest. Dat waren niet de woorden die ze heeft gezegd. Het waren oprechte woorden, die geheim moeten blijven. Ik denk dat de uitleg die ik aan die woorden geef, je kunnen helpen om te begrijpen wat er in dat huwelijk van Wiel van Heugten en Lies Riga is gebeurd.
Het geheim is niet dat we niet weten wat er gebeurd is. Het ware geheim is iets dat geheim gehouden wordt. Oorzaak van onenigheid tussen echtelieden? Misschien kunnen reacties van anderen ons niet verder helpen.
Hij is aan de drank, waarom ben ik met die gek getrouwd, hij had revolver op nachtkastje. Dat wil zeggen dat ze de situatie thuis als onveilig ervoer
Dat zij relaties had met een andere man. En dat dit al haar tweede vriendje was. Daarmee wil men zeggen, dat ze de echt verbroken heeft voor iemand anders.
Onveilige thuissituatie of echtbreuk zijn geen oorzaken, maar gevolgen van een dieper liggende oorzaak.
Als het niet lukt iets af te leiden uit de overbekende feiten (die we kennen uit beoordelingen en reacties), kan een uitweg zijn, om te kijken naar minder opvallende maar toch ware gebeurtenissen.
In dit geval denk ik aan kinderloosheid.
Ik heb zelf van af 84 na mijn scheiding contact met mijn tante gezocht, om een antwoord te krijgen bepaalde vragen die ik had betreffende familie. In 96 heb ik haar in Boxtel op het laatste stuk van de route bij haar ziekte begeleid tot haar sterven op 2 februari in 1997.
In deze laatste periode was ik door mijn ervaringen met haar met een bepaalde kwestie bezig, namelijk de volgende: kan iemand die kinderloos overlijdt zich voortplanten?
Ik kon hier niet met mijn tante over praten, want ik weet vrij zeker dat ze niet met deze vraag bezig was. Op een dag vroeg ze mij, na een bezoek van een zeer vrome buurvrouw, iconenschilderes: Is hiejnao nog get? Ik gaf haar toen na een korte aarzeling het niet professionele maar wel eerlijke antwoord: Ich geluif t’r niks van. Ze was totaal niet door mijn antwoord geschokt. Ik denk dat het een bevestiging was van wat ze zelf al dacht.
Bij het denken over wat nou de oorzaak is geweest van de onenigheid die ontstond tussen Lies Riga en Wiel van Heugten, zou je eens kunnen overwegen, of dit misschien de kinderloosheid kan zijn geweest.
De kinderloosheid werd door mijn tante gewild, het zou kunnen zijn, dat ze hierdoor een probleem met haar echtgenoot had, hoewel ik niets weet over wat zijn gedachte daarin was.
Mijn geloof is, dat mensen die kinderloos overlijden, zich tijdens hun leven, net zoals mensen met kinderen, kunnen voortplanten door hun geest op anderen over te brengen en zodoende vorm te geven aan het leven van anderen. Ik weet dat biologen, medici en overigens de meeste mensen de wenkbrauwen fronsen, als ze van deze opvatting horen, maar het is de conclusie die ik getrokken heb in de tijd dat ik daar in Boxtel met de laatste dagen van mijn tante bezig was.
Kan het zijn, dat Truida en Lies samen op school gezeten hebben (internaat in Koningsbosch)?
Van een buitenechtelijke relatie van tante weet ik niets. Ik betwijfel ook ten zeerste of er sprake van was. Nee, er werd natuurlijk wel daarover gesproken, onder andere in het kader van die rechtszaak, maar ik denk niet dat zij echt zo'n buitenechtelijke relatie had. Ik heb haar goed leren kennen, en ik heb de indruk gekregen, hoewel ze er nooit iets over heeft gezegd tegen mij, dat voor haar het hebben van zo’n relatie ondenkbaar was. Vriendschap, dat wel, daar geloofde ze heel sterk in.
Ze waren een van de eersten, die de Californische laagstamfruitteelt in Nederland toepasten.
De eerste jaren, voor en tijdens de oorlog, toen de bomen nog te jong waren om iets op te brengen, kweekten ze tussen de bomen groenten, die werden verhandeld.
Heden, een en dertig Maart, negentien honderd zeven en dertig, verschenen voor mij, Ambtenaar van den Burgerlijken Stand van Baexem ten einde een huwelijk aan te gaan: van Heugten, William Leo Joseph, oud negen en twintig jaar, geboren te Baexem, landbouwer, wonende te Baexem, meerderjarige zoon van van Heugten, Wilhelmus Johannes Hubertus, oud zeven en zestig jaar, landbouwer, en van Arits, Maria Helena, oud negen en vijftig jaar, zonder beroep, beiden wonende alhier en voor mij tegenwoordig verklaarden zij hunne toestemming tot het huwelijk te verleenen, en Riga, Maria Elisabeth Henrietta Gislina, oud drie en twintig, geboren te Schinnen, zonder beroep, wonende te Heerlen, meerderjarige dochter van Riga, Hubertus Joseph Egidius, overleden, en van Petri, Maria Josepha Wilhelmina, oud zeven en vijftig jaar, zonder beroep, wonende te Schinnen en voor mij tegenwoordig verklaarde zij hare toestemming tot dit huwelijk te verleenen.
De afkondiging betreffende dit huwelijk heeft zonder stuiting alhier plaats gehad te Heerlen en te Schinnen op dertien Maart laatstleden.
De volgende stukken zijn overgelegd.
Een geboorteextract van de bruidegom. Een geboorteextract van de bruid. Een overlijdensextract van de vader van de bruid. Een bewijs van onverhinderde afloop der huwelijksafkondiging te Heerlen en te Schinnen.
Ik heb de bruidegom en bruid gevraagd of zij elkander aannemen tot echtgenooten en zij getrouw zullen nakomen de plichten door de wet aan den huwelijken staat verboden. Na hierop van ieder afzonderlijk een toestemmend antwoord te hebben verkregen, heb ik in naam der wet verklaard, dat zij door den echt aan elkander zijn verbonden.
Getuigen waren: Riga, Wilhelmus Theodorus, oud een en twintig jaar, landbouwer, wonende te Schinnen, broeder van de bruid, en van Heugten, Anna Maria Elisa, oud een en twintig jaar, zonder beroep, wonende te Baexem, zuster van de bruidegom.
Waarvan akte, welke overeenkomstig de wet is voorgelezen.
Bruiloft van Wiel van Heugten et Lies Riga, 1937, te Baexem
Van links naar rechts: Jean Riga, Henri Riga, NN, Josepha Petri, NN, NN, Jetta Dortu, Bertine Jeurissen, Wiel van Heugten, Wil Riga, Lies Riga, NN, N van Heugten, NN, Constant Ritzen, NN, NN, NN, N van Heugten, Theo Riga.
Geboorteakte Lies Riga
Heden den achtentwintigsten November negentien honderd dertien, verscheen voor mij ambtenaar van den burgerlijken stand van de Gemeente Schinnen Hubertus Joseph Egidius Riga landbouwer oud vijfendertig jaar, wonende te Thull, die verklaarde dat op den zevenentwintigsten November negentienhonderd dertien, des namiddags ten twee ure alhier is geboren, een kind van het vrouwelijk geslacht uit Maria Josepha Wilhelmina Petri echtgenoote van hem aangever wonende terzelfde plaats aan welk kind hij verklaarde te geven de voornamen Maria Elisabeth Henrietta Gislina. Getuigen waren: Jan Hendrik Petri Gemeente ontvanger, oud vierenveertig jaar, wonende te Schinnen en Guillaume Fleishauer volontaire oud negenenveertig jaar wonende te Oirsbeek. Waarvan akte, welke overeenkomstig de wet is voorgelezen.
Bron: Gemeente Schinnen.
VAN HEUGTEN, William Leo Joseph, geboren op 03-10-1907 te Baexem, overleden op 12-11-1957 te Baexem op 50-jarige leeftijd, echtgenoot van Riga Elisabeth.
De buurtbewoners van het Sparrenrijk geven met droefheid kennis dat Mevrouw. M.E. Riga is overleden. Zij was een markante persoonlijkheid en een grote dierenvriendin.
Enige en algemene kennisgeving.
Je hebt iemand nodig stil en oprecht
die als het erop aankomt
voor je bidt, of voor je vecht.
Pas als je iemand hebt,
die met je lacht en met je grient,
dan pas kun je zeggen:
ik heb een vriend.
Wij geven kennis van het overlijden van Maria Elisabeth Henriette Ghislaine Riga
* 27 november 1913, Stammenhof Schinnen
† 2 februari 1997, 's-Hertogenbosch
weduwe van William Leo Joseph van Heugten
Familie Riga Corr.-adres: Hubertusring 10 5282 SW Boxtel
De uitvaartdienst, gevolgd door de begrafenis, zal plaatsvinden op donderdag 6 februari om 13.30 uur in de kerk H.H. Dionysius en Odilia te Sweikhuizen.
Woensdag om 19.00 uur wordt de avondwake gehouden in de Maria
Reginakerk te Boxtel.
Gelegenheid tot schriftelijk condoleren voor aanvang van beide diensten.
Brief 12 mei 1955
Lieske! Op 29 mei aanstaande zal het 40 jaar geleden zijn, dat ik uit de handen van Mgr. Diepen te ‘s Hertogenbosch de heilige priesterwijding mocht ontvangen. Ik zal dezen dag in stille dankbaarheid doorbrengen aan den voet van de wonderbare grot van Lourdes gedurende de Mei-bedevaart. Ik zal verblijven in Hotel Jeanne d’Arc, Lourdes. Toch meenden de bewoners van de Uleput, dat deze gebeurtenis niet ongemerkt mocht voorbijgaan. Ik zal dan op zondag 5 juni om 10.30 een plechtige heilige mis van dankbaarheid opdragen bij de zusters van Koningsgaard, Berg en Dalse weg 2, Berg en Dal. Ik heb geen enkele wensch van den kant van mijn familie, die ik allen verzocht heb. Alleen gij en Willy zoudt mij een enorm geluk kunnen brengen als ge samen (als man en vrouw) samen met mij zoudt willen aanzitten aan de eenvoudige feesttafel die de familie wordt aangeboden. Och ik weet ‘t wel dat is een groot iets, om over alles heen te stappen - maar zo zijn deze levens toch totaal gebroken. En dit is een mooie gelegenheid om alles in orde te maken en als dusdanige zou ik jullie als No 1 op het feest willen zien Ik wil desnoods intermediair spelen in deze aangelegenheid en zal O.L. Vrouw heel speciaal onder de bedevaart vragen, om u die grote genaden te weten verkrijgen van haar lieven Jezus, maar ge moet van uw kant meewerken en alles komt in orde. Ik weet het juiste adres niet meer van...... Kunt ge me dat even sturen. Ik wil Willy in denzelfden geest schrijven. Hij mag ook niet den indruk hebben, dat ik niet aan hem gedacht zou hebben. Hopend en biddend om een gunstig antwoord van uw kant verblijf ik met de hartelijke groeten, Pater H. Riga.