Achtergrond

GraduateSpace realiseert als groeiversneller voor startups en scale-ups belangeloos en zonder winstoogmerk betaalbare werkruimte en expertondersteuning in Utrecht. GraduateSpace doet dit met behulp van vrijwilligers en onbezoldigde professionals uit het onderwijs en het bedrijfsleven en wordt gesteund in dit initiatief door de Gemeente Utrecht, PwC Nederland, De Waal Beheer O.G. en StudentsInc (Hogeschool Utrecht).

1: Inleiding:

Het valorisatie denken is vijftien jaar geleden ontstaan en was gericht valorisatie van kennis, scouting en screening van start-ups en business support om startups te laten groeien. In Utrecht heeft het valorisatieprogramma acht jaar gelopen. Bij de jaarlijkse evaluatie van het valorisatieprogramma worden van elk programmaonderdeel de quantitatieve opbrengsten gemeten. HU heeft zoveel studenten een cursus gegeven, Studentsinc heeft zoveel student-ondernemers “binnengehaald”, UtrechtInc heeft zoveel bedrijven opgeleverd. Alsof 1 initiatief zonder ‘ecosysteem” zelfstandig die bijdrage heeft geleverd en alsof de kwaliteit van de nieuwe bedrijven en hun impact op de sociale en economische veerkracht van de regio er niet toe doet.

Het valorisatieprogramma heeft een paar mooie resultaten opgeleverd. Ondernemerschap staat op de agenda, er volgen meer studenten ondernemerschapsonderwijs en UtrechtInc en StudentInc hebben hun bestaansrecht bewezen. Wereldwijd en ook in Nederland is het denken over (stimulering van) ondernemerschap aan het kantelen. Startup Delta en de Utrechtse hub Startup Utrecht verlaten de gedachte dat ieder initiatief op zichzelf moet presteren. Er wordt in toenemende mate gedacht in termen van “ecosystemen” waarbij overheid, kennisinstellingen en startup initiatieven samenwerken en samen zorgen voor een omgeving waarin ondernemerschap en ondernemingen tot ontwikkeling kunnen komen (zie: research papers Erik Stam).

Ook in Utrecht wordt nagedacht over de ontwikkeling van een “regionaal Entrepreneurial Ecosystem” (Stam et all), waarbij regionaal zich niet hoeft te beperken tot Utrecht, maar ook gezien kan worden als de randstad, het gehele land of zoals Startup Delta het graag ziet “de westkust van het Europese vasteland”. De initiatiefnemers van Startup Utrecht (startup hubs en gemeente/EBU) willen “versnellen en verbinden” waarbij de acties zich toespitsen op “talentontwikkeling”, “verbinden met investeerders en corporates” en “samenwerken aan een goed functionerend Entrepreneurial Ecosystem”. De belangrijkste verschillen (voor HU) tussen het valorisatie denken en het ecosysteem denken zijn:

Startup initiatieven staan niet op zichzelf maar worden gezien als een onderdeel van het ecosysteem;

De kwaliteit van startup initiatieven doet ertoe, focus op input verschuift naar focus op output;

De kwaliteit van de output van het ecosysteem (gemeten in sociale en economische impact) doet er meer toe dan de kwantiteit;

De rol van de kennisinstellingen verschuift van leverancier van kennis naar leverancier van ambitieus ondernemend talent (Stam et all).

Het is overigens niet duidelijk hoe een effectief Entrepreneurial Ecosystem van de grond af opgebouwd moet worden. Beleidsmaatregelen verkeren nog in de experimentele fase (Stam et all). Het is duidelijk dat uiteenlopend bedrijven, uiteenlopende eisen stellen aan het ecosysteem en dat daarom een goed functionerend ecosysteem ook een divers ecosysteem zal zijn. Een goed functionerend ecosysteem (eigen definitie) is in staat ondernemend talent aan te trekken, te ontwikkelen en te behouden voor de regio.

2: Wat hebben startups nodig om te groeien

Op het gebied van nieuwe KvK inschrijvingen is Nederland al jaren kampioen. Als het gaat om nieuwe bedrijven met groeiambitie en groeipotentie scoren we heel matig (gelijk aan Griekenland en Malta). Waarom zijn er zo weinig groeibedrijven? Dat kunnen we het beste aan Erik Stam vragen, maar wat we van hem meekrijgen is dat enerzijds de ondernemers niet geïnspireerd worden om ambitieus te zijn en anderzijds ambitieuze ondernemers vastlopen in de ontwikkeling van hun bedrijf door gebrek aan relevante kennis, relevante ondersteuning en faciliteiten zoals ruimte en geld.

Het is belangrijk niet alle ondernemers op één hoop te gooien. Zelf maken we onderscheid tussen ondernemers die het ondernemen er bij doen, ondernemers die inkomend gericht zijn en ondernemers die groei (impact) gericht zijn. (zie https://sites.google.com/site/ondernemerschapsonderwijs/home/vormen). Bij de groei gerichte bedrijven zou je ook onderscheid moeten maken tussen de science based bedrijven (zoals Brain Science Tools en Cart-tech), de “Unicorns” (zoals Adyen en Blendle) en de “gewone groeibedrijven” (zoals QuickSence en Flex-Apeal). De verschillende soorten bedrijven hebben verschillende behoeften. Science based bedrijven doen veel onderzoek, zijn kapitaalintensief en willen dicht bij de bron van hun kennis zitten (Science Park), Unicorns zijn ook kapitaalintensief maar willen in het centrum van de business zitten, gewone groeibedrijven gebruiken zo weinig mogelijk kapitaal en proberen daarmee zo hard mogelijk te groeien. Voor die bedrijven zijn “goedkoop” en “bij elkaar” sleutelwoorden.

Bij StudentsInc ervaren we dat ondernemers met nieuwe groeibedrijven minstens 5 jaar nodig hebben om tot volle wasdom te komen. In die periode doorlopen ze globaal de volgende ontwikkelingsstadia:

Ontwikkelingsniveau 1: Focus op “Design”

Customer Discovery

Value Proposition

Business Design

Ontwikkelingsniveau 2: Focus op “Revenue”

Revenue model

Cost Structure

Income from Sales

Ontwikkelingsniveau 3: Focus op “Structure”

Business Model

Leadership & Organisational Development

Sales & Finance

Networks & Partnerships

Ontwikkelingsniveau 4: Focus op “Expansion”

Financial Sustainability

Scalability & Repeatability

Sales and Acquisition



Het is een beetje een technisch verhaal, maar in de design fase zijn de (student)ondernemers druk met klantenonderzoek, probleemstellingen, prototypes en testen. Op een gegeven moment hebben ze een mooie Value Proposition ontwikkeld, maar geen geld om die op de markt te brengen. Om aan geld te komen gaan de ondernemers de revenue fase is. Soms zijn ze druk met de verkoop van hun product, maar meestal zijn ze druk met geld verdienen op een andere manier. In de structure fase, als er klanten zijn voor het product, begint de structurering van het bedrijf. Er wordt kantoorruimte gehuurd, er worden mensen aangenomen, er moet leiderschap getoond werden etc., na de structure fase begint de expansion fase waarin de aandacht verschuift naar groei, schaalbaarheid en gezonde financiën.

In de structure fase worden de groeibedrijven opgebouwd en in de expansion fase laten ze zien wat ze waard zijn. Te veel bedrijven blijven echter hangen in de revenue fase, ze zijn in toenemende mate druk met geld verdienen, maar de ervaring leert dat mensen die het druk hebben niks leren. Bedrijven “geld geven” na de design fase is ook geen goed idee, want dan loop je het risico dat de ondernemers direct naar de structure fase gaan en het te druk krijgen om revenue te genereren.

Bij StudentsInc zijn we heel goed in de design fase en het eerste deel van de revenue fase. We helpen ondernemers in de design fase aan focus op klanten en tools om goed onderzoek te doen naar de waardepropositie. We zijn ook goed in het studenten naar de revenue fase te begeleiden, maar ongeveer halverwege de revenue fase ontgroeien ze onze incubator en moeten ze “weg”. We merken echter dat een aantal van de bedrijven die de invloedsfeer van StudentsInc verlaten, stagneren in hun ontwikkeling. De ondernemers geven zelf ook aan dat ze de “veilige leeromgeving” en de community missen en dat het leren stokt. Klaarblijkelijk hebben bedrijven meer en langer ondersteuning nodig dan alleen bij de start.

Bij het doorlopen van de diverse ontwikkelingsstadia in de eerste vijf jaar na de start hebben startups (en scale-ups) steeds minder, maar wel degelijk essentiële ondersteuning nodig. (Stam et all). Gaten in het ecosysteem kunnen er voor zorgen dat high potentials hun potentieel niet (volledig) benutten of hun heil elders zoeken. Ik elk geval wordt de eerdere investering in talent en bedrijfsontwikkeling teniet gedaan en dragen de bedrijven ook niet of onvoldoende bij aan de ontwikkeling van welvaart in de regio (Stam et all).

3: Gaten in het ecosysteem

Het ecosysteem in Utrecht moet nog tot ontwikkeling komen. Drie voorbeelden van gaten in het ecosysteem die volgens mij nu spelen:

StudentsInc is goed in fase 1 en 2 van de bedrijfontwikkeling, terwijl UtrechtInc juist goed is in fase 3 en 4. Doorstroom zou voor de hand liggen, maar dat ligt moeilijk. De value propositie van Utrechtinc sluit niet goed aan op de behoefste van de StudentsInc uitstromers en er is ook wel een verschil in het soort groeibedrijven waar de incubators zich op richten. Verder is de HKU druk met een eigen incubatorprogramma, los van UtrechtInc en StudentsInc. Er wordt onderling druk onderhandeld over nauwere samenwerking, maar daar zitten nogal wat haken en ogen aan.

Ondernemers die met succes StudentsInc programma’s hebben doorlopen, hebben over het algemeen wel inkomsten (revenue fase) maar hebben nog niet hun break-even point en/of hun exponentiële groeifase bereikt. Ze zijn de studentikoze omgeving van StudentsInc ontgroeid en hebben behoefte aan een professionelere werkomgeving. De ondernemers hebben geld over voor huur (tussen de 50 en 100 euro/m2/jaar) maar kunnen geen commerciële huurtarieven betalen (150 tot 220 euro/m2/jaar). Bedrijven die nu “uitvliegen” komen elders terecht en dreigen te stagneren in hun ontwikkeling of gaan naar andere steden en dragen niet langer bij aan de ontwikkeling van welvaart in de eigen regio. Uit hoofde van “regionale impact” en “return on investment” is het verdedigbaar om de uitvliegers van StudentsInc (en andere incubators zoals Dutch Game Garden en UtrechtInc) te faciliteren in hun ontwikkeling tot winstgevend groeibedrijf. Dat de verantwoordelijkheid daarvoor niet uitsluitend bij HU ligt is evident.

Utrecht kent veel gebouwen (hubs) voor nieuwe bedrijven. Het vervelende is dat in het eerste jaar van een nieuwe vestigingslocatie het gebouw zoemt van de bedrijvigheid en interactie, maar na een jaar kennen de bedrijven elkaar, ontwikkeld er zich nauwelijks nieuwe kennis en wordt het steeds stiller. Iedereen is aan werk en druk met geld verdienen. Deuren blijven dicht en de community bloed dood. Verhuurders willen zoveel mogelijk geld voor hun m2 en willen goede huurders graag houden, terwijl voor een levendige community de doorstroom en een doorlopende aanvoer van nieuwe kennis en nieuw talent essentieel is.

4: Toekomstscenario's voor Incubators en de Graduate Space

StudentsInc wordt met ingang van 2017 geheel gefinancierd uit de onderwijsbegroting van HU met een bescheiden bijdrage van UU. Financiering van projecten uit de onderwijsbegroting kent een natuurlijke eindigheid. Zowel in Nederland als daarbuiten zien we dat de onderwijsinstituten na verloop van tijd het budget zullen opeisen om de rol van talentontwikkelaar op ondernemerschap gebied zelf te vervullen (is onder andere bij onze CARPE partner in Manchester gebeurt). In de praktijk blijkt die belofte van de instituten moeilijk te vervullen en stokt de aanvoer van nieuw ondernemerstalent voor de regio.

StudentsInc zit nu goed op drie verdiepingen van Daltonlaan 200, ze trekken veel talent aan en de combinatie onderwijs en ondernemers op 1 locatie is inspirerend voor zowel de ondernemers als de studenten. Ook de inbedding in de onderwijs-organisatie werkt. Maar nu StudentsInc blijft groeien wordt er steeds meer beslag gelegd op ruimte, mensen en middelen.

Het is de moeite waard om te onderzoeken of het goed is om op de lange termijn (twee tot drie jaar) te komen tot een gedeelde locatie (of locaties) voor zowel ondernemerschapsonderwijs (minoren en eventueel een toegepaste Master Entrepreneurship), als StudentsInc (als ontwikkelaar van ondernemend talent), als UtrechtInc (als ontwikkelaar van scale-ups), als de Graduate space, eventueel aangevuld met volwassen bedrijven die graag dicht bij het vuur zitten (voor een premium prijs). Het zou dan gaan om tussen de 3000 en 5000 m2.

Op de korte termijn is er behoefte aan een ruimte van 500m2 voor de graduate space. Voorwaarde is dat de space dicht bij de incubator ligt, om de communities met elkaar te verbinden. Het zal een jaar duren voordat de space helemaal ingevuld is met ondernemers. Daarna voorzien we dat de space uitgebreid kan worden met nog eens 500m2. Goedkoop is belangrijk. De ondernemers financieren de opbouw van hun bedrijf uit eigen zak, iedere euro die zij besteden aan huur kunnen ze niet besteden aan ontwikkelaars of verkopers om hun bedrijf te laten groeien. Dat de ondernemers moeten bijdragen in de kosten van huisvesting is evident.