Kunstenaars kunnen geschoold of ongeschoold zijn. Geschoolde kunstenaars maken werk, waar je een speciale opleiding voor nodig hebt. Ongeschoolde kunstenaars maken werk, waar geen opleiding voor nodig is. Het verschil is niet altijd zo scherp. Er zijn allerlei tussenvormen tussen geschoold en niet geschoold zijn.
Verder kunnen kunstenaars een beperking hebben of niet. Beperkingen kunnen lichamelijk of verstandelijk zijn. Het gaat om beperkingen die de ontwikkeling van artistieke vaardigheden hinderen.
Op grond van de criteria scholing en beperking zijn er vier soorten kunstenaars.
Geschoolde kunstenaars zonder een beperking, geschoolde kunstenaars met een beperking, ongeschoolde kunstenaars zonder een beperking en ongeschoolde kunstenaars met een beperking.
Ongeschoolde kunstenaars worden ook wel autodidacten genoemd. Autodidacten zijn niemands leerling. Ze hebben zichzelf de kunst geleerd. Autodidacten zonder een beperking hebben er voor gekozen om zonder scholing zichzelf het vak te leren. Autodidacten met een beperking hebben daar niet voor gekozen. Ze zijn autodidact tegen wil en dank.
Het werk van autodidacten met een beperking wordt bekeken vanuit twee verschillende werelden, de gezondheidswereld en de kunstwereld.
Therapeuten, die met creatieve therapie bezig zijn, zien de beperking als het belangrijkste criterium. Ze hebben de neiging weinig verschil te maken tussen professionals met een beperking (bijvoorbeeld de mond- en voetschilders) en autodidacten met een beperking.
Voor mensen die actief zijn in de kunstwereld, zoals galeristen, musea, verzamelaars en kunstcritici, is het niet geschoold zijn het belangrijkste criterium. De kunstwereld heeft de neiging weinig verschil te maken tussen autodidacten zonder een beperking en autodidacten met een beperking.
In 1922 publiceerde Hans Prinzhorn Bildnerei der Geisteskranken. Hij was psychiater en kunsthistoricus. Hij had dus beide werelden in zich. Hij streefde ernaar om zoveel mogelijk beeldend werk van psychiatrische patiënten te verzamelen. Hij zag dat werk als een symptoom van de ziekte.
Na Prinzhorn introduceerde Jean Dubuffet de term art brut, rauwe of ruwe kunst, als naam voor die kunst. Hij was het niet eens met de opvatting van Prinzhorn, dat alleen psychiatrische patiënten zo’n werk maakten, art brut werd ook gemaakt door mensen zonder een beperking.
In 1972 schreef de Britse kunstcriticus Roger Cardinal Roger Cardinal het boek Outsider Art, en verving daarmee art brut door een nieuwe term.
Outsider art is een aanduiding geworden voor een genre in de moderne kunst. Men kan hier eigenlijk niet spreken over een stijl, school, stroming of richting. Het begrip wordt voornamelijk gebruikt voor uiteenlopend werk van autodidactische kunstenaars, die de regels van de kunstwereld negeren, afwijzen of niet kennen en in de marge daarvan hun eigen regels maken.
Marginale kunst wordt hier gezien als het werk van kunstenaars die nauwelijks meedoen in de kunstwereld, maar men kan er ook anders naar kijken, namelijk als het werk van kunstenaars die nauwelijks meedoen in de samenleving.
Zo zegt galerist Frans Leenders: “Outsider Art is kunst van kunstenaars, die vanwege een beperking of kwetsbaarheid hun best moeten doen niet buiten de door hen gewenste groepen van mensen of gemeenschap te raken.”
Voor een galerist kan het een opdracht zijn om het werk van kunstenaars dat hem interesseert te introduceren in de kunstwereld. Dit kan een bijdrage leveren aan de integratie van sociaal geïsoleerde kunstenaars in de samenleving. Ik denk zeker, dat dit effect kan optreden, maar verwacht er niet te veel van.
Dat heeft te maken met een artistiek dilemma, dat altijd een rol heeft gespeeld, maar nooit zo scherp tot uiting kwam als in het begin van de twintigste eeuw.
Sommigen denken dat het de kunst is om mooie dingen te maken of dingen mooi te maken of dingen perfect weer te geven zoals ze zijn. Kunst gaat over schoonheid. Kunst is esthetiek.
Anderen weten, dat er een spanning is tussen schoonheid en zeggingskracht van een kunstwerk.
Het is niet altijd zo, dat een mooi en perfect kunstwerk ook zeggingskracht heeft. Zeggingskracht: het kunstwerk is zo gemaakt dat onmiddellijk duidelijk is wat het betekent. Het werk heeft een conceptuele waarde.
Niet weinig marginale kunstenaars hebben de kunst ontdekt in een therapeutische situatie.
Het mooie van creatieve therapie is, dat iemand die iets niet met woorden kan zeggen, het in beelden kan uitdrukken. Uit het kunstwerk zijn de gedachten en gevoelens van de maker af te lezen. Het werk heeft zeggingskracht. Het maakt voor de therapie niet uit wat iemand maakt. Het werk heeft alleen therapeutische waarde.
Je kunt in plaats van therapeutische waarde ook zeggen: conceptuele waarde, want wat iemand niet met woorden maar in beelden zegt heeft een onuitgesproken betekenis.
Het rare is, dat juist door het niet voorschrijven van regels voor het maken van het kunstwerk betekeniscreatie wordt vergemakkelijkt, doordat de maker vrijer kan werken. Kunstwerken die in een therapeutische situatie zijn ontstaan hebben een grote conceptuele waarde.
Ik denk, dat de conceptuele waarde van het werk de reden is dat marginale kunst gewaardeerd kan worden door mensen in de kunstwereld en dat het zin heeft om deze kunst aan het publiek te laten zien.
Aanvankelijk werden tentoonstelling en verkoop van marginale kunst als bijproducten gezien.
Het is meestal begonnen met een tentoonstellling en atelierverkoop binnen de gezondheidsinstelling. Een volgende stap is gemaakt, door een tentoonstelling te organiseren buiten de gezondheidsinstelling in een kunstgalerie, die alleen werk van marginale kunstenaars toont. Een nog verdere stap is het organiseren van een gemengde tentoonstelling van marginale en professionele kunst. Dan is er sprake van volledige emancipatie van marginale kunst in de kunstwereld en gelijke behandeling van marginale en professionele kunstenaars.
Gemengde tentoonstellingen vinden bij mijn weten weinig of niet plaats. Waarschijnlijk is dit te wijten aan een stigma rond kunstenaars met een beperking die in een beschermde omgeving verblijven. Moet er dan worden gewerkt aan vermindering van stigmatisering? Men zou bijvoorbeeld het werk van deze kunstenaars kunnen voorzien van een ander label. Ik verwacht daar niet te veel van. Een ander label heeft vaak de ellendige eigenschap, dat dit het probleem ontwijkt. Dat probleem is, dat deze kunstenaars niet ernstig worden genomen in de officiële kunstwereld, ook al is er nog zo veel hulde voor wat ze allemaal kunnen met een beperking.
Er kan echter nog een ander probleem zijn, minder zichtbaar weliswaar, maar bedreigend voor de publieke acceptatie van deze kunst. Als men in plaats van te weinig te veel lof toezwaait aan deze kunstenaars, kan dit de geloofwaardigheid van het werk dat ze maken verminderen. Blinde promotie van marginale kunst is schadelijk voor het aanzien dat deze verdient.
Daartegen helpt misschien het volgende: maak formele analyses van de werken van deze kunstenaars, niet als therapeut, maar als kunstcriticus, en ontwikkel een theorie over deze kunst, zoals het ook gedaan wordt met elk ander kunstwerk dat het licht ziet. Misschien komt er dan een moment waarop kan worden vastgesteld, dat we hier met serieuze kunst te maken hebben.
Crossroad art is een regionale benaming van outsider art. Het begrip geeft aan dat outsider art vorm krijgt door de samenwerking van verschillende groepen. Volgens Frans Leenders, voorzitter van het Euregionale Outsider Art Platform Crossroad Art, zijn dat de volgende drie groepen.
De eerste groep, meestal patiënten, cliënten met psychische problemen of burgers met een kwetsbaarheid, en binnen deze groep vooral personen met een ruim aanwezig herstelvermogen, die een redelijk zelfstandig en ondernemend bestaan kunnen leiden.
De tweede groep bestaat uit professionals, in de meeste gevallen bij zorg- en welzijnsinstellingen werkzame deskundigen, maar ook ervaringsdeskundigen.De derde groep bestaat uit vrijwilligers, buurtbewoners, mensen die om hun pensioen zitten, en werkloze werkwilligen.
Behalve samenwerking tussen bovengenoemde groepen is Crossroad art ook een samenwerking van een tiental werkplaatsen van instellingen in de regio, die in 2011 tot stand kwam. Dit Outsider Art Platform heeft uitgepakt met exposities in Maastricht (2011), Aken (2012), Hasselt (2013), Kerkrade (2014) en mogelijk volgt Luik nog.
De ateliers van deze samenwerkende instellingen, sommige met galerieën, leren elkaar mede met behulp van Crossroad Art kennen, waar zij zich van elkaar onderscheiden of elkaar juist aanvullen.
Ik laat hieronder enkele van die instellingen de revue passeren.
Het Dagactiviteitencentrum, Frankenstraat, Maastricht is een ontmoetingsplaats waar met ondersteuning van beroepskrachten de volgende activiteiten en werkzaamheden worden aangeboden: inloop, arbeidsmatige projecten zoals montage, fietsenwerkplaats, lunchproject, educatieve en recreatieve activiteiten.
Werkplaats K, een culturele broedplaats voor 20 kunstenaars, beheert in Kerkrade-West atelierruimtes, die onder meer zijn gebruikt voor een expositie van Crossroad Art.
Galerie Flow, Rechtstraat, Maastricht, beheerd door Meggy Akkermans en Frans Leenders, organiseert exposities en andere culturele activiteiten. Sinds de oprichting hebben ruim 40 kunstenaars in Galerie Flow geëxposeerd. Ongeveer een derde van hen zijn redelijk zelfstandige kunstenaars, die hun inkomen aanvullen met de opbrengst van hun kunst. Alleen of in collectieven huren zij bijvoorbeeld zelfstandig ateliers en wordt de grens tussen outsider art en reguliere kunst steeds diffuser.
Ut Glaashoes is een galerie en atelier in Maastricht. Hier kunnen mensen met een beperking zich ontwikkelen tot volwaardige kunstenaars. De kunstenaar kan zich persoonlijk, sociaal en maatschappelijk ontwikkelen en wordt daarbij ondersteund door een professioneel team van mensen uit de zorg- en kunstwereld.
Atelier Fantastikè, Meerssenerweg, Maastricht, promoot kunst en beheert een collectie kunstwerken van mensen met psychische of psychiatrische problemen. Fantastikè bestaat sinds 1993 als een initiatief van Psycho Medisch Streekcentrum Vijverdal te Maastricht. Het is een van de eerste hedendaagse kunstcollecties van mensen met een geestelijke gezondheidsproblematiek in Nederland.
In het Kunstatelier Tevona in Hasselt werken sinds 1992 kunstenaars met een verstandelijke beperking. De deelnemers werken of wonen binnen Tevona. De deelnemers mogen zelf bepalen welke kunstvorm zij willen uitoefenen voor hun individuele werk. Ze kunnen hierbij gebruik maken van een uitgebreid assortiment van materialen en technieken zoals: schilderen, tekenen, grafiek, keramiek, ruimtelijk werk. Tijdens vormingsmomenten doen de deelnemers kennis op in verband met kunstgeschiedenis of nieuwe technieken.
De werkplaatsen van Atelier Créahm in Luik maken nieuwe creatieve vormen mogelijk die direct weerklank vinden in het hele domein van de kunst. Deze creatieve vormen bevinden zich weliswaar in de marge van de bestaande modellen, maar ontstaan uit een samenwerking tussen de begeleiders en deelnemers in de werkplaatsen.
Créahm distribueert en bevordert niet alleen de werken die binnen Créahm zijn gerealiseerd, maar ook de marginale kunsten in het algemeen. Tentoonstellingen en shows van Créahm, de activiteiten van het Madmusée, publicaties, internationale contacten en samenwerkingsverbanden zijn de instrumenten van dit werk van de promotie en verspreiding. Hierin worden de marginale kunsten volwaardige partners in de wereld van de kunst.
De creatieve en kunstzinnige artikelen van Alaixart ontstaan in zeer verschillende dagbestedings- en arbeidstherapeutische projecten van Alexianer Aachen GmbH. die producten van patiënten en patiënten, klanten en klanten maken, die bij hun tätigkeit van fachkräften worden geleverd itet and begleitet werden. De producten worden gemaakt door patiënten en cliënten die worden begeleid door vakmensen.
Productieplaatsen zijn het Verkaufsatelier Kunstvoll, de creatieve projekten Der Farbkreis en Kunstwelle in Aken, de Vita in Stolberg, de Vita in Simmerath en de Vita in Alsdorf.
Hout- en textielproducten komen terecht in de Arbeitstherapie van het Alexianer Krankenhaus Aken en in de dagklinieken in Aken, Simmerath en Stolberg. De culinaire producten ontstaan grotendeels in Café Sozialpunkt, dat Alexianer Aachen aan de Katholische Hochschule NordrheinWestfalen, Abteilung Aachen, beheert.
De kunstwerkplaats Willsosein van Lebenshilfe Aachen is een door kunstenaars begeleide ateliergemeenschap, die de deelnemers een voltijdse arbeidsplaats biedt. Willsosein wil graag talenten bevorderen en hun verdere ontwikkeling mogelijk maken. Daarbij horen zowel intensief bezig zijn met beeldende technieken en expressievormen als bezoeken aan tentoonstellingen en ateliers.
Mensen Met Mogelijkheden is een kleinschalige zorgorganisatie die vooral werkzaam is in de regio Sittard-Geleen en omgeving. De stichting biedt ambulante begeleiding en woonbegeleiding aan mensen met een lichamelijke of verstandelijke beperking.
Daarnaast is er een aanbod van dagbestedingsmogelijkheden, te weten:
Nonke Buusjke, een klein heemkundemuseum, dat door 3 tot 5 mensen per dag wordt onderhouden.
De Graasj in Geleen. Een vorm van dagbesteding, waarbij onderhoud en herstel van motoren, brommers en fietsen uitgangspunt is. in Geleen.
Resirkel in Sittard-Zuid is een dagbestedingsproject. Kernactiviteit is de demontage van elektrische apparaten en sorteren op basis grondstoffen.en andere dagbestedingsactiviteiten:
Glaspracht+, ambachtelijke werkplaats met glas in lood.
Custom Cars, werkplaats voor customizing van oude Amerikaanse pick-ups.
Steampunk Art, werkplaats voor het maken van kunstige objecten met oude metalen onderdelen.
De Woensdaggroep Mensen Met Mogelijkheden is een groep van 10 enthousiaste mensen die elke woensdag tussen 9.00 en 15.00 uur een programma volgen met gevarieerde onderdelen, zoals koken, muziek, handenarbeid en groepsgesprekken. Ook worden er geregeld uitstapjes gemaakt en interessante plekken bezocht. De deelnemers hebben een licht tot matige verstandelijke beperking.