https://sites.google.com/view/linguarium
Fayalobi
Het is met nieuwjaar 1985. Het sneeuwt. Spring maar achterop, zeg ik. Jij zit achter op de fiets, je armen om mijn middel geklemd. Een glorieus moment. Je schaterlacht. Samen fietsen in de sneeuw.
Ik rem af bij een café aan de Tudderenderweg. Je wilt van de fiets springen, je denkt misschien, dat ik naar het café wil om er lekker een wijntje of een kopje koffie te gaan drinken, maar ik begin ineens hevig op de pedalen te trappen. Ik roep: Goed vasthouden. Je klemt je armen nog steviger om mijn middel. Het gekke is, dat de fiets niet naar voren schiet, maar zijn voorwiel opheft, als een steigerend paard, daarna komt ook het achterwiel los van de aarde. De fiets stijgt op.
Door een mens aangedreven vliegende fiets. Sneeuwvogel. Je denkt misschien: dat heb ik al eens gehoord; ja, een door een mens aangedreven vliegtuig, dat wel; daarvan zijn veel variaties met succes gebouwd en gevlogen. Deze vliegtuigen worden aangedreven door middel van een propeller. Het unieke van deze fiets is echter, dat hij voortstuwing verkrijgt door middel van het klapwieken van de vleugels, zoals een vogel dat doet. De overbrenging van de trapbeweging van de fietser naar klapwiekende vleugels. Dit vliegtuig kan zelfstandig starten, hoogte winnen en vooral luchtwaardig zijn. Als je luchtwaardig bent kan je immers de thermiek op gaan zoeken zoals iedere vogel dat doet. Luchtfietserij.
Toen je vorig jaar op bezoek kwam, Jobin, was ik totaal verrast. Je zou kunnen zeggen, dat bezoek kwam precies op tijd, want ik voelde me die dag wat eenzaam. Ik was nu al zo'n zes jaar alleen. Dat wilde ik toen zelf zo. Ik weerde het contact met vrouwen, als dit te intiem dreigde te worden, af. Die vrouwen begrepen dan niet waarom ik hen zo dichtbij had laten komen. Maar die dag voelde ik me anders. Zo alsof ik tot elk contact bereid was. En uitgerekend die dag belde je aan bij de poort. Ik ging naar beneden om open te doen en zei toen ik jou zag: Dit had ik nou totaal niet verwacht. Het was zo'n drie uur in de middag. Ik kom nu, voordat een ander er met jou vandoor gaat, zei je. Je bleef die dag tot de klok rond was gegaan. We begonnen na enige tijd met elkaar te vrijen, zo hevig en vurig als we het nog nooit hadden gedaan. Ik had dit al zo lang niet meer gedaan, dat ik eraan twijfelde of ik het nog wel kon. Ik was totaal niet voorbereid op dit moment. Ook kwamen oude gevoelens die me vroeger in de weg gezeten hadden weer terug. Je was nog steeds bij je man. Dit was weer zo'n bezoek dat volgens jouw wil was gepland. Het moest geheim blijven en je gewone leven niet verstoren. Door deze gedachten kwam ik weer uit mijn aanvankelijke trance terug. Ik begon erover te praten. Daardoor werd je kwaad. Ik denk dat je vooral kwaad was omdat ik een onvoldoende erectie kreeg, wat voor jou een duidelijk bewijs was dat ik niet door jou opgewonden werd. Je zei: als ik weer eens kom, laat ik je de vier hoeken van de kamer zien. Ik had eigenlijk het idee, dat ik die al gezien had, zo onstuimig was je te werk gegaan. Je weet helemaal niet hoe je met mij moet omgaan, dacht ik. Je gaat te voortvarend te werk. Ik raak helemaal onder jou verpletterd. Je vertrok vroeg in de morgen. En bel maar niet op, zei je. Dat deed ik toch al bijna nooit, dus dat was een beetje vreemd.
Twintig jaar geleden heb ik jou ontmoet. Er ontstond een heftige relatie, die mijn leven omver heeft gegooid. Het is eigenlijk ook niet overgegaan. Toch is het nooit tot een vereniging gekomen, omdat jij gebonden was aan je eigen man. Ik was toen zelf ook bezig met afscheid nemen van mijn eigen vrouw, een moeizaam proces. Soms zag ik je terug, en dan bleek telkens weer dat de oude wond niet genezen was. Het verlangen was er nog steeds, ook bij mij, maar de belemmeringen waren ook niet weg. Dus er veranderde niets.
Tot je me zo'n twintig jaar later onverwacht op die zondagmiddag, 5 augustus 2001, opzocht en me in verleiding bracht. Ik liet me ook verleiden, tot mijn eigen verbazing, want ik was toen eigenlijk al zo'n zes jaar alleen. Na jou had ik nog twee relaties gehad, met de tweede was ik zelfs hertrouwd, en na het mislukken van beide was ik een beetje moe geworden van mijn liefdesleven. Ik dacht: dit hoeft niet meer. Je bleef die zondag tot drie uur 's nachts bij me. Ik weet nog dat je zei: Hier heb ik twintig jaar op gewacht. Ik kon dat bijna niet geloven. Ik kon je de kroon op het verlangen niet geven. Ik voelde ineens weer dat de toestand nog net zo was als twintig jaar geleden. Je was nog steeds gebonden. Ik begon daarover te praten, maar je wilde het niet horen en ging kwaad weg.
Daarna werd ik een paar dagen een beetje verliefd op jou. Je was voortdurend in mijn gedachten. Toch was ik ook teleurgesteld, dat het niet goed afgelopen was.
Een tijd later zag ik je op straat voorbijkomen. Je had een nieuw kapsel, aan de bovenkant kort als het haar van een Afrikaanse vrouw, maar aan de zijkant modern opgeknipt. Je leek zo wel een beetje op Grace Jones. Zo is het precies goed, zei ik. Als je dat kapsel hebt, ben je rebels, dacht ik later. Je zei, dat je nog op bezoek zou komen, maar ik wist niet of ik dat moest geloven.
Hou je niet van Grace Jones? Dat is toch een prachtige vrouw. Maar ik heb niet gezegd dat je op haar lijkt.
Mijn herinneringen aan de periode vanaf 1982 zijn misschien wat anders gekleurd dan die van jou. Als ik aan jou denk, denk ik vooral aan 1984 en de tijd daarna.
Ik heb me afgevraagd wat nou het eerste is geweest, dat ik me van jou herinner. Ik denk dat het dit was. We stonden voor café Limbourg op de markt te praten. Ik weet niet meer waar dat gesprek over ging. Ik denk dat ik toen voor het eerst jou ben gaan zien met nieuwe ogen. Dit is misschien in 1982 gebeurd.
Ik ben in die tijd begonnen met het schrijven van een boek. Het bestond uit versjes, die voor een groot deel betrekking hadden op mijn ervaringen met jou. Ik heb van dat boek nooit een goed geheel kunnen maken. Toch zijn die ervaringen, hoe kortstondig ze ook waren, bepalend geworden voor de rest van mijn leven. Het waren ervaringen van hartstocht.
De eerste tijd vanaf 1982 staat niet zo helder in mijn geheugen, tenminste wat jou betreft. Ik herinner me wel bepaalde voorvallen, maar ik herinner me niet zo goed wat er toen gebeurd is.
Ik herinner me heel duidelijk het moment, dat je op een papiertje schreef: Mi feni wan lobi na baanti ini. Je zette je naam eronder en streepte die vervolgens door. Ik weet niet meer zo goed wanneer dat gebeurd is, ik denk in 1984.
Op 29 maart van dat jaar hadden we een gesprek buiten voor het gebouw van wat toen de Katholieke Leergangen heette. Je zei toen: Een groot kruis. Je doelde op het leven dat je toen had. Ik antwoordde: Niet is niet nooit. Het was een soort afwijzing, maar ik hield de deur toch op een kier. Ik voelde me daarna rot.
Diezelfde dag was mijn vrouw jarig. Doordat ik zo lang met jou had staan praten, kwam ik te laat op het feest. Mijn vrouw was kwaad. In de dagen die daarop volgden raakte ik steeds verder van haar vervreemd.
Waarom maakt het geloof dat je je schuldig voelt? Ik heb dit nooit zo goed begrepen. Die echtscheiding zat er al lang aan te komen, al voordat ik jou kende. Het had niks met jou te maken. Bovendien was de scheiding goed, omdat het een slecht huwelijk was. De scheiding bracht tenminste mij terug bij de waarheid.
Op 2 juli heeft ze me de deur gewezen en toen ben ik het huis uitgegaan. Wil ik blijven bij iemand die mij eruit zet?
Misschien hebben onze paden elkaar op het verkeerde moment gekruist. We waren beiden bezig met ons eigen leven. Ik heb daarna verschillende keren geprobeerd me bij een ander aan te sluiten, steeds vergeefs. Ook ben ik vaak alleen geweest. Jouw leven verliep heel anders. Even leek het alsof we voor elkaar bestemd waren, maar dat kwam niet zo uit.
Ik heb dit jaar iets meegemaakt, dat dit weer in mij wakker heeft gemaakt, een gevoel van hartstocht voor een zeer jonge vrouw. Ik weet hoe je reageert, als je merkt dat er iemand anders in mijn leven is, dus ik heb jou dit tot nu toe niet verteld.
Ik wil nu niet te veel over die jonge vrouw schrijven, behalve dit: ik wil dat je dit weet. Ik houd van de waarheid, en ik voel dat ik als dit zou verzwijgen, niet waarachtig zou zijn. Ik wil er niet zo veel over vertellen. Het is allemaal heel erg vers en ik weet niet of het lang blijft. Misschien kom ik er later nog eens op terug.
Ik heb over de jonge vrouw verteld, omdat ik waarachtig wil zijn. Maar er is meer. Misschien is wat ik met de jonge vrouw heb meegemaakt een voorbijgaande geschiedenis, een les waarvan ik iets kan leren. Het is een soort les over wat ik heb meegemaakt met jou, een liefdesverhaal waarin de liefde het aflegt tegen andere overwegingen. Wat is waarachtigheid? Het is liefde tonen, haar niet onder de toonbank leggen.
Heel mijn leven ben ik op zoek geweest naar mijn vrouw. Ik wist niet wie het was. Ik dacht, dat jij het was, en ik heb die gedachte nog steeds, maar nee, zo is het niet, je bent andermans vrouw. En dat heb ik nu weer meegemaakt met de jonge vrouw. Niet dat ik ernaar op zoek ben geweest. Het overkwam me en voordat ik het wist raakte ik erin verstrikt. Niemand weet hoe dit zal eindigen.
Wat is een goed moment? Precies het goeie moment. Misschien komt dit moment. Volgens jou: nog in dit leven.
Een goed slaapwaakritme is heel belangrijk voor een mens. Ik slaap zelf meestal goed, maar soms niet. Voorzover ik heb kunnen nagaan, zijn de belangrijkste oorzaken van slapeloosheid: onopgeloste zaken en onbevredigde lusten. De eenvoudigste oplossing zou zijn: direct oplossen en bevredigen, maar helaas, dat gaat niet altijd. Een manier om onopgeloste zaken van je af te zetten, is de volgende redenering. Ik heb dit vaker met succes toegepast. Ik bedenk dan dat ik vanwege het late uur toch niets meer kan doen aan het probleem waar ik dan mee zit, meestal iets dat me geraakt of gekwetst heeft. De halve wereld slaapt en de andere helft ligt wakker om een soortgelijke reden als ikzelf. Dus dan is het maar het beste het probleem zo te laten zoals het is, net zoals je een vuil overhemd niet altijd meteen kunt wassen, het ligt een tijd in de wasmand. Die problemen die ons wakker kunnen houden zijn inderdaad als vuile overhemden. Je kunt niet voortdurend bezig zijn die dingen te wassen. Het is natuurlijk wel goed, als je iemand hebt die je op ongeschikte tijden kan opbellen of op een andere manier kan benaderen. Ik heb dit geluk wel eens gehad. Een luisterend oor van die persoon was soms al genoeg om de scherpte van het probleem af te halen, en een beetje gerustgesteld in te slapen. De persoon hoefde het probleem niet op te lossen.
Wat eerlijkheid en waarachtigheid betreft, daarvoor geldt eigenlijk hetzelfde. Dit is niet altijd en tegenover iedereen op te brengen. De waarheid niet zeggen tegen je vijand is niet zo verkeerd als tegen je vriend liegen. Met andere woorden: hoe meer liefde, hoe meer waarheid Helaas is het in de praktijk vaak net andersom.
Je zegt dat je de deur nu op een kiertje hebt gezet wat eerlijkheid betreft. Ik heb dit gemerkt. Ik vind je erg openhartig. Ik ga daardoor heel nieuwe kanten zien aan de dingen die vroeger gebeurd zijn. Ik ben hier erg blij mee.
Het heeft me altijd verbaasd, dat je zo bezig was met de vrouwen die ik op mijn weg tegenkwam. Nu is dat weer zo, nu ik de jonge vrouw ter sprake heb gebracht. Ik begrijp het wel. Hoewel je niet leeft in mijn wereld, houd je er toch een oogje op, misschien voor als je in die wereld zou zijn, al of niet in de fantasie. Ik heb niet zoals jij een familie om me heen. Ook mis ik de daarbij behorende drukte. Ik leef, ondanks het feit dat ook ik een familie heb, als een vrijgezel. Ik was, zelfs als ik leefde met een vrouw, een eenling. Jij kon mij in mijn wereld ontmoeten, maar het omgekeerde gebeurde niet. Ik kwam niet in jouw wereld.
Misschien heb ik door de jonge vrouw iets geleerd, dat ik me onvoldoende bewust was. Wanneer een vrouw zich eenmaal in een eigen wereld heeft genesteld, zal zij dat niet meer zo gemakkelijk opgeven. Zelfs als dit een wereld is, waarin zij zich niet gelukkig voelt, zal zij toch geneigd zijn daarin te blijven. In die wereld voelt zij zich geborgen. Geen enkele passie of hartstocht is sterk genoeg om haar daaruit weg te halen.
Ik kan jou ook wel begrijpen, vooral door wat ik met de jonge vrouw heb meegemaakt. Ik kan echter niet zo goed begrijpen, waarom het hart in deze situatie de klos is. De hartstocht wordt onderdrukt. Deze kan zich niet uiten. Ik zie, dat je steun zoekt in het geloof. Dit kan helpen, maar ik wil je toch eens op het volgende wijzen:
Uiteindelijk zal er een oordeel over ons leven geveld worden. Dan zal niet worden gevraagd: Ben je hem altijd trouw gebleven? Maar: Van wie heb je het meeste gehouden? Hoeveel heb je daarvoor over gehad? Maar nee, zo eenvoudig is het niet. Het gaat niet alleen om die man, maar om de hele familie, je kinderen en je man. Voor mij is dit het moeilijkst. Ik sta er een beetje buiten. Ik heb zelf zo'n geschiedenis meegemaakt. Mijn verdere leven laat zien wat er dan gebeurt. Ik ben niet het midden van een familie en ik ben nog steeds op zoek naar mijn vrouw. Daar staat tegenover, dat ik wel in waarheid kan leven.
Ik heb je verhaal in vier delen over hoe je de relatie met mij ziet pas nu na twaalf uur gelezen, omdat ik uit ben geweest. Ik wil er nu nog niet te veel op reageren. Ik vind het interessant hoe je dit hebt gezien en ziet. Sommige dingen herken ik, andere zijn nieuw voor me. Je bent heel duidelijk bezig jouw wereld met mijn wereld te vergelijken. En begrijp ik het goed? Je bent bezig je een wereld zonder je man voor te stellen. Ik wil het allemaal nog eens goed tot me laten doordringen en morgen er misschien op reageren.
Misschien wil ik ook wel wat meer over mijn wereld vertellen.Wat zouden mijn verwachtingen zijn met betrekking tot een ongestoorde relatie met jou? Ik denk dat ik in elk geval niet zo'n probleem heb als jij. Hoe ziet het leven zonder puntje, puntje eruit? Bij puntje, puntje kan ik nu niet iemand invullen. Ik woon alleen in mijn huis. Er is ook geen familie om me heen, althans niet in de mate waarin dit bij jou het geval is. Er zijn verschillen in cultuur, taalgebruik, muziek, en dergelijke. Ik zie nu helderder dan twintig jaar geleden, dat ik door een relatie met jou (in welke vorm dan ook) aan te gaan, jou pijn zal kunnen doen. Het zou breuken kunnen veroorzaken in wat nu nog heel is. Bovendien vraag ik me af of je de moed zal hebben om zo'n grote stap te zetten.
Ik zou die relatie zo willen opbouwen dat de verloren jaren of verloren is het niet echt een bekroning krijgt die oneindig is, bericht je. Deze zin is me erg goed bevallen. Ik denk dat het altijd mijn intentie is geweest, dat onze relatie oneindig zou zijn. Ik heb altijd gedacht, dat het zo'n relatie was. En dat is ook wat ik altijd heb gewild.
Heel belangrijk is voor jou het moment dat je aanduidt als de eerste keer. Ik begrijp wat je bedoelt. Je wil dit moment zo lang mogelijk uitstellen. Er hangt veel af van wat er op dat moment gebeurt, bijvoorbeeld samen gaan wonen of niet. Zo bouw je een bepaalde spanning op rondom dat moment. Hier weet ik eigenlijk niet zo veel over te zeggen. Ik weet dat die spanning niet zo goed op mij inwerkt. Ik heb een onbewaakt moment nodig. En dan gaat dat vanzelf.
Ik wil ook nog wel wat zeggen over blank en zwart. Ik ben vroeger, in 1986, een tijd omgegaan met een zwarte Antilliaanse vrouw. Dit is jou een beetje ontgaan, want je schrijft er nergens over. In het begin vond ik die zwarte kleur fascinerend. Maar dat verdwijnt na verloop van tijd toch. Hoewel er een stelling is, dat een lelijke zwarte vrouw altijd nog mooier is dan een dito blanke vrouw. O ja, ik zou het nog over schoonheid hebben. Nee, nu nog niet. Een andere keer.
Ik zoek geen relatie, zei ik tegen de Antilliaanse.Ze vertelde, dat ze geen kinderen kon krijgen. Een medisch onderzoek had dat uitgewezen. Ze vond het geen probleem. Ik wil geen kinderen, zei ze.Op een dag belde ze me laat in de avond op.Ga je naar de Elfstedentocht kijken?Ja, zei ik, maar niet zo vroeg. Ik kijk later wel.Heb je zin om naar Puth te komen?Ik aarzelde even. Nu naar Puth gaan betekende: daar de nacht doorbrengen.Ik kom, zei ik.
Het was buiten op de fiets ijskoud. Ik nam de weg over Windraak. Ik kwam met half bevroren handen aan. Ik ging in de vroege nacht in bed liggen. Ze kwam een tijdje later ook. Het was alsof het zo wilde zijn en eigenlijk tegen alles wat tot nu toe was gezegd in begonnen we te vrijen.
Vroeg in de morgen stond ze op, om naar de wedstrijd te gaan kijken. Ik bleef liggen.
Evert van Benthem won voor de tweede keer.
Ik vroeg me in haar badkamer, omdat ik mijn tandenborstel miste, af of ik het me kon veroorloven de hare te gebruiken. Ik heb het niet gedaan. Ik heb wel mijn tanden gepoetst, maar met een vinger.
Ik heb eens een schilderij van haar gemaakt. Toen ze het resultaat zag, was ze kwaad. Niet dat het slecht geschilderd was. Dat dacht ik eerst. Ik vertrouwde mezelf nog niet zo erg wat portretteren betreft. Ik heb het portret vaak bekeken en kwam tot de conclusie dat het goed geschilderd was. Alleen de vrouw die ik had afgebeeld beantwoordde niet aan het beeld dat ze van zichzelf had. Nou ja, misschien was het toch niet zo goed geschilderd.
Het heeft ook iets met schoonheid te maken, of liever gezegd een probleem met schoonheid. In het begin toen ik haar pas kende dacht ik: mijn God, ik val weer op een dikke vrouw. Koolzwarte en voluptueuze vorm. Het heeft heel lang geduurd voordat ik doorhad dat dit iets met mij te maken had, met mijn moeder. Mijn moeder was het soort vrouw dat haar schoonheid niet toonde. Dat heeft mij beïnvloed.
Ik ben me later hiervan bewust geworden, toen ik in Boxtel een jonge vrouw als model had. Einde ’97. Ik merkte dat haar naakte aanwezigheid me verontrustte. Het was alsof mijn moeder naast me stond en afwijzend door mijn ogen naar haar stond te kijken. Dat is dus het gekke, dat ik, die toch meer dan gemiddeld het vrouwelijke schoon weet te waarderen, mezelf erop heb betrapt, dat ik moeite had met schoonheid.
Wat is het geheim van schoonheid? Ik weet het nog steeds niet precies.
Voor mij zijn er drie belangrijke waarden in het leven: liefde, waarheid en schoonheid. Vroeger, toen ik bezig was met dat boek, waarin ik mijn ervaring met jou probeerde te verwerken, ging het vooral om liefde en waarheid. Schoonheid is daar later bij gekomen. Schoonheid is de moeilijkste waarde. Je hoort het zo vaak zeggen: schoonheid is vergankelijk, schoonheid zit niet aan de buitenkant, en dergelijke.
Liefde en schoonheid hebben met elkaar te maken. Plato beweert zonder meer dat eros liefde voor het mooie is. Dat is eigenlijk ook de opvatting van veel kunstenaars.
Er is schoonheid en schoonheid en daar is verschil tussen. Voor sommigen is schoonheid een perfecte vorm, voor anderen is het juist vormeloosheid of veelvormigheid. De schoonheid van een paprika bijvoorbeeld is vormeloos. Iedere paprika heeft natuurlijk wel een vorm, maar geen enkele vorm is gelijk aan de andere. De vormen die paprika's kunnen hebben zijn eindeloos. En dat vind ik nou juist zo mooi aan de paprika. Wanneer mensen op dezelfde manier naar zichzelf zouden kijken als naar de paprika's, zouden ze zichzelf veel mooier vinden dan ze nu doen. Ze zouden zichzelf niet meer beoordelen vanuit een idee over een perfecte vorm.
Schoonheid is niet alleen zichtbaar voor de ogen, maar ook voelbaar in de handen. Toen je vorig jaar bij mij op bezoek was, werd ik dit gewaar. Ik kende je lichaam tot dan toe maar ten dele, door je te zien en door vluchtige aanrakingen. Nu waren die aanrakingen intens en langdurig. Ik deed mijn ogen dicht en voelde je hele lichaam in mijn handen.
Ik vind het heel goed van jou, dat je niet gaat scheiden vanwege een andere man. Ik heb zelf ook nooit zoiets gedaan. Ik heb toch al wat ervaring met scheiden.
Dus als ik jou goed begrepen heb, ga je scheiden in je 47ste jaar.
Ik heb in 1984 eens een horoscoop laten maken. Daarin stond op 47 graden van mijn geboortejaar Venus in het teken van de Vissen. Ik dacht daarom, dat in dat jaar iets belangrijks zou gebeuren in verband met een toekomstige vrouw. Dat is ook gebeurd. Ik ben in dat jaar getrouwd met mijn tweede vrouw. Het had ook iets met schoonheid te maken. In de uitleg, die bij de horoscoop werd gegeven, stond dat ik in dat jaar totale schoonheid zou tegenkomen.
Je kwam vroeger wel eens op bezoek in het huis waar ik met mijn tweede vrouw woonde. Toen we eens na een van die bezoeken over jou aan het praten waren, zei ze plotseling: Dat is je ware vrouw. Ik heb vaak aan die uitspraak gedacht. Als het waar is, wat ze zei, dan heb ik eigenlijk een tragisch leven. Ik heb dan wel de ware vrouw gevonden, maar mijn leven niet met haar gedeeld. En degene, met wie ik nu leef, denkt niet dat zij de ware vrouw is.
Ik wou je nog wat vertellen wat betreft scheiding. Ik heb zoals je weet daar ervaring in. Het is een ernstige gebeurtenis, maar niet altijd zo ernstig dat er nooit wat te lachen valt. Toen ik voor de tweede keer ging scheiden van een vrouw, voelde ik me daarna een beetje zo, wat lacherig. Ik had het nu voor het eerst in mijn leven over mijn ex-vrouw, dat deed ik vroeger nooit, ik had me aangeleerd die vrouw bij haar voornaam te blijven noemen, nu vond ik dat begrip ex-vrouw dus wel goed, maar de moeilijkheid was natuurlijk, welke ex-vrouw, de eerste of de tweede?
Voor mij kwam de scheiding in beide gevallen min of meer onverwacht, niet zozeer de gedachte eraan, die was natuurlijk wel aanwezig, maar het moment waarop dit zou gaan gebeuren. Het was ook helemaal niet zo duidelijk wie het initiatief nam. Nu eens werkte de een dan weer de ander daaraan mee. De medewerking was bijna nooit vrijwillig. Bijna elke stap die in die richting werd gezet veroorzaakte verdriet. Scheiden is sterven. En rouwen. Na de scheiding kwam de herinnering aan de goeie dingen die gebeurd waren weer naar boven. Bovendien bleef het oorspronkelijke gevoel, de reden waarom we naar elkaar toe getrokken werden, op de een of andere manier bestaan. De binding verdween door de scheiding niet, hoe groot de tegenzin tegen die binding ook was geworden.
Ik had een moeilijke nacht. Ik ben opgestaan en heb iets opgeschreven. Hier, kijk maar: Wie heeft er nou eigenlijk een liefje in de brandnetels gevonden?
Misschien heb ik door de loop van mijn leven aan mijn moeder enkele vrouwen toegevoegd, die net zoals mijn moeder in mijn ziel wonen en op mij zijn blijven inwerken, ook lang nadat ik die vrouwen achter me gelaten had.
Om een voorbeeld te noemen: Ik gebruik nu nog steeds baby-olie, omdat de Antilliaanse ooit tegen me heeft gezegd: wat goed is voor een baby is ook goed voor mij. Babyolie doet me aan die vrouw denken. Het is inderdaad goeie olie, ik kan 'm je aanraden.
In Boxtel heb ik eens kokosnootolie gevraagd in een Surinaamse winkel. Ze hadden het niet, maar de eigenares wilde wel wat olie voor me maken, uit echte kokosnoten. Ik ben er een paar keer voor moeten terugkomen, want iedere keer bleek weer dat de olie niet klaar was. Ik vond het niet erg, want ik ken de Surinaamse gemakkelijkheid, maar tenslotte was het dan toch gelukt.
De Antilliaanse beweerde dat kokosolie goed was voor mannen om er hun eikel mee in te smeren. Ze had dit van een Antilliaanse man gehoord. Ik heb dit gecontroleerd. Het klopt. De olie blijft er langer op zitten dan bijvoorbeeld babyolie. Die man had misschien ook het probleem van veel mannen dat de eikel heel gevoelig is, als hij te droog is. Je kunt er ook spuug op doen, dat werkt heel goed, maar het droogt ook weer tamelijk snel op.
Ik vond het vreemd, dat je de vriendschap met mij platonisch noemde. Volgens mij heb ik dat nooit zo gezien of gevoeld. In feite heb ik jou toen afgewezen, juist omdat mijn gevoelens niet platonisch waren.
Het was alleen onder die omstandigheden, jij was niet vrij, niet mogelijk voor mij om met die gevoelens iets te doen. Die gevoelens zijn trouwens altijd hetzelfde gebleven. Ze liggen als lava verborgen in een vulkaan. En als die omstandigheden zo blijven, zullen ze daar blijven liggen.
Heel vaak maken mannen en vrouwen door hun seksuele ontrouw kennis met aspecten van vriendschap. Hun seksuele escapades zijn niet zo oppervlakkig als ze soms lijken. Ze leren nieuwe gevoelens kennen, die ze in hun huwelijk misten. Lang niet alle getrouwde mensen zijn elkaars vrienden.
Misschien zijn er vier waarden van liefde: de eerste is hartstocht en de drie andere zijn sex, zorg en vruchtbaarheid. Hartstocht is hiervan de grootste. Ik bedoel hier niet de hartstocht voor iets, dat bestaat ook, maar de hartstocht voor iemand. Het gekke is dat de hartstocht vaak niet samengaat met de andere drie. Dat is ook de reden waarom de hartstocht wordt gewantrouwd. Hartstocht ontregelt het bestaan van degene die eraan lijdt.
Ik heb dit twee keer in mijn leven meegemaakt, met jou en met de jonge vrouw.
Een kenmerk van de hartstochtelijke liefde is oneindigheid. Er komt nooit een einde aan. Heel vaak was het moeilijk, zoals in mijn geval, om die liefde in het openbaar te beleven. Er waren andere mannen in het spel. Het was voor die vrouwen moeilijk dat andere leven los te laten, enzovoort. Er ontstonden geen vaste verbindingen op het terrein van sex, zorg of vruchtbaarheid, maar er was een band geschapen, die ondanks het gebrek aan die vastigheid niet meer kapot te krijgen was, zelfs niet als ik zelf die hartstochtelijke gevoelens verwaarloosde of trachtte te vergeten. Ze kwamen altijd weer terug.
Wat jouw rare droom betreft: je hebt in jouw leven, dat blijkt uit je verhaal over vriendschap en ook uit deze droom, vriendschap van vrouwen meegemaakt, die later mededingsters bleken te zijn.
Ik heb wel vaker gehoord, dat vrouwen die de een of andere band met dezelfde man hebben ook onderling contact hebben en dat dit vaak sterke banden zijn. Ik heb dit eigenlijk nooit gehoord over mannen. Ik ken het zelf ook niet.
Ik vind het fijn dat je een beetje Sranan met me spreekt. Vroeger heb ik het willen leren, maar dit heeft zich niet verder ontwikkeld. Kibrie lobiewan vind ik mooi, en fayalobie ook. Slaap lekker. Ik heb geen slaapliedje, maar wel dit: bigie brasa.
Ik heb de Surinaamse woorden die je voor me hebt opgeschreven eens achter elkaar gezet. Oema, kankan-oema, kibrie lobiewang, tang boeng fayalobie, sa joe e doe? Het klinkt bijna al als een versje. Misschien er nog wat woordjes tussen zetten, en het is klaar.
Die bloem die vurige liefde heet, hoe ziet die eruit?
Hoe is dat geweest met jou en mij? Hoe is dat nu? De eerste vraag is nu misschien beantwoord. Ik zoek het antwoord op de tweede vraag.
Trouwens, ik geloof dat je je al aardig op je gemak begint te voelen, dat je me scheetje noemt.
Het was geloof ik in september 1985 dat je moeder op bezoek kwam. Ik zag jou met haar op het marktplein in Sittard. Ik ging naar een bloemenzaak en kocht een mooie witte roos om te laten bezorgen. Ik deed er ook een kaart bij:
Mevrouw, U bent hier op bezoek. Mag ik U deze roos aanbieden namens het Nederlandse volk?
Waarom een witte roos? Misschien kwam het doordat dit het eerste contact was dat ik met jou had, nadat ik jou een lange brief geschreven had, waarin ik op een omslachtige manier afscheid van jou had genomen. Later vertelde je, dat net toen de brief arriveerde een glazen bol brak, die ik jou met Kerstmis had gegeven.Bij dit nieuwe contact, op afstand, want ik zag jou alleen maar voorbijgaan, werd ik me weer pijnlijk bewust van dat afscheid, en kwam het verlangen weer naar boven. Voor de moeder zou de witte roos een aangename maar onbegrijpelijke verrassing zijn. De boodschap was eigenlijk bedoeld voor de dochter.
De droom die je me vertelde, ik vond de uitleg die ik van de droom heb gegeven, zelf ook nogal confronterend. Het heeft ook een hele tijd geduurd voordat ik deze uitleg ontdekte. Ik weet dat ik vroeger toen ik met dat fameuze boek bezig was, jou als bruid zag, en als niets minder, en dat ik enorm teleurgesteld was, dat dit in jouw gedachte niet bestond. Dit heeft toen uiteindelijk geleid tot het breken van dat glas.
Daarom was ik over die droom zo verbaasd. Uit die droom zou je kunnen afleiden, dat jij je als mijn echtgenote ziet, tenminste zo is het in mijn denkwijze. Ik bedoel hier niet zozeer, dat je dat bent, maar dat je dat gevoel hebt. Het gevoel dat je mijn echtgenote bent, uit zich als het gevoel dat jij alleen recht op mij hebt. We gaan echter op een niet fysieke manier met elkaar om.
Volgens jou is, zoals je het zegt, een andersoortige relatie tussen jou en mij niet mogelijk. Hoe kan een niet fysieke manier van met elkaar omgaan bij jou een gevoel van vreemdgaan opwekken, als bijvoorbeeld ik interesse toon voor een ander? Je zegt trouwens dat dit gevoel wederzijds bestaat.
Ik zie jou eigenlijk zo: je hebt al die jaren die hartstocht gevoeld als het ware aan de rand van jouw wereld. Dat is ook precies de plaats waar je mij hebt neergezet: aan de rand van jouw wereld. Ik denk dat je bang bent voor wat je zou tegenkomen als je ineens midden in mijn wereld zou staan, niet even voor een dag en een nacht bijvoorbeeld op bezoek komen, maar blijven. Ik heb ook wel eens gedacht, dat je alleen als je in grote ellende zou verkeren, zo'n grote stap zou durven zetten. Ik ben dan wel al die jaren een favoriet van jou geweest, maar je hebt niet zoveel van mij gehouden, dat je die stap hebt gezet.
Vroeger, toen ik nog iets jonger was dan jij nu bent, had ik een probleem met respect. De vrouw met wie ik toen getrouwd was, had tamelijk snel achter elkaar kortdurende contacten met vier mannen. Ze hield dat niet geheim. Ze praatte er met mij over. Ik gaf haar soms zelfs raad. Tenslotte in 1984 leek het tot een breuk te komen. Ik weigerde seksueel contact met haar. Volgens mij achteraf gezien de enige juiste daad. Hierdoor liet ik haar merken, dat er een grens was. Daarna probeerde zij de relatie te lijmen, onder andere met behulp van een vriendin en suggesties om professionele hulpverlening te zoeken. Ik had het gevoel, dat zij de lieve vrede wilde bewaren. Ik had niet het gevoel, dat ze dat om mij deed. Ik kreeg het gevoel, dat ik, als ik zou toegeven, in mijn verdere leven een onwaarachtige relatie zou hebben. Dat was de voornaamste reden waarom ik de scheiding toestond en zelfs wenste. Door zo te handelen, kreeg ik het respect terug, dat ik in die relatie verloren had. Daarom geloof ik, dat er geen liefde kan zijn, als er niet eerst respect is. Liefde zonder hoogachting is waardeloos. Dat inzicht heb ik door de manier waarop dat huwelijk is afgelopen verworven.
Waarachtigheid is niet gemakkelijk, maar maakt wel gelukkig. Waarachtigheid is niet gemakkelijk: waarachtigheid kan voor jou kwetsend zijn, vooral als je kwetsbaar bent. Er is een oude wijsheid, dat het in zo’n geval beter is te zwijgen. Toch maak ik het mezelf lastig, door dat niet te doen. Ik heb jou altijd de waarheid gezegd en zal dit blijven doen.
Waarachtigheid maakt gelukkig: natuurlijk maakt waarachtigheid mij gelukkig, want hierdoor kan ik in overeenstemming met mezelf leven. Deze waarachtigheid, ook al kan ze jou pijn doen, maakt ook jou gelukkig, want hierdoor kan jij in overeenstemming met mij leven. Zonder waarachtigheid is deze overeenstemming er niet.
Naar mijn mening is een leugen erger dan een moord. Een moordenaar doodt alleen een ander mens, een leugenaar doodt de werkelijkheid.
Waarachtigheid is de rode draad in mijn leven, de oorzaak van mijn mislukking en succes. Ik heb me nooit zo ongelukkig gevoeld als op die momenten dat ik niet waarachtig ben geweest.
Er is een verandering in mijn leven gekomen, waarover ik je eerder nog niet kon berichten. Ik woon nu samen met de jonge vrouw. Dit wou ik je nu dus wel berichten.
Ik heb jouw bericht over integriteit begrepen en zal doen wat je van me vraagt. Ik zal alles wat ik in de computer heb opgeslagen ervan afhalen en opslaan op een diskette die ik op een veilige plaats zal bewaren.
Overigens, jouw laatste berichten klinken alsof er geen tot weerziens meer is. Ik hoop dat niet. De dingen die wij met elkaar hebben gedeeld zijn er te waardevol voor.
Ik ken jou wel een beetje. Je wenste me de voorlaatste keer proficiat en gaf me ook nog een goeie raad: ga er nu wel echt voor, hoor. En je voegde eraan toe: Je hebt wel recht op een beetje geluk. Daarna stuurde je me nog een bericht, waarin je me vroeg om zorgvuldig om te gaan met jouw mailtjes.
Het was alsof je een conclusie getrokken had. Jij woont nu samen met een jonge vrouw en ik trek me op mijn vertrouwde plekje terug. Overigens: Ik woon nu weer alleen.
Ik ken jou goed, dus ik begrijp jouw reactie op mijn berichten over de jonge vrouw goed.
Ik wou je ook nog iets anders vertellen: mannen zijn niet allemaal hetzelfde. Vooral deze man niet. Ik probeer steeds eerlijk te zijn tegenover jou. Dus ik vertel jou over belangrijke veranderingen in mijn leven. Ook als de veranderingen zo snel komen als in de afgelopen tijd. Als je mij wispelturigheid zou verwijten, zou ik dat okay vinden.
Dit was voor mij een spannend voorjaar. Het is nog nooit zo spannend geweest.
Wat de toekomst betreft, daar heb ik weinig zicht op.
Ik ben heel vereerd dat je mij een echte vriend en maatje noemt, maar doe het niet in de verleden tijd. Ik hoop dat ik dit voor jou kan blijven.
Wat mij betreft, ik wou eigenlijk niet meer te veel over mij zeggen, daarom heb ik ook een tijd gewacht met antwoord te geven op jouw laatste bericht. Ik vind jouw reactie overigens goed. Het gevoel dat alle deuren door dat bericht over dat samenwonen voor jou gesloten waren, was misschien terecht. Niet alle deuren weliswaar, en zeker ook geen enkele deur helemaal gesloten. De deur staat op een kier.
Overigens, zou je nog steeds willen, dat ik een fayalobi voor je schilder? Ik kan me herinneren dat je het daar over hebt gehad. Ik weet niet hoe de bloem er in het echt precies uitziet. Dat zou je me eens moeten laten zien. Ik zou dat sowieso graag willen weten, want ik zou dit thema ook voor mezelf wel willen schilderen.
Eerlijk zijn is soms een dankbaar werk. Ik had vandaag bij Victor in Heerlen tubes verf en een kwast gehaald, maar ontdekte bij thuiskomst dat ik nog drie andere tubes in mijn tas had. Ik had er niet meteen zin in om terug te gaan omdat het een beetje regende. Toen het droog was heb ik de tubes teruggebracht. Het zien van die blije gezichten vanwege de terugkomst van die totaal niet waardevolle tubes deed me goed. Bedankt voor de eerlijkheid, zei de man die me geholpen had.
Dat ik niet romantisch ben, heeft niets te doen met mijn leeftijd, maar met de verhouding die ik met jou heb. Dit is al heel lang zo, namelijk sinds je je leven als getrouwde vrouw hebt hervat. In de afgelopen tijd ben ik opnieuw met jou in contact gekomen, maar de situatie is niet echt veranderd. Dus ik laat ook nu mijn hart niet zien.
Ik heb sinds je laatste een beetje boze bericht van 31 augustus geen bericht meer gestuurd. Ik kan er alleen maar dit op zeggen: Getrouwde vrouw is geen smoes van mij, maar de waarheid.
Ik ben blij, dat we weer contact hebben. Het was mijn schuld dat dit in augustus werd verbroken. Dat wil niet zeggen dat ik dat wou. Ik stel dit contact heel erg op prijs. Ik hoop, dat we het van nu af aan niet meer zullen kwijtraken.
Ik wil je het voorbeeld geven van Dante, de dichter van De goddelijke komedie. Hij was heel zijn leven verliefd op een enkele vrouw, Beatrice, maar op die liefde heeft hij nooit een antwoord gekregen, voorzover ik weet. Hij kon dus niets verwachten, en toch kende hij voortdurend het verlangen naar die ene vrouw. Ik weet heel zeker, dat hij zonder dat verlangen nooit dat meesterlijke werk had kunnen schrijven.
Ik heb lang getwijfeld, Job, om mijn beleving over Job en Jobin. Na het lezen van jouw gevoelens vind ik wel dat je mag weten hoe ik dit alles heb ervaren. De hartstocht en lust was bij mij ontstaan tijdens een les van jou, je maakte een sensueel gebaar met jouw linkerhand en jouw rechterhand in je elleboog (fuck you). Ik was op dat moment zo geil en dacht die pik wil ik in mij voelen. Na het gesprek op de markt raakte ik nog meer opgewonden en na de kus bij jou thuis was ik ervan overtuigd dat mijn verlangen waarheid zou worden.Ik had een ongelukkig huwelijk en vond dus dat ik recht had op een beetje geluk. Mijn huwelijk blijkt nu achteraf een drempel voor jou om het vuur in mij te doven. Ik bleef al die jaren smachten, niet dat er geen liefde van mijn kant was, maar ik had het gevoel dat mij een worst werd voorgehouden waar ik op één voorwaarde van kon genieten. Namelijk mijn huwelijk ontbinden. Tijdens bezoeken werd er nooit over ons gesproken, jammer toen. Misschien, achteraf gezien had ik dat ook gedaan als mijn verlangen was beantwoord. Een scheiding was voor mij zonder die voorwaarde niet mogelijk omdat ik wist dat het een vechtscheiding zou worden in mijn nadeel. Zoals je weet werd ik in 2005 aangesproken door mijn vriend. Ik leefde al maanden gescheiden van bed en was geestelijk en lichamelijk al gescheiden. Ik was niet zoekende of hulpeloos toen mijn vriend mij aansprak. Ik heb toen gekozen voor mijn vriend, de scheiding was een hel zoals ik verwacht had. Die hond had tijdens de scheiding een hypotheek genomen waarvoor ik ook verantwoordelijk was. Ik had ooit borg voor hem gestaan voor een lening waar ik nooit een cent van had gekregen, hij stopte met betaling, had achterstand van zijn schulden en de bank incasseerde dit alles bij mij, wettelijk mocht het. Ik was genoodzaakt om een schuldsanering aan te vragen. Gelukkig heeft mijn vriend mij bijgestaan tijdens deze hele periode. Ik had je verteld dat ik gokte een jaar voor ik mijn vriend had leren kennen, jij hebt mij toen ook financieel geholpen, waarvoor mijn dank. Ik ben echt 5 jaren door een hel gegaan. Ik was gelukkig met mijn vriend, maar ik zocht je af en toe op in de hoop dat dat waar ik naar verlangde uit zou komen .Jij was altijd en zal altijd in mijn gedachten blijven, maar ik had bewust gewacht om jou uit te nodigen ongeveer een jaar na het overlijden van mijn vriend. Ik had gehoopt dat jij mij zou mailen na jouw bezoek, maar jij hebt het boek gesloten. Ik moet eerlijk zeggen dat jij een speciaal plekje in mijn hart zal hebben, maar ik merk dat ik na het overlijden van mijn vriend nog niet of niet meer in staat ben om lief te hebben. De dood hoort bij het leven, is onvermijdelijk, maar dit wil ik nooit meer, Het verlangen is geblust, de pijn is er niet meer, ik zou gewoon goede vrienden blijven.
Je hebt gelijk, Jobin, je ziet het goed: al gauw bleek dat aan het contact dat wij in het begin hadden voorwaarden waren verbonden. Dat gebeurde zowel van mijn kant (ik wilde niet als derde tussen jou en je man komen) als van jouw kant (je wilde dat eerst een verlangen beantwoord werd). Ik begon toen in die wilde tijd al te begrijpen en het is me daarna steeds meer duidelijk geworden dat een mens veel relaties kan hebben, maar dat we pas van liefde spreken, als geen derde zich in een relatie mengt. Als een derde zich in een relatie van twee mengt, is het met de liefde gedaan. Ik schaam me, dat ik dit soms heb gedaan, met anderen, en met jou stond ik op het punt hetzelfde te doen, maar ik ben er trots op, dat dit me niet is gelukt. Ik begrijp heel goed, dat je na het overlijden van je vriend nog niet in staat bent om lief te hebben, maar ben niet gecharmeerd van wat je daaraan toevoegt, dat je misschien niet meer in staat bent om lief te hebben. Ik wens jou toe, dat je nog eens en nog eens die liefde zult ervaren, want, dat is mijn overtuiging, liefde is altijd mogelijk.
https://sites.google.com/view/linguarium