ONTDEK DE LANGSTRAAT IN 4 ETAPPES!
Deze fietsroute Sint Jan de Doper - Langstraat Noord is er één van vier fraaie fietsroutes vanuit Waalwijk-centrum in ieder van de vier windrichtingen. Op deze pagina vind je uitgebreide informatie bij de bezienswaardigheden langs de fietsknooppunten die worden aangedaan op deze route, die 39,9 km lang is.
De vier Sint Jan de Doper - Langstraat Fietsroutes voeren door het strijdtoneel tussen land en water, Brabant en Holland, katholieken en protestanten, bezetters en bevrijders, klei en zand, natuur en cultuur.
(zoom in om te vergroten)
(zoom in om te vergroten)
Na de Hertog Janstraat ga je het viaduct door onder de A59. Dat viaduct is berucht om de vele, te hoge, vrachtwagens die zich hier klem rijden. Daarna bereik je het industriegebied, in hedendaags jargon ‘logistiek bedrijvenpark’, dat zich uitstrekt tot aan de oevers van de Bergsche Maas.
De meningen lopen uiteen of de ‘verdozing’ wel positief is, maar toch verschijnen er nog steeds XXL-megaloodsen. Bol.com is een van de grootste dozenschuivers van Nederland en breidt nog steeds uit. Ook Van Mossel, een van de grootste autobedrijven in Nederland, heeft zijn oog laten vallen op de polder en voegt een Mega Distributiecentrum toe aan het ‘park’ met een enorm geasfalteerd parkeerterrein voor 4000 auto’s.
Een bezoek aan het Van Mossel Oldtimermuseum is zeer de moeite waard, dit museum is alleen op afspraak te bezichtigen.
Op de oude vuilstortplaats in Waalwijk werd jarenlang biogas gewonnen voor een generator. Nadat er geen vuil meer werd gestort, verminderde ook de gasproductie. Als vervanging werd een bio-vergistingsinstallatie gebouwd die uitsluitend draait op natuurlijk bio-afval. Eerder was de voormalige afvalberg al bedekt met zonnepanelen en draaiden er een aantal windmolens. Vanwege de energiecrisis die vooral in 2022 toesloeg, wil men het windpark uitbreiden.
Door de grote waterzuiveringsinstallatie in de directe omgeving kan het hier soms wel een beetje stinken, flink doortrappen dus!
In de omgeving van de waterzuivering, net voordat men de Maasdijk oprijdt, zijn talrijke sporen te vinden van bevers die zich tegoed hebben gedaan aan de boomstammen. Het waterschap neemt nu proeven om de dijken met metaalgaas te beschermen tegen de bevers.
Gansoyen: gemaal en uitwateringssluis
Gansoyen was ooit een dorpje bij Drongelen met een eigen kasteel dat gelegen was aan het Oude Maasje, een kleine zijtak van de Maas. De aanleg van de Bergsche Maas in 1904 maakte een einde aan dit dorp, het kasteel was al veel eerder verdwenen.
Hier eindigen het Drongelens Kanaal en het Oude Maasje in de Bergsche Maas. Op dit kruispunt van waterwegen beheert het Waterschap Aa en Maas het belangrijke gemaal Gansoyen, dat zorgt voor de afwatering van de polder tussen Waalwijk, Heusden en Vlijmen. Een palingpassage geeft glasaal de mogelijkheid om de polder te bereiken. Door de Bovenlandsche Sluis kan het water uit het Drongelens Kanaal naar de Maas stromen.
Of andersom, als de grondwaterstanden in het achterland te laag worden.
Een informatiebord met als titel ‘Van stoomgemaal naar stroomgemaal’ verschaft een goed beeld van de geschiedenis van deze plek.
De schans (die niet meer als zodanig herkenbaar is) dateert uit de 16e eeuw. Hij diende als verdedigingsbolwerk voor de sluizen aan de Elshoutse Zeedijk, die destijds werden gebruikt om het omringende land onder water te zetten. Dit tegen vijandelijke aanvallen op met name de vesting Heusden.
De zeshoekige schans werd in 1793 veroverd door de Fransen en raakte daarna in verval. Later, in 1831, werd hij hersteld in verband met de Belgische Opstand.
De Doeverense sluis is in 2022 ingrijpend gerestaureerd. Hij is als één van de vele Rijksmonumenten in de Zuiderwaterlinie een bezoekje meer dan waard. Het info-bord en de bankjes ter plaatse nodigen je uit om even af te stappen en de geschiedenis van de bijzondere plek te leren kennen.
Dit natuurgebied, dat beheerd wordt door Natuurmonumenten, moet een ‘natte parel’ worden in De Hooibroeken. In dit natuurgebied liggen talrijke wielen die zijn ontstaan door dijkdoorbraken in de loop der eeuwen.
Er stonden tot voor kort enorm veel grote populieren, die nu gerooid zijn en geen bedreiging meer vormen voor de argeloze fietser. De bomen zijn vervangen door nieuwe aanplant en het fietspad is vernieuwd.
Een eendenkooi is een meer dan 500 jaar oude jachtmethode en functioneert heden ten dage nog steeds. Oorspronkelijk werden hier wilde eenden gevangen voor menselijke consumptie. Nu dit minder gebruikelijk is, worden de gevangen eenden voorzien van een pootring en weer losgelaten. Op deze wijze ontdekt men meer over het trekgedrag van de dieren. Het is dus nu niet meer zo dat ‘de pijp in’ ook betekent ‘de pijp uit’. De gevangen eenden worden immers niet meer gedood.
Heesbeen: Hersteld Hervormde kerk
De bouwstijl van dit deels eeuwenoude kerkje is Romano-Gotisch. Het eenbeukige kerkje met tufstenen toren stamt uit de 14e eeuw en is bereikbaar door een poortgebouwtje. Binnen bevindt zich een waardevolle preekstoel (herenbank), een wapenbord en fraai koperwerk uit de 18e eeuw. Heesbeen is al bewoond geweest in de Romeinse tijd. Er zijn restanten van een Romeinse nederzetting gevonden.
Op het achter de kerk gelegen kerkhof (hek is open) tref je nog een oorlogsgraf aan uit de Tweede Wereldoorlog. In de directe omgeving (richting het westen) staan enkele zeer oude, mooi gerestaureerde boerderijen.
De fietsroute voert langs de vestingwallen, met zijn bastions en ravelijnen.
Je ziet de contouren opdoemen van wat eens de scheepswerf Cornelis Verolme-Heusden was. De werfkranen torenen nog huizenhoog boven de vesting uit. Ooit werden hier, ver van de Noordzeekust, reusachtige tankers gebouwd voor onder andere Shell. Ook zeeslepers, zware ladingschepen, veerboten voor Texel en een aantal grote hopperdredgers, werden hier gebouwd. Rond 2010 was het afgelopen met de zware scheepsbouw in Nederland, vooral door hevige concurrentie uit Azië.
De bijzondere vestingstad Heusden is een bezoek meer dan waard. Neem er gerust de tijd voor, want er is veel te zien. Dit kun je het beste te voet doen (zie plattegrond). Het Toeristisch Informatie Punt in het voormalig gemeentehuis biedt een schat aan informatie.
De fietsroute loopt vanaf het oosten door het centrum naar de Wijkse Poort aan de westkant.
Na de Wijkse Poort zie je, net voordat de weg omhoog gaat, aan de rechterkant (boven op de dijk) een schandpaal. Hier werden gestraften ter afschrikking ‘voor paal gezet’.
Even verder, als je inmiddels boven op de dijk rijdt, zie je aan de linkerkant beneden een kleine Joodse begraafplaats liggen.
Van 1838 tot 1927 had Heusden een kleine zelfstandige Joodse Gemeenschap. Pas vanaf 1865 werd er op deze plek begraven, tot die tijd moesten de overleden joden dus elders op een joodse begraafplaats ter aarde worden besteld. Begraven worden op een andere begraafplaats mocht niet volgens het geloof.
Er staan hier nog zo’n twintig opmerkelijke grafstenen waarop de data volgens de Joodse jaartelling gebeiteld zijn.
Een moderne tuibrug uit 1989 met een totale lengte van 540 meter, die de Bergsche Maas en zijn uiterwaarden overspant. De hoofdoverspanning is 120 meter lang. De allereerste brug stamt uit 1904 toen de Bergsche Maas was gegraven. Dit was een geklonken ijzeren vakwerkbrug die in de Tweede Wereldoorlog twee keer werd verwoest, maar na herstel in 1946 weer in gebruik was.
Na de bouw van de huidige, nieuwe brug is de oude brug gedemonteerd en voor het symbolische bedrag van 1 gulden geschonken aan Suriname. Dit cadeau was voor Suriname echter een kat in de zak, want het bleek dat de zeer aanzienlijke transportkosten niet inbegrepen waren. Zij konden dit onmogelijk voor hun rekening nemen waardoor de brug uiteindelijk toch bij de sloper belandde en verschroot werd.
Onderweg passeert u een peilschrijvershuisje, Meetpunt Heesbeen, van Rijkswaterstaat met een karakteristiek puntdak.
Van deze afstand lijkt het alsof de kabels van de brug een soort koepel of huif vormen, omdat ze zijn vastgemaakt aan het horizontale deel van de brugpyloon. Bij de meeste andere bruggen zijn de kabels bevestigd aan de verticale pyloondelen.
De Kromme Nol is een stuw tussen Maas en Waal. De bouw van deze stuw of kering werd een noodzaak na de extreem hoge waterstanden in met name 1995. De dijken langs het Heusdens Kanaal en de Afgedamde Maas dreigden toen te bezwijken. Alle inwoners van de Bommelerwaard, inclusief de complete veestapel, moesten op stel en sprong evacueren. De stuw kwam gereed in 2002, waarmee het gevaar van overstroming nu is weggenomen.
Als nu het water 3,42 meter boven NAP staat, gaat de schuif dicht. Als je de brug bent overgestoken fiets je in de provincie Gelderland.
N.B. de weg N831 naar Nederhemert-Zuid staat bekend als gevaarlijk dus zeker niet naast elkaar fietsen en goed rechts houden.
Voormalig eiland in het stroomgebied van de Maas, waaraan een eind kwam door de afdamming van de Maastak naar Woudrichem. In dit rustige, schilderachtige gebied, dat deel uitmaakt van wat men in de volksmond de ‘bible belt’ noemt, waant men zich in een andere wereld.
Bij het inrijden van het dorp zie je rechts de waarschijnlijk meest authentieke en ouderwetse speeltuin van Nederland. Hier kan men voor een schappelijke prijs nog een grote kan ranja voor het hele gezin bestellen.
Als men bij de eerste afslag in het dorpje links gaat, treft men de (hersteld) Hervormde Eilandskerk aan waarvan een deel, het Koor, dateert uit de 14e eeuw. Tot 1944 had de kerk nog een toren en een schip maar die werden door oorlogsgeweld in de Tweede Wereldoorlog verwoest. De restanten zijn nog duidelijk te zien.
Kasteel Nederhemert vindt zijn oorsprong rond het jaar 1300 en viel eveneens ten prooi aan de Tweede Wereldoorlog. Het duurde tot 2001 voordat men met de restauratie startte, die in 2005 werd afgerond.
Links naast het kasteel, dat helaas niet te bezoeken is, staan twee reusachtige sequoias of mammoetbomen die normaliter alleen in Californië voorkomen. In het bos rondom het kasteel heeft zich een omvangrijke reigerkolonie gevestigd. De nesten bevinden zich hoog in de bomen, opgelet dus dat ‘de zegen’ niet van boven komt.
Via de onverharde ‘Moffendijk’ kom je in Bern, waar nog restanten te vinden zijn van de voormalige abdij van Berne, die hier tussen 1132 en 1572 stond. Het oude brouwershuis is een overblijfsel van de ooit voor de ontwikkeling van dit gebied zo belangrijke abdij.
De “Stichting Bergschse Maasveren” en het Bernse Veer naar Herpt
Door de aanleg van de Bergsche Maas kwamen veel inwoners en boeren nog maar moeilijk bij hun huis, werkplek, akkers en vee. De overheid beloofde daarom dat de veerponten voor eeuwig gratis zouden blijven. In 2008 wilde de overheid (Ministerie van Verkeer en Waterstaat) wel eens van deze toch wel zeer dure belofte af. Ze gaf een pot geld aan een stichting, die zelf voor de instandhouding van de drie veerdiensten kon zorgdragen.
Maar zeg niet dat het eeuwig zo blijft! Want… in het voorjaar van 2024 blijkt de pot geld onvoldoende en moeten auto’s, motoren en dergelijke toch voor de overtocht gaan betalen. Het excuus van de overheid: destijds waren er geen auto’s. En eeuwig was in dit geval honderd jaar.
Voor fietsers en voetgangers is de overtocht nog steeds gratis.
De monniken van de abdij van Berne wierpen omstreeks 1273 een dam in de Maas op. Het meeste water kon daardoor via Woudrichem naar de Waal.
Op deze manier hoefden de schippers richting West-Nederland niet meer langs Heusden en waren zij verlost van de tolheffing die daar geheven werd.
Op het infobord ter plekke is goed te zien dat de oorspronkelijke Maasbedding veel gevaarlijke bochten kende. In 1904 werd de Maas bij het Gelderse Well (Heleind) afgedamd. Als nieuwe, kunstmatige Maasbedding werd de Bergsche Maas gegraven, die bij Geertruidenberg op de Amer uitkwam. Het afgedamde traject van Well tot Woudrichem werd voortaan de Afgedamde Maas genoemd. Om scheepvaartverkeer met de Waal mogelijk te maken, werd het Heusdensch Kanaal gegraven.
Tegenwoordig wil men door klimaatverandering, dalend grondwaterpeil en uitdroging het water zoveel mogelijk vasthouden. Door de toename van intense regenval is echter ook het tijdig afvoeren belangrijk. De oplossing lijkt te liggen in het creëren van meer waterberging.
In het dorp Hedikhuizen stond eerst een rooms-katholieke waterstaatskerk, met zelfs een toren en voorportaal. De Tweede Wereldoorlog maakte in 1944 een einde aan deze kerk, die door Norbertijnen werd bediend. In 1962/63 werd hier een nieuwe kerk opgetrokken in de stijl van de Bossche School. Door toenemende ontkerkelijking en ontvolking van het dorp werd de kerk in 2011 aan de eredienst onttrokken.
Op de Hoge Maasdijk werd in de 15e eeuw een eenbeukig gotisch kerkje gebouwd: de Lambertuskerk. Momenteel niet meer in gebruik als kerk, maar als woonhuis en atelier van een kunstenaarsfamilie en dus niet te bezoeken. Ooit vond in 1779 een verbouwing of restauratie plaats. Hiervan getuigt een jaartalsteen boven de ingang aan de zuidzijde. Voor de westmuur liggen nog de resten van de Romaanse voorganger van deze kerk.
Aan de westkant van de Hoge Maasdijk kort na het kerkje ligt Fort Hedikhuizen (niet te bezoeken).
Even verder, aan de oostzijde van de dijk, zie je de in 2002 grondig gerestaureerde inundatiesluis op het kruispunt van de Hollandse en Noord-Brabantse Waterlinie. Deze sluis werd in 1862 aangelegd, maar al in 1505 was dit een strategisch belangrijke plek. Troepen van Prins Maurits waren hier gelegerd in een zogenaamd ‘blokhuis’, de voorloper van het huidige fort. De sluis en het fort hebben sinds 1952 geen betekenis meer als vestingwerk.
Neem de moeite om via de trap de dijk af te gaan, de sluis te bekijken en lees ook het infobord ter plekke voor het complete verhaal.
Deze enorme waterplas, ook wel de Grote Wiel genoemd, ligt iets ten noorden van Haarsteeg. De plas is achttien hectare groot en op sommige plekken wel negentien meter diep. Hij is ontstaan door dijkdoorbraken. De laatste was in 1740, hierbij werd een enorm gat in de Hoge Maasdijk geslagen. Het gebied is nu een vogelreservaat met meer dan twintig soorten, waaronder de karekiet en het ijsvogeltje. Tevens is de wiel kennelijk goed viswater, want in 1881 werd er een steur van maar liefst 125 pond gevangen!
Haarsteeg is een karakteristiek Brabants dorp waar van oudsher een grote saamhorigheid heerste.
De Sint-Lambertus kerk is gebouwd in 1873 volgens ontwerp van architect C.H. Dobbe, die ook het Vlijmense raadhuis ontwierp. Het is een eenvoudige neogotische kerk zonder toren.
Op de zogeheten ‘viering’ (kruispunt van het langs- en dwarsschip), staat een dakruiter met torenuurwerk.
Bekijk in het ingangsportaal de gedenkstenen met inscriptie. Die herinneren aan de verwoesting en herbouw van de vroegere kerk na wéér een dijkdoorbraak, veroorzaakt door zware ijsschotsen. Deze ramp vond plaats op 22 februari 1799.
In de voortuin van de kerk ziet met een Christusbeeld, ditmaal met dubbelfunctie. Het beeld refereert zowel naar Christus Koning als naar Heilig Hart.
Deze bijzondere plek ligt niet direct op de route, maar is onderweg naar knooppunt 89 aan de linkerkant goed te zien en bereikbaar na ongeveer 500 meter.
Het is een voormalig klooster van de Cisterciënzerorde, dat zijn oorsprong had in Kamp Lintfort dat in 1338 werd gebouwd. Op het terrein stond ook het kasteel Onsenoort en een Mariakapel. Het kasteel werd in 1939 gesloopt maar de toren bleef staan en biedt thans plaats aan de heemkundevereniging. In datzelfde jaar werd de huidige abdij gebouwd. De laatste abt overleed in 2017 en er wonen nu geen kloosterlingen meer. Het klooster en het uitgestrekte park zijn nu in gebruik van Focolare: een universele vereniging van katholieke leken, die internationale eenheid en broederschap predikt.
Het gebouw, het park en de kapel van de abdij zijn vrij te bezoeken als men zich bij de receptie aanmeldt. Voor een klein prijsje is er ook koffie, thee en fris verkrijgbaar.
Bijzonderheden: Poortgebouw in traditionalistische stijl, kapel- en kloostergang met kruisribgewelf en cassetteplafonds.
In het park kan men heerlijk wandelen. Er is ook een natuurcamping, een bijzonder kerkhof van de kloosterlingen en een antieke gietijzeren boogbrug te zien.
Elshout, voormalige herberg “In den Gekroonden Hoed”
Op het eerste kruispunt staat een (voormalige) oude herberg uit 1744 genaamd In den Gekroonden Hoed. Die naam heeft het gebouw te danken aan Koning Lodewijk Napoleon die er in 1809 eens overnachtte. Ook speelde de herberg een belangrijke rol in het verzet tijdens de Tweede Wereldoorlog en bij de opvang en redding van Britse en Amerikaanse soldaten en piloten. De toenmalige uitbaters ontvingen hiervoor van president Eisenhouwer een belangrijke onderscheiding.
Kerk Sint Jan Evangelist te Elshout
Deze in neogotische stijl gebouwde kerk is een ontwerp van architect J.H. van Tulder en was gereed in 1879.
Het kerkinterieur is grotendeels gemaakt door de Elshoutse beeldhouwer Hendrik van der Geld. Onder andere de altaren, de kruiswegstaties, de biechtstoelen en enkele grote beelden van de apostelen Petrus en Paulus zijn van zijn hand.
Men betreedt het kerkhof via een toegangshek met daarop de tekst: ‘Heden ik, morgen gij’. Het is maar dat men dit niet vergeet!
Op dit kerkhof ligt de bekende, uit Elshout afkomstige, bisschop van Breda Tiny Muskens begraven (1935-2013). Hij was voor zijn tijd een zeer vooruitstrevende kerkleider en pleitte onder andere voor het afschaffen van het celibaat. Hij was ook erg tolerant ten aanzien van moslims en pleitte voor vrouwelijke voorgangers in de kerk. Hij werd nog bekender toen hij in een tv-uitzending van de VPRO verklaarde dat een brood stelen geoorloofd is als je honger hebt en nauwelijks kunt overleven. Op de voorgevel van de kerk hangt een plaquette ter ere van hem.
De kerk is regelmatig open en erg de moeite waard om te bezoeken.
Bedevaartsoord Elshout; Mariakapel ”Wonderbare Moeder”
De Mariaverering in Elshout is gebaseerd op een 12e-eeuwse legende. Jaarlijks hoogtepunt is nog steeds de Mariaprocessie op de laatste dag van mei. Hierbij wordt de beeltenis van Maria in plechtige processie door het dorp gedragen, van kerk naar kapel en weer terug.
De kapel was er al in 1495 maar werd door de Hervormden in beslag genomen. Het beeld van Maria konden zij echter niet ‘klein’ krijgen en bleef keer op keer in de omgeving verschijnen. Om die reden werd in weerwil van de reformatie in 1668 toch weer een kapel op die plek aan de Gorseweide gebouwd.
Het info-bord ter plekke verhaalt de legende in detail. Er staan banken voor de talrijke passanten die bijna allemaal afstappen voor het opsteken van een kaarsje en/of een rustmoment.
Boven op de Elshoutse Zeedijk, die werd aangelegd na de Elisabethsvloed van 1421, staat een kunstwerk: de Schaaltafel. Dat is een symbool voor de rijke opbrengsten van land- en tuinbouw in Elshout en omgeving. Het is gemaakt door Tine van de Weyer.
Bij de afslag Naulandseweg bevindt zich op zo’n 200 meter links een heuse wijngaard, de Woutherushof. In de maand september kan men hier een rijke druivenoogst aan de wijnstokken zien hangen.
De Elshoutse Zeedijk is omgeven door een zestiental wielen. Dat zijn een soort meertjes die zijn ontstaan door de vele dijkdoorbraken en overstromingen in de voorbije eeuwen.
Op de voormalige spoordijk valt onmiddellijk het nog authentieke seinwachtershuis op dat ooit een deel was van de Langstraatspoorweg ofwel De Halve Zolenlijn.
Vanaf de dijk zie je in oostelijke richting de schitterend gerestaureerde molen genaamd "Johanna van Brabant" uit 1838. De oorspronkelijke eigenaar was de Familie Manders, later maakte Frans van Westen er een bloeiend molenaarsbedrijf van. In 1947 nam de dieselmotor het werk van de wind over. Nu is in de overigens niet-maalvaardige molen een bakkerij gevestigd. Daar kan men terecht voor een typisch Brabantse lekkernij, het worstenbroodje.
’s-Hertogenbosch had in vroeger eeuwen enorm veel hinder van wateroverlast. Om dat te verhelpen, werd in 1766 een overlaat aangelegd tussen Baardwijk en Drunen. Hiervoor moest onder meer het gehucht Bloemendael worden gesloopt.
In eerste instantie was de overlaat 650 meter breed, maar vooral in de winter bleek dit te smal. Door ijsvorming ontstonden nieuwe barrières. De overlaat is toen verbreed tot 1000 meter.
Als het water rond Den Bosch een bepaald peil had bereikt, stroomde het water via de Baardwijksche Overlaat weg richting de Biesbosch en de zee. Op zich functioneerde dit goed, maar het bleek uiteindelijk toch niet afdoende. In 1880 brak de dijk bij Nieuwkuijk door, met grote verwoestingen en doden tot gevolg. Na de aanleg van het afwateringskanaal van Den Bosch naar Drongelen in 1911 was het probleem definitief opgelost. Bij Drongelen stroomt dit kanaal in de Bergsche Maas.
Van 1766 tot 1911 maakte de Baardwijksche Overlaat deel uit van de Zuiderwaterlinie. Het gebied kon ook bewust onder water worden gezet om vijandelijke legers tegen te houden.
Nu is het een prachtig, vogelrijk natuurgebied met de Lange Wiel in het midden. Deze plas is ontstaan na een dijkdoorbraak in de 18e eeuw. In de jaren zestig van de 20e eeuw werd een bos aangeplant. Sinds 1978 is het gebied in beheer bij Natuurmonumenten. Er zijn mooie wandelingen mogelijk.
Oude Spoorbrug over de Baardwijksche Overlaat en Drongelens Kanaal
Oorspronkelijk was deze stalen, geklonken brug 880 meter lang. Hij werd gebouwd in de jaren 1882-1885 als onderdeel van de Langstraat Spoorweg. In de jaren daarna werd de brug flink ingekort en deels vervangen door een spoordijk, waarschijnlijk omdat een paar pijlers onvoldoende stabiel bleken. Het was 1972 toen de laatste goederentrein over deze brug reed, het personenvervoer was al eerder gestaakt. De brug werd daarna aan zijn lot overgelaten en raakte in verval, totdat een zeer betrokken Stichting "Federatie Behoud de Langstraatspoorbruggen" ervoor zorgde dat de brug als industrieel monument behouden bleef. De brug werd gerestaureerd en in 1992 in gebruik genomen als fietsbrug. Toenmalig minister Hanja Maij-Weggen kwam hem openen. Het is nu een Rijksmonument.
Net voorbij de brug sta je oog in oog met een kunstwerk waarin allerlei aspecten van een locomotief verwerkt zijn. Even verder, na het passeren van de lange spoorbrug, staat een reusachtig stalen excentrisch wiel opgesteld: een onmisbaar aandrijfonderdeel van een stoomtrein.
Voetbalclub RKC werd opgericht in 1940, de afkorting staat voor Rooms-Katholieke Combinatie. Het betrof toen een fusie van drie lokale voetbalverenigingen, te weten HEC, WVB en Hercules.
In 1954 werd in Nederland het betaald voetbal ingevoerd. RKC werd begin jaren tachtig twee keer landskampioen bij de amateurs, zodat in 1984 werd besloten er een profclub van te maken. De club startte in de Eerste Divisie.
Drie jaar later al promoveerde RKC naar de Eredivisie. Met wisselend succes. De club moet vaak nacompetitie spelen om in die hoogste klasse te blijven. In 2014 degradeerde RKC voor één jaar naar de Eerste Divisie en ook in 2019 ging het maar nét goed. In een zinderende uitwedstrijd tegen Go Ahead Eagles wonnen de Waalwijkers, zodat RKC in de Eredivisie kon blijven. In seizoen 2024/2025 speelde RKC nog steeds in Nederlands hoogste klasse, maar wel als hekkensluiter en degradeerde toch weer naar de KeukenKampioen Divisie.
Het stadion is inmiddels omgedoopt in het Mandemakers Stadion en kan momenteel 7.186 toeschouwers herbergen.
Als je weer in het centrum van Waalwijk bent gekomen, valt aan de linkerzijde van de Burgemeester Moonenlaan het oorlogsmonument op. Op deze plek worden jaarlijks op 4 mei de slachtoffers van WOII herdacht. Het bronzen beeld is een 2,75 meter hoge gestalte van een mannenfiguur, ineenstortend na een fusillade. Het kunstwerk werd ontworpen door J.A. Raedecker en vervaardigd door de firma Binder in Haarlem. Raedecker is ook de maker de beelden van het Nationaal monument op de Dam in Amsterdam. Hoewel het een monument is voor alle in de Tweede Wereldoorlog omgekomen Waalwijkers, geldt dit in het bijzonder voor Burgemeester Moonen. Hij werd samen met Joop Hoffmans op 6 september 1944 door de Duitse bezetters volkomen zinloos gefusilleerd achter het stadhuis van Waalwijk.
Achter het monument bevindt zich het Wandelpark, een oase van rust met idyllische allure en een prachtig beukenlaantje naar het Parkpaviljoen. Het park is uiteraard niet voor fietsers ontworpen.
Deze lommerrijke dijk beschermde Waalwijk en de hele Langstraat eeuwenlang tegen overstromingen. De dijk werd al aangelegd na de Sint-Elisabethsvloed in 1421. In de Biesbosch was toen nog sprake van eb en vloed. Dat betekende dat het water soms makkelijk tot aan Waalwijk kwam, bij storm of hevige getijden.
De eeuwenoude dijk was zelfs in 1953 nog van cruciaal belang voor Waalwijk. Tijdens de Watersnoodramp stond het water tot aan de kruin van de dijk. Het scheelde maar een haar of Waalwijk was volledig overstroomd geweest. Dankzij de Winterdijk ontsnapte Waalwijk aan een ramp.
Volgens de meeste bronnen werd de weg achter de dijk vroeger De Langhe Straet genoemd, waar de regio zijn naam aan dankt.
Het oude raadhuis van Waalwijk, met zijn markante trapgevel, is enkele jaren voor de Tweede Wereldoorlog gebouwd door architect Kropholler.
Het moet een grote opdracht voor hem zijn geweest, want dit gemeentehuis kreeg twee ‘vleugels’. In het linkerdeel is nu het museum Schoenenkwartier gevestigd. In het hoofdgebouw zit het Huis van Waalwijk, waar tentoonstellingen en andere culturele activiteiten worden gehouden.
Het hele ensemble, uitgevoerd in warmrode kloostermoppen, werd gebouwd tussen 1929 en 1932. Het hoge hoofdgebouw met de robuuste trapgevel, bordes en stadswapen oogt imposant en voornaam. Dat geldt ook voor het interieur: het bouwwerk bevat ook binnen een groot aantal unieke bezienswaardigheden, zoals bijv. een tegelplateau van de hand van de bekende Vlaamse auteur/beeldend kunstenaar Felix Timmermans. En ook diverse schilderijen, alsmede een wandschildering en beelden van de Waalwijkse kunstschilders Theo en Jan van Delft.
De grote beelden van een os en een koe aan weerszijden van de ingangstrap verwijzen naar het verleden. In de 15e en 16e eeuw was er een bloeiende ossenhandel in Waalwijk. De koe verwijst naar de voor Waalwijk zo belangrijke schoenen- en leerindustrie. Beide beelden zijn gemaakt door beeldhouwer Lambertus van Zijl, die ook bekend was door zijn beelden in de Amsterdamse Beurs van Berlage.
De Hooisteeg is het mooiste steegje van Waalwijk. Het is volledig gerestaureerd en biedt nu onderdak aan kunstenaars en ambachtslieden.
Vroeger, tot ongeveer 1950, had Waalwijk veel meer van dit soort steegjes, ook wel dammen genoemd.
Schoenmakers woonden er onder erbarmelijke omstandigheden, vaak met grote gezinnen.
Ze moesten naast hun werk op de fabriek thuis bijklussen om het hoofd boven water te houden. Bij mooi weer werkten ze buiten in de dam.
Een informatiebord aan de noordzijde op de Winterdijk verschaft de nieuwsgierige bezoeker nuttige informatie. In de aangrenzende ‘stadstuin’ staat een antieke muziekkiosk die een eeuw geleden te vinden was op het Raadhuisplein. De kiosk was een tijdlang in particuliere handen, maar kwam tóch weer boven water en is nu een aanwinst voor het stadsbeeld.
Dé blikvanger van Waalwijk is ongetwijfeld de Sint-Jan. Deze neo-Byzantijnse kerk is gewijd aan Johannes de Doper, de patroonheilige van de Langstraat. Hij werd, na twee jaar bouwen, geopend in 1925.
Met zijn slanke toren en maar liefst negentien koperen koepels bepaalt deze ‘oosterse’ kerk de skyline van Waalwijk. Architect Hendrik Willem Valk heeft hier een van zijn mooiste werken gerealiseerd. De kerk is losjes gebaseerd op de Aya Sofia in Istanboel.
Niet alleen de buitenkant is indrukwekkend, ook het interieur is zeker een bezoek waard. Kunstenaar Charles Eyck maakte bijvoorbeeld de prachtige kruisweg en Willem Wiegmans de glas-in-loodramen in unieke Beuron-stijl. Ook het grote baldakijn bij het altaar is een blikvanger en refereert naar de vroegere schoen- en leerindustrie.
De kerk is van woensdag tot en met zondag geopend voor bezoekers van 13.30 tot 16.30, behalve tijdens diensten en concerten.
U wordt verwelkomd door een deskundige gastheer/-vrouw en er is een interessante audiotour verkrijgbaar, die u langs alle bijzonderheden van de kerk loodst. Voor groepen is er op afspraak een rondleiding met gids beschikbaar, óók buiten de openingstijden.
De Sint-Jan maakt deel uit van Het Grootste Museum van Nederland, een initiatief van Museum Catharijneconvent in Utrecht.
Deze fietsroute maakt deel uit van 4 fietsroutes door De Langstraat en is ontwikkeld door de Stichting Vrienden van Sint-Jan de Doper Waalwijk in samenwerking met het Regionaal Bureau voor Toerisme De Langstraat. Dit project zou niet mogelijk zijn geweest zonder de inhoudelijke bijdragen van de regionale Heemkundeverenigingen, de fotoclubs van Drunen, Vlijmen en Waalwijk en in het bijzonder René Klerkx, Piet de Jongh en Hetty Dekkers.
www.vriendensintjanwaalwijk.nl - info@vriendensintjanwaalwijk.nl