ONTDEK DE LANGSTRAAT IN 4 ETAPPES!
Deze fietsroute Sint Jan de Doper - Langstraat West is er één van vier fraaie fietsroutes vanuit Waalwijk-centrum in ieder van de vier windrichtingen. Op deze pagina vind je uitgebreide informatie bij de bezienswaardigheden langs de fietsknooppunten die worden aangedaan op deze route, die 39,5 km lang is.
De vier Sint Jan de Doper - Langstraat Fietsroutes voeren door het strijdtoneel tussen land en water, Brabant en Holland, katholieken en protestanten, bezetters en bevrijders, klei en zand, natuur en cultuur.
(zoom in om te vergroten)
(zoom in om te vergroten)
Dé blikvanger van Waalwijk is ongetwijfeld de Sint-Jan. Deze neo-Byzantijnse kerk is gewijd aan Johannes de Doper, de patroonheilige van de Langstraat. Hij werd, na twee jaar bouwen, geopend in 1925.
Met zijn slanke toren en maar liefst negentien koperen koepels bepaalt deze ‘oosterse’ kerk de skyline van Waalwijk. Architect Hendrik Willem Valk heeft hier een van zijn mooiste werken gerealiseerd. De kerk is losjes gebaseerd op de Aya Sofia in Istanboel.
Niet alleen de buitenkant is indrukwekkend, ook het interieur is zeker een bezoek waard. Kunstenaar Charles Eyck maakte bijvoorbeeld de prachtige kruisweg en Willem Wiegmans de glas-in-loodramen in unieke Beuron-stijl. Ook het grote baldakijn bij het altaar is een blikvanger en refereert naar de vroegere schoen- en leerindustrie.
De kerk is van woensdag tot en met zondag geopend voor bezoekers van 13.30 tot 16.30, behalve tijdens diensten en concerten.
U wordt verwelkomd door een deskundige gastheer/vrouw en er is een interessante audiotour verkrijgbaar, die u langs alle bijzonderheden van de kerk loodst. Voor groepen is er op afspraak een rondleiding met gids beschikbaar.
De Sint-Jan maakt deel uit van Het Grootste Museum van Nederland, een initiatief van museum het Catharijneconvent te Utrecht.
De Hooisteeg is het mooiste steegje van Waalwijk. Het is volledig gerestaureerd en biedt nu onderdak aan kunstenaars en ambachtslieden.
Vroeger, tot ongeveer 1950, had Waalwijk veel meer van dit soort steegjes, ook wel dammen genoemd.
Schoenmakers woonden er onder erbarmelijke omstandigheden, vaak met grote gezinnen.
Ze moesten naast hun werk op de fabriek thuis bijklussen om het hoofd boven water te houden. Bij mooi weer werkten ze buiten in de dam.
Een informatiebord aan de noordzijde op de Winterdijk verschaft de nieuwsgierige bezoeker nuttige informatie. In de aangrenzende ‘stadstuin’ staat een antieke muziekkiosk die een eeuw geleden te vinden was op het Raadhuisplein. De kiosk was een tijdlang in particuliere handen, maar kwam tóch weer boven water en is nu een aanwinst voor het stadsbeeld.
Het oude raadhuis van Waalwijk, met zijn markante trapgevel, is enkele jaren vóór de Tweede Wereldoorlog gebouwd door architect Kropholler.
Het moet een grote opdracht voor hem zijn geweest, want dit gemeentehuis kreeg twee ‘vleugels’. In het linkerdeel is nu het museum Schoenenkwartier gevestigd. In het hoofdgebouw zit het Huis van Waalwijk, waar tentoonstellingen en andere culturele activiteiten worden gehouden.
Het hele ensemble, uitgevoerd in warmrode kloostermoppen, werd gebouwd tussen 1929 en 1932. Het hoge hoofdgebouw met de robuuste trapgevel, bordes en stadswapen oogt imposant en voornaam. Dat geldt ook voor het interieur.
De grote beelden van een os en een koe aan weerszijden van de ingangstrap verwijzen naar het verleden. In de 15e en 16e eeuw was er een bloeiende ossenhandel in Waalwijk. De koe verwijst naar de voor Waalwijk zo belangrijke schoenen- en leerindustrie. Beide beelden zijn gemaakt door beeldhouwer Lambertus van Zijl, die ook bekend was door zijn beelden in de Amsterdamse Beurs van Berlage.
Deze lommerrijke dijk beschermde Waalwijk en de hele Langstraat eeuwenlang tegen overstromingen. De dijk werd al aangelegd na de Sint-Elisabethsvloed in 1421. In de Biesbosch was toen nog sprake van eb en vloed. Dat betekende dat het water soms makkelijk tot aan Waalwijk kwam, bij storm of hevige getijden.
De eeuwenoude dijk was zelfs in 1953 nog van cruciaal belang voor Waalwijk. Tijdens de Watersnoodramp stond het water tot aan de kruin van de dijk. Het scheelde maar een haar of Waalwijk was volledig overstroomd geweest. Dankzij de Winterdijk ontsnapte Waalwijk aan een ramp.
Volgens de meeste bronnen werd de weg achter de dijk vroeger De Langhe Straet genoemd, waar de regio zijn naam aan dankt.
Deze laatgotische kerk is gebouwd in 1470, oorspronkelijk als RK Sint-Jan de Doperkerk. Tot 1648 gingen de katholieken van Waalwijk en Besoijen er gezamenlijk ter kerke. Zij vormden tot dan toe één parochie.
De resten van de toren, die aan de westzijde van de kerk stond, zijn nauwelijks meer zichtbaar. Slechts de omtrek en een klein deel van de stenen trap resteert. De kerk zelf, die veel oorlogsschade opliep, werd in het Twaalfjarig bestand van de Tachtigjarige oorlog herbouwd. (Zie muuranker met jaartal 1617). Ooit telde de kerk elf altaren. Later werd het dwarsschip aan beide zijden verlengd, wat nu nog goed te zien is. De zwarte-steenpatronen in de muren gaven aan dat er in de kerk ook recht werd gesproken.
De politieke grens tussen het Graafschap Holland en het Hertogdom Brabant liep sinds 1232 dwars door de kerk. Dat zorgde eeuwenlang voor grote onenigheid, mede omdat na de reformatie de kerk in handen van de protestanten kwam.
De grenspaal links van de ingang is daar omstreeks 2010 geplaatst. Dit soort grenspalen zul je op de route vaker tegenkomen.
De Gedempte Haven
Ten noorden van de kerk ligt de voormalige oude haven die het centrum van Waalwijk verbond met de Bergsche Maas. Bij de aanleg van de Maasroute (A59) in de jaren zestig werd dit oude deel van de haven gedempt. De kademuren met aanlegringen zijn nog steeds zichtbaar in de bestrating!
Al in de 18de eeuw kwamen goederen, bestemd voor Tilburg, aan in de Waalwijkse haven. Aan de westkant van de haven bouwde men later een tramremise, omdat de goederen vaak per tram naar Tilburg werden vervoerd.
De naam van restaurant Hugo herinnert aan de vlucht van Hugo de Groot uit Slot Loevestein. De rechtsgeleerde zou hier gelogeerd hebben, na zijn ontsnapping in een boekenkist.
Stadsbrouwerij Sint Crispijn is vernoemd naar de heiligen Sint Crispinus en Sint Crispinianus. Deze broers waren de patroonheiligen van alle schoenmakers en leerlooiers.
Er zijn vergevorderde plannen om nieuwe appartementen, woningen en horeca te gaan bouwen in dit gebied, maar een binnenhaven krijgt Waalwijk hier nooit meer terug. Ten noorden van de A59 is de haven nog steeds in bedrijf. Men wil hem uitbreiden met een zogenaamde insteekhaven, zodat de haven vanaf de Bergsche Maas direct bereikbaar wordt voor grote schepen.
Na de Kerk aan de Haven komen we op de hoek van de Tempelierstraat en de Grotestraat een monument tegen op de plaats waar van 1884-1965 een joodse synagoge heeft gestaan. Het monument is ter nagedachtenis aan de vele Waalwijkse joden die door het naziregime omgebracht zijn.
Op 12 mei 1969 was de onthulling. De namen van de slachtoffers waren gekalligrafeerd op een perkamenten rol. Die rol, in een loden koker geborgen, werd door opperrabbijn Berlinger uit Amsterdam in het monument gemetseld.
Op de hoek Grotestraat - Burg. Verwielstraat staat de voormalige Mariakerk, voluit Heilige Maria Onbevlekt Ontvangen. Door teruglopend kerkbezoek werd ook deze kerk gesloten voor de eredienst en daarna verbouwd tot appartementencomplex. Ook hier valt de neo-architectuur op, maar het onderscheid in stijl-elementen is niet scherp.
Ooit stonden er op deze plek twee kerken tegelijkertijd. Op het huidige parkeerterrein vóór de kerk stond een Waterstaatskerk die pas gesloopt werd nadat de nieuwe kerk gereed was. De parochianen van Besoijen hebben hun kerk dus geen moment hoeven missen.
De Nederlands Hervormde kerk van Besoijen, het witte kerkje, aan de linkerzijde in de Grotestraat is gebouwd tijdens het Twaalfjarig Bestand (1609-1621). Dit was een rustperiode in de Tachtigjarige Oorlog. Het kerkje is vanaf het begin een protestantse kerk geweest. Het is een zaalkerkje met tongewelf en een aangebouwde achtkantige kapel. Onder de kapel was een grafkelder voor de Heren van Besoijen. Het dorpsbestuur van Beoijen nam dit deel van het kerkje vanaf 1792 in gebruik als raadkamer. De kelder werd gebruikt als gevangenis.
Opmerkelijk is de eeuwenoude peilsteen in de gevel van de kapel. In oude maateenheden, ellen en duimen, is hierop de waterstand van de Sint-Elisabethsvloed (1421) aangegeven.
Opvallend is ook de riante pastorie naast de kerk.
Raadhuis Besoijen (1868-1921) – Grotestraat 20-22
In 1866 besloot het gemeentebestuur van Besoijen een nieuw raadhuis te bouwen. De Heer van Besoijen schonk daarvoor weilanden in het midden van het dorp. Twee jaar later werd het nieuwe raadhuis in gebruik genomen.
In 1906 werd een veldwachterswoning aangebouwd. De linker gedenksteen in de voortuin toont het oude gemeentewapen: blauw veld met goudgele dwarsbalk met daarin vier azuurblauwe turven en drie goudgele Andreaskruisen. Het rechterschild toont de Nederlandse driekleur en het opschrift ‘Besoijen 1921’. Een jaar later (1 januari 1922) werden Baardwijk, Besoijen en Waalwijk samengevoegd tot één gemeente. Het raadhuis werd verbouwd tot woonhuis.
Op de hoek van de Kruissstraat en de Noordstraat vind je de Molukse moskee An-Nur (Het Licht). Een markant gebouw, met koepel en minaret. De moskee zit nu enigszins verstopt achter de geluidswal van de A59. Hij is oorspronkelijk gebouwd voor de Molukse gemeenschap, maar tegenwoordig wordt de moskee gebruikt door moslims uit alle windstreken.
Architect is Latief Perotti. Op 4 maart 1989 werd de eerste paal geslagen door imam Ohorella en zeven maanden later werd het gebouw al opgeleverd door aannemer Pepping Bouw uit Kaatsheuvel.
De opdrachtgever was de Rijksgebouwendienst. Toenmalig minister Hedy d’Ancona kwam hem openen.
De westelijke Langstraat strekt zich uit van Waalwijk tot Waspik. Men vindt hier bijzondere flora en fauna, maar ook landschappelijk en cultuurhistorisch is het een kenmerkend gebied.
De Langstraat bevindt zich op de ‘Naad van Brabant’, daar waar het Brabantse zand over gaat in het rivierengebied. In het verleden was dit een natte, venige zone van ’s-Hertogenbosch naar Bergen op Zoom. Er werd hier dan ook volop turf gewonnen.
De oude veenlanden worden nu zo veel mogelijk teruggebracht naar hun oorspronkelijke natuurlijke staat. Kenmerkend voor de streek is het zogeheten slagenlandschap: smalle, lange kavels afgescheiden door hagen en/of sloten. Op veel plaatsen zijn nog overblijfselen van het oude landgebruik te vinden. Turfvaarten, waterwerken, veenputten, dijkjes en wielen sieren het gebied. Vermeldenswaard is nog dat de Langstraat vroeger deel uitmaakte van de Zuiderwaterlinie, die onder water werd gezet in tijden van belegering. Als het natuurherstel is afgerond, zal het kwetsbare gebied hoofdzakelijk voor wandelaars opengesteld zijn. Al fietsend kun je het beste vanaf het Halve Zolenpad of de Winterdijk de omgeving beleven.
Aan de Hogevaart staan veel schitterend gerestaureerde, traditionele villa’s en boerderijen.
Voor kasteel Zuidewijn lijkt de benaming ‘Huys’ beter op zijn plaats. Het is in wezen ook een huis. Vanaf de 15e eeuw woonde hier de Heer van Zuidewijn of Zidewinde. Het huis ligt op een dijk, die moest voorkomen dat de lage moergronden overstroomden. Tot aan de 17e eeuw betekenden de turfvelden voor de Hollandse heren een rijke bron van inkomsten. Nu vormen zij een rijk natuurgebied in de westelijke Langstraat.
Het Huys bestaat uit een centraal deel met rechts de vroegere ‘stenen kamer’. Het linker deel is een uitbreiding uit de 18e eeuw. De bovenverdieping bevat onder andere nog een huiskapel. Het monument omvat naast het kasteel een koetshuis, een tuin met beelden en majestueuze lindenbomen. Het geheel is nog steeds in handen van de familie De Roy van Zuidewijn, die het landgoed al eeuwenlang bewoont, bewerkt en beheert.
Het landgoed, de oude vaart, de bomen, enkele oude boerderijen en de waterstaatkundige werken in de directe omgeving vormen een cultuurhistorisch ensemble van hoge waarde. Een beschermd dorpsgezicht, zou je kunnen zeggen.
De Langstraatspoorweg werd vroeger ook wel spottend het Halvezolenlijntje genoemd.
Treinstellen zal men er nooit meer aantreffen, want het traject is nu een prachtig toeristisch fietspad. Het deel in Waalwijk wordt Halvezolenpark genoemd.
De spoorlijn werd aangelegd aan het einde van de 19e eeuw en betekende een belangrijke impuls voor de regionale economie. Eind 1890 reed de eerste trein op het 48 km lange traject van Lage Zwaluwe naar ’s-Hertogenbosch. Er lag slechts één spoor, waardoor het in feite maar een halve spoorlijn was.
In die tijd was de spoorlijn erg belangrijk voor de schoen- en lederindustrie, er werden veel schoenproducten over vervoerd.
De in totaal 22 stations maakten dat je als reiziger wel over erg veel geduld moest beschikken om op je bestemming te geraken. Men zei dan ook dat je wel een ‘halve zool’ moest zijn om van dit traject gebruik te maken.
In juli 1950 reed de laatste passagierstrein van Geertruidenberg naar ’s-Hertogenbosch. Het goederenvervoer vond nog plaats tot 1972.
Langs het fietspad zijn herinneringen aan dit industrieel erfgoed zichtbaar in de vorm van een aantal kunstwerken, informatieborden en gedichten.
Let op: Rijd voor het bekijken van de kerk 300 meter over de Winterdijk richting knp 18 om daarna weer naar knp 11 terug te keren.
Deze zaalkerk is als protestantse kerk gebouwd rond 1750. In een zaalkerk zijn de kansel en de plek van de voorlezer gescheiden locaties.
De kerk diende als vervanger voor de Sint-Bartholomeuskerk, die bij de Elisabethsvloed (1421) verloren ging. Deze kerk stond een halve kilometer noordelijker, aan de verkeerde kant van de toenmalige dijk.
De hervormde kerk ’s Grevelduin heeft in de Tweede Wereldoorlog veel schade opgelopen en moest verschillende keren drastisch worden gerestaureerd. De duurste renovatie was die in het jaar 2000, die kostte ruim anderhalf miljoen gulden! Opmerkelijk is dat de maker van het orgel van katholieken huize was, namelijk Van Hirtum uit Hilvarenbeek.
In de kerk wordt een ernstige scheepsramp uit 1860 met het stoomschip De Langstraat op het Hollands Diep herdacht, waarbij 48 mensen verdronken.
Dit monument herinnert aan een bloedige veldslag in de Tweede Wereldoorlog die vijf weken duurde. Het Kapelse Veer was toen een Duits bruggenhoofd op de zuidoever van de Bergsche Maas. Dit gebied heet De Overdiepse Polder en was omgeven met breed water en is feitelijk een eiland.
De gevechten vonden plaats in de bar koude wintermaanden december en januari van 1944/45.
Noord-Nederland was nog niet bevrijd en beleefde de beruchte hongerwinter.
Het was een heftige prestigestrijd, die extreem veel slachtoffers eiste.
In de vier aanvallen van de geallieerde troepen waren twaalfhonderd slachtoffers te betreuren. Het grote aantal gesneuvelden, gewonden en vermisten maakten deze slag op zo’n betrekkelijk klein grondgebied tot een van de bloedigste in de Tweede Wereldoorlog.
Het resultaat was dat de Duitse bezetters zich uiteindelijk terugtrokken.
Let op: Dit monument bevindt zich ongeveer 200 meter richting de veerpont. Keer daarna terug naar knp 02.
De Overdiepse Polder is een gebied dat omsloten wordt door de Bergsche Maas en het zogenaamde Oude Maasje.
Dat laatste riviertje is een oude tak van de meanderende Maas vóór kanalisatie.
Door klimaatverandering wordt het gevaar van overstromingen en wateroverlast steeds groter. Om dit gevaar voor een gebied waar vier miljoen mensen wonen, te beteugelen, werd het plan ‘Ruimte voor de Rivier’ ontwikkeld.
De hele polder is nu bestemd als overstromingsgebied in geval van extreem hoge waterstand in de Bergsche Maas. Dat zou naar schatting één keer per 25 jaar kunnen voorkomen. Het laten vollopen van de polder zou stroomopwaarts leiden tot een wel 30 cm lagere waterstand.
De polder telt nu nog maar acht bedrijven (voorheen zeventien), waarvoor nieuwe boerderijen en stallen werden gebouwd op terpen. Aan de zuidrand werd een nieuwe Winterdijk aangelegd. De boeren kunnen hun bedrijven voortzetten, tevens is er nu meer ruimte voor natuur en recreatie.
Het project kwam in 2015 gereed en trok landelijk, en zelfs internationaal, veel aandacht.
Let op: Na knp. 36, op het punt dat de route scherp linksaf buigt, kun je rechtsaf een kort rondje maken over de Havendijk langs de schilderachtige voormalige haven van Waspik om zo weer op de route terug te keren richting knp. 75.
Een kort uitstapje naar de Havendijk loont zeker de moeite.
Door de aanleg van de Maasroute (A59) kwam er een einde aan een aantal havens in de Langstraat, waaronder die van Waspik. De oude haven, die ten zuiden van de snelweg kwam te liggen, werd gedempt. Maar de contouren ervan zijn nog steeds zichtbaar.
De scheepvaart was voor Waspik altijd van groot belang. Begin 20e eeuw was één op de vier bewoners van Waspik schipper. Er waren bovendien veel aanverwante bedrijven te vinden, zoals scheepswerven en leveranciers. Waspik was een echt schippersdorp.
Ten oosten van de Havendijk lag sinds de tweede helft van de vijftiende eeuw de Kerkvaartse haven. Tot rond 1950 werden de huizen op de dijk voornamelijk bewoond door mensen die aan de haven hun brood verdienden, zoals arbeiders van de scheepswerven, smeden, zeilmakers, winkeliers en herbergiers. De laatste scheepswerf sloot in 1971 de poorten.
Waspik heeft nog steeds een haven, maar die is nu ten noorden van de A59 gesitueerd.
Het Oude Raadhuis (1850-1938)
Aan de kop van de Kerkvaartse Haven stond het woonhuis van notaris Pieter van der Meer. Een voor die tijd groot huis met een schuur, erf, hof, boomgaard en waterpartij. In 1933 kocht de gemeente Waspik het huis aan en liet het verbouwen tot nieuw gemeentehuis. Na de gemeentelijke herindeling in 1997 verloor het gebouw zijn bestuurlijke functie. Het heet nu Het Oude Raadhuis.
Dit rijksmonument is een laatgotische kruiskerk uit de 15e eeuw en was vóór de reformatie de katholieke parochiekerk van Sint-Johannes de Doper.
Deze kerk werd aan de veilige kant van de dijk gebouwd, echter pas nadat Geertruidenberg in Spaanse handen was gevallen.
Gedurende de Spaanse Burgeroorlog (1568-1648) werd Waspik hard getroffen door de Geuzen. Het was ook een toevluchtsoord voor veel katholieken uit Geertruidenberg en omstreken.
Ondanks dat het merendeel van de Waspikse bevolking katholiek was, was dat in 1804 geen reden voor Lodewijk Napoleon om de kerk aan de katholieken terug te geven.
Het interieur van de kerk bevat een mooi en schitterend gedecoreerd Crane-orgel uit 1767 en fraai houtsnijwerk van Petrus Verhoeven, onder andere te zien in portalen, kansel en deuren.
Bij de ingang van het kerkhof staat nog het zogenaamde lijken- of baarhuisje. Dit lijkenhuisje diende vroeger voor het opbaren van mensen die aan een besmettelijke ziekte waren overleden.
De RK Waterstaatskerk stamt uit 1841 en is gewijd aan Sint-Bartholomeus en de martelares Sint-Barbara.
Met financiële steun van de Nederlandse overheid werden tussen 1824 en 1875 kerken in Nederland gebouwd. De overheid voelde zich verplicht de katholieke gemeenschap te compenseren, omdat ze tijdens en na de reformatie hun kerken vaak af hadden moeten staan aan de protestanten.
Deze kerken werden waterstaatskerken genoemd, omdat het Ministerie van Waterstaat veel invloed had. Rijkswaterstaat hield toezicht op de bouw en hielp soms ook bij het ontwerp.
De bouwstijl van deze Waspikse waterstaatskerk is neoklassiek, met in de voorgevel beelden van de patroonheiligen. De dorische zuilen geven de kerk een apart aanzien. Op het fronton staat ‘Haec est domus domini’, ofwel 'Dit is het huis van de Heer'.
Het interieur, dat kortgeleden nog werd gerestaureerd, doet barok en enigszins overdreven aan. Met name de in hout gebeeldhouwde preekstoel en het altaar zijn bijzonder mooi.
Even buiten de route, na het verlaten van het dorp en het passeren van het Halvezolenpad, ligt Waspik-Boven. Aan de Carmelietenstraat komt men eerst een kapelletje tegen en even daarna de voormalige parochiekerk van de Heilige Theresia van Lisieux. Een een-beuks neogotische kerk uit 1927 van de architect Phil Donders met daarnaast nog een compleet kloostercomplex. Bij het kerkhof is een Lourdesgrot te zien en dat maakte het geheel in vroeger tijden tot een waar bedevaartsoord.
Deze theetuin is een verborgen parel aan het Kronkelpad en is alleen met de fiets of te voet bereikbaar. Het prachtige terras kijkt uit op de 's Gravenmoerse vaart en ligt daar voor een belangrijk deel ook boven. Het wordt gerund door de familie die in het naastgelegen, prachtige rietgedekte landhuis woont.
Het is helaas niet vaak geopend, alleen bij mooi weer. Als de theetuin open is, is dat te zien aan de ophaalbrug. Die is dan naar beneden.
Een kleine waterval maakt het plaatje compleet.
Het riviertje De Donge werd lange tijd misbruikt als afvoerputje van de vele looierijen in Dongen en omgeving. Gelukkig is de waterkwaliteit al flink verbeterd.
Bij het fietsen langs de Donge passeer je de stuw de Witte Brug. Hier is in 2022 een vispassage aangelegd. Bij deze stuw valt het water een meter loodrecht naar beneden. Een onneembare horde voor vissen.
De vispassage is een grote bak van drie meter diep in de grond. Hierin zijn verticale schotten geplaatst, die stap voor stap het hoogteverschil overbruggen. De schotten hebben een smalle opening waar de vissen tussendoor kunnen zwemmen. Zo kunnen de vissen om de stuw heen zwemmen.
Vissen trekken rond. Sommige wateren zijn geschikt voor de voortplanting, andere om op te groeien, voedsel te vinden of te overwinteren.
Er zijn soorten, zoals de paling, die van zoet naar zout water trekken en vice versa. Daarom wil het waterschap de Donge uiteindelijk verbinden met de Bergsche Maas. Dit is ook goed voor soorten als riviergrondel, winde en kopvoorn. Vissen dragen hun steentje bij aan schoon en gezond water en aan verbetering van de biodiversiteit.
De oorspronkelijke katholieke kerk van ’s Gravenmoer staat aan de Kerkdijk, niet erg centraal in het dorp zou je zeggen. Dat heeft te maken met de verplaatste bebouwing van het dorp. Ooit stond het gebouw aan een echt kerkplein. Maar het dorp schoof langzaam op, richting het oosten/zuiden.
De Martinuskerk stamt uit de 14e eeuw en heeft een toren die ingebouwd is in het schip. De kerk had meer dan één altaar en Maria als patrones. De machtige en schatrijke vervener Willem van Duvenvoorde mocht ooit de pastoor benoemen. Dat ging zo in die dagen.
Rond de kerk was een kerkhof gelegen en natuurlijk een herberg, De Swaen. Verder vond je er een lindeboom voor de rechtspraak, een waterput en de woning van de pastoor, de pastorie. Al vanaf 1578 is ’s Gravenmoer Nederlands Hervormd en is de kerk naar de nieuwe religie overgegaan. De kerk werd in 1672 door Franse bezetters in brand gestoken en acht jaar later herbouwd, zoals te zien is aan de muurankers. Bijzonder is dat de torenklok slechts één wijzer heeft. Van de organist hoorden wij dat het orgel als enige in Nederland over een Nachtegaalregister beschikt.
Des Graven Moer was een veengebied dat eigendom was van de graaf van Holland, Floris de Vijfde.
Destijds behoorde het noordelijke deel van Noord-Brabant, grofweg boven de lijn Den Bosch-Oosterhout-Willemstad, bij het graafschap Holland en was daarom overwegend protestants.
Het dorp was zeer welvarend, getuige het grote aantal statige landhuizen, buitenplaatsen en boerderijen.
De Hoofdstraat is één van de twee noord-zuid assen van het dorp. Het is de oude weg van Raamsdonk naar Klein Dongen. Het oude dorpsplein lag op de kruising van de Hoofdstraat en de Molenstraat. ’s Gravenmoer was van oudsher in vieren gedeeld, in zogeheten ‘veertels’. Dit zijn oude turfontginningen in blokken. Het veen dat hier gestoken werd, ging naar Dordrecht omdat het dorp tot het Dordts gezag behoorde. Het kleine slot van ’s Gravenmoer stond aan de Wielstraat. Hier woonde de heer of zijn vervanger, de schout. Oorspronkelijk had de straat een heel ander aanzien.
Er lag een voetpad, een rijweg en een sloot, gescheiden door maar liefst vier rijen bomen over de gehele lengte van de straat.
Opvallend is de fraaie bebouwing. Die diende voor bewoning, maar ook het oude waterschapskantoor en het voormalige gemeentehuis geven aan de straat een zeker cachet. Het gehele dorp was vroeger omgeven door dijken. Toch waren er vaak overstromingen, omdat die dijken doorbraken. Je ziet dit nog terug aan de vele wielen in het rond het dorp.
Het dorp ’s Gravenmoer is omgeven door zogenaamde grensdijkjes (nu prachtige, onverharde fietspaden). Ze dienden ter bescherming tegen het water van onder meer De Donge. Het dorp maakte deel uit van de Zuiderwaterlinie en dus kon de wijde omgeving in tijden van belegering onder water gezet worden.
Deze grensdijkjes vormden vroeger de grens tussen het Graafschap Holland en het Hertogdom Brabant.
In 1720 sloeg een groep ‘heidenen’ (bandieten en verarmde mensen) zijn kamp op in dit afgelegen en moeilijk bereikbare gebied: De Zandschel op de grens van Holland en Brabant.
Zij leefden van de misdaad en vormden de beruchte Bende van de Witte Veer.
Deze vestigingsplaats stelde hen in staat om snel over de grens te kunnen vluchten na het plegen van weer een misdaad en zo aan vervolging te ontsnappen.
Hun hoofdman heette Alewijn Aardappel en zijn beste kompaan Swarte Johannes. Die laatste was een meester in vermommingen, maar toch droeg hij altijd een witte veer op zijn hoed.
Zijn liefje was Blommerantje, ook een bendelid. Maar Swarte Johannes was wel getrouwd, dus was Blommerantje jaloers. Zij was slechts zijn bijzit. Om haar lief altijd bij zich te hebben, had zij een zandstenen kop van Johannes gemaakt die zij altijd bij zich droeg.
Het spannende vervolg en de ontknoping van dit verhaal kunt u vernemen op de site van RBT De Langstraat. Maar de kop van Johannes siert nu nog steeds de gevel van Hoeve Ravensbosch
in ’s Gravenmoer (Vaartweg 25).
In de Antoniusstraat, links achter het nieuwe woonzorgpark De Vossenberg, bevindt zich een voormalige kerk. Dit is nu een restaurant, De Kapel genaamd, waar bewoners én passanten iets kunnen nuttigen. Je kunt er nu als het ware dineren in een voormalige biechtstoel. Een schitterend voorbeeld van herbestemming van religieus erfgoed.
Verderop vinden we in de Hoofdstraat de grote neogotische kerk gewijd aan Sint-Johannes de Doper.
Met zijn karakteristieke slanke torens van 59 meter hoog is de kerk al van verre te zien. Hij werd gebouwd tussen 1909 en 1912 onder architectuur van Cornelis van Hoof.
Typisch is het dubbele ingangsportaal van waaruit men, ook als de kerk gesloten is, een blik in het interieur kan werpen. De kerk bevat mooie glas-in-loodramen waaronder een roosvenster in het portaal van Johannes. Ook de kruiswegstaties zijn waardevol.
Een schitterend kruisbeeld uit 1750 hangt in de triomfboog tussen het priesterkoor en het schip.
De Couwenberg is een windkorenmolen van het type bovenkruier. Dat betekent dat het bovenste deel, met wiekenas, kan draaien. De wieken kunnen zo snel en precies op de wind gezet worden.
De molen is in 1849 in opdracht van A.H. Couwenberg gebouwd, en in 1881 afgebrand en hersteld.
Bij de bevrijding van Zuid-Nederland in 1944 werd de molen weer zwaar beschadigd. Wegens gebrek aan fondsen kwam het niet tot herstel. De molen werd onttakeld en de molenaar zette zijn werk voort met een door een dieselmotor aangedreven maalwerk.
In de jaren negentig van de vorige eeuw werd de molen alsnog grondig gerestaureerd en weer maalvaardig gemaakt. In 1997 opende hier een restaurant.
Tot op de dag van vandaag is de molen geheel maalvaardig. Het in het restaurant geserveerde brood is gebakken van het ter plekke gemaalde meel.
Na restaurant De Molen in Kaatsheuvel fietsen we over de snelfietsroute Tilburg-Waalwijk (F261) richting het noorden. Let op, want je kunt hier inderdaad snelle fietsen als speed pedelecs en fatbikes tegenkomen.
Richting Sprang-Capelle passeer je een heel bijzondere begraafplaats, die een bezoekje meer dan waard is.
Sprang-Capelle telde ooit twaalf verschillende protestantse kerken, die op religieus gebied sterk van elkaar verschilden. Deze verschillen komen tot uiting op de Gemeentelijke Begraafplaats.
In vak K (zuidoosthoek) werden de overledenen van de strengste protestanten begraven. Zij oordeelden dat in Gods ogen alle overledenen gelijk waren. Dus verdiende niemand, of je nu arm of rijk was, een grafsteen of -monument. De graven zijn hier slechts gemarkeerd door een minuscuul paaltje met een nummer.
Vlakbij ligt ook het graf van de Capelse oorlogsheld en verzetsstrijder Jan de Rooy. Hij werd door de bezetters omgebracht omdat hij de namen van zijn kameraden van de Sprangse verzetsgroep André niet wilde noemen.
De Hervormde kerk in Sprang is een grote gotische dorpskerk met drie beuken en een zware toren.
De bouw startte in 1325 met het koor en het dwarsschip en duurde voort tot in de 15e eeuw.
Voor de kenner zijn er stijlverschillen te zien tussen Hollandse en Kempische gotiek.
In 1610 kwam de kerk in handen van de protestanten en was het gedaan met de katholieke eredienst in de kerk, die tot dusver gewijd was aan de heilige Nicolaas.
Twee jaar later ontstond er door slechte fundering en veenlaag onder de toren een enorme verzakking, die een groot gat in de torenmuur veroorzaakte. De katholieken zeiden dat Maria door het gat uit de kerk was gevlucht en de duivel erin was gekropen.
De schade werd overigens pas driehonderd jaar later hersteld, zie het gedenkbord rechts van de ingang.
Daar is ook aan de deurstijl rechts en het metselwerk het leeftijdsverschil goed te zien.
In de kerk zijn zogenaamde secco's onder de witte kalklagen ontdekt, die stammen uit de 14e eeuw, met als titel Arma Christi. Deze droge fresco's zijn voor zover mogelijk gerestaureerd.
De kansel stamt uit 1660. Op het koor staat een bijzonder mooie avondmaalstafel waarin geloof, hoop en liefde worden gesymboliseerd middels een kruis, anker en hart.
De schatkist van de kerk telde maar liefst drie zware smeedijzeren sloten, zodat er altijd drie verschillende sleutelbewaarders aanwezig moesten zijn om bij het geld te komen.
De molen staat aan de Oudestraat 84 te Sprang-Capelle.
Dit is een nog volop in gebruik zijnde standerdmolen die elke zaterdagmiddag open en in gebruik is. Al sinds de 15e eeuw stond er een molen op deze plek. Die oorspronkelijke molen is verschillende keren afgebrand en weer opgebouwd. Déze molen werd echter elders gekocht en compleet op boomstammen naar deze locatie gerold.
Het kruis op de wieken met het merk NSBM verwijst naar een scheepswerf in Rotterdam, waar de nieuwe bovenas werd gemaakt.
Landgoed Driessen is momenteel de grootste groeiwoonwijk van Waalwijk. De wijk dankt zijn naam aan de grond waar hij op gebouwd is.
Een dries, of driest, is een veld dat niet voor akkerbouw, maar als weide gebruikt wordt.
Waalwijk barstte eind vorige eeuw letterlijk uit zijn voegen. Er moest een nieuwe woonwijk komen, maar waar? De Maasroute, het kanaal en de grens met Loon op Zand maakten uitbreiding in die richtingen onmogelijk. Dus werd gekozen voor het gebied tussen Waalwijk en Sprang.
Als Landgoed Driessen helemaal klaar is, staan hier zo’n 2250 huizen. Er is veel aandacht besteed aan natuur en waterafvoer, wat onder meer te zien is aan de wadi’s. Dit zijn brede grasgeulen waar het regenwater in de bodem kan zakken, en dus niet afgevoerd wordt naar het riool.
Aan de overkant van het water, vlak bij een nestpaal voor ooievaars, ziet u een betonnen wand met ronde gaten. Dit is een speciale wand voor oeverzwaluwen. Hele kolonies kunnen hier veilig nestelen en broeden en dat doen ze dan ook! In het voorjaar en zomer is het een komen en gaan van deze mooie vogel, die zijn nestgang graaft in de steile wand.
De Vereniging Nederlands Cultuurlandschap reikt elk jaar De Gouden Zwaluw uit aan personen of organisaties die zich verdienstelijk maken voor het bevorderen van natuur in de eigen woonomgeving. Dit project werd in 2014 met deze mooie prijs beloond.
Als je weer in het centrum van Waalwijk bent gekomen, valt aan de linkerzijde van de Burgemeester Moonenlaan het oorlogsmonument op. Op deze plek worden jaarlijks op 4 mei de slachtoffers van de Tweede Wereldoorlog herdacht. Het bronzen beeld is een 2,75 meter hoge gestalte van een mannenfiguur, ineenstortend na een fusillade. Het kunstwerk werd ontworpen door J.A. Raedecker en vervaardigd door de firma Binder uit Haarlem. Raedecker is ook de maker van de beelden van het Nationaal Monument op de Dam in Amsterdam. Hoewel het een monument is voor alle in de Tweede Wereldoorlog omgekomen Waalwijkers, geldt dit in het bijzonder voor burgemeester Moonen van Waalwijk. Hij werd samen met Joop Hoffmans op 6 september 1944 door de Duitse bezetters volkomen zinloos gefusilleerd achter het stadhuis van Waalwijk.
Achter het monument bevindt zich het Wandelpark, een oase van rust met idyllische allure en een prachtig beukenlaantje naar het Parkpaviljoen. Het park is uiteraard niet voor fietsers ontworpen.
Deze fietsroute maakt deel uit van 4 fietsroutes door De Langstraat en is ontwikkeld door de Stichting Vrienden van Sint-Jan de Doper Waalwijk in samenwerking met het Regionaal Bureau voor Toerisme De Langstraat. Dit project zou niet mogelijk zijn geweest zonder de inhoudelijke bijdragen van de regionale Heemkundeverenigingen, de fotoclubs van Drunen, Vlijmen en Waalwijk en in het bijzonder René Klerkx, Piet de Jongh en Hetty Dekkers.
www.vriendensintjanwaalwijk.nl - info@vriendensintjanwaalwijk.nl