Chinees godbetert!

Over het voorgestelde taalbeleid van het GO!

Veel consternatie vandaag rond de recent gepubliceerde visietekst van het GO! waarin scholen worden aangemoedigd om de moeder- of thuistaal van anderstalige leerlingen in het lager en middelbaar onderwijs een weloverwogen plaats te geven in de school in plaats van deze onmiddellijk te stigmatiseren. Als door een wesp gestoken hekelden tegenstanders deze visietekst als een soort spreekwoordelijke trap in het kruis van het (al dan niet Algemeen) Nederlands, dat toch de voertaal moet zijn in ons onderwijs! Dit zorgt voor segregatie in plaats van integratie! Taal verbindt ons allen, dat stond zelfs al in de Bijbel! #WegMetOns! Vooraleer u uw stem toevoegt aan dit spreekkoor stopt u beter even uw smartphone weg, haalt u enkele keren diep adem, en gaat u vervolgens eerst even de volgende dingen na:

1. Heb ik de visietekst van het GO! integraal gelezen, of baseer ik mij op een hooguit twee zinnen lange samenvatting van de tekst in een krant of ander informatief medium? (Of sterker nog, baseer ik mijn mening op de tweet of mening van een ander, waarvan ik evenmin weet of deze de tekst wel gelezen heeft?)

2. Heb ik op zijn minst een notie van het bestaande onderzoek rond de invloed van de moedertaal op het verwerven van een vreemde taal?

Idealiter zou iedereen die zich in deze discussie wil werpen op bovenstaande vragen een volmondig “ja” moeten kunnen antwoorden. Is dat voor u ook daadwerkelijk het geval, welaan: argumenteer vrijuit en onderbouw uw argumenten met cijfers en wetenschap. Ik zal ze met interesse lezen, beloofd. Moet u toegeven dat u in eerste instantie eerder intuïtief reageerde? Geen nood, u bent alvast niet alleen. Dat bleek ten overvloede uit de vele commentaren die ik vandaag op Twitter en elders las. Een ding is duidelijk: iedereen spreekt een taal en iedereen liep ooit school, dus iedereen heeft een mening over het onderwerp. Ik raad u ten stelligste aan de primaire bronnen door te nemen, maar voor wie daar niet de tijd voor heeft, of de moeite wil doen, alvast enkele antwoorden op de vragen die u zich misschien stelt.

Wat zegt u?


Dat zelfs Bart De Wever dacht dat het om een aprilgrap ging? Aja, welke zot denkt er nu in godsnaam dat het gebruik van een andere taal dan het Nederlands mensen kan helpen om het Nederlands machtiger te worden!?

Wel, het zal u misschien verbazen, maar het merendeel van het academisch onderzoek* wijst uit dat ondersteunend gebruik van de moedertaal bij anderstalige leerlingen vaak een positief effect heeft op het leerrendement van het kind. Met andere woorden: door de moedertaal niet volledig te demoniseren en uit de les te bannen, maar ze af en toe aan te wenden als hulpmiddel, verbetert (gemiddeld gezien) het niveau van het Nederlands net. Daar zijn een heel aantal potentiële redenen voor, waaronder de analogieën die kunnen gemaakt worden tussen de moedertaal en de tweede taal, maar meer daarover vraagt u beter aan de gediplomeerde taalkundigen die dit soort onderzoek voeren. (Het is daarbij overigens opvallend dat tussen de stemmen tegen deze visietekst van het GO! opnieuw weinig tot geen taalkundig geschoolde academici verblijven, maar dat terzijde.)

Waar u zich misschien wel een beeld van kunt vormen is het volgende voorbeeld. In een klas zitten enkele leerlingen die het Frans als moedertaal hebben. Een van hen heeft moeite met een bepaalde grammaticale constructie, ondanks een gemotiveerde leerkracht die het hem of haar met handen en voeten probeert uit te leggen. Dan kan het waardevol zijn dat een medeleerling het (bijvoorbeeld op vraag van de leerkracht) even in het Frans probeert uit te leggen. Verstaat leerling dan plots wel hoe de constructie ineen zit, dan verbetert zijn of haar Nederlands. Ondanks dat er Frans gesproken is in plaats van Nederlands. Bovendien kan de leerkracht verder vragen naar analogieën tussen de thuistaal en het Nederlands, wat niet alleen verrijkend kan zijn (ook voor diegenen die thuis Nederlands spreken overigens), maar bovendien ook net een incentive kan zijn om in het Nederlands te praten over de eigen leefwereld. In een systeem waarin de thuistaal uit de klas gebannen wordt, of zelfs bestraft, is dit onmogelijk.

* Zie oa. de bronnen in de visietekst van het GO!, maar ook bijvoorbeeld de meta-analyse van Slavin en Cheung uit 2005, die op 13 onderzoeken 9 positieve resultaten telt, en 4 waarbij er geen invloed werd geregistreerd. (Terzijde: Is er wetenschappelijke consensus? Nee, dat niet, maar dat is dan ook zelden zo in de wetenschap. Koen Daniëls citeert oa. de resultaten van Rossell & Baker 1986 als contra-argument, maar die zijn dan weer gefileerd door Cummins 1998. Het merendeel van de studies, zeker recent, geeft eerder een positief effect aan.)

Excuseer? Moet de leerkracht dan maar Spaans of Zweeds kennen ofzo? Of Turks? Of Armeens? Of Chinees, godbetert? CHINEES! Of allemaal tegelijk!? Bart De Wever zei het ook al, binnenkort moeten alle leerkrachten hun huiswerk in het Arabisch opgeven. U bent volstrekt buiten uw zinnen!

Ik denk niet dat ik degene ben die buiten mijn zinnen ben. Nee, dat zeg ik helemaal niet, en dat staat ook nergens in de tekst. Integendeel:

Neen, uiteraard moet een leerkracht niet alle moedertalen spreken die lerenden meebrengen naar de klas. Wanneer een school de visie hierboven beschreven implementeert, gaat het over goede afspraken maken tussen de leerkracht en de lerende. Die afspraken leggen vast in welke duidelijk afgesproken omstandigheden, belangrijk voor het leerproces of voor het welbevinden, een lerende aangemoedigd wordt zijn moedertaal te gebruiken. (p. 13)

In de visie van het GO! is het Nederlands (conform de wet overigens!) de voertaal voor de leerkracht, en dat staat dan ook expliciet zo in de allereerste regels van de visietekst:

In het Nederlandstalige onderwijs is het Standaardnederlands de instructie- en communicatietaal die door de wet is vastgelegd. Het functionele gebruik daarvan is dus het fundament voor alle leren binnen de huidige onderwijscontext. (p. 5)

Wie beweert dat het GO! de taalwet met de voeten treedt, die dwaalt dan ook. (Integendeel, het verbieden van de thuistaal in een niet-lessituatie, zoals op de speelplaats, lijkt zelfs eerder in strijd met de grondwet, maar dat is een andere kwestie.) Dat betekent echter niet dat de leerlingen (en onder begeleiding) hier in de klas niet even van mogen zouden afwijken indien dat een positief effect heeft op het leerrendement.

Maar waar houdt het op! Straks gebruiken ze allerlei foefjes en spreken ze op den duur alleen nog maar Arabisch, of Turks, of godweetwat in klas! CHINEES! Wie weet lachen ze wel met mij achter mijn rug! En waarom zouden ze het Nederlands dan überhaupt nog gebruiken?

Opnieuw wijs ik erop dat het Nederlands altijd de voertaal blijft bij het lesgeven. Ze hebben het Nederlands dan ook continu nodig. Bovendien blijkt uit onderzoek (Jordens 2016, KU Leuven) in een klas waarin de thuistaal werd toegelaten de overgrote meerderheid van de taaluitingen in de thuistaal gewoon over de les gingen. (Toegegeven, het gaat hier om een zeer kleine steekproef, dat is helemaal correct, maar ik heb ook geen weet van onderzoek dat dit tegenspreekt. Wie dat wel heeft, laat het mij gerust weten.)

Als dat u niet geruststelt, dan wijs ik er graag op dat het volgens de visietekst van het GO! perfect mogelijk is om hierover concrete regels op te stellen binnen de school of binnen de klas. De tekst poneert immers enkel een denkkader, waarbij meermaals benadrukt wordt dat de concrete uitwerking ervan moet gebeuren door de school, in functie van de taalsituatie van de leerlingen, en in samenspraak met alle partijen, waaronder ook de leerkrachten, de ouders en de leerkrachten zelf:

Om een schooleigen uitvoering van deze visie te waarborgen, brengt de school eerst de meertalige beginsituatie mee in kaart. Van daaruit stelt de school doelen, koppelt hieraan acties en vertaalt die in afspraken die door het hele team gedragen worden (p. 8)

Er zijn dus tal van mogelijkheden om de moedertaal een weloverwogen, positieve plaats in de klas te geven. En vermits het erom gaat het Standaardnederlands te beheersen, is het belangrijk om duidelijke afspraken te maken over het gebruik van de moedertaal. We pleiten ervoor om deze eenduidige sociale taalregels in het talenbeleidsplan en het schoolreglement vast te leggen (p. 11)

Het is dus perfect mogelijk om de thuistaal enkel toe te laten wanneer de leerkracht daarom vraag, of daar toestemming voor geeft. De regels kunnen aangepast worden op maat van de groep en de situatie. Niemand pleit ervoor de teugels volledig te vieren. Dit geldt ook voor de speelpl…

Ja, de speelplaats! Daar zegt u nog zoiets! Alsof het toelaten van de thuistaal op de speelplaats die kinderen Nederlands zal leren. Kom op zeg. Elk leermoment moét benut worden!

Deze redenering snijdt geen hout. De speeltijd is net bedoeld als pauzemoment, waarbij de hersenen van de leerlingen rust gegund wordt. Wanneer iemand zou suggereren dat we die tijd maximaal moeten benutten met bijvoorbeeld wiskundeoefeningen zou iedereen ongetwijfeld steigeren. Deze redenering is dezelfde. Denk bijvoorbeeld ook even aan de pauzemomenten tijdens een les vreemde talen in het avondonderwijs. Praat men daar in het Italiaans of het Spaans? Of het Chinees? Nee, men praat er even de moedertaal en geeft de hersenen wat ademruimte. En jawel hoor, ook dat staat letterlijk in de tekst van het GO!:


De speeltijd maakt geen deel uit van de onderwijstijd, maar is toch onontbeerlijk voor het onderwijs. Op de speelplaats wordt gespeeld, lerenden leggen er sociale contacten, maken hun hoofd vrij om na de speeltijd opnieuw te kunnen leren. De speelplaats is de plaats bij uitstek om eventjes te kunnen doen wat je wilt, zonder daarbij een specifiek leerdoel voor ogen te hebben. (p. 12)

Ok, je hebt een punt. Maar zal de thuistaal spreken tijdens de speeltijd aanmoedigen dan niet voor kliekjesvorming zorgen? We willen integratie, geen segregatie, toch?

Eerst en vooral: hoewel dit geregeld geïnsinueerd werd vandaag, moedigt niemand anderstalige leerlingen aan om hun thuistaal te spreken op de speelplaats. Er wordt hen enkel de mogelijkheid gelaten. Dat zijn fundamenteel andere dingen, en wordt opnieuw zo aangegeven in de nota:

Deze visie gaat geenszins voorbij aan het feit dat streven naar zo veel mogelijk Standaardnederlands in de vrije ruimte wenselijk is. Zij wil de negatieve impact die het verbieden van de moedertaal heeft, zo klein mogelijk maken. (p. 12)

Ten tweede: ja, kliekjesvorming lijkt ook mij inderdaad een reëel gevaar.

AHA! IK WIST HET!

Wacht even, laat me uitspreken. Ook hier moet er echter op gewezen worden dat dit perfect afgelijnd kan worden binnen een concreet taalbeleid op maat van de school. Opnieuw, dit wordt gewoon in de tekst behandeld:

Voor scholen is het cruciaal dat zij ook op de speelplaats goede afspraken maken waar alle partijen achter staan. Een veel gehoorde bekommernis is dat het spreken van je moedertaal op de speelplaats leidt tot kliekjesvorming. Scholen kunnen zich echter de vraag stellen of ze in plaats van de taal, niet eerder de kliekjesvorming als een probleem moeten beschouwen en het aanpakken. Zij kunnen in dit geval de focus verleggen van taal naar leren samenleven. Eenzelfde reflex kunnen scholen maken bij het gedrag van een lerende die een leerkracht of directeur op een onbeleefde manier in de moedertaal aanspreekt. Straffen is in dit geval nodig, maar eerder wegens respectloos gedrag dan wegens het gebruik van de moedertaal. Een neerslag hiervan komt idealiter in zowel het talenbeleidsplan als het schoolreglement. (p. 12)

De aanpak die hier beschreven wordt (inzetten op attitudes en sociale omgang, eerder dan op taal), lijkt inderdaad valabel. Bovendien kan deze eventueel gewoon gekoppeld worden aan het taalbeleid. Zo is er in een van de scholen binnen het Gentse proefproject een regel die stelt dat men enkel een taal mag spreken die iedereen binnen een groepje verstaat. Criticasters zullen erop wijzen dat dit segregatie net in de hand zal werken, maar dat blijkt ter plekke niet zo te zijn. Wanneer er een aangename omgeving wordt gecreëerd, oa. door respect voor elkaars taal, is er automatisch meer toenadering. Verhip, dat lijkt enorm op een soort speeltijdbeleid!

Ik zie geen enkele reden waarom taalbeleid en speelplaatsbeleid niet geïntegreerd zouden kunnen worden.

Desalniettemin lijkt dit ook mij het punt binnen de visietekst dat het meest in de gaten te houden valt.

Hmmm. En wat met onze PISA-resultaten?

Ten eerste: deze resultaten zijn gebaseerd op het bestaande beleid, waarbij het Nederlands net opgelegd werd, en de thuistaal verketterd. Het is dus onmogelijk te verbinden met de nieuwere visie voorgesteld door het GO! Ik heb dit argument meermaals gelezen vandaag, maar ik heb er het raden naar waarom men denkt hiermee een punt te bewijzen, vooral wanneer je ook punt twee in acht neemt…

Ten tweede: welke taal thuis gesproken wordt is een volkomen andere discussie. Niemand is erbij gebaat om die twee op een hoopje te gooien. Ja, ook ik ben van mening dat het voordelig is voor de integratie als ook de ouders het Nederlands machtig zijn, en geregeld bezigen. Ik ben behoorlijk zeker dat het GO! zich hierbij zou aansluiten. Zie oa.:

Anderzijds verwacht het GO! van ouders dat zij hun kinderen ook hun positieve houding ten opzichte van het Standaardnederlands tonen. Als zij hen de boodschap geven dat het Standaardnederlands nuttig is door bijvoorbeeld de taal ook zelf te willen en te durven spreken, betekent dat een grote stap in het taalleerproces van hun kinderen. (p. 13)

Dus je wil eigenlijk zeggen dat de ambitie voor het aanleren van Nederlands op hoog niveau niet onderuitgehaald wordt door het GO!, maar dat ze enkel een weloverwogen plaats willen geven aan de moedertaal, geleid door concrete plannen aangepast aan de situatie van school en leerling?

Zo is dat. Wie het integreren van de moedertaal in de context van het verbeteren van het Nederlands tegenover het ambiëren van een hoog niveau Nederlands plaatst, die zet, zoals in de eerste paragrafen uitgelegd, een valse oppositie op. Het GO! poneert deze visie net omdat ze het leerrendement centraal wil stellen:

Dat leerlingen en cursisten het Standaardnederlands als instructietaal onder de knie krijgen, bereikt een school niet door zich expliciet te verzetten tegen het gebruik van andere talen en taalvariëteiten. Het gebruik van vreemde talen een weloverwogen en positieve plaats geven en tegelijk ook intensief de focus leggen op taalontwikkelend lesgeven vinden wij een sterkere aanpak. (p. 5)

Ik herhaal tot slot nogmaals dat het GO! de thuistaal helemaal niet oplegt, integendeel. Ze moedigt het gebruik van het Nederlands in de openbare ruimte net expliciet aan. Alleen laat ze ook de nodige ruimte voor de moedertaal, in het bijzonder in de context van leerwinst bij het leren van het Nederlands.

Waar maakt iedereen zich dan zo druk over?

Dát is nu eens een goede vraag.

Tom Vandevelde, 27/11/2017