Nn
Elisabeth Riga *1876
Joseph Riga *1878
Henriette Riga *1879
Agnes Riga *1881
Maria
Jean Riga *1884
Theodoor Riga *1885
Josephine Riga *1888
Henri Riga *1889
>>
Stammenhof 1910
De eerste zeven kinderen werden geboren in de ouderlijke boerderij van vader, gelegen aan de Dorpstraat 81 in Spaubeek; de laatste drie in de ouderlijke boerderij van moeder, de Stammenderhof, waar het gezin zich op 5 maart 1887 had gevestigd.
Geboorteakte : In het jaar achttien honderd zes en veertig, den twee en twintigsten December, is voor ons Ambtenaar van den Burgerlijken Stand van de gemeente Spaubeek, Hertogdom Limburg, verschenen Riga Egidius, van beroep landbouwer, oud een en dertig jaren, wonende te Spaubeek dorpstraat; dewelke ons heeft aangegeven, dat op gisteren een en twintigsten December, ten negen ure des morgens, te Spaubeek dorpstraat in zijn woning is geboren een kind van het mannelijk geslacht van hem declarant en van Maria Gertrudis Peters, zijn wettige huisvrouw, van beroep huishoudster wonende in hetzelve huis en aan welk kind hij heeft verklaard de voornamen te geven van Joannes Henricus. De gezegde verklaring geschiedt in tegenwoordigheid van Eussen Jan Jacob, wonende te Spaubeek, van beroep landbouwer, oud drie en vijftig jaren, en van Schutgens Jan Pieter, van beroep herbergier, wonende te Spaubeek, oud een en veertig jaren. Na gedane voorlezing van de tegenwoordige Geboorte-Akte aan den declarant en aan de getuigen, hebben zij alle met ons geteekend. E. Riga, J.P. Schutgens, J.J. Eussen. De Ambtenaar van den Burgerlijken Stand, J.A. Eussen. Bron: Regionaal Historisch Centrum Limburg.
Militiesignalement van Joannes Henricus; lengte: 1 m 650 mm; aangezicht: ovaal; voorhoofd: laag; ogen: blauw; neus: spits; mond: groot; kin: rond; haar: bruin; wenkbrauwen: bruin; vrijgesteld, wegens broederdienst.
Huwelijksakte: In het jaar achttien honderd vier en zeventig den dertigsten April zijn voor ons ambtenaar van den Burgerlijken Stand der gemeente Schinnen, Hertogdom Limburg, in het Gemeentehuis, in tegenwoordigheid van de 1° here Karel Joseph Pijls oud negen en vijftig jaren wonende te Schinnen van beroep lid der Provinciale Staten die gezegd heeft te zijn de bekende van de bruidlieden 2° Jan Pieter Ramakers oud twee en vijftig jaren van beroep schrijnwerker die gezegd heeft te zijn de bekende van de bruidlieden 3° Peter Christiaan Dormans, oud acht en dertig jaren, wonende te Schinnen, van beroep landbouwer, die gezegd heeft te zijn de bekende van de bruidlieden 4° Jan Willem Pijls, oud zes en dertig jaren, wonende te Schinnen, van beroep landbouwer, die gezegd heeft te zijn de bekende van de bruidlieden, welke voormelde getuigen geene nabestaanden van de contractanten zijn, verschenen: ter eenre Jan Hendrik Riga, oud zesentwintig jaren, wonende te Spaubeek, meerderjarige zoon van Egidius Riga en van Maria Gertrudis Piters, landbouwers wonende te meergemeld Spaubeek en ter andere zijde Maria Catharina Elisabeth Hubertina Cals, oud vijf en twintig jaren, wonende te Schinnen, van beroep zonder, meerderjarige dochter van Pieter Joseph Cals en van Cornelia Hubertina Smeets, landbouwers, wonende in deze gemeente; welke ons verzocht hebben tot het voltrekken van hun voorgenomen huwelijk over te gaan, waarvan de afkondigingen in deze gemeente zonder stuiting zijn geschied, overeenkomstig de wet te weten: den negentienden en de tweede op zondag daaraanvolgende, den zesentwintigsten April des lopende jaars, daartoe aan ons ter hand stellende:
1° de akte van geboorte van den Bruidegom voornoemd, waaruit blijkt dat hij geboren is den een en twintigsten December een duizend acht honderd zes en veertig te Spaubeek
2° de akte van geboorte van de Bruid voornoemd, waaruit blijkt dat zij geboren is den achtsten April een duizend acht honderd negen en veertig te Schinnen
3° Het bewijs dat den bruidegom aan zijne verpligting ten aanzien der nationale militie heeft voldaan
4° Het certificaat houdende dat de huwelijksafkondigingen op voren genoemde datums zonder stuiting hebben plaats gehad binnen de gemeente Spaubeek.
Voorts verschenen mede ten deze de ouders der bruidlieden die verklaarden in dit huwelijk toe te stemmen.
Nadat eindelijk de Bruidegom en Bruid, elk afzonderlijk aan ons, in tegenwoordigheid der bovengemelde getuigen, hadden verklaard dat zij elkander aannemen tot echtgenooten, en dat zij getrouwelijk alle de pligten zullen vervullen, welke door de wet aan den Huwelijken staat verbonden zijn, hebben wij ambtenaar van den Burgerlijken Stand in naam der wet verklaard, dat Jan Hendrik Riga en Maria Catharina Elisabeth Hubertina Cals door den echt zijn vereenigd.
Van al hetwelk wij dadelijk deze akte hebben opgemaakt, welke wij, na gedane voorlezing aan de contracterende partijen, de comparanten en de getuigen hebben geteekend, J.H. Riga, M.C.E.H. Cals, E. Riga, M.G. Pieters, P.J. Cals, C.H. Smeets, K.J. Pijls, J.P. Ramakers, P.C. Dormans, J.W. Pijls. De ambtenaar van den Burgerlijken Stand, (..) Diederen. Bron: Regionaal Historisch Centrum Limburg.
Overlijdensakte Jan Hendrik Riga
Heden tweeentwintigsten Maart negentien honderd twaalf, verschenen voor mij, ambtenaar van den burgerlijken stand van de Gemeente Schinnen Hendrik Bartholomeus Cals oud eenenvijftig jaar, schoonbroeder van den overledene, wonende te Stammen en Jan Hubert Janssen oud vijfendertig jaar, bekende van den overledene die verklaarden, dat op den eenentwintigsten Maart, des namiddags ten vijf ure alhier is overleden: Jan Hendrik Riga oud vijfenzestig jaar geboren te Spaubeek, wonende te Stammen, echtgenoot van Maria Catharina Elisabeth Hubertina Cals zoon van Egidius Riga en van Maria Gertrudis Peters, beiden overleden. Waarvan akte, welke overeenkomstig de wet is voorgelezenBron: Regionaal Historisch Centrum Limburg.
Bidprent: Bid voor de ziel van zaliger den Heer Joannes Henricus Riga echtgenoot van Mejuffrouw Maria Catharina Elisabeth Hubertina Cals Wethouder en Voorzitter v. h. Armbestuur van Schinnen. De dierbare afgestorvene, wiens smartvol verlies ons in diepen rouw dompelde op den vooravond der H. Priesterwijding van een zijner zonen, werd geboren te Spaubeek den 21 December 1846 en overleed na eene kortstondige ziekte, zacht en kalm, gesterkt door de H. Sacramenten te Sweijkhuizen-Schinnen, op Stammenhof, den 21 Maart 1912.
Overlijdensakte: Heden, den twee en twintigsten Januarie negentienhonderd negentien, verschenen voor mij Ambtenaar van den Burgerlijken Stand der gemeente Nieuwstadt Theodoor Riga oud drie en dertig jaar, van beroep kapelaan wonende te Nieuwstadt en Henri Mathijs Joseph Maria Vroemen oud negen en twintig jaar, van beroep Burgemeester wonende te Nieuwstadt die verklaarden dat op den twee en twintigsten dezer dezes jaars des voormiddags ten vijf ure in deze gemeente is overleden Maria Catharina Elisabeth Hubertina Cals van beroep zonder oud negen en zestig jaren geboren te Schinnen wonende te Nieuwstadt moeder van den eersten aangever, weduwe van wijlen Joannes Henricus Riga, dochter van wijlen Pieter Joseph Cals en van Cornelia Hubertina Smeets. Waarvan akte, die is voorgelezen. Th. Riga, H. Vroemen. De Ambtenaar van den Burgerlijken Stand, J.H. Beusmans.
Bron: Regionaal Historisch Centrum Limburg.
Memorie wegens verkrijging van vruchtgebruik door het overlijden van Elisabeth Cals weduwe Jan Hendrik Riga te Nieuwstadt op 22 Januari 1919, ingesteld door Hubertus Joseph Egidius Riga overleden te Schinnen 30 October 1916
De ondergeteekende Maria Josephina Wilhelmina Petri weduwe van Hubertus Joseph Egidius Riga te Stammen gemeente Schinnen domicilie kiezende te haren woonhuize verklaart:
(....) Elisabeth Cals weduwe Jan Hendrik Riga overleden te Nieuwstadt 22 Januari 1919 (...)
nu gemelde eigendommen in vollen eigendom geschat op een waarde van vijfduizend gulden f5000,- zoodat thans door het overlijden van Elisabeth Cals weduwe van Jan Hendrik Riga op 22 Januari 1919, het vruchtgebruik wordt verkregen door Maria Josephina Wilhelmina Petri weduwe Hubertus Joseph Egidius Riga voornoemd van vermelde goederen.
Gedaan te Schinnen October 1922. Wed. J. Riga. Bron: Regionaal Historisch Centrum Limburg.
Maria Gertruid Vroomen: geboren op 03-09-1908 om 4:00 uur te Schinnenstraat Schinnen. Aangifte geboorte: Jan Hubert Vroomen haar vader. Getuigen: Henri Riga oud 63 jaar van beroep wethouder woonachtig te Stammen-Schinnen en Jan Servaas Diederen oud 59 jaar van beroep kantonnier woonachtig te Puth-Schinnen
Memorie van aangifte der nalatenschap van Jan Hendrik Riga, overleden te Stammen gemeente Schinnen 21 maart 1912.
De ondergeteekenden:
1° Willem Dortu, als gehuwd met Maria Riga wonende te Heerlen.
2° Joseph Riga, landbouwer, wonende te Stammen Schinnen
3° Henriette Riga, zonder beroep, aldaar.
4° Henri Claessens, onderwijzer, wonende te Kerkrade, als gehuwd met Agnes Riga.
5° Theodoor Riga, kapelaan, wonende te Nieuwstadt.
6° Josephien Riga, zonder beroep, wonende te Stammen-Schinnen.
Allen in eigen namen en als zich sterk makende en instaande voor
a Jan Riga, missionaris wonende te Columbia in Amerika.
b Henri Riga, missionaris wonende te Brussel.
domicilie kiezend ter genoemde secretarie te Schinnen, verklaren:
dat op 21 maart 1912 te Stammen gemeente Schinnen is overleden Jan Hendrik Riga, dat de overledene blijkens akte van huwelijkse voorwaarden verleden voor notaris van Gorcum te Beek de 27 April 1874 gehuwd was in gemeenschap van winst en verlies met Elisabeth Cals, aan wie hij bij diezelfde akte legateerde het vruchtgebruik zijner nalatenschap tot hertrouwens.
dat de gemeenschap van winst en verlies bestaat uit:
Actief
Bouwland gemeente Beek
boomgaard en bouwlanden gemeente Schinnen
huis, schuur, stal, tuin, boomgaarden, bouwlanden en hakhout gemeente Spaubeek sectie B nr 589, (...), 944, 945, (...), samen groot 4 hectaren 87 aren 78 centiaren deze onroerende goederen gewaardeerd op: 12000,-
(...)
Passief
(...)
reprise ten behoeve van Elisabeth Cals, weduwe van den overledene: 12 771,27
a wegens genooten uitkeering van deeling ingevolge akte van deeling verleden voor notaris Russel te Geleen 2 maart 1893 groot 197,64
b wegens opbrengst van verkocht personeel vast goed blijkens akte verleden voor notaris Lienaerts te Merkelbeek 3 april 1894 groot 1805,-
zijnde beide laatstvermelde bedragen eveneens in de gemeenschap gevloeid
Totaal van het Passief 14 773,91
en levert de gemeenschap mitsdien een saldo op van fl 5645,74
De nalatenschap van den overledene bestaat uit:
Actief
de helft van het gemeenschapssaldo f 2822,87
de hiervoor omschreven reprises op de gemeenschap 1676,66
zijne personeele onroerende goederen:
boomgaarden, bouwlanden en schaapsweide samen groot 4h 17a 45c gemeente Voerendaal sectie A nr 1463, sectie B nr 577, 196, 202, 30, 1412, 1676, 33, 1010, 1011, 1012, 1677, 1678, 1718,
boomgaarden, bouwlanden, weilanden en hakhout samen groot 2h 91a 20c gemeente Spaubeek sectie A nr 957, sectie B nr 1508, 1509, 1235, 1865, 1768, 363, 1505, 1506, 386, 1609, 574, 628, 1100, 1328, 1852,
boomgaard, bouwland en dennenbosch samen groot 2h 4a 75c gemeente Beek sectie F nr 1033, 1240, 1248, 2179, sectie E nr 995 en 104.
deze onroerende goederen geschat 12940,-
Totaal van het Actief fl. 17439,53
Passief
de verschuldigde recompense aan de gemeenschap 107,25
de begrafeniskosten van den overledene vermeerderd met de kosten der gevierde en nog te vieren kerkelijke diensten tot en met het eerste jaargetijde na het overlijden 500,-
Totaal 607,25
Saldo der nalatenschap 16 882,28
Verder verklaren de aangevers dat de vruchtgebruikster blijkens hierbij overgelegd geboorteextract geboren is te Schinnen den 8 April 1849 en dat zij is de moeder der erfgenamen van den overledene.
dat de overledene behoudens de making van het vruchtgebruik geene testamentaire beschikkingen heeft gemaakt, en dat hij tot eenige erfgenamen volgens de wet heeft achtergelaten zijne acht kinderen geboren uit zijn huwelijk met meergenoemde Elisabeth Cals, te weten: de aangevers sub 2°, 3°, 5° en 6°, de vrouwen der aangevers sub 1° en 4° en de beide vertegenwoordigden sub a en b allen hiervoor genoemd,
dat zich het onderhandsch schuldbewijs dd 11 October 1911 en het passief der gemeenschap omschreven, reeds vóór het overlijden in de macht van den schuldeischer bevond,
dat het hun niet gebleken is dat de in deze aangifte omschreven schuldbewijzen werden opgemaakt om de betaling van successierechten te ontgaan noch ook met dat doel werden afgegeven,
dat de overledene geene goederen als bezwaarde erfgenaam of in vruchtgebruik bezat en door zijn overlijden geene periodieke uitkeeringen zijn vervallen of bij opvolging overgegaan.
Geteekend December 1912. W. Dortu, J. Riga, H. Riga, H. Claessens, Th. Riga, J. Riga.
Bron: Regionaal Historisch Centrum Limburg.
KADASTER
EIGENAAR: BARON KAREL GASPAR WEICHS DE WENNE
Sectie A genaamd Sweikhuizen blad 02
957 bouwland 34r 50e
1007 bouwland 1b 7r 90e
1008 bouwland 2b 65r 70e
1012 bouwland 13b 26r 60e
1013 boomgaard 3b 40r 80e
1014 bouwland 69r e60
1015 bouwland 34r 70e
1016 bouwland 71r 50e
1017 bouwland 1b 66r 60e
Aan den Beukenboom:
1086 bosch 2b 24r 30e
1087 bosch 36r 90e
1088 bosch 1b 35r
1089 bosch 4b 29r 50e
1090 struwelen 5b 76r 10e
Stammender lange weide:
1103 Beplant weiland 1r 20e
1104 Beplant weiland 2 88r 60e
Den Stammender bosch:
1108 beplant weiland 3r 90e
1109 beplant weiland 7r 40e
1110 bosch 18r 80e
1111 bosch 15b 99r 90e
1112 beplant weiland 45r 80e
1113 beplant weiland 23r 80e
1114 beplant weiland 46r 20e
1115 weiland 15r 5e
1116 gebouw 25e
1117 dennenbosch 15r 40e
Sectie A blad 03
1118 dennenbosch 51r 40e
1119 bosch 2b
1120 bosch 2b 7r 40e
De Stammender gewande:
1121 bouwland 3b 54r 50e
1122 bouwland 41r 15e
1123 tuin 21r 60e
1124 huis etc. 14r 60e
1125 beplant weiland 10r 70e
1126 poel als bouwland 3r 80e
1127 bouwland 4b 34r 80e
1128 weiland 8r 80e
1129 struwelen 7r 65e
1130 bouwland 46r 30e
1131 bouwland 6b 10r 60e
1132 bouwland 4r 10e
Kasteeldergewande
1145 bouwland 2b 79r 30e
1146 bouwland 1b 61r 90e
1147 bosch 7r 50e
1148 bouwland 1b 66r 70e
1149 bouwland 6b 48r 10e
1150 bouwland 7b 14r 80e
1151 bouwland 2b 23r 70e
Kasteelderweide
1152 boomgaard 3b 93 10e
1153 weiland 3b 64r 50e
1154 weiland 64r 60e
1155 hooiland 3b 19r
1156 gracht als hooiland 20r 60e
1157 hooiland 1b 81r 90e
Kasteel het huis Schinnen
1158 vijver 13r 90e
1159 bouwland 9r 10e
1160 vijver 20r 60e
1161 bouwland 20r 40e
1162 vijver 1b 39r 40e
1163 tuin 21r 60e
1164 tuin 41r 60e
1165 kasteel 30r 80e
Moele weiden
1166 weg als boomgaard 4r 30e
1167 weiland 9r 80e
1168 boomkweekerij als bouwland 26r 70e
1169 molen 1r 25e
1170 boomgaard 1b 78r 60e
1171 weiland 62r 60e
Moele coten
1172 bouwland 7b 59r 40e
1173 bouwland 31r 80e
1174 heide 8r 10e
1175 bouwland 3b 18r 80e
1176 heide 33r 50e
De Konijn Grubbe
1177 heide 6r 90e
1178 schaapsweide 7r 70e
1179 bouwland 3b 83 r 70e
1180 bouwland 29r 10e
1181 bouwland 3b 15r 80e
1182 bouwland 7r 40e
1194 bosch 12r40e
1205 bosch 5r 15e
1206 bosch 4b 24r 60e
1207 bouwland 2b 81r 80e
1237 bosch 14r 10e
Onderste Puth
1439 19r 20e
1446 24r 20e
1447 28r 10e
In de Hak
1465 1b 2r 10e
1466 bosch 2b 11r 30e
1467 bouwland 21r 50e
1468 bouwland 14r 20e
1488 bouwland 94r 90e
Sectie B genaamd Puth blad 01
309 boomgaard 50r 50e
311 boomgaard 1b 3r 90e
In het Daal
575 bouwland 39r 20e
Achter de Daal weiden
602 bouwland 1b 7r 50e
606 bouwland 85r 40e
Op de Sneppenhoff
608 bouwland 27r 40e
629 bouwland 17r 20e
Op den Hond
674 bouwland 41r 60e
693 bouwland 60r 50e
699 bouwland 16r 70e
Op Knorensberg
722 bouwland 1b 31r 60e
Op den Rootsweg
758 bouwland 1b 17r 10e
Op den Daalgraaf
805 schaapsweide 7r 95e
806 bouwland 44r 20e
Op de Schaapsweg
828 bouwland 28r 90e
Sectie D genaamd Nagelbeek blad 01
Aan de Oliemolen
19 hooiland 60r 50e
20 hooiland 56r 40e
21 gebouw 40e
23 weiland 4r 30e
24 tuin 9r 15e
25 huis 5r 55e
26 oliemolen 30e
27 weiland 7r 90e
28 hooiland 6r 30e
29 gebouw 65e
30 hooiland 9r 80e
41 boomgaard 68r 40e
57 bouwland 2b 69r
58 weiland 2b 14r 70e
Het Borgerbroek
59 hooiland 2b 71r 70e
60 hooiland 47r 80e
61 bosch 6r 75e
62 hakhout 68r 50e
63 hakhout 8b 96r 20e
64
133 bosch 2r 30e
134 gracht als hooiland 3r 70e
135 bosch 5r 60e
144 hakhout 1b 94r 10e
147 hooiland 1b 82r 50e
148 hooiland 96r 70e
149 hakhout 62r 10e
150 moeras 18r 30e
151 gracht als weiland 5r 30e
152 weiland 79r 20e
Den Broekenkamp
153 bouwland 47r 40e
154 bouwland 48r 20e
Het Verkensbroek
198 hakhout 72r 80e
199 hooiland 76r 70e
Kadaster
EIGENAAR: GRAAF JAN BAPTISTE D'ANSEMBOURG
Sectie A genaamd Sweikhuizen blad 01
29 boomgaard 29r 70e
485 weiland 24r
Sectie A blad 02
De Biesender weidens
536 boomgaard 1b 34r 50e
537 weiland 30r 70e
538 weiland 4r 80e
539 tuin 29r 60e
De Pepersberg
545 dennenbosch 24 r 30e
Aan den Beukenboom
1091 hakhout 37r 40e
De Moeren Heide
1096 hooiland 56r 70e
1101 weiland 98r
1102 beplant weiland 4b 1r 40e
Stammender lange weide
1105 weiland 3r 45e
1106 bouwland 1b 17r 30e
1107 hakhout 7r 20e
Sectie D genaamd Nagelbeek blad 01
Prinsebeemden
269 hooiland 2b 35r
Aan den Muldermolen
271 hooiland 3b 20r 50e
Peter Bruijn & Nelcke Nuchelmans (1635)
Peter Geelen & Sibilla Huntjens (1644)
Jan Donders
Jan Geelen & Metgen Huntjens (1660)
Gerard Geelen & Marie Rameckers (1686)
Mertin Kisters & Paschen de Macker (1687)
Jacob Martens (1717)
Daem Gielen & Sibilla Baggen (1727)
Johannes Pijls & Maria Lenaerts (1747)
Nicolaas Pijls & Marie Agnes Thelen (1770)
Peter Joseph Pijls & Agnes Erkens (1823)
Peter Christiaan Hoofs & Maria Catharina Pijls (1842)
Jan Willem Cals & Catharina Hubertina Hanssen (1854)
Peter Joseph Cals & Cornelia Hubertina Smeets (1860)
Jan Hendrik Riga & Elisette Cals (1886)
Joseph Riga & Josepha Petri (1912)
Frans Peters & Josepha Petri (1927)
Wil Riga & Bertine Jeurissen (1941)
Louis Riga & Hilde Backus (1976)
(Bron: H. Pijls)
MARIA ELISABETH RIGA
Maria Elisabeth Riga († 1907), mariée en 1872, avec Jan Renier Jongen († 1882), dont Maria Catharina Josephina Jongen
Maria Elisabeth Riga, mariée (dans le deuxième mariage) avec Jan Hendrik Demacker, dont Maria Gertruid Henrietta Demacker.
Source: J. H. Schols
Geboorteakte: In het jaar achttien honderd acht en veertig den twee en twintigsten December, is voor ons Ambtenaar van den Burgerlijken Stand van de gemeente Spaubeek, Hertogdom Limburg, verschenen Riga Egidius, van beroep landbouwer, oud twee en dertig jaren, wonende te Spaubeek dorpstraat; dewelke ons heeft aangegeven, dat op gisteren vijftienden September, ten half elf ure des nachts, te Spaubeek in zijn woning is geboren een kind van het vrouwelijk geslacht van hem declarant en van Maria Gertrudis Peters, zijn wettige huisvrouw, van beroep huishoudster wonende in hetzelve huis en aan welk kind hij heeft verklaard de voornamen te geven van Maria Elisabeth. De gezegde verklaring geschiedt in tegenwoordigheid van Diederen Jan Willem, wonende te Spaubeek, van beroep veldwachter, oud drie en dertig jaren, en van Eussen Jan Jacob, van beroep landbouwer, wonende te Spaubeek, oud zes en vijftig jaren. Na gedane voorlezing van de tegenwoordige Geboorte-Akte aan den declarant en aan de getuigen, hebben zij alle met ons geteekend. E. Riga, J.W. Diederen, J.J. Eussen. De Ambtenaar van den Burgerlijken Stand, J.A. Eussen. Bron: Regionaal Historisch Centrum Limburg.
Huwelijksakte: In het jaar achttien honderd twee en zeventig, den acht en twintigsten der maand September, zijn voor ons, Ambtenaar van den Burgerlijken Stand der gemeente Spaubeek, hertogdom Limburg, in het Gemeentehuis, in tegenwoordigheid van 1° Joannes Mathijs Moonen, oud vijf en dertig jaren, wonende te Spaubeek op de Hoeve van beroep landbouwer, die gezegd heeft te zijn kennis van de bruid en van den bruidegom, 2° Joannes Pieter Meex, oud vijf en veertig jaren, wonende te Spaubeek op de Hoeve van beroep winkelier, die gezegd heeft te zijn kennis van de bruid en van den bruidegom, 3° Jan Jacob Schutgens oud dertig jaren, wonende te Spaubeek op de Hoeve van beroep koster, die gezegd heeft te zijn kennis van de bruid en van den bruidegom, 4° Jan Andries Kallen, oud negen en veertig jaren, wonende te Spaubeek op de Hoeve van beroep landbouwer, die gezegd heeft te zijn kennis van de bruid en van den bruidegom, verschenen: ten eenre, Jan Renier Jongen, jongman, oud vier en twintig jaren, wonende te ter Jansgeleen alhier, van beroep akkerbouwer, meerderjarige zoon van Frans Louis Jongen en van zijn wettige huisvrouw Maria Catharina Josephina Goessens, akkerbouwers alhier te ter Jansgeleen woonachtig, beiden tegenwoordig en toestemmende in dit huwelijk, en ter andere zijde, Maria Elisabeth Riga, jonge dochter, oud vier en twintig jaren, wonende te Spaubeek van beroep onbepaald, meerderjarige dochter van Egidius Riga en van zijn wettige huisvrouw Maria Gertrudis Pieters, akkerbouwersmede alhier woonachtig, beiden tegenwoordig en toestemmende in dit huwelijk; welke ons verzocht hebben tot het voltrekken van hun voorgenomen huwelijk over te gaan, waarvan de afkondigingen in deze gemeente zonder stuiting zijn geschied, overeenkomstig de wet, te weten: de eerste op zondag, den vijftienden dezer maand September achttien honderd twee en zeventig en de tweede op zondag daaraanvolgende, den twee en twintigsten derzelver maand en jaar daartoe aan ons ter hand stellende: 1° de akte van geboorte van den Bruidegom voornoemd, waaruit blijkt dat hij geboren is den vijftienden der maand Junij een duizend acht honderd acht en veertig te Oppeven gemeente Oirsbeek 2° de akte van geboorte van de Bruid voornoemd waaruit blijkt dat zij geboren is den vijftienden der maand September een duizend acht honderd acht en veertig te Spaubeek 3° Het Certificaat van voldoening aan de wet op de Nationale Militie, gegeven te Maastricht, op den zesden September laatstleden, door Zijn Hoog Edel Gestrenge de Heer Commissaris des Konings in het Hertogdom Limburg.
Nadat eindelijk de Bruidegom en Bruid voornoemd, elk afzonderlijk, aan ons, in tegenwoordigheid der bovengemelde getuigen, hadden verklaard, dat zij elkander aannemen tot echtgenooten, en dat zij getrouwelijk alle de pligten zullen vervullen, welke door de wet aan den Huwelijken staat verbonden zijn, hebben wij, Ambtenaar van den Burgerlijken Stand, in naam der wet verklaard: dat Jan Renier Jongen en Maria Elisabeth Riga door den echt zijn vereenigd. Van al hetwelk wij dadelijk deze akte hebben opgemaakt, welke wij, na gedane voorlezing met de comparanten en de getuigen onderteekend hebben. J.R. Jongen, M.E. Riga, F.L. Jongen, M.C.J. Goessens, E. Riga, M.G. Pieters, J.M. Moonen, J.P. Meex, J.J. Schutgens, J.A. Kallen. De ambtenaar van den burgerlijken stand, (..) Eussen.
Bron: Regionaal Historisch Centrum Limburg.
Jan Renier Jongen & Maria Elisabeth Riga.
Uit dit huwelijk:
- Maria Gertrudis Louisa Jongen, geboren 11.11.1873 (Bron: EHCS)
- Maria Johanna Felicité Jongen, geboren te Geleen op 24 augustus 1879, overleden te Grathem op 20 juni 1968, begraven aldaar. Zij was gehuwd met Godfried Servaas Christiaan Joseph Verbruggen, geboren te Brussel op 27 februari 1879, overleden te Grathem op 2 februari 1961, begraven aldaar, zoon van Renier Hubert Verbruggen en Maria Barbara Coenen.
- Maria Hendrik Eugène Jongen, spoorwegbeambte en koopman, geboren te Geleen rond 1883. Hij is getrouwd te Haelen op 4 juni 1917 met Aldegonda Petronella Josephina Anna Maria Sleuters, geboren te Haelen op 6 september 1890, overleden aldaar op 10 februari 1951, dochter van Joannes Sleuters en Anna Maria Schreurs. Bron: Oosnaer
Maria Elisabeth Riga († 1907), mariée en 1872, avec Jan Renier Jongen († 1882), dont Maria Catharina Josephina Jongen
Maria Elisabeth Riga, mariée (dans le deuxième mariage) avec Jan Hendrik Demacker, dont Maria Gertruid Henrietta Demacker.
Source: J. H. Schols
Jan Hendrik Demacker, geboren op 05-03-1830 te Lutterade, overleden op 01-01-1905 te Lutterade, echtgenoot van Maria Elisabeth Riga.
Maria Gertrudis Henriëtte Demacker, geboren op 09-05-1886 te Lutterade, overleden op 25-11-1958 te Sittard, (getrouwd in 1912 met Jan Lambert Baggen.
Maria Hubertina Paulina Demacker, geboren op 05-08-1888 te Lutterade, overleden op 29-01-1944 te Lutterade op 55-jarige leeftijd, echtgenote van Johannes Feron.
Huwelijksakte: Het jaar achttien honderd zeven en zeventig den vierentwintigsten Januari zijn voor ons Burgemeester Ambtenaar van den burgerlijken stand der gemeente Schinnen, Hertogdom Limburg, verschenen: Hendrik Joseph Jongen van beroep landbouwer oud drie en twintig jaren wonende te Spaubeek en binnen de gemeente te Oirsbeek geboren den tienden September achttien honderd drie en vijftig meerderjarige zoon van Frans Lodewijk Jongen en van Maria Catharina Goessens, landbouwers wonende te Spaubeek. en ter andere zijde Maria Antonia Cals zonder beroep oud vier en twintig jaren, wonende alhier en binnen deze gemeente geboren den negen en twintigsten October achttien honderd twee en vijftig, meerderjarige dochter van Pieter Joseph Cals, en van Cornelia Hubertina Smeets landbouwers wonende alhier. Welke comparanten ons hebben verzocht van tot het voltrekken van hun voorgenomen huwelijk over te gaan waarvan de afkondigingen in deze gemeente zonder stuiting zijn geschied overeenkomstig de wet te weten de eerste op zondag den veertienden en de tweede op zondag daaraanvolgende den een en twintigsten Januari des lopende jaars ten welken einde zij ons hebben ter hand gesteld
1° Het geboorte extract van den bruidegom
2° (..) waaruit blijkt dat de bruidegom nog is dienende
3° de toestemming tot het aangaan van een huwelijk verleend door den commandeerende officier des tweede regiments Infanterie
4° Het geboorte extract der bruid
5° Het certificaat houdende dat huwelijks-afkondigingen op voren genoemde datums hebben plaats gehad binnen de gemeente Spaubeek
Voorts verschenen mede ten deze de ouders der bruidlieden die verklaarden in dit huwelijk toe te stemmen.
Waarna Wij Burgemeester Ambtenaar van burgerlijken stand voornoemd hen in het openbaar en in de tegenwoordigheid van vier nagenoemde getuigen hebben afgevraagd of zij elkander aannemen tot echtgenooten en getrouwelijk alle de pligten zullen vervullen welke door de wet aan den huwelijken staat verbonden zijn welk een en ander beurtelings bevestigendbeantwoord zijnde hebben wij in naam der wet verklaard dat: Hendrik Joseph Jongen en Maria Antonia Cals door den echt aan elkander zijn verbonden. Voor al hetgeen Wij Burgemeester Ambtenaar voornoemd deze akte van huwelijk hebben opgemaakt en gesloten in het gemeentehuis te Schinnen in bijwezen van:
1° Louis Pijls, oud zes en vijftig jaren landbouwer
2° Leonard Snijders, oud veertig jaren schoenmaker
3° Jan Jacob Ruyters, oud acht en twintig jaren kerkdienaar
4° Gerard Joseph Bex, oud een en dertig jaren veldwachter.
Welke voormelde getuigen geene nabestaande van de contractanten zijn en allen te Schinnen woonachtig van al hetwelk wij dadelijk deze akte hebben opgemaakt welke wij na gedane voorlezing aan de contracterende partijen, de comparanten en de getuigen hebben getekend.
H.J. Jongen, M.A. Cals, P.J. Cals, F.L. Jongen, M.C.J. Goessens, C.H. Smeets, L. Pijls, L. Snijders, J.J. Ruyters, G.J. Bex. De Ambtenaar van den burgerlijken stand, (..) Diederen.
Bron: Regionaal Historisch Centrum Limburg.
Lies Riga *1912
Wil Riga *1915
Geboorteakte
In het jaar achttien honderd acht en zeventig, den twaalfden der maand September, is voor ons ambtenaar van den burgerlijken stand der gemeente Spaubeek, verschenen Joannes Henricus Riga, van beroep landbouwer, oud een en dertig jaren, wonende te Spaubeek dewelke ons heeft aangegeven, dat op gisteren elfden dezer maand September, ten half twee ure des namiddags, te Spaubeek (Dorpstraat) in zijne woning is geboren een kind van het mannelijk geslacht uit het huwelijk van hem declarant met Maria Catharina Elisabeth Hubertina Cals, zijne wettige huisvrouw, wonende in hetzelve huis, van beroep huishoudster en aan welk kind hij heeft verklaard de voornamen te geven van Hubertus Joseph Egidius. De gezegde verklaring geschiedt in tegenwoordigheid van Jan Jacob Schutgens, van beroep koster, oud zes en dertig jaren, wonende te Spaubeek, en van Joannes Pieter Meex, van beroep winkelier, oud negen en veertig jaren, wonende te Spaubeek. Na gedane voorlezing van de tegenwoordige geboorte-akte aan den declarant en aan de getuigen, hebben zij allen met ons geteekend. J.H. Riga, J.J. Schutgens, J.P. Meex. De ambtenaar van den burgerlijken stand, J.A. Kallen.
Bron: Regionaal Historisch Centrum Limburg.
Geboorteakte.
In het jaar achttien honderd negen en zeventig, den zestienden december, is voor ons ambtenaar van den Burgerlijken Stand der gemeente Schinnen, Hertogdom Limburg, verschenen Jan Hendrik Petri, van beroep landbouwer, oud veertig jaren, wonende te Schinnen dewelke ons heeft aangegeven, dat op heden den zestienden december, ten negen ure des morgens, te Schinnen ten zijnen pachthuize straat Schinnen is geboren een kind van het vrouwelijk geslacht uit Clara Wilhelmina Cremers, wonende terzelfde plaats, echtgenoote van hem aangever, van beroep huishoudster en aan welk kind hij heeft verklaard de voornamen te geven van Maria Josepha Wilhelmina. De gezegde verklaring geschiedt in tegenwoordigheid van Jan Gerard Snackers, van beroep schoenmaker, oud vijf en veertig jaren, wonende te Hegge alhier, en van Gerard Joseph Bex, van beroep veldwachter, oud vijf en dertig jaren, wonende te Puth alhier. Na gedane voorlezing van de tegenwoordige Geboorte-Akte aan den declarant en aan de getuigen, hebben wij ze geteekend. J.H. Petry, J.G. Snackers, G.J. Bex. De Ambtenaar van den Burgerlijken Stand, (..) Diederen. Bron: Regionaal Historisch Centrum Limburg. Huwelijksakte
Heden den vijfentwintigsten November negentien honderd twaalf, verschenen voor mij, ambtenaar van den burgerlijken stand van de Gemeente Schinnen, ten einde een huwelijk aan te gaan: Hubertus Joseph Egidius Riga landbouwer oud vierendertig jaar, geboren te Spaubeek wonende te Schinnen meerderjarige zoon van Joannes Henricus Riga overleden en zoon van Maria Catharina Elisabeth Hubertina Cals landbouwster wonende te Schinnen, en Maria Josepha Wilhelmina Petri zonder beroep oud tweeendertig jaar, geboren te Schinnen wonende te Schinnen meerderjarige dochter van Jan Hendrik Petri en van Clara Wilhelmina Cremers landbouwers wonende te Schinnen. De afkondigingen betreffende dit huwelijk hebben alhier plaats gehad den tienden en den zeventienden November dezes jaars zonder stuiting. Aan mij zijn de volgende stukken overgelegd: Extract uit de geboorte akte van den bruidegom. Extract uit de geboorte akte van de bruid. Ik heb aan bruidegom en bruid gevraagd, of zij elkander aannemen tot echtgenooten en zij getrouw zullen nakomen de plichten, door de wet aan den huwelijksen staat verbonden. Na hierop van ieder afzonderlijk een toestemmend antwoord te hebben verkregen, heb ik in naam der wet verklaard, dat zij door den echt aan elkander zijn verbonden. Getuigen waren: Frans Janssen oud vierenveertig jaar, wonende te Schinnen, bekende van de bruidlieden; Jan Hendrik Petri oud drieenveertig jaar, wonende te Schinnen, bekende van de bruidlieden; Mathijs Stevens oud achtenveertig jaar, wonende te Thull, bekende van de bruidlieden; Jan Hubert Janssen oud vijfendertig jaar, wonende te Schinnen, bekende van de bruidlieden. Waarvan akte, welke overeenkomstig de wet is voorgelezen. J.E. Riga, J. Petri, Fr. Janssen, J.H. Petri, M. Stevens, J.H. Janssen. De ambtenaar van den burgerlijken stand, L. Geurts. Bron: Regionaal Historisch Centrum Limburg.
Overlijdensakte Joseph Riga.
Heden den eenendertigsten October negentien honderd zestien, verschenen voor mij, ambtenaar van den burgerlijken stand van de gemeente Schinnen Constant Joseph Ritzen schoonbroeder van den overledenen oud vierenveertig jaar, wonende te Geleen en Theodoor Riga broeder van den overledenen oud zevenentwintig jaar, wonende te Nieuwstad die verklaarden, dat op den dertigsten October, des namiddags ten twee ure alhier is overleden Hubertus Joseph Egidius Riga echtgenoot van Maria Josepha Wilhelmina Petri oud achtendertig jaren geboren te Schinnen, wonende te Stammen zoon van Joannes Henricus Riga overleden en van Maria Catharina Elisabeth Hubertina Cals zonder beroep wonende te Nieuwstad. Waarvan akte, welke overeenkomstig de wet is voorgelezen. Bron: Regionaal Historisch Centrum Limburg.
Rustplaats der familie Riga-Cals.
Voorzijde: W.Dortu 1873-1949 x M.Riga 1876-1932; H.Claessens 1880-1966 x A.Riga 1881-1962. Zijkant links: J.E.Riga 1878-1916; T.Riga 1885-1939. Zijkant rechts: H.Riga 1879-1966; J.M.Riga 1888-1967.
Bas-relief. Kruis, anker en vlam: geloof, hoop en liefde.
Bid voor de ziel van zaliger Hubertus Josephus Egidius Riga echtgenoot van Maria Josepha Wilhelmina Petri. De dierbare overledene werd geboren te Spaubeek den 11 September 1878 en overleed godvruchtig te Sweijkhuizen (Schinnen) den 30 October 1916.
Te vroeg naar menschelijke berekening, ontrukte de onverbiddelijke dood den dierbare overledene aan de liefde der zijnen, aan de hoogachting zijner vrienden en bekenden; maar nederig het hoofd buigende, zeggen wij : Heer uw wil geschiede.
Bron: Bidprentje
Locomobiel.
Knipsel: Wiel Keulers
De gehuwde landbouwer J. Riga te Sweijkhuizen-Schinnen geraakte onder eene locomobiel, door vier paarden getrokken; de zware machine ging over het lichaam van den ongelukkige die als lijk werd opgenomen.
Dit bericht verscheen op 1 november 1916 in dagblad De Tijd.
Een locomobiel was een stoommachine die door paarden verplaatst werd, om werktuigen zoals dorsmachine, stropersen, kaftmolens en zaagmachines door middel van een leren riem die om het vliegwiel zat aan te drijven.
Maria Josephina Wilhelmina Petri echtgenote in het eerste huwelijk van Joseph Egidius Riga echtgenote in het tweede huwelijk van Franciscus Hubertus Peters. Zij werd geboren 16 december 1879 te Thull-Schinnen en overleed, voorzien van het H. Oliesel, 5 maart 1961 te Sweikhuizen-Schinnen. [...] Volgens gewoonte, alleen en zeer vroeg vóór de H. Mis, trok zij ter kerke, waar zij zich "niet goed" gevoelde. Stoer en statig stapte zij terug naar "Stammenhof" en zonder een enkel afscheidswoord gezegd te hebben, overschreed zij de drempel van tijd en eeuwigheid, ons allen weer lerend: "Weest bereid".
Bron: Bidprentje
Memorie van aangifte van het recht van successie van de nalatenschap van Hubertus Joseph Egidius Riga gewoond hebbende te Schinnen hoeve Stammen en aldaar overleden 30 October 1916.
De ondergeteekende Maria Josephina Wilhelmina Petri z.b. te Schinnen hoeve Stammen weduwe van Hubertus Joseph Egidius Riga, in hare hoedanigheid van moedervoogdesse over hare kinderen: 1 Maria Elisabeth Henriette Gislinè en 2 Theodoor Guillaume Marie Riga domicilie kiezende ten haren woonplaatse, verklaart:
dat op 30 October 1916 te Schinnen zijne laatste woonplaats is overleden Hubertus Joseph Egidius Riga, in leven gehuwd met genoemde Maria Josephina Wilhelmina Petri
dat uit gemeld huwelijk zijn geboren twee kinderen hiervoor genoemd met name 1 Maria Elisabeth Henriette Gisline en 2 Theodoor Guillaume Marie Riga, respectievelijk geboren te Schinnen ingevolge hierbijgaande geboorteextracten den 27 Nov. 1913 en 19 Aug. 1915 en ten sterfdage oud 2 jaar en 1 jaar
dat de echtgenooten blijkens huwelijkscontract verleden voor notaris Beckers te Hoensbroek 21 Nov. 1912 waren gehuwd in gemeenschap van winst en verlies, bij welke huwelijksvoorwaarden de echtgenooten elkander wederkeerig vermaken het vruchtgebruik der nalatenschap tot den dag van hertrouwen
dat genoemde Maria Josephina Wilhelmina Petri geboren is te Schinnen den 16 Dec. 1878, blijkens hierbijgaand geboorteextract, en ten sterfdage oud was 37 jaar
dat de nalatenschap geërfd wordt door de 2 kinderen ieder voor 1/2 in blooten eigendom,
dat de gemeenschap was:
Winst en verlies omvat:
Actief
meubelen, vee en landbouwgereedschappen 12584,40 vordering ten laste van Willem Crombach te Spaubeek wegens gekocht fruit 925,- ten laste van de Stoomzuivelfabriek "St Rosa" te Schinnen 117,43 ten laste "stichting de Limpens" wegens (.)verschotten 13,- Contanten ten sterfdage aanwezig 850,-
Totaal actief 14489,83
Passief
1) Een vordering ten behoeve van de Boerenleenbank te Schinnen groot f4000,- wegens geleend geld dd 13 april 1916, blijkens onderhandsch op dien datum afgegeven schuldbewijs aan de Boerenleenbank, gedagteekend en onderteekend 13 april 1916, op welke daten gemelde schuld is ontstaan en rentende jaarlijks tegen 4% groot in hoofdsom 4000,-
rente van af 13 april t/m sterfdag 82,83
2) Vordering ten behoeve van Hubert Cals te Heysterbrug, Schinnen groot f1700, wegens geleend geld dd 20 Juni 1916, blijkens onderhandsch op dien datum aan Cals afgegeven schuldbewijs gedagteekend en onderteekend 20 Juni 1916, op welken datum gemelde schuld is ontstaan en rentende jaarlijks tegen 4% groot in hoofdsom 1700,-
rente vanaf 20 Juni t/m sterfdag 24,33
3) eene vordering ten behoeve van Weduwe Riga, geboren Elisabeth Cals te Nieuwstadt, wegens nog niet betaalde koopprijs van diverse roerende goederen, als vee en landbouwgereedschappen, gekocht in Maart 1916, waarvan geen bewijs is, groot 2912,-
4) Eene vordering ten behoeve van de Stichting de Limpens, wegens nog verschuldigde huurpenningen vanaf een April 1916 t/m sterfdag 951,88
5) Huishoudelijke schulden wegens geleverde waren vanaf 1 Januari 1916 tot en met sterfdag en wegens in dat tijdvak vervulde werkzaamheden aan smid Dreessen te Nagelbeek Schinnen 29,14 aan smid Kisters te Schinnen 46,66 aan schoenmaker Renkens te Schinnen 16,50 aan bierbrouwer (.) Lintgen te Schinnen 21,25 aan timmerman Meyers te Schinnen 34,62
Totaal passief 9819,21
Actief 14489,81 Passief 9819,21 Zuiver saldo 4670,62 waarvan behoort tot de nalatenschap van den overledene 1/2 of 2335,31
Privé goed van den overledene:
A 1/8 onverdeeld aandeel in de nog onverdeelde gemeenschap van winst en verlies, welke bestaan heeft tusschen nu wijlen zijn vader Jan Hendrik Riga, overleden te Schinnen 21 Maart 1912, en zijne moeder Elisabeth Cals te Nieuwstadt, blijkens akte van huwelijkscontract verleden voor notaris van Gorcum te Beek 27 april 1874, bij welke akte aan genoemde Cals gelegateerd is het vruchtgebruik der nalatenschap, en blijkens geboorteextract (.....) overgelegd bij de memorie van Jan Hendrik Riga ten sterfdage van Hubertus Joseph Egidius Riga oud was 67 jaar (geboren te Schinnen 8 april 1849), dat de nog onverdeelde gemelde gemeenschap van winst en verlies bestaat uit:
bouwlanden gemeente Beek C 773. 667. 1564. F 1249, samen groot 1h.52a.30c.
gemeente Schinnen: boomgaard en bouwlanden
D 774. 1301. 1236. 1800 en 1228 en deel van 2743 (en wel dat gedeelte groot 20a.28c vroeger bekend als 2610) samen groot 1h.97a.78c. bouwland D 2911, groot 16a.40c.
gemeente Spaubeek: Huis, schuur, stal, tuin, boomgaarden, bouwlanden en hakhout
B 589. 606. 2001. 2002. 619. 2007. 2008. 943. 944. 945. 1602.
632. 618. 611. 613. 614. 615. 635. 715. 1604. 428. 607. 2127. 1442. 609 en 610 samen groot 5h.1a38c.
deze onroerende goederen tezamen in vollen eigendom voor het geheel op de verkoopwaarde ten sterfdage (30 October 1916) geschat op f15000,-
roerende lichamelijke goederen als vee, landbouwgereedschappen, huismeubelen, linnengoed en kleeren 7000,- Contanten ten sterfdage aanwezig 50,- loopende pachten van onroerende goederen tot en met sterfdag 21 maart 1912 900,-
Totaal 22950,-
waarin erflater Jan Hendrik Riga in verband met reprises en recompenses van hem en zijne echtgenoote Cals gerechtigd is () of 11439,585 waarvan dus behoort tot de nalatenschap van van den overledene Jos. Egid. Hub. Riga 1/8 of 1429,94.
B 1/8 in de privé goederen van wijlen Jan Hendrik Riga en wel:
gemeente Voerendaal boomgaarden bouwlanden en schaapsweide A 1563 B 577. 196. 202. 30. 1412. 1676. 33. 1010. 1011. 1012. 1677. 1678 en 1718 samen groot 4h.17a.45c.
Gemeente Spaubeek boomgaarden bouwlanden weilanden en hakhout
A 957 B 1508. 1509. 1235. 1865. 1768. 363. 1505. 1506. 386. 1609. 574. 628. 1100. 1328 en 1852 samen groot 2h.91a.20c.
Gemeente Beek F 1033. 1240. 1248 .2179 E 995 en 104 boomgaard bouwland en dennenbosch samen groot 2h.4a.75c.
Gemeente Schinnen bouwland D 1223. 2101 en 2102 groot 3h.87aren
voor het geheel in vollen eigendom geschat op de verkoopwaarde ten sterfdage 20.000. waarvan dus behoort zooals gemeld 1/8 tot de nalatenschap van den overledene of f2500,- van welke goederen sub A en B gemeld vruchtgebruikster is genoemde Elisabeth Cals
De nalatenschap van den overledene omvat dus: I 1/2 gemeenschap winst en verlies 2335,31 II 1/8 aandeel uit de nalatenschap van zijn vader bedragende 1429,94 + 2500 = 3929,94 Samen 6265,95.
Van gemelde aandeelen ad 1/8 (samen 3929,94) is vruchtgebruikster ingevolge op gemeld huwelijkscontract genoemde Elisabeth Cals oud ten sterdgae 67 jaar waard 24% is f943,185 zoodat dus de nalatenschap van erflater J.E.H. Riga omvat I in blooten eigendom (3929,94 - 943,185) = 2936,755 II in vollen eigendom (aandeel gemeenschap) 2335,31 samen f5322,065
waarvan vruchtgebruikster is de Wed. Riga, geboren Petry,
waarde vruchtgebruik van 2335,31 is 60% = 1401,185
blijft voor de erven in blooten eigendom (2335,31 - 1401,185) = f934,125
De aftrek moet bepaald worden in verhouding tot de leeftijd van de jongste vruchtgebruikster, n.l. de Wed Riga geboren Petrij alzoo: vollen eigendom 3929,94 vruchtgebruik waard 60% = 2337,96 blijft voor erven 1571,98 in blooten eigendom
blooten eigendom van f2335,31 f934,125
samen f2506,10 waarvan ieder de helft of f1253,05.
Begrafeniskosten en kosten van kerkelijke diensten tot en met het eerste jaargetijde f450,95.
Verder verklaarde de aangeefster, dat de onderhandsche schuldbewijzen in het passief vermeld, reeds voor het overlijden in de macht van de schuldeischer zijn geweest, en dat zij hiervan overtuigd is.
dat haar niet gebleken is, dat de in het passief vermelde schuldbewijzen werden opgemaakt of afgegeven om de betaling van successierechten te ontgaan
dat van de schuld in het passief der gemeenschap van winst en verlies omschreven onder no 3 geen schriftelijk bewijs bestaat, wel dat de schuld bewezen had kunnen worden, indien aan den erflater dezen decisoiren eed ware afgelegd: Ik zweer, dat ik de schuld ad f2912 wegens verschuldigden koopprijs van vee en landbouwgereedschappen gekocht in Maart 1916 van Elisabeth Cals te Nieuwenhagen aan haar niet schuldig ben, welken eed naar de overtuiging der aangeefster de erflater wel zou hebben afgelegd, terwijl echter de genoemde creditrice bij overzegging van die eed, zeker zou gezworen hebben dat zij van erflater de som van f2912 wegens koopprijs van vee en landbouwgereedschappen van haar gekocht, wel degelijk te vorderen heeft
dat de overledene geene goederen als bezwaarde erfgenaam of in vruchtgebruik bezat en dat door zijn overlijden geene periodieke uitkeeringen zijn vervallen of bij opvolging overgegaan.
Geteekend Juli 1917 W.J.M. Petrij.
Bron: Regionaal Historisch Centrum Limburg.
(1811-1832) Kadastrale eigenaar
D 774: Maria Sophia Meertens, Nagelbeek.
1301: Pieter Mathijs Haertmans, Nagelbeek
1236: erfg. Hanen, Maastricht / memorie 1861 Hendrik Pieters
1800 en 1228: Jan Spijkers, Nuth
B 589: G. Geurts
606: Godfried Geurts, landbouwer, Spaubeek
619: Gaspard Vroemen, landbouwer, Spaubeek
943: Jan Theodoor Geurts, landbouwer, Spaubeek
944: H. Pieters
945: H. Pieters (huis Spaubeek)
632: H. Pieters
618: Conrard Paulissen, landbouwer, Beekergenhout
611: Hendrik Pieters, landbouwer, Voerendaal
613: H. Pieters
614: H. Pieters
615: H. Pieters
635: H. Pieters
715: H. Pieters
428: Jan Mathijs Kerkhoffs, landbouwer, Bekergenhout
607: H. Pieters
609: Jacobus Souren, landbouwer, Spaubeek
610: Willem Cardous, bierbrouwer, Maastricht 574: H. Pieters
628: Jozef Roupperich, herbergier, Spaubeek
1100: Pieter Onzels, daglooner, Beekergenhout
Nadere memorie van aangifte der nalatenschap van Hubertus Joseph Egidius Riga, gewoond hebbende te Schinnen, hoeve Stammen, en aldaar overleden den 30 October 1916.
De ondergeteekende:
Maria Josephina Wilhelmina Petri, weduwe Hubertus Joseph Egidius Riga, te dezer zake gemachtigd en bijgestaan door haren man Frans Hubert Peters, beiden landbouwers, wonende te Schinnen, hoeve Stammen, de vrouw handelende voor zich als moeder-voogdesse over hare kinderen: 1. Maria Elisabeth Henriette Gisline Riga, en 2. Theodoor Guillaume Marie Riga, de man handelende tot bijstand zijner echtgenoote en als medevoogd over voornoemde minderjarigen;
ter zake dezer aangifte domicilie kiezende ten kantore Cremers te Nuth en ten huize van de aangevers te Schinnen, hoeve Stammen;
verklaren:
(....) dat de voornoemde legetaresse den achtsten November 1927 is hertrouwd met voornoemden Frans Hubert Peters, en dat door dezen hertrouw de vermelde erfgenamen tot den vollen eigendom zijn gekomen; (...)
Aldus opgemaakt en geteekend te Schinnen, hoeve Stammen den Mei 1928. M.W.J. Petri. Bron: Regionaal Historisch Centrum Limburg.
Geboorteakte: In het jaar achttien honderd zes en zeventig, den achtsten der maand Julij, is voor ons Ambtenaar van den Burgerlijken Stand der gemeente Spaubeek, Hertogdom Limburg, verschenen Joannes Henricus Riga, van beroep landbouwer, oud negen en twintig jaren, wonende te Spaubeek dewelke ons heeft aangegeven, dat op gisteren zevenden dezer maand Julij, ten acht ure des avonds, te Spaubeek (dorpstraat) in zijne woning is geboren een kind van het vrouwelijk geslacht uit het huwelijk van hem declarant met Maria Catharina Elisabeth Hubertina Cals, zijne echtgenoote, wonende in hetzelve huis, van beroep huishoudster en aan welk kind hij heeft verklaard de voornamen te geven van Maria Anna Josephina Elisabeth. De gezegde verklaring geschiedt in tegenwoordigheid van Jan Jacob Schutgens, van beroep koster, oud vier en dertig jaren, wonende te Spaubeek, en van Jan Willem Diederen, van beroep veldwachter, oud zestig jaren, wonende te Spaubeek. Na gedane voorlezing van de tegenwoordige Geboorte-Akte aan den declarant en aan de getuigen, hebben zij allen met ons geteekend. J.H. Riga, J.J. Schutgens, J.W. Diederen. De ambtenaar van den burgerlijken stand, J.A. Kallen. Bron: Regionaal Historisch Centrum Limburg.
Huwelijksakte: In het jaar negentienhonderd acht den tweeden Juli zijn voor Ons, Ambtenaar van den Burgerlijken Stand der gemeente Schinnen, Limburg, in het openbaar, in het Gemeentehuis, in tegenwoordigheid van:
1° Frans Janssen oud veertig jaren, beroep landbouwer wonende te Schinnen bekende van de bruidlieden
2° Willem Paes oud achtenvijftig jaren, beroep bakker wonende te Schinnen bekende van de bruidlieden
3° Gerard Maassen oud tweeendertig jaren beroep bakker wonende te Schinnen bekende van de bruidlieden
4° Jan Hubert Janssen oud drieendertig jaren, beroep veldwachter, wonende te Schinnen bekende van de bruidlieden verschenen,
ten eenre: Jan Willem Dortu oud vijfendertig jaren, geboren te Heerlen beroep landbouwer wonende te Heerlen meerderjarige zoon van Jan Willem Dortu overleden en van Maria Elisabeth Scheelen van beroep Rentenierster wonende te Heerlen
en ter andere zijde: Maria Anna Josephina Elisabeth Riga oud eenendertig jaren, geboren te Spaubeek beroep zonder, wonende te Schinnen meerderjarige dochter van Johannes Henricus Riga en van Maria Catharina Elisabeth Hubertina Cals van beroep landbouwers wonende te Schinnen.
Welke Comparanten Ons verzocht hebben tot het voltrekken van hun voorgenomen huwelijk over te gaan, hebbende de afkondigingen plaats gehad alhier de eerste, Zondag den eenentwintigsten Juni de tweede, op Zondag daaraanvolgende den Achtentwintigsten Juni dezes jaars zonder stuiting en tot welk einde zij verder aan Ons hebben overgelegd de stukken hierna genoemd, zijnde:
1° Extracten uit hunnen geboorten akten
2° Certificaat dat de huwelijksafkondigingen op bovengenoemde zondagen zonder stuiting hebben plaatsgehad binnen de gemeente Heerlen
3° Bewijs van den bruidegom van voldoening aan de Nationale Militie.
De aanstaande Echtgenooten hebben ten overstaan van Ons en in tegenwoordigheid der genoemde getuigen verklaard, dat zij elkander aannemen tot echtgenooten en dat zij getrouwelijk alle de plichten zullen vervullen, welke door de wet aan den huwelijken staat verbonden zijn. Na welke verklaring Wij in naam der wet hebben verklaard: dat zij door den echt aan elkander verbonden zijn. Van al hetwelk Wij dadelijk deze akte hebben opgemaakt en na voorlezing geteekend met de comparanten en de getuigen. J.W. Dortu, M.A.J.E. Riga, Fr. Janssen, W. Paes, J.H. Janssen. (...) Bron: Regionaal Historisch Centrum Limburg.
Met de diepste gevoelens van droefheid, delen wij U mede, dat het God behaagd heeft tot Zich te nemen, in de ouderdom van bijna 76 jaren,voorzien van de Genademiddelen van onze Moeder de H. Kerk, onze inniggeliefde vader, behuwdvader, grootvader, broeder, behuwdbroeder en oom, Jan Willem Dortu, Lid van de H. Familie Oud-kerkmeester van de H.Hartkerk te Schandelen echtgenoot van wijlen M.A.J.Riga
Schinnen, Hoeve “Krekelberg”. 9 Februari 1949
Heerlen: H. Dortu, J. Dortu-De la Haye
Merkelbeek: J. Dortu, J. Dortu-Lacroix en kinderen
Schinnen: Henriëtte Vogels-Dortu, Th. Vogels, Familie Dortu, Familie Riga.
Bron: Limburgsch Dagblad 11.2.49
Jetta Dortu & Theo Vogels
Jetta Dortu *15-01-1914 Heerlen †01-02-2003 Nuth
Geboorteakte: In het jaar achttien honderd vijf en tachtig, den eenentwintigsten der maand December, is voor ons ambtenaar van den burgerlijken stand der gemeente Spaubeek, verschenen Joannes Henricus Riga, van beroep landbouwer, oud negen en dertig jaren, wonende te Spaubeek dewelke ons heeft aangegeven, dat op gisteren twintigsten December, ten zeven ure des morgens, te Spaubeek voornoemd in zijne woning is geboren een kind van het mannelijk geslacht uit het huwelijk van hem declarant met Maria Catharina Elisabeth Hubertina Cals, zijne wettige huisvrouw, wonende in hetzelfde huis, van beroep huishoudster en aan welk kind hij heeft verklaard de voornamen te geven van Maria Theodorus Ludovicus Hubertus. De gezegde verklaring geschiedt in tegenwoordigheid van Jan Jacob Schutgens, oud vier en veertig jaren, wonende te Spaubeek, en van Joannes Pieter Meex, oud zes en vijftig jaren, wonende te Spaubeek, van beroep winkelier. Na gedane voorlezing van de tegenwoordige geboorte-akte aan den declarant en aan de getuigen, hebben zij allen met ons geteekend. J.H. Riga, J.P. Meex, J.J. Schutgens. De ambtenaar van den burgerlijken stand, J.A. Kallen. Bron: Regionaal Historisch Centrum Limburg.
Militiesignalement van Maria Theodorus Ludovicus; wonend te Roermond; geschikt.
In memoriam Theo Riga.
geboren te Spaubeek 20 Dec. 1885. Priester gewijd 23 Mrt. 1912. Kap. Nieuwstadt 1912. Kap. Bas. O.L.Vr. Sterre d. Zee, M'tricht, Sept. 1919. Pastoor Mheer juni 1934. Pastoor Molenberg-Heerlen 1935 en aldaar in den Heer overleden 26 Maart 1939.
Bid voor de zielerust van zaliger Maria Theodorus Ludovicus Hubertus Riga
Pastoor der parochie van O.L. Vrouw van Lourdes te Molenberg-Heerlen.
Op Passiezondag van 't jaar 1912 had hij, bekleed met 't paars der liturgische gewaden zijne eerste H. Mis opgedragen.
Op Passiezondag bekleedde men hem weer met 't paars, toen hij gestorven was. Tusschen deze twee data ligt zijn heilig priesterleven, dat aldus zichtbaar door 't kruis en 't lijden geteekend is. Immers hij heeft in al die jaren, zich zelf volkomen vergetend, gewerkt en gezwoegd aan 't heil der zielen, waarbij hij heel in 't bijzonder medelijden had met de sociale zorgen der menschen. (...)
Hièrnoonk Thei
Toen hij gewijd werd, in 1912, stierf de vader, Jan Hendrik Riga.
Na het overlijden van zijn broer Joseph Riga, was hij voogd over diens kinderen Wil en Lies.
Typeringen:
Volgens de bisschop: klein maar dapper.
Volgens Lies Riga: Hae drièjde op ene cent.
Theo Riga wordt genoemd in een liedje dat tijdens de Zinkwitstaking in 1929 in Maastricht werd gezongen.
De zinkwitstaking bij de Maastrichtse Zinkwitmaatschappij duurde van 22 juli tot circa 20 november 1929. Het was het hoogtepunt van de strijd tussen de katholieke en socialistische vakbeweging tussen de twee wereldoorlogen. Aanleiding was het ontslag van zes arbeiders van de nachtploeg van de Maastrichtse Zinkwit Maatschappij. Oorzaken waren slechte arbeidsomstandigheden en te geringe beloning. Tijdens de Zinkwitstaking stonden rooien (de stakers) en blauwen (de katholieke werkwilligen, ook duikboten genoemd) als twee kampen tegenover elkaar. Half september kwam het tot relletjes in de stad, die op 16 oktober leidden tot twee slachtoffers, Matthias Houben, agent bij de gemeentepolitie, en Hubert Beckers, een arbeider. De twee werden geraakt door kogels van een lid van de marechaussee.
Het liedje ging als volgt:
Om duikboot te wezen om duikboot te zijn
Dan moet je bij de blauwe verenigd zijn.
En Steegmans mèt z'ne klöppel en Riga mèt zie biel
Die wèlle us kaome liere wat de tien geboje zien.
Steegmans was kapelaan Joseph Steegmans, aalmoezenier sociale werken van 1923-1933.
Theo Riga was kapelaan van de Basiliek van Onze Lieve vrouw Sterre der Zee en geestelijk leider bij de Katholieke Jeugd Centrale.
Wat was bedoeld met: Riga mèt zie biel?
Waarschijnlijk was het een alpenstok, een wandelstok met een metalen herinneringsplaatje, dat aantoonde dat je een oord in de bergen had bezocht. De maker van het liedje maakte er een bijl van.
Informatie van Frans Riga.
Geboorteakte: In het jaar achttien honderd vier en tachtig, den twintigsten der maand Mei, is voor ons ambtenaar van den burgerlijken stand der gemeente Spaubeek, Hertogdom Limburg, verschenen Joannes Henricus Riga, van beroep landbouwer, oud zeven en dertig jaren, wonende te Spaubeek dewelke ons heeft aangegeven, dat op gisteren negentienden dezer maand Mei, ten vier ure des namiddags, te Spaubeek voornoemd in zijn woning is geboren een kind van het mannelijk geslacht uit het huwelijk van hem declarant met Maria Catharina Elisabeth Hubertina Cals, zijne wettige huisvrouw, wonende in hetzelve huis, van beroep huishoudster en aan welk kind hij heeft verklaard de voornamen te geven van Ioannes Hubertus Antonius. De gezegde verklaring geschiedt in tegenwoordigheid van Jan Jacob Schutgens, van beroep koster, oud twee en veertig jaren, wonende te Spaubeek, en van Joannes Augustinus Eussen, van beroep landbouwer, oud vier en twintig jaren, wonende te Spaubeek. Na gedane voorlezing van de tegenwoordige Geboorte-Akte aan den declarant en aan de getuigen, hebben zij allen met ons geteekend. J.H. Riga, J.A. Eussen, J.J. Schutgens. De ambtenaar van den burgerlijken stand, J.A. Kallen.
Bron: Regionaal Historisch Centrum Limburg.
Militiesignalement van Johannes Hubertus; geschikt.
In 1912 vertrok pater Jean Riga naar Columbia, waar hij elf jaar zou werken in Bogotá, San Martin en Calvario, totdat hij wegens ziekte naar huis moest terugkeren.
In memoriam pater Jean Riga, Montfortaan.
Gedenkt in het H. Misoffer en uwe gebeden de ziel van zaliger Jean H.A. Riga, Montfortaan
De dierbare werd geboren te Spaubeek 19 Mei 1884. Hij maakte zijn humaniora te Peer (B.) en aan de Apost. School te Schimmert. Op 15 Aug. 1905 legde hij z'n eerste gelofte af te Meerssen. 10 Juli 1910 werd hij tot priester gewijd te Oirschot. Het volgend jaar vertrok hij naar de Missie van Columbia (Z.A.). In 1922 moest z'n bisschop hem met een geknakte gezondheid naar zijn vaderland terugsturen. Daarna werkte hij nog een kleine dertig jaren te Schimmert, op de H. land-Stichting te Nijmegen. Nogmaals te Schimmert en te Hoensbroek als leraar missionaris en provisor. Na een voorbeeldig gedragen lijden, zijn leven opofferend voor het heil zijner Congregatie en voor de belangen zijner familie, stierf hij in het klooster te Hoensbroek op de 22 Februari 1951. (...) Bron: Bidprentje
Vanaf 1912 werkte Jean Riga elf jaar als missionaris in Bogotá, San Martin en Calvario, totdat hij wegens ziekte naar huis moest terugkeren. Bron: https://www.montfortanen.nl/columbia.html
Heden overleed zacht en kalm, na een langdurig voorbeeldig gedragen lijden, in volle overgave aan Gods H. Wil, voorzien van de H. Sacramenten der Stervenden en meermalen gesterkt door de genademiddelen der H. Kerk onze inniggeliefde broeder, beh.-broeder, neef, Heeroom en Confrater PATER JEAN H. A. RIGA (Montfortaan) in de ouderdom van bijna 67 jaren. Gaarne bevelen wij zijne ziel in Uw H. Misoffer en gebeden aan.
Brunssum: Mej. Henriette Riga, Mevr. Agnes Claessens-Riga. Mhr. H. Claessens, Mej. Josephine Riga
Berg en Dal: Pater Henri Riga (Montfortaan)
Stammen-Schinnen: Mevr. Josepha Peters-Petri in het 1ste huwelijk echtgenote van Mhr. Jos. Riga
De kinderen Dortu. Riga. Claessens
De Paters Montfortanen
H'broek. 22 Febr. 1951 Oranjestraat 19
De plechtige uitvaart zal plaats hebben a.s. Maandag 26 Febr. om 10 uur in de Rectoraatskerk der Paters Montfortanen te H'broek-Station waarna de begrafenis aldaar op het R.K. Kerkhof
Bron: Limburgsch Dagblad 23 februari 1951
https://www.montfortanen.nl/jan-hubert-antoon-riga.html
Jan Hubert Antoon Riga. Geboren: 19-05-1884 te Spaubeek. Ingetreden: 1904 te Meerssen. Eerste geloften: 15-08-1905 te Meerssen. Eeuw. geloften: 15-08-1910 te Oirschot. Priesterwijding: 10-07-1910 te Oirschot. Gewijd door: mgr. C. v.d. Ven, bisschop van Natchitoches VS. humaniora/vakschool: 1897-1899 niet montfortaans te Peer in België. 1899-1904 montfortaans te Schimmert. hogere studies: 1905-1907 Filosofie Oirschot. 1907-1911 Theologie Oirschot. 1911-1912 Eloquentia Oirschot. in dienst van de congregatie: 1912-1914 Bogota Columbia. 1914-1920 San Martin Columbia. 1920-1922 Calvaire Columbia. 1922-1927 Schimmert leraar. 1927-1931 H.Landstichting gids. 1931-1947 Schimmert provisor. 1947-1951 Hoensbroek provisor. Overleden 22-02-1951 te Hoensbroek. Begraven te Hoensbroek
Geboorteakte: In het jaar achttien honderd negen en tachtig, den elfden September, is voor ons ambtenaar van den burgerlijken stand der gemeente Schinnen, verschenen Jan Hendrik Riga, oud twee en veertig jaren, van beroep landbouwer, wonende te Stammen alhier dewelke ons heeft aangegeven, dat op den tienden September achttien honderd negen en tachtig, ten drie ure des namiddags, te Schinnen op den pachthof Stammen is geboren een kind van het mannelijk geslacht uit Maria Elisabeth Cals, wonende terzelfde plaats, echtgenoote van hem aangever, van beroep zonder aan welk kind hij heeft verklaard de voornamen te geven van Maria Hendrik Emanuel. Deze verklaring is geschied in tegenwoordigheid van Jan Arnold Otten, oud vier en zestig jaren, van beroep kleermaker wonende te Hegge alhier, en van Jan Willem Otten, oud vier en vijftig jaren, van beroep schoenmaker wonende terzelfde plaats. Waarvan door ons deze geboorte-akte is opgemaakt, welke na voorlezing aan den aangever en aan de getuigen, door ons is geteekend. J.H. Riga, J.A. Otten, J.W. Otten. De ambtenaar van den Burgerlijken Stand, (..) Diederen.
Militiesignalement van Maria Hendrik Emanuël; wonend te Kerkrade; geschikt.
8E MONTFORTAANSE BEDEVAART (3-12 AUGUSTUS) in den geest der Volmaakte Godsvrucht tot de Allerh. Maagd volgens den Zaligen L.-M. de Montfort.
Twee speciale treinen: de “blauwe trein” vertrekt uit MAASTRICHT over Hasselt, Mechelen, Gent; de “Oranje trein” uit ROOSENDAAL over Antwerpen en Brussel. Verder 1 dag te Lisieux, 1 dag te St. Laurent-sur-Sèvre (Vendée) bij het wonder-aantrekkelijke graf van Montfort, 5 dagen te Lourdes, een halve dag te Parijs: H. Mis, bezoek per autocar aan de Mariale heiligdommen van Parijs en sluiting in de H. Hart-Basiliek van Montmartre.
- Geen nachttrein bij de heenreis. Zeer afwisselende reis door Normandië, Vendée, langs den Oceaan, enz. Passend gezelschap verzekerd. Predikaties: J. M. Hupperts, Montfortaan.
PRIJZEN. REIS MAASTRICHT: 2e klas f 48.25, 3e klas f 35.50; ROOSENDAAL: 2e klas f 47.00, 3e klas f 35.00. - HOTELS: 1e klas f 37.00, 2e klas A f 27.00, 2e klas B f 24.00.
In deze prijzen zijn ALLE onkosten voor de gansche Bedevaart inbegrepen: logies, maaltijden, tafeldrank, drinkgeld, mondvoorraad onderweg, autocars, handboeken en insignes.
Deze prijzen, reis en hotels, zullen waarschijnlijk door aanpassing aan de devaluatie van den Franschen frank nog aanmerkelijk kunnen verminderd worden.
- Op heen- en terugreis aansluiting denzelfden dag met bijna alle steden in Nederland. Geen pas vereischt. Uiterste inschrijvingsdat. 16 Juli.
Inlichtingen en inschrijvingen bij de Paters Montfortanen, Apostolische School “Ste Marie” te Schimmert (L.), Telef. 212; of bij Pater H. Riga, Montfortaan, H. Land-Stichting, Nijmegen, Tel. 22723
Bron: Limburger Koerier, 18 juni 1938.
Brief 12 mei 1955
Lieske! Op 29 mei aanstaande zal het 40 jaar geleden zijn, dat ik uit de handen van Mgr. Diepen te ‘s Hertogenbosch de heilige priesterwijding mocht ontvangen. Ik zal dezen dag in stille dankbaarheid doorbrengen aan den voet van de wonderbare grot van Lourdes gedurende de Mei-bedevaart. Ik zal verblijven in Hotel Jeanne d’Arc, Lourdes. Toch meenden de bewoners van de Uleput, dat deze gebeurtenis niet ongemerkt mocht voorbijgaan. Ik zal dan op zondag 5 juni om 10.30 een plechtige heilige mis van dankbaarheid opdragen bij de zusters van Koningsgaard, Berg en Dalse weg 2, Berg en Dal. Ik heb geen enkele wensch van den kant van mijn familie, die ik allen verzocht heb. Alleen gij en Willy zoudt mij een enorm geluk kunnen brengen als ge samen (als man en vrouw) samen met mij zoudt willen aanzitten aan de eenvoudige feesttafel die de familie wordt aangeboden. Och ik weet ‘t wel dat is een groot iets, om over alles heen te stappen - maar zo zijn deze levens toch totaal gebroken. En dit is een mooie gelegenheid om alles in orde te maken en als dusdanige zou ik jullie als No 1 op het feest willen zien Ik wil desnoods intermediair spelen in deze aangelegenheid en zal O.L. Vrouw heel speciaal onder de bedevaart vragen, om u die grote genaden te weten verkrijgen van haar lieven Jezus, maar ge moet van uw kant meewerken en alles komt in orde. Ik weet het juiste adres niet meer van...... Kunt ge me dat even sturen. Ik wil Willy in denzelfden geest schrijven. Hij mag ook niet den indruk hebben, dat ik niet aan hem gedacht zou hebben. Hopend en biddend om een gunstig antwoord van uw kant verblijf ik met de hartelijke groeten, Pater H. Riga.
Geboorteakte: In het jaar achttien honderd negen en zeventig, den vijfentwintigsten der maand September, is voor ons Ambtenaar van den Burgerlijken Stand der gemeente Spaubeek, Hertogdom Limburg, verschenen Joannes Henricus Riga, van beroep landbouwer, oud twee en dertig jaren, wonende te Spaubeek dewelke ons heeft aangegeven, dat op gisteren vierentwintigsten dezer maand Mei, ten half twaalf ure des nachts, te Spaubeek (dorpstraat) in zijne woning is geboren een kind van het vrouwelijk geslacht uit het huwelijk van hem declarant met Maria Catharina Elisabeth Hubertina Cals, zijne wettige huisvrouw, wonende in hetzelfde huis, van beroep huishoudster en aan welk kind hij heeft verklaard de voornamen te geven van Maria Gertrudis Elisabeth Henriette. De gezegde verklaring geschiedt in tegenwoordigheid van Jan Jacob Schutgens, van beroep koster, oud acht en dertig jaren, wonende te Spaubeek, en van Joannes Pieter Meex, van beroep winkelier, oud vijftig jaren, wonende te Spaubeek. Na gedane voorlezing van de tegenwoordige Geboorte-Akte aan den declarant en aan de getuigen, hebben zij allen met ons geteekend. J.H. Riga, J.P. Meex, J.J. Schutgens. De ambtenaar van den burgerlijken stand, J.A. Kallen.
Bron: Regionaal Historisch Centrum Limburg.
In volle overgave aan Gods H. Wil en gesterkt door het Sacrament der Zieken is heden van ons heengegaan op de gezegende leeftijd van 87 jaar onze lieve en onvergetelijke zuster, tante en nicht, Mejuffrouw Henriëtte Riga.
De bedroefde familie
Sittard: (Josephine) Riga
Berg en Dal: H. Riga Montfortaan
Kinderen Dortu-Riga, Kinderen Claessens-Riga, Kinderen Riga-Petri
Sittard, 9 november 1966
de plechtige uitvaartdienst zal plaats hebben op vrijdag 11 november a.s. in de dekenale kerk van de H. Dionysius te Schinnen om .. uur, waarna bijzetting in het familiegraf aldaar.
Gelegenheid voor condoleance: Huize Krekelberg, Vogels-Dortu, Schinnen
Bron: Limburgsch Dagblad 9 november 1966
Geboorteakte: In het jaar achttien honderd acht en tachtig, den vierden Maart, is voor ons ambtenaar van den burgerlijken stand der gemeente Schinnen, verschenen Jan Hendrik Riga, oud een en veertig jaren, van beroep landbouwer, wonende te Stammen alhier dewelke ons heeft aangegeven, dat op den derden Maart achttien honderd acht en tachtig, ten drie ure des namiddags, te Schinnen op den pachthof Stammen is geboren een kind van het vrouwelijk geslacht uit Maria Catharina Elisabeth Hubertina Cals, wonende terzelfde plaats, echtgenoote van den aangever, van beroep zonder aan welk kind hij heeft verklaard de voornamen te geven van Maria Hendrika Josephina. Deze verklaring is geschied in tegenwoordigheid van Jan Willem Cals, oud acht en dertig jaren, van beroep landbouwer wonende te Hegge alhier, en van Jan Arnold Otten, oud drie en zestig jaren, van beroep kleermaker wonende terzelfde plaats. Waarvan door ons deze geboorte-akte is opgemaakt, welke na voorlezing aan den aangever en aan de getuigen, door ons is geteekend. J.H. Riga, J.W. Cals, J.A. Otten. De ambtenaar van den Burgerlijken Stand, J(..) Diederen. Bron: Regionaal Historisch Centrum Limburg.
Heden overleed tot onze diepe droefheid, na voorzien te zijn van het Sacrament der Zieken, in het klooster "St. Agnietenberg' te Sittard, in de leeftijd van 79 jaar, mijn geliefde Zuster, Tante en Nicht Josephine Riga.
Gaarne bevelen wij de gestorvene in uwe welwillende gebeden aan.
Berg en Dal Pater. M.H.E. Riga (Montfortaan)
Schinnen Familie Dortu-Riga kinderen en kleinkinderen
(Schinnen) Familie Riga-Petri kinderen en kleinkinderen
Brunssum Familie H. Claessens-Riga kinderen en kleinkinderen
Schinnen, 26 oktober 1967
De plechtige uitvaartdienst, gevolgd door bijzetting in het familiegraf "Riga-Cals" zal plaats hebben op dinsdag 31 oktober om 10.00 uur in de Dekenale Kerk van de H. Dionysius te Schinnen.
Gelegenheid tot condoleren aan de kerk na de plechtigheden.
Geboorteakte
In het jaar achttien honderd een en tachtig, den negenden der maand Mei, is voor ons Ambtenaar van den Burgerlijken Stand der gemeente Spaubeek, Hertogdom Limburg, verschenen Joannes Henricus Riga, van beroep landbouwer, oud vier en dertig jaren, wonende te Spaubeek (dorp) dewelke ons heeft aangegeven, dat op heden negenden dezer maand Mei, ten twee ure des nachts, te Spaubeek voornoemd in zijn woning is geboren een kind van het vrouwelijk geslacht uit het huwelijk van hem declarant met Maria Catharina Elisabeth Hubertina Cals, zijne wettige huisvrouw, wonende in hetzelve huis, van beroep huishoudster en aan welk kind hij heeft verklaard de voornamen te geven van Maria Hubertina Agnes. De gezegde verklaring geschiedt in tegenwoordigheid van Jan Jacob Schutgens, van beroep koster, oud negen en dertig jaren, wonende te Spaubeek, en van Joannes Pieter Meex, van beroep winkelier, oud een en vijftig jaren, wonende te Spaubeek. Na gedane voorlezing van de tegenwoordige Geboorte-Akte aan den declarant en aan de getuigen, hebben zij allen met ons geteekend. J.H. Riga, J.J. Schutgens, J.P. Meex. De ambtenaar van den burgerlijken stand, J.A. Kallen.
Bron: Regionaal Historisch Centrum Limburg.
Huwelijksakte
In het jaar negentienhonderd zes den tweeentwintigsten November zijn voor Ons, Ambtenaar van den Burgerlijken Stand der gemeente Schinnen, Limburg, in het openbaar, in het Gemeentehuis, in tegenwoordigheid van:
1° Frans Janssen oud negenendertig jaren, beroep landbouwer wonende te Schinnen bekende van de bruidlieden
2° Jan Augustinus Petri oud achtendertig jaren, beroep herbergier wonende te Schinnen bekende van de bruidlieden
3° Gerard Maassen oud eenendertig jaren beroep bakker wonende te Schinnen bekende van de bruidlieden
4° Gerard Joseph Bex oud zestig jaren, beroep veldwachter, wonende te Schinnen bekende van de bruidlieden verschenen,
ten eenre: Jan Hubert Jozef Claessens oud zesentwintig jaren, geboren te Oirsbeek beroep Hoofdonderwijzer wonende te Schinnen meerderjarige zoon van Jan Renier Claessens overleden en van Maria Catharina Hubertina Schrijnemakers zonder beroep wonende te Schinnen
en ter andere zijde: Maria Hubertina Agnes Riga oud vijfentwintig jaren, geboren te Spaubeek beroep zonder, wonende te Schinnen meerderjarige dochter van Johannes Henricus Riga en van Maria Catharina Elisabeth Hubertina Cals van beroep landbouwers wonende te Schinnen.
Welke Comparanten Ons verzocht hebben tot het voltrekken van hun voorgenomen huwelijk over te gaan, hebbende de afkondigingen plaats gehad alhier de eerste, Zondag den elfden November de tweede, op Zondag daaraanvolgende den achttienden November dezes jaars zonder stuiting en tot welk einde zij verder aan Ons hebben overgelegd de stukken hierna genoemd, zijnde:
1° Extracten uit hunnen geboorten akten
2° Extract uit de overlijdens akte van den vader van den bruidegom. De comparanten verklaren dat in de geboorte-akten Jan Renier Claessens en in de overlijdens akte Jan Renier Hubert en in de geboorte akte Maria Catharina Hubertina Schrijnemakers en in de overlijdens akte Josephina een en dezelfde personen zijn.
Certificaat afgegeven door zijne Excellentie den Commisaris der Koningin dat den bruidegom nog is dienende.
Voorst verscheen mede ten deze de vader van de bruid die verklaart in het huwelijk toew te stemmen en de toewstemming der moeder heeft gevraagd alsmede de moeder van den bruidegom die verklaart in het huwelijk toew te stemmen.
De aanstaande Echtgenooten hebben ten overstaan van Ons en in tegenwoordigheid der genoemde getuigen verklaard, dat zij elkander aannemen tot echtgenooten en dat zij getrouwelijk alle de plichten zullen vervullen, welke door de wet aan den huwelijken staat verbonden zijn. Na welke verklaring Wij in naam der wet hebben verklaard: dat zij door den echt aan elkander verbonden zijn. Van al hetwelk Wij dadelijk deze akte hebben opgemaakt en na voorlezing geteekend met de comparanten en de getuigen. J.H. Claessens, M.A. Riga, J.H. Riga, M.C.H. Schrijnemakers, Fr. Janssen, J.A. Petri, G. Maassen, G.J. Bex. De Ambtenaar van den Burgerlijken Stand, L. Geurts.
Bron: Regionaal Historisch Centrum Limburg.
Echtpaar Claessens-Riga te Brunssum in 't goud. Een “meester” met prachtige staat van dienst
Gedachtenisprentje van Jan Hendrik Jeurissen
Weduwnaar van Anna Maria Cremers
Echtgenoot van Maria Katharina Antoinette Daemen
Geboren te Merkelbeek 13 september 1876 en na een smartvol met geduld verdragen lijden, meermalen voorzien v.d.H.Sacramenten overl. aldaar op Zondag 31 Jan.’43
Maria Katharina Antoinette (Netta) Daemen *17-03-1881 Morgen Heerlen; ✝ 02-04-1967, 86 jaar,
gehuwd te Hoensbroek op 01-04-1910 met Jan Hendrik (Jan) Jeurissen * 13-09-1876 zoon van Jan Willem Jeurissen en van Maria Hubertina Keijmes uit Jabeek. ✝ 31-01-1942 Douvergenhout-Merkelbeek, 67 jaar, Landbouwer.
Jan Jeurissen was weduwnaar van Anna Maria Cremers, * 1880 ✝ 1909 Merkelbeek, 29 jaar.
Uit dit huwelijk geboren: Wiel Jeurissen * 04-11-1907 ✝ 30-07-1944, 36 jaar.
Kinderen van Jan en Netta Jeurissen-Daemen
Bertine Jeurissen * 08=05-1912 Merkelbeek ✝ 08-09-1992 Sweikhuizen
Maria Clementina (Clim) Jeurissen * 28-09-1914 Merkelbeek ✝ 22-10-1978 Merkelbeek
Albert Jeurissen * 04-02-1917 ✝ 14-11-1993 Brunssum
Leonie Jeurissen *03-12-1919
Lieske Jeurissen * 22-08-1922
Theodoor Guillaume Marie (WIL) RIGA & 1941 Maria Hubertina (BERTINE) JEURISSEN
Getrouwd 19-11-1941 te Merkelbeek
Josef Riga *1942
Frans Riga *1944
Albert Riga *1945
Louis Riga *1946
Leonie Riga *1947
José Riga *1948
Harry Riga *1949
Mariet Riga *1951
Dini Riga *1952
Jeanne Riga *1953
Limburger Koerier, zaterdag 22 juni 1940: PAARDENKNECHT en een boerenknecht die melken kan gevraagd. Adr. Stammenhof, Schinnen.
Met grote verslagenheid hebben wij kennis genomen van het overlijden van de heer T.G.M. Riga. De heer Riga was bijna 20 jaar onafgebroken raadslid van de voormalige gemeente Schinnen. Gedurende deze 20 jaar was hij tevens werkzaam als wethouder.
Wij uiten onze dankbaarheid voor de vele verdiensten die hij aan de gemeenschap heeft bewezen. Zijn gedachtenis zal steeds in onze herinnering blijven voortbestaan. Wij wensen de familie veel kracht en sterkte toe in deze voor hen moeilijke tijd. Gemeentebestuur en personeel van de gemeente Schinnen.
Heden, een en dertig Maart, negentien honderd zeven en dertig, verschenen voor mij, Ambtenaar van den Burgerlijken Stand van Baexem ten einde een huwelijk aan te gaan: van Heugten, William Leo Joseph, oud negen en twintig jaar, geboren te Baexem, landbouwer, wonende te Baexem, meerderjarige zoon van van Heugten, Wilhelmus Johannes Hubertus, oud zeven en zestig jaar, landbouwer, en van Arits, Maria Helena, oud negen en vijftig jaar, zonder beroep, beiden wonende alhier en voor mij tegenwoordig verklaarden zij hunne toestemming tot het huwelijk te verleenen, en Riga, Maria Elisabeth Henrietta Gislina, oud drie en twintig, geboren te Schinnen, zonder beroep, wonende te Heerlen, meerderjarige dochter van Riga, Hubertus Joseph Egidius, overleden, en van Petri, Maria Josepha Wilhelmina, oud zeven en vijftig jaar, zonder beroep, wonende te Schinnen en voor mij tegenwoordig verklaarde zij hare toestemming tot dit huwelijk te verleenen.
De afkondiging betreffende dit huwelijk heeft zonder stuiting alhier plaats gehad te Heerlen en te Schinnen op dertien Maart laatstleden.
De volgende stukken zijn overgelegd.
Een geboorteextract van de bruidegom. Een geboorteextract van de bruid. Een overlijdensextract van de vader van de bruid. Een bewijs van onverhinderde afloop der huwelijksafkondiging te Heerlen en te Schinnen.
Ik heb de bruidegom en bruid gevraagd of zij elkander aannemen tot echtgenooten en zij getrouw zullen nakomen de plichten door de wet aan den huwelijken staat verboden. Na hierop van ieder afzonderlijk een toestemmend antwoord te hebben verkregen, heb ik in naam der wet verklaard, dat zij door den echt aan elkander zijn verbonden.
Getuigen waren: Riga, Wilhelmus Theodorus, oud een en twintig jaar, landbouwer, wonende te Schinnen, broeder van de bruid, en van Heugten, Anna Maria Elisa, oud een en twintig jaar, zonder beroep, wonende te Baexem, zuster van de bruidegom.
Waarvan akte, welke overeenkomstig de wet is voorgelezen.
Bruiloft van Wiel van Heugten et Lies Riga, 1937, te Baexem
Van links naar rechts: Jean Riga, Henri Riga, NN, Josepha Petri, NN, NN, Jetta Dortu, Bertine Jeurissen, Wiel van Heugten, Wil Riga, Lies Riga, NN, N van Heugten, NN, Constant Ritzen, NN, NN, NN, N van Heugten, Theo Riga.
Geboorteakte Lies Riga
Heden den achtentwintigsten November negentien honderd dertien, verscheen voor mij ambtenaar van den burgerlijken stand van de Gemeente Schinnen Hubertus Joseph Egidius Riga landbouwer oud vijfendertig jaar, wonende te Thull, die verklaarde dat op den zevenentwintigsten November negentienhonderd dertien, des namiddags ten twee ure alhier is geboren, een kind van het vrouwelijk geslacht uit Maria Josepha Wilhelmina Petri echtgenoote van hem aangever wonende terzelfde plaats aan welk kind hij verklaarde te geven de voornamen Maria Elisabeth Henrietta Gislina. Getuigen waren: Jan Hendrik Petri Gemeente ontvanger, oud vierenveertig jaar, wonende te Schinnen en Guillaume Fleishauer volontaire oud negenenveertig jaar wonende te Oirsbeek. Waarvan akte, welke overeenkomstig de wet is voorgelezen.
Bron: Gemeente Schinnen.
VAN HEUGTEN, William Leo Joseph, geboren op 03-10-1907 te Baexem, overleden op 12-11-1957 te Baexem op 50-jarige leeftijd, echtgenoot van Riga Elisabeth.
De buurtbewoners van het Sparrenrijk geven met droefheid kennis dat Mevrouw. M.E. Riga is overleden. Zij was een markante persoonlijkheid en een grote dierenvriendin.
Enige en algemene kennisgeving.
Je hebt iemand nodig stil en oprecht
die als het erop aankomt
voor je bidt, of voor je vecht.
Pas als je iemand hebt,
die met je lacht en met je grient,
dan pas kun je zeggen:
ik heb een vriend.
Wij geven kennis van het overlijden van Maria Elisabeth Henriette Ghislaine Riga
* 27 november 1913, Stammenhof Schinnen
† 2 februari 1997, 's-Hertogenbosch
weduwe van William Leo Joseph van Heugten
Familie Riga Corr.-adres: Hubertusring 10 5282 SW Boxtel
De uitvaartdienst, gevolgd door de begrafenis, zal plaatsvinden op donderdag 6 februari om 13.30 uur in de kerk H.H. Dionysius en Odilia te Sweikhuizen.
Woensdag om 19.00 uur wordt de avondwake gehouden in de Maria
Reginakerk te Boxtel.
Gelegenheid tot schriftelijk condoleren voor aanvang van beide diensten.
Onthullingen over de Stammenhof Sweijkhuizen:
Leonie Muijtjens-Riga de oudste dochter van Bertine Riga-Jeurissen , die de oudste dochter was van Netta Jeurissen-Daemen, zij werd geboren en woonde op Stammenhof te Sweikhuizen. Zij deed ons onderstaand verhaal toekomen.
Beste Frans Daemen (secretaris van Het STAMBOOM comité DAEMEN). Ik heb van jou een e-mail ontvangen met de vraag of ik me nog iets kan herinneren over het oorlogsverleden van mijn vader Wiel Riga als soldaat in het Nederlandse leger van 1940.
Pap vertelde daar nooit erg uitgebreid over. Het was alsof hij dat stuk toch maar liever wilde vergeten. Als je hem vroeg hoe dat dan ging in de oorlog, of hij wel eens iemand had gedood, zei hij meestal: "het was de keuze of hij er aan of ik". Ook vertelde hij over de honger en ellende die hij had meegemaakt tijdens zijn krijgsgevangenschap. Hij werd na de korte periode van echte oorlogsvoering (1940) afgevoerd naar een kamp aan de Poolse/Oost-Duitse grens en moest daar werken in plaats van de Duitse mannen, die zelf als soldaat in de oorlog waren. Hij had geluk, dat hij af en toe ook kon werken bij een vrouw die een fruitbedrijf had. Deze vrouw stopte hen (de krijgsgevangenen) nog wel eens stiekem een appel of brood extra toe. Pap sprak hierover altijd met veel waardering. Toch heeft hij er veel honger geleden, want toen hij op het einde van zijn leven niet meer kon eten door de kanker, verzuchtte hij wel eens tegen mij: "Had ik nog maar eens dat hongergevoel van toen in de oorlog". Hij is dus na de inval en na de capitulatie van Nederland door de Duitsers afgevoerd als krijgsgevangene naar een kamp aan de Poolse grens, dus niet naar Rusland. Mijn moeder (Bertine Jeurissen) had toen al jarenlang verkering met hem, maar was nog nooit bij mijn vader thuis (Stammenhof Sweikhuizen) geweest.
Toen Wiel als krijgsgevangene werd weggevoerd kon hij ergens in het Rheinland van Duitsland aan mensen die langs de weg stonden te kijken stiekem een briefje geven met de vraag of zij het alsjeblieft door wilden sturen naar Bertine in Douvergenhout. Dat lukte inderdaad (naar ik me heb laten vertellen door bemiddeling van de fam. Wijshoff) en enige maanden later kreeg Bertine een briefje waarop stond: "Ik ben nog in leven en gezond. Ik word afgevoerd naar een kamp ergens in Duitsland. Wiel". Bertine was natuurlijk zielsblij. De volgende kwestie diende zich aan. Zij vond dat de fam. Riga direct op de hoogte gebracht moest worden van dit heuglijke nieuws. Echter, zij als ongehuwde dame mocht volgens de destijds geldende normen niet zomaar bij de familie van haar a.s. man binnenkomen. Goede raad was duur. Er volgde familieberaad en haar vader / opa Jeurissen (Sjang Jeurissen) wilde desnoods zelf op pad gaan. Uiteindelijk kwam men tot het lumineuze idee om Pastoor Ritzen (pastoor in Nuth en heeroom van Wiel) om raad te vragen. De volgende morgen vroeg fietste Bertine naar Nuth, legde het probleem voor, waarop de zeer kordaat optredende dienstmaagd van de pastoor tegen Bertine zei: "Kom Bertine, die mensen mogen niet nog langer in onzekerheid zitten; we fietsen nu meteen samen naar Stammenhof'. En op deze wijze maakt Bertine de eerste keer kennis met haar a.s. schoonfamilie, terwijl zij met Wiel al jarenlang verkering hadden. Door de oorlogsdreiging en de internering van Wiel was het huwelijk al vaker uitgesteld.
Ruim 1 jaar later [onjuist] kwam Wiel terug van krijgsgevangenschap, ziek en uitgemergeld. Hij kwam de binnenplaats op en Bertine liet van verbijstering de porseleinen schaal uit haar handen kapot vallen. In nov. 1941 zijn zij gehuwd. De angst om opnieuw in de oorlog ingezet te worden was heel groot. Om die reden was er een vluchtweg voor Wiel gemaakt, richting het bos en verder weg om onder te duiken. In de oorlog zijn heel veel soldaten van allerlei nationaliteiten op Stammenhof ingekwartierd geweest (Duitsers, Schotten, Engelsen, Amerikanen). Toch had pap altijd de meeste waardering voor de Duitsers wat betreft hun houding van respect, discipline en netheid naar onze familie toe. Toen mijn broer AIbert Riga geboren was (14 jan. 1945) gaven de Schotten een serenade op hun doedelzakken.
Dit was zo een beetje het verhaal vanuit de oorlog.
Misschien ook nog een leuke anekdote uit die tijd voor de oorlog. Het was niet zo gebruikelijk midden jaren dertig dat een jongen een meisje uit een verder gelegen dorp huwde [!?] en zeker ook niet een jongen die met een auto kwam aanrijden. Wiel kreeg die auto ter leen van zijn vrijgezelle "nonk Louis" die ook op Stammenhof woonde. Hij kwam als jongeman samen met Math Boijens en Harie Meels (allemaal uit Sweikhuizen) naar de kermis in Genhout. Bertine had nooit gedacht dat Wiel een oogje op haar had, maar dat bleek toch waar te zijn. De auto en Wiel trokken veel bekijks en de kleine zussen Lieske en Leonie keken vol bewondering naar die grote man in dat mooie soldatenpak en die grote laarzen. Sweikhuizen en Genhout bleken toch wel aantrekkingskracht te hebben, want er bloeiden 2 liefdes op: die van Wiel Riga en Bertine Jeurissen en die van Math Boijens en Marie Knooren.
Toen de huwelijksdatum van Bertine en Wiel was vastgelegd, mocht Bertine een keer kennismaken met het huis en de bewoners van Stammenhof, waar zij naar goed gebruik zou gaan introuwen. Dit huis was helemaal ingericht, dus Bertine hoefde (mocht) niets voor zich zelf in(te)richten. Zij hoorde zich volledig aan te passen aan de bestaande regels van Stammenhof, dat destijds bewoond werd door de moeder en (stief)vader van Wiel, de vrijgezel nonk Louis en een aantal dienstmeiden en knechten. Een eigen plek daarin moest ze zich nog verwerven.
Mijn moeder heeft me daarbij vaker een verhaal verteld dat toch wel de moeite waard is om te beschrijven. De jongste zus (ik weet niet meer precies hoe ze heette) van oma Jeurissen had haar gezegd: "Bertine ik geef je een goede raad, als je op Stammenhof gaat wonen; zorg dat je tenminste een kamer voor jezelf hebt; koop voor jezelf een slaapkamerameublement. Zorg dat je iets voor jezelf hebt in dat grote huis". En Bertine heeft deze raad opgevolgd. Zij is haar tante altijd dankbaar geweest voor dit advies en blijkbaar heeft het ook zijn vruchten afgeworpen [!?], want er werden in een reeks van 11 jaren 10 kinderen in geboren.
Ik (Leonie) werd als 5e kind en 1e dochter geboren in dit grote gezin. Mijn peettante Leonie was vooral blij dat zij peettante mocht zijn van een meisje, want jongens waren er intussen al genoeg. Op de dag dat mijn komst zich aankondigde (hete zomer 1947) waren de mannen nog druk aan het oogsten. Ik werd eigenlijk pas een maand later verwacht en pap dacht dat mam zich vergiste. Mam had intussen al voldoende ervaring, dat zij wel beter wist. Halsoverkop moesten toen in Genhout de baby[-] en kraamspullen gehaald worden, die kort daarvoor dienst gedaan hadden bij de geboorte van Jos (zoon van tante Marie en oom Albert Jeurissen). Het lukte allemaal nog net.
Een paar weken later zou tante Lieske en oom Sjors trouwen. En Bertine wilde toch wel heel graag bij hun huwelijk zijn. In die jaren mocht je als moeder met een pasgeboren baby de eerste 6 weken niet naar buiten treden, voordat je de rondgang in de kerk gedaan had. Dus toen werd er dispensatie aangevraagd bij de pastoor en mocht Bertine toch met de pasgeboren baby naar de bruiloft van haar jongste zus.
De familie bezoeken aan oma in Genhout waren altijd heel gezellig en hartelijk. Ik zag de families van Genhout als een grote familie die in het huis van oma Jeurissen-Daemen bij elkaar kwamen. En wij mochten van buiten daar heel graag bij horen. Er werd veel gepraat, lekker gegeten en overal gespeeld. De kermissen en carnavalsoptochten waren voor ons uit het kleine Sweikhuizen een ware gebeurtenis. We konden de hele dag lekker spelen en in de namiddag werden we door tante Leonie stevig met washandje onderhanden genomen en schoongeboend gingen we naar het kermisterrein. Ook zal ik nooit vergeten hoe ik wegdook achter de rokken van mijn moeder of een van de tantes, als in de carnavalsoptochten een van carnavalsvierders vanuit de optocht op je af kwam vliegen met een varkensblaas in zijn handen en je daarmee om de oren wilden slaan. Blijkbaar waren de dames Jeurissen nogal in trek.
Mijn moeder Bertine kon goed zingen en leerde ons allerlei liedjes. Een ervan heb ik mijn kinderen Myriam, Stefan, Judith weer geleerd en deze zongen dat op hun beurt weer in de kleuterschool in Spaubeek. De juf van die school vond het zo'n leuk liedje dat zij het voortaan opnam in haar repertoire van kleuterliedjes. Ik kan het zo nog uit mijn hoofd zingen. Het gaat als volgt
Er zat op een latje
een hagelwit katje
Maar, ach onder het dromen
is het ongeluk gekomen;
Een allerliefste snoesje
een schat van een poesje.
Het droomde van muisjes
en andere gespuisjes
en het zat er te gapen
en ging ook wat slapen.
toen viel ons katje
al dromend van het latje.
Heel veel succes met je verdere stappen en tot ziens of schrijfs.
Leonie Muijtjens-Riga.
Uit: F.L.M. Daemen, Stamboom en kroniek rond Daemen, 12 generaties 1560-2003, p. 105-107
Jeugdherinneringen van Leonie Riga
Ik ben geboren in een van de warmste zomers van de 20e eeuw, nl. op 23 augustus 1947. Het was zo warm dat mijn moeder ter verkoeling in de kelder ging zitten. Er was natuurlijk nog geen airco. Bovendien kondigde mijn geboorte zich een maand te vroeg aan. Mijn vader twijfelde of het wel echt zo was, maar mijn moeder wist het zeker. Na al eerder 4 zonen gebaard te hebben kon zij dat echt wel weten.
Het was ook nog oogsttijd. De drukste tijd van het jaar op de boerderij.
In allerijl werden de noodzakelijke kraamspullen opgehaald bij een tante in Douvergenhout (Merkelbeek), die een paar maanden daarvoor was bevallen van een jongen, Jos genaamd. Zo kort na de oorlog waren linnengoed en kraamspullen nog zeer schaars verkrijgbaar en werden dus in de families onderling uitgeleend.
Gelukkig kwam nog alles net op tijd in orde en werd er binnen de familie Riga een mooie, gezonde dochter geboren. Eindelijk - na 4 jongens- was dit dubbele vreugde, zowel voor mam als voor mijn peettante Leonie, naar wie ik traditie getrouw vernoemd ben. Vroeger had je strikte regels in de volgorde, waarin bepaald werd wie en wanneer iemand aan de beurt was om peetoom of peettante te worden. Daar mocht niet van afgeweken worden. Dat bracht immers onheil.
Binnen enkele dagen werd ik gedoopt in de kerk te Sweikhuizen en kreeg de doopnamen: Maria-Wilhelmina-Leonie. Bijna alle kinderen (ook de jongens) kregen als een van de doopnamen de naam Maria. Maria werd alom in het katholieke Limburg geëerd als moeder Gods. Wilhelmina was de naam van mijn peetoom (Wiel) en Leonie werd mijn roepnaam. Deze naam werd al gauw op zijn Limburgs uitgesproken; dus Leinie, Leike,Lijn, Lène of ook wel Lenie. Mam vond dat erg jammer. Dat was bij haar zus, mijn peettante, ook zo gegaan en zij stond er op dat ik zeker op papier en op school Leonie heette. Die verschillende benamingen heb ik vaak vervelend gevonden, maar ja, daar is niets aan te doen.
Terug naar mijn geboorte tijd. Iedereen was blij dat er eindelijk een meisje was geboren in dat grote huis. Want een groot huis, dat hadden wij. Het was een grote boerderij –Stammenhof- gelegen tussen de akkers en weilanden en vlakbij een groot bos, het Stammenderbos.
Er waren al 4 jongens voor mij geboren in 5 jaar tijd; Joof, Frans, Albert en Louis. Samen met pap en mam vormden wij in 1947 zo direct na de oorlogsjaren het gezin Riga. In de daaropvolgende jaren zou het gezin nog verder uitgebreid worden met nog 1 jongen Harrie en nog 4 meisjes, José, Mariet, Gérardine, Jeanne.
Ons huis was zo groot dat er best plek genoeg was voor al die kinderen en ook buiten om was er meer dan voldoende speelterrein. We hadden een heel bos ter beschikking. Er woonden nog meer mensen op de boerderij. Om te beginnen onze opa en oma. Zij hadden een eigen grote slaapkamer en verder leefden zij mee in het grote gezin. Ook hadden we nog een dienstmeisje in huis (Mia), die alleen in het weekend naar huis ging en verder woonde er ook nog een knecht (Zef) bij ons in, die tot zijn pensionering bij ons bleef wonen en vervolgens naar een verzorgingstehuis verhuisde. Mia en Zef hoorden gewoon bij ons en hadden uiteraard hun eigen speciale plek en hun eigen taken. Mia binnenshuis, Zef buitenshuis; met name zorgde hij voor de koeien. Naast deze mensen kwam er ook nog wekelijks een tante (Lies) logeren voor een paar dagen om mam wat te helpen (naai-en strijkwerk). Zij was een levendig persoon en de enige dochter van oma en enige zus van pap. Tante Lies was weduwe, had geen kinderen en had dus veel tijd om zich met ons bezig te houden. Al met al waren we vaak met 16 personen in ons huis.
Ik herinner me dat het er veilig was, veel levendigheid en ruimte voor iedereen. Ondanks de drukte was het duidelijk waar je aan toe was. Er waren ongeschreven regels, die je bijna als vanzelfsprekend respecteerde. Er hoefde niet zoveel over gesproken te worden. Mam was de centrale, zorgende, liefdevolle persoon op de voorgrond; pap de veilige, rust gevende, leidende persoon op de achtergrond. En daarachter had je de opa, oma en tante Lies als belangrijke personen. Met zoveel mensen om je heen was er natuurlijk weinig privacy. Je had bv. geen eigen plek voor jezelf, laat staan een eigen slaap/speelkamer. We sliepen meestal met 2 meisjes in een groot bed en daarnaast nog een groot bed met 2 meisjes op eenzelfde kamer. Je kunt je wel voorstellen dat er geregeld kussengevechten konden plaatsvinden. Opa en oma hadden ook zo’n grote slaapkamer voor zichzelf en maakten ons s’nachts wakker als het onweerde. Zij waren daar doodsbang voor, bang dat ons huis of schuur door de bliksem in brand vlogen. Ik heb daar ook een panische angst voor onweer aan over gehouden , die ik pas overwonnen heb toen ik al getrouwd was en Myriam al geboren was. Oma verbrandde (naar oer-katholieke traditie) een gedeelte van de “kroetwusj” in het fornuis , als het overdag onweerde en ging vervolgens met haar rozenkrans in de donkere kelder zitten. Ik begreep niet dat ze dat niet heel erg eng vond, zo alleen in die kelder. Ik bleef liever met alle anderen in de grote keuken zitten totdat het onweer wegtrok.
Het katholieke geloof met al zijn rituelen speelde een grote rol binnen onze familie en dorpsgemeenschap. Zolang oma leefde (zij was heel erg gelovig) werd er s’avonds de rozenkrans gebeden. Op school werd elke dag bijgehouden of je al dan niet naar de kerk ging, s’morgens vroeg. We gingen dan eerst te voet beneden in het dorp naar de kerk. Vervolgens weer naar huis (berg op) om te ontbijten en dan weer terug naar school. Tussen de middag weer terug naar huis om warm te eten, weer naar school en om vier uur weer naar huis. Ook op zaterdag was er tot in de middag school. Op school werd elke dag gebeden en kregen we katechismus les van pastoor Thissen. Hij was streng in de leer, maar kon heel boeiend verhalen uit de bijbel vertellen. Later, toen ik met Pierre in Israël was, kon ik de verhalen zo weer oproepen. Ook waren er heel veel kerkelijke feestdagen, dus vrije dagen. Kerstmis, Pasen, Pinksteren, kermis, Heilige dagen, eerste kommunie, plechtige kommunie, vormsel, processies werden heel uitgebreid gevierd; niet met grote kado’s, maar wel met uitgebreide familie bijeenkomsten met mooie kleren en veel eten (vlaaien, taarten, koude schotel). Pasen en Allerheiligen/Allerzielen waren ook de dagen dat de mensen van Sweikhuizen in hun nieuwe (zomer of winter) kleren naar de kerk kwamen en deze zo konden showen. Vandaar ook de uitdrukking: op zijn paasbest. Na de mis werd daar natuurlijk ook best wel over geroddeld. In Sweikhuizen waren heel veel mensen familie van elkaar en werd er onderling veel geroddeld. Omdat wij buiten het dorp woonden en er ook geen familie banden hadden, heb ik daar nooit zo last van gehad.
Van mijn kleutertijd kan ik me niet zoveel meer herinneren. Er werd elk jaar een kindje geboren en de jongens gingen al naar de school. Ik weet nog wel dat Gerardine geboren werd (de 9e in de rij))en dat ik me er op verheugde om mee te mogen in de auto voor haar doop in de kerk. Vooral dat auto ritje was belangrijk. Uiteindelijk ging het niet door, omdat er een paar tantes kwamen die in de auto mee mochten rijden. Ik was hevig teleurgesteld. Van Jeanne (de jongste) herinnerde ik me dat ze in het ziekenhuis in Heerlen geboren werd en dat we mam en haar vaker gingen opzoeken. Het bezoek in de auto was echt een uitstapje. Het kindje werd achter een grote glazen wand getoond door een verpleegster. Ook hoorde ik haar s’nachts ,toen ze weer thuis was,nog huilen in haar wiegje. Ik ging mam dan wakker maken.
In ons kleine dorp (750 inwoners) was geen kleuterschool. Er was wel een basisschool (de grote school) voor jongens en meisjes samen, wat niet gewoon was in die tijd. Er waren overal aparte jongens-en meisjesscholen; zo ook aparte clubs, sportverenigingen; zwembaden hadden aparte zwemtijden voor jongens en meisjes. Maar niet in Sweikhuizen; daar was het dorp te klein voor. Er was alleen een kerk en een basisschool. Er was een hoofdmeester; zijn zoon en/of zijn vrouw waren de andere leerkracht en er was een juffrouw . Zij woonde op Biesenhof was niet getrouwd en familie van ons. Zij had de eerste of soms de eerste drie klassen. Zij heeft mij alle beginselen van rekenen,taal,lezen, schrijven bij gebracht. Ook was zij handwerkjuf en gymjuf. Ik kan me de eerste schooldag nog goed herinneren. We kregen een potlood en moesten leren hoe we die moesten vasthouden en mochten een blad vol met alleen maar krullen maken. Later kregen we een houder met kroontjespen, die we in het inktpotje in onze lessenaar moesten dopen. Het was een behoorlijk geklieder voordat je kunst van het fijn- schrijven machtig was. Thuis werd door oma of mam een inktlap gemaakt; een aantal op elkaar genaaide lapjes stof met in het midden een knoop. Deze inktlap was nodig om je kroontjespen mee schoon te maken. Ik vond die inkt altijd heel lekker ruiken. Pas een paar jaren later kregen we de eerste balpen. Wat een wonderlijk en heerlijk ding om mee te schrijven. Je eerste vulpen (groen met zwart, merk Pelikaan) kreeg je pas, als je naar de middelbare school ging. Maar ook bij die vulpen had je nog steeds een inktpot nodig.
Ondanks dat het een kleine dorpsschool was boekte de school toch goede leerresultaten, als je tenminste bij de uitverkorenen hoorde. Je toekomstige school carrière werd eerder bepaald door uit welke familie je kwam dan door objectieve leerresultaten of intelligentie. Het hoogst haalbare voor arbeiders/mijnwerkerskinderen was in het algemeen huishoudschool, ambachtschool of hooguit Mulo-onderwijs. Als kinderen helemaal niet goed konden leren, was er geen speciaal onderwijs, maar bleven ze gewoon tot hun 14e jaar op school en konden dan gaan werken. De leerplicht was toen tot 14 jaar. Kon je goed leren en kwam je uit de “goede”familie dan deed de hoofdmeester zijn uiterste best om je klaar te stomen voor het middelbaar onderwijs (h.b.s./gymnasium/m.m.s). Je kreeg dan in de 5e en 6e klas bijles in frans en ook extra lessen in alle andere vakken, die je thuis ook voor je zelf moest uitwerken. Dat deed je allemaal als vanzelfsprekend en ook met een stuk waardering, dat je daarvoor in aanmerking kwam. Met deze voorbereiding kon ik dus als 11-jarig meisje op een dag toelatingsexamen (een hele dag) gaan doen in Sittard op het Serviam-lyceum, voor die tijd best wel een elite school voor alleen meisjes. En ik slaagde warempel. De school werd geleid door nonnen van de Ursulinen. Het was voor mij helemaal nieuw. Ik kwam in een hele andere wereld terecht en ik ging ook nog op kostschool. Ik weet nog goed dat ik op de examendag een groot bord zag hangen met daarop “Alleen voor docenten” en ik me maar afvragen wat dat woord toch betekende. Daar kwam ik al gauw genoeg achter.
Maar eerst nog even terug naar herinneringen uit mijn vroegere jeugd.
Op de boerderij was het druk met mensen, maar ook met allerlei soorten dieren. We hadden paarden, koeien, kalfjes, schapen (allemaal witte en één zwarte), varkens, heel veel poesjes, konijnen, kippen en een haan, waar ik erg bang voor was. Mijn jongere zus José pakte dan een stok en joeg de haan weg. De kippen hadden een groot hok, maar liepen overdag gewoon in de wei of op straat. Wij vonden het leuk om ze op te jagen. Regelmatig kwam er een oude vrouw bij ons aan huis, die kwam bedelen voor eten en geld. Als zij zag, dat wij achter de kippen aanrenden werd ze boos op ons en kwam met gebalde vuist naar ons toe. Wij vonden dat spannend en gingen juist nog meer aan de gang. Ook was er altijd een hond. Heel vroeger was dat een waakhond, die alleen s’nachts vrij mocht rondlopen; later werd het meer een gezellige hond om mee te spelen en allerlei trucjes te leren. De laatste grote hond werd vergiftigd. Ik zie hem nog op een zondagmorgen langzaam verlamd raken en uiteindelijk dood gaan. Een paar dagen later werd er ingebroken. De dief werd gesnapt en moest naar een gevangeniscel onder het gemeentehuis in Geleen. Toen ik het volgend weekend met Mia in de bus met haar mee op bezoek mocht naar haar familie kwamen we langs dat gebouw en zij wees naar de kelder waarin hij gevangen zat. Ik was diep onder de indruk. En je kunt wel raden wie de hond de giftige worst gevoerd had. Later kregen we Blekkie. Hij waakte niet en was een allemansvriend. Als ik na een week weg geweest te zijn weer thuis kwam sprong hij van blijdschap tegen me aan. Hij is helaas gestorven aan verwondingen , opgelopen bij de trein (in Spaubeek) toen hij Albert daarnaar toe begeleidde en al te enthousiast tegen de trein opbotste.
Naast veel dieren waren er ook veel weilanden met allerlei soorten fruit (appels.peren. pruimen,kersen, perziken, bessen) en veel akkerland met tarwe, koren, haver,gerst,aardappelen, bieten. Als kind vond je het vanzelfsprekend om mee te helpen op de boerderij b.v. appels rapen en sorteren, bessen plukken, boontjes schoonmaken enz. Alles werd in weckglazen gedaan als voorraad voor de winter. Er was nog geen diepvries. Ook was er geen wasmachine. Pap hielp mam altijd s’maandags met de was koken, mangelen en uithangen. Ik denk dat ik een jaar of tien was toen de eerste volautomatische wasmachine kwam. Ik weet zijn naam nog: Rondo. Dat was een belevenis. De vrouwen uit het dorp kwamen kijken en wij lagen met onze neus voor het deurglas en draaiden ons hoofd mee met de het draaien van de was. Mam had een volle dagtaak aan het zorgen voor eten, wassen, schoonhouden van het huis, bijgestaan door Mia en ook door oma en tante Lies. Heel veel was self-made. Ook de kleren werden vaak door tante Lies genaaid. Er was ook een naaister in het dorp. Ik weet dat er nog een echte kleermaker kwam om pap en opa een pak aan te meten. Ook nieuwe schoenen werden aan huis gepast en dan gekocht. Later werd er meer en meer gewinkeld in Geleen of in Heerlen. Het was echt een uitje als je met mam mee mocht om nieuwe kleren te kopen. Eerst te voet naar Puth, wachten op bus naar Heerlen, daar kleren kopen bij Schunck, Vroom en Dreesmann, Pieters-Dortu, Peek en Kloppenburg of bij Witteveen. Je zag toen al grote reclameborden en een mooi verlichte bioscoop Royal tegenover het station in Heerlen. We gingen ook meestal even wat drinken in een café-restaurant. En dan weer met de bus terug naar Puth en te voet naar huis. Oma en tante Lies bekeken met een kritische blik wat mam allemaal gekocht had.
Een ander gedeelte van het voedsel waren de brood-en vleeswaren. Voordat er een bakker en slager in het dorp was werd alle brood en de vele vlaaien zelf gebakken. Voor zoveel mensen moest er heel wat deeg gemaakt worden. Ik heb me laten vertellen dat opa de deeg met zijn blote (uiteraard goed gewassen) voeten moest fijn kneden door erin te trappelen. Brood en vlaaien werden daarna gebakken in het “bakkes” (een klein gebouw in de wei). Als wij s’middags uit school kwamen moesten wij allemaal de broden en vlaaien naar binnen brengen en als beloning kregen we dan knapkoek. Heerlijk was dat. Het was overgebleven deeg, gebakken met suiker erop. Zoiets als frites bestond er nog niet. Wel bakte mam elke woensdagmiddag pannekoeken. Einde lagere school kwam de friteskraam in opmars, niet in Sweikhuizen maar later in Puth. Wij kregen die traktatie toen vaker als we s’zondags naar oma in Genhout (Douvergenhout-Merkelbeek) gingen. Iemand ging dat toen halen voor alle neefjes en nichtjes in een friteskraam in Oirsbeek. Ook pasta’s zoals spaghetti of bami kwam later in gebruik. We maakten dat dan s’ avonds als lekkernij zoals je nu chips zou eten. Ik kan me het eerste zakje chips nog goed herinneren. Het was een klein zakje chips en erbij zat wat in een blauw papiertje gedraaid zout om in het zakje te strooien. Pas later kwam de paprika chips in de mode.
Einde lagere school was het zelf bakken thuis voorbij. Aanvankelijk werd het brooddeeg nog naar de bakker gebracht en bakte de bakker dit tot broden. Even later bakte de bakker alles helemaal zelf. En nog een tijd later werden ook de vlaaien en taart door de bakker bezorgd. Hij bracht deze elke week aan huis met daarbij behorende kruidenierswaren, die mam de dag ervoor telefonisch besteld had. Altijd was er voor ons een zakje tum-tum gratis bij. Ook het bezit van een telefoon aan huis was in die tijd trouwens een zeldzaamheid.
Naast de bakker was er ook een slager in het dorp. Ik kan me nog herinneren dat in de maand november thuis zelf een of meerdere varkens geslacht werden door een huisslager. Ik vond dat altijd maar een eng gebeuren. Het gedode varken werd aan een brede ladder opgehangen. Het gebeurde in de maand november, omdat het dan al koud weer was. Een koelkast of vriezer was er nog niet. Je zag bloed en veel soorten vlees die door de slager tot kleine stukken gehakt werden en vervolgens door mam in weckglazen gedaan werd als voorraad voor de winter. Ook werden er zelf balkenbrei, worsten en hammen gemaakt. De hammen werden te drogen gehangen aan haken in een daarvoor speciale ruimte (vleeszoldertje) als ook droogworsten. De slager maakte wel grote indruk als hij zo bezig was met hakken en zagen. Wij stonden er bij te kijken. Ook dit gebeurde na een aantal jaren niet meer aan huis. Later gingen we naar de plaatselijke slager, die net als de bakker ook een kruidenierswinkel en een café had. José had als klein meisje haar vingers te diep in de worstmachine gestoken en moest daardoor een topje van haar wijsvinger missen. Mam voelde zich daar erg schuldig om, omdat ze niet goed opgelet had.
In het nabijgelegen Puth waren nog wat meer winkels. We gingen daar ook naar de kruidenierswinkel, toen we wat groter waren en op de fiets konden. We hoefden dan niet steeds de berg op en af. In Puth was ook een kapper(aan huis) , een schoenenwinkel met schoenreparatie, een smid met een winkel voor huishoudelijke spullen, een klein postkantoortje , een fietsenwinkel en een sigarenzaak. Ik moest voor mijn opa vaak een kistje sigaren gaan kopen en mocht de sigaar dan aansteken voor hem en ook een klein trekje nemen. Later kwam er in Puth ook een groene kruisgebouw en een boerenleenbank. Dus wat dat betreft waren we op een simpele manier toch van veel zaken voorzien. Het leven was ook heel simpel en gemakkelijk te overzien.
We hadden in onze jeugd elk jaar wel een aantal grote familiefeesten. Pasen, met eieren rapen, Sinterklaas met spannende verhalen, veel liedjes zingen en cadeaux, snoep; Pinksteren met de Pinksterbruid; Kerstmis met de nachtmis midden in de nacht; kermis met veel familiebezoek en veel lekker eten; processie rond kerkelijke feesten zoals de H. Odilia en de sacramentsprocessies. Het hele dorp trok dan uit, mooie kleren aan, muziek door fanfare en koor; de straten waren versierd en er werd vooral veel gebeden in koor. Mensen hadden heilige beelden, versierd met bloemen voor hun huizen staan; de straat was met gekleurd zand gestrooid. Heel mooi en vooral ook heel plechtig. Maar de grootste familiefeesten waren de communiefeesten van de kinderen op de eerste klas van de lagere school en de plechtige communie op de laatste klas. Alles werd uit de kast gehaald om het maar zo mooi mogelijk te maken. Communicantjes kregen prachtige kleren aan; meisjes waren kleine bruidjes; jongens hadden keurige pakken of matrozenpakjes aan. Het feest was vaak 2 dagen om iedereen van de familie te kunnen uitnodigen. We waren altijd met veel kinderen, neefjes en nichtjes en speelden met elkaar , vooral buiten, en aten de hele dag door lekker dingen zoals vlaai, taart, koudeschotel, ijs.
Feesten waren meestal kerkelijk geöriënteerd. Zo trokken we één keer per jaar –met het hele dorp- in processie naar de Basiliek in Sittard. We gingen te voet naar het station in Geleen; namen daar de trein naar Sittard en vervolgens weer te voet naar de basiliek . Voor ons was deze dag een feest: het korte ritje in trein. Ik voel nog de wind in de haren bij de openstaande raampjes van de trein. Na afloop van de mis werden we door onze opa getrakteerd op lekkere gebakjes in een lunchroom tegenover de kerk. Op diezelfde manier trokken we ook één keer per jaar te voet naar de kapel op de berg in Schinnen. Wat dat betreft had de kerk zijn mooie, feestelijke en charmante kanten. Het gaf je ook een groot saamhorigheidsgevoel en verbondenheid met elkaar als dorpsbewoners van Sweikhuizen.
Ook onze speelmogelijkheden waren heel simpel en tegelijkertijd ook heel divers, ook omdat we met zoveel kinderen waren en er ook dagelijks kinderen uit het dorp bij ons kwamen spelen. In de zomer was dat uiteraard veel buiten spelen: knikkeren (met knikkers van klei, de zg. uuve; later kwamen er glazen knikkers bij), landje veroveren, bokje springen, touwtje springen (vooral voor meisjes), verstoppertje, pot stoten, hinkelen en allerlei bal spelen. In het bos maakten we lange glijbanen of schommels van lianen takken; in de schuur gleden we van het hooi of strobalen. We maakten huisjes van houten veilingkisten. Ook mochten we mee op de paardenkar en later op de tractor.
Andere uitjes die ik me kan herinneren waren de jaarlijkse schoolreisjes. Met de hele school (1 bus vol) , inclusief meester, juf en pastoor gingen we een hele dag naar de Ardennen, de grotten van Rémourchamps en Spa, naar bedevaartsoord Banneux of naar het oorlogsmuseum in Overloon; met pastoor op woensdagmiddag naar Steiner bos (te voet). Op zondag gingen we met onze familie vaker door het veld wandelen, ook wel eens naar de speeltuin in Steinerbos; vaak gingen we naar Rolduc, toen Frans en Albert daar studeerden. Maar het meest gingen we naar oma in Douvergenhout op bezoek waar we de hele middag konden spelen met onze neefjes en nichtjes. In de zomervakantie gingen we ook over en weer bij elkaar op vakantie. Dat was een hele gezellige tijd voor ons allemaal.
De jongens uit het dorp –inclusief mijn broers- hielden vaak serieuze vechtwedstrijden bij het bos of in een weiland en dat ging er voor mijn gevoel vaak heftig aan toe. Ik vond dat af en toe best wel spannend.
In de winter deden we vaak kaarten en gezelschapsspelen, die we nu ook nog kennen zoals kaarten, monopoly, ganzeborden, halma, mikado, pim-pam-pet, mens erger je niet, dammen enz. ook hadden we een toverlantaarn waardoor we korte filmpjes konden kijken op het witte doek (d.w.z. witte muur). Het waren vooral korte sprookjes of avonturenfilmpjes zoals Repelsteeltje, De Rode Pimpernel. Ook konden we dankzij een kleine bibliotheek op school elke week nieuwe boeken mee naar huis nemen om te lezen. De meest ontroerende boeken die mij zijn bijgebleven waren De hut van Oom Tom, Remy, Alleen op de Wereld en Mariska, de circusprinses. Ook de boekenreeks van Prins Wipneus en Pim kon ik verslinden. Ook waren we geabonneerd op Okki en Taptoe. We hadden thuis ook een groot dik boek met mooie prenten, Het Oude Testament. De verhalen die daarin stonden vond ik ook erg mooi om te lezen. Ook hadden we voor die tijd best mooie grote atlassen (wereld /europees en landelijk). Toen ik wat groter was vroeg Zef , onze knecht, meestal op zondagmorgen om die te bekijken en wilde hij graag weten waar welke landen, steden op de kaart stonden.
Later, zo einde lagere school moesten we ook al wat meehelpen in huis of op de boerderij; groenten en bessen plukken en schoonmaken, appels rapen, aardappelen schillen, aan het huis verven.
Elk jaar was er de aardappeloogst in september. De kinderen van het dorp kwamen dan meehelpen aardappels rapen op het veld. Zij kregen daarvoor een zakcentje uitbetaald en s ‘avonds werd aan de lange keukentafel nog samen gegeten. We vertelden elkaar dan spannende verhalen.
In de zomervakantie (was altijd de hele maand Augustus) kwamen op de boerderij of op de Dreesj (een stuk ongecultiveerd weiland tussen ons huis en het bos) vaak groepen jongens of meisjes op zomerkamp. Zij zetten dan tenten op en maakten echte omheiningen en keukens om te kunnen slapen, eten en spelen. Wij mochten dan vaak meedoen en kregen na afloop als dank voor de logies hele lekkere snoep dingen. Met dit als voorbeeld maakten we zelf ook vaker een vuurtje en gingen we voor ons zelf buiten koken. We zochten dan naar braambessen in het bos. Het smaakte soms echt wel naar rook, maar dat gaf niet. Precies op 1 september gingen we weer naar school. Ook op zaterdagmorgen was er toen nog school. Verenigingen of clubjes waren er niet. Pas veel later kwam er voetbalclub en een drumband, uiteraard alleen voor jongens. Heel even was er een judo-club, ook voor meisjes, maar dat was maar van korte duur.
Opa en oma leefden in ons huis mee met het toch al grote gezin. Opa werkte mee buiten in het boerenleven. Oma hielp nog mee binnen in het huishoudelijk gebeuren. Zij schilde zij b.v. de aardappelen en deed de afwas. Zij was best wel bijgelovig. Er kwam geregeld een oud vrouwtje uit Nagelbeek bedelen. Zij kreeg altijd een aalmoes van mijn oma, bang als zij was dat haar anders iets ergs zou kunnen overkomen. Als oma naar de stad Geleen wilde, mocht (moest) ik vaak met haar mee om op haar te letten in het voor ons drukke verkeer daar. We gingen met de bus, die toen nog door Sweikhuizen reed. Ik vond dat echt een leuk uitje. Zij kocht bij Jamin voor thuis vaak dadels of vijgen, een echte lekkernij. Zij had ook een vriendin bovenaan in het dorp (tant Meels). Ik ging ook vaker mee op bezoek en hoorde daar de dorpsroddels. Ook bespraken zij de gezondheid van ons als kinderen. Tant Meels had zelf geen kinderen, maar wist er toch veel over te vertellen, b.v. waarom Albert zo mager was. Hij zou wormen hebben! Oma was dan echt beledigd. Opa ging altijd met de kermis naar zijn familie (fam. Peters op de Biesenhof). Ik mocht dan vaak mee en kreeg de opdracht om hem s ‘avonds weer veilig thuis te brengen. Het was er goed eten en vooral ook goed drinken (drupkes jenever). Er werd tot laat in de avond fanatiek gekaart met zijn broers. Zij rookten allemaal dikke sigaren. Het deed pijn aan je ogen, als je de kamer binnenkwam en het was grijs van de rook. Uiteindelijk (voor mijn gevoel middernacht) loodste ik hem weer naar huis, de berg op.
Zo had ieder kind zijn/haar taakjes en ik als oudste van de meisjes en serieus als ik was mocht al vaak van die volwassen dingen doen. Zo ging ik ook met de jongste Jeanne naar de dokter of met haar naar het Groene Kruisgebouw in Puth, naar het consultatiebureau. Ook heb ik vaak contant geld moeten brengen naar de Boerenleenbank in Puth. Het ging dan echt wel om honderden guldens. In Puth gingen we naar de kapper, brachten we de schoenen naar de schoenmaker, haalden we sigaren voor opa bij Renkens, gingen we naar het postkantoor. We deden alles te voet. Pas na de lagere school kregen we een eigen fiets.
En dan wordt het tijd voor een ander leven, buiten het dorp. Toen ik elf jaar was kwam de vraag naar welke school ik zou gaan na de grote (basis) school. Ik kon goed leren, maar had geen benul van de mogelijkheden buiten ons dorp. Dit werd toch min of meer bepaald door de hoofdmeester en je ouders. Voor de jongens kwam daarbij nog de persoon van de pastoor. Die probeerde de jongens die goed konden leren te verleiden tot een opleiding voor priester. Hij begon daarmee door ze zo jong mogelijk misdienaar te laten worden in de kerk. Meisjes kwamen daar niet voor in aanmerking. Het hoogst haalbare voor een meisje was Huishoudschool of Mulo-onderwijs. Sommige jongens werden misdienaar en gingen daarna naar Rolduc, een jongensinternaat voor priesterstudenten. Zo ook Frans en Albert. Joof en Louis waren voorbestemd om boer te worden. En daarna kwam ik aan de beurt. Ik kon goed leren en mijn vader dacht dat het voor mij het beste was om ook op kostschool te gaan, zodat ik daar rustig kon studeren. Thuis was het immers altijd druk. Zonder daar heel bewust over na te denken ben ik daar positief ingestapt. Ik moest als 11-jarige toelatingsexamen doen op een hele vreemde school in een hele vreemde omgeving. Ik slaagde voor dat examen. Ik moest een uniform (alles donkerblauw) laten maken. Dat werd door de naaister in het dorp allemaal gemaakt. Er werden naamplaatjes besteld bij Schunck in Geleen, die in alle kleren genaaid moesten worden.
Dit werd een hele nieuwe, spannende periode in mijn leven.
Ik ging dus als net 12 jarige naar een hele nieuwe omgeving; naar een nieuwe middelbare school voor alleen meisjes en daarnaast ook nog naar een kostschool. Het internaat werd gerund door alleen nonnen. Je had er twee rangordes: de mères en de soeurs. De mères waren van de hogere orde. Zij gaven allemaal les op school. De soeurs waren van de lagere orde. Zij deden het huishoudelijk werk en maakten het eten klaar. Meestal waren zij veel toegankelijker en liever in de omgang. De orde behoorde tot de groep van Ursulinen. Hun stichteres was de Heilige Ursula. Het was een deftige orde en zij waren vooral werkzaam in het onderwijs. De meisjes die op hun kostschool gingen waren van de wat hogere en rijkere milieus. Alles stond in het teken van religie, opleiding, beschaving, netheid en ordelijkheid. We sliepen allemaal in een eigen chambrette ( kleine houten slaapkamer) die opging in een grote zaal. Er was een strikt regime van opstaan, kerkgang, ontbijt, school, diner, school, vrije tijd, studie, avondeten, vrije tijd. We hadden een grote eetzaal (de refter) , een grote recreatiezaal waar ieder haar eigen kastje had voor persoonlijke spullen en een grote studiezaal met voor ieder een houten bureau, alles keurig op rij naast en achter elkaar geplaatst.
Alles was gereglementeerd; iedere dag opnieuw. In de vrije tijd was er wel plek voor mooie dingen als lezen, tekenen, muziek, dans en toneel. Dat waren echt zaken die voor mij nieuw en heel mooi waren. Waar ik niet goed aan kon wennen was dat je nooit zo maar naar buiten kon, naar de natuur in of naar de stad. Het klooster/internaat lag midden in de stad. Ik had daar soms echt heimwee naar. We mochten één keer per maand naar huis van zaterdagmiddag tot zondagavond. De andere weekends bleven we in het internaat, hadden we meer vrije tijd; mochten meer lezen, knutselen, schilderen, muziek maken en brieven schrijven. Alle brieven, ook aan je ouders werden door een zuster gecontroleerd alsook de inkomende post. We gingen in het weekend ook wel vaker wandelen in de Kolleberg met één zuster voor aan de rij en één aan de achterkant. We liepen dan netjes in het donkerblauwe uniform. Verder hadden we heel gezellig met elkaar als meisjes onderling. Ik heb daar Marie-Louise leren kennen. Zij zat naast mij in de studie zaal. Het leren en de studie voor huiswerk was zo ingebet in het dagelijkse leven dat het geen probleem was en je gemakkelijk je huiswerk kon maken. Ik kon er piano leren spelen, balletles nemen, meedoen aan toneeluitvoeringen enz. Het was voor mij een hele andere leefomgeving en zo vastgelegd in intern verblijf dat ik na een jaar of wat besloot om extern verder de school af te maken. Ik had een goede ervaring opgedaan en mijn ouders hadden er wel vertrouwen in dat het leren thuis ook wel zou gaan. Dus daarna ging ik elke dag op en neer op de fiets van Sweikhuizen naar Sittard, ongeveer een uur heen en een uur terug. Ik kreeg daarvoor wel een mooie nieuwe fiets, een Gazelle uit de fietsenwinkel van Renkens in Puth.
Voor mij was de middelbare school (Serviam Lyceum heette zij) een openbaring. Ik was niet gewend aan zo'n grote school met zoveel klassen, meisjes en vooral ook veel leraren. In het begin was ik altijd bang te verdwalen en in het verkeerde lokaal terecht te komen. Toch kon ik mijn draai wel snel vinden. Ik maakte vriendschappen; we deden ook leuke dingen zoals muziek en gym; er waren hele leuke leraren en ook minder leuke, maar met de meesten kon ik goed opschieten. Het leren ging goed en na de eerste brugklas kon ik daarom naar het gymnasium. Ik vond Grieks en Latijn naast de andere vakken best interessant; we kregen ook filosofie. Dat sprak me wel aan. Nu er op terug ziende denk ik dat er wel wat veel tijd en vooral energie ging zitten in de klassieken . We hadden er leuke leraren voor, dus dat hield het levendig. Toch was de zware inhoud vaak niet echt besteed aan ons als pubermeisjes van 15/16 jaar. Serviam was een middelbare school van een kleine duizend leerlingen (gymnasium en m.m.s.) en voor die tijd een grote school. Het was ook een rijke school met een heleboel moderne snufjes zoals een intercom, uitgebreide praktikum lokalen voor natuur-en scheikunde, een echte moderne mensa (eetzaal), een prachtige aula en hele mooie lichte klaslokalen. De school was gesticht en eigendom van de Zusters Ursulinen (een rijke orde). Toen ik er op kwam, was de school pas net 1 jaar nieuw en in gebruik. De gymnasium klassen waren niet groot; dus iedereen en ook de leraren kenden elkaar best goed. Ik heb er altijd een goede sfeer gevonden. Discussie over allerlei thema's was best wel mogelijk. De meeste leraren hadden een bijnaam en werden ook zo genoemd. We hadden ook een hele grote gymzaal waar op een gegeven moment ook de eerste echte grote trampoline werd gedemonstreerd en uiteraard uitgeprobeerd.
De school had zoals met alles in het leven toen ook een zeer sterke religieuze inslag. Elke maandagmorgen kwamen we met alle leerlingen bij elkaar in de aula en gaf de rector (directeur)een ochtendwijding, een toespraak met een meditatieve gedachte voor de komende week. Pas daarna begonnen de lessen. Ook hadden we een eigen school-lijflied dat bol stond van een oproep tot goed gemotiveerd en vooral ook dienstbaar gedrag. SERVIAM betekent immers: ik zal dienen. We hadden filosofie lessen, moesten godsdienstexamen doen en minstens een voldoende halen. Anders kon je niet deelnemen aan het echte eindexamen. We hadden retraites in een ander internaat (soort bezinningsweek); we maakten lange wandeltochten met meditatie (Pax Christi). Al met al werd je gevormd tot een goed, degelijk katholiek jong meisje.
Hoogtepunten waren de jaarlijkse toneeluitvoeringen (meestal klassieke stukken) en de jaarlijkse interlyceale sportdagen met een een zevental andere meisjeslycea in het land. We zijn ook een keer met een voor onze school speciaal ingehuurde trein van Sittard naar Amsterdam naar een voorstelling in Carré gegaan. Voor de zusters was het erg belangrijk dat hun meisjes een goede culturele ontwikkeling meekregen.
Op de middelbare school trok ik -naast het klassikale gebeuren- veel op met een 3 tal andere meisjes. We wachten op elkaar in Geleen en fietsten samen naar school in Sittard en ook weer samen naar huis. Onderweg gebeurde natuurlijk ook van alles. Ook maakten we vaak alvast bij een van de meisjes samen een moeilijke Latijnvertaling, die we als huiswerk op hadden gekregen. Intussen dronken we thee en aten veel speculaasjes. In de vakantie vonden zij het leuk om bij ons op de boerderij te komen. We zijn ook met zijn allen een weekje naar de Ardennen gegaan (op de fiets) in een vakantiewoning. Zo fietsten we ook met onze leraar Grieks naar Tongeren om Ambiorix te bewonderen. Jammer genoeg viel het groepje wat uit elkaar in de jaren daarna, omdat de een na de ander bleef zitten, we niet meer bij elkaar in de klas zaten en andere schooltijden kregen. Na schooltijd was het voor mij moeilijk om nog weer aan avondactiviteiten deel te nemen. Er was niet veel te doen, je woonde ver weg en je had best veel huiswerk. Het eindexamen gymnasium in 1965 was zwaar. Er waren veel klasgenoten met herexamens. Wij (8 meisjes) uit onze klas maakten die dag een (bedevaart)voettocht van Sittard naar Wittem met de bede dat onze klasgenoten alsnog zouden slagen. En onze tocht werd beloond. Bijna iedereen slaagde. Het was tegelijk een mooie afsluiting van ons klassejaar. Eindexamenfuiven bestonden toen nog niet. We werden wel op een wagen door Sittard rond gereden en thuis werd op een bescheiden manier feest gevierd met natuurlijk ook hoog bezoek van de pastoor, tot hilariteit van mijn oude fiets-klasgenoten.
Na zes jaar gymnasium was ik blij dat deze schooltijd er op zat, deed ik eindexamen en kon ik beginnen aan een nieuwe levensfase: student zijn aan de Sociale Academie.
In de zomervakantie na het eindexamen gingen we met 5 meiden op de fiets een tocht maken door Nederland, trokken we van jeugdherberg naar jeugdherberg. Het was een hele mooie zomer, we fietsten tot aan de zee en tot aan Amsterdam, een paar weken lang. Het was voor mij een heerlijke tijd, waar ik met veel plezier op terug kijk. Voor mij was dit een kennismaking met “het Hollandse”deel van Nederland. Het was ook de eerste keer dat ik de zee echt zag. Ik vond dat toen heel overweldigend en ontroerend. Ook een paar weken optrekken met een aantal meiden was geweldig.
En daarna kwam de Sociale Academie in Sittard als de mooiste leertijd uit mijn leven. Ik kreeg vakken als psychologie, sociologie, rechten, filosofie, vak-methodische vakken voor het maatschappelijk werk , bedrijfskunde, cultuurwetenschappen enz. Ik voelde me daar echt in thuis, was geïnteresseerd in het omgaan met mensen, volwassen, kinderen en ouderen. Het was een opleiding met een aantal basistheoriën, maar vooral ook met veel praktijkervaring. Ik ging kinder-en jeugdclubs draaien, liep stage in buurtcentra rond volkswijken, deed ouderenzorg enz. In de periode 1965-1969 werden de maatschappij ontwikkelingen veel vrijer en geëmancipeerder. Juist voor ons als studenten op een Sociale Academie (de rode school)was dit een goede voedingsbodem om je zelf verder te ontwikkelen. De maatschappelijk werker als beroepsbeoefenaar stond destijds in hoog aanzien en kreeg veel mogelijkheden binnen de samenleving. Er was in die opleiding veel meer aandacht voor persoonlijke ontwikkeling dan in mijn middelbare schooltijd. Ik vond het een heerlijke tijd. Ook ontdekte ik dat er wel heel veel andere samenlevingsvormen waren dan die ik gewend was ( het traditionele, dorpse, welgestelde boerengezin). Natuurlijk botste je ook met de problematische kant van de samenleving. Maar ik had er zin om me daarin te verdiepen en slaagde binnen 4 jaar met vlag en wimpel voor de Sociale Academie. En natuurlijk had ik ook meteen daarna een baan; een jaar later zelfs een eigen auto, een volkswagen Kever. Het volwassen leven tegemoet.
Het studentenleven was in die tijd in Sittard nog bescheiden. Toch hadden we een eigen studentencafé, gingen we naar danszalen en vierden we Carnaval. We regelden ook met een aantal meiden zomervakanties in Holland, Parijs, Gardameer. En natuurlijk elk jaar in de zomer wel een vakantie met kinderen of jongeren op kamp. Als leiding had je dan de verantwoordelijkheid van zo’n weekkamp en de baas van het wijkcentrum kwam midden in de week op bezoek om te kijken of het wel allemaal lukte. Ik woonde nog gewoon thuis en hielp mee in het grote huishouden. Mijn eerste stage-jaar en later mijn eerste baan wilde ik wel beslist op kamers en dat is gelukt in Venlo en in Weert.
Al met al een mooie tijd om op terug te kijken.
Op 6 juni 1944 begon de invasie van de Geallieerden in Normandië. Die dag wordt sindsdien D-day genoemd. Op 14 september werd Maastricht bevrijd.
Op 15, 16 en 17 september kozen sommige Duitse soldaten hun terugtocht via Sweikhuizen. Maar een van de oversten besloot om de vijand bij de kerk tot staan te brengen; daarom liet hij aan beide kanten van het godshuis versperringen aanbrengen van karren, planken, takken en zelfs kachelpijpen! Toen zijn soldaten daarmee bezig waren, zei de officier tot pastoor Thissen: "Herr Pfarrer, der Krieg soll Ihnen eine neue Kirche bauen." Die Duitser veronderstelde klaarblijkelijk, dat de Amerikanen met hun tanks op die versperringen zouden schieten en dat daarbij de kerk zou worden vernield.
Toen ik ter wereld kwam, op 14 januari 1945, was het front niet ver weg. De sneeuw lag een meter hoog. Onder de soldaten van het geallieerde leger waren Schotten, die het erf van Stammenhof opkwamen en op hun doedelzakken speelden. Een prachtig welkom, vind je niet? Dat was de wereld van de volwassenen, die er toen bij waren. Ik had daar als kind niks over te zeggen, behalve dan door mijn wil om er te zijn, waardoor de oorlog even onderbroken werd.
Ik werd Albert genoemd naar mijn peetoom Albert, een broer van mijn moeder. Het eerste kind was naar mijn in 1916 verongelukte grootvader, Josef, genoemd. Het tweede kind heette Frans naar de tweede man van mijn oma, Frans Peters. Mijn oma was in 1929 met hem hertrouwd.
Het was logisch dat ik als derde kind mijn naam kreeg van de kant van de familie van mijn moeder. Toch is er sprake van geweest, dat ik naar mijn peettante Lies de enige zus van mijn vader zou worden genoemd. Als dat was gebeurd, had ik waarschijnlijk Henri, naar haar tweede naam Henriëtte, geheten.
Tante Lies, meestal kortweg "tante" genoemd (dus als we het over "tante" hadden, wisten we precies welke tante we bedoelden), was niet aanwezig bij mijn geboorte. Zij woonde in Weert, dat toen nog bezet gebied was [onjuist].
Op 30 januari 1946 werd Louis geboren. Hij is genoemd naar oom Louis, een broer van mijn oma.
Louis Petri
Ik herinner me vaag het overlijden van oom Louis, die ook op Stammenhof woonde . Hij overleed op 14 october 1948. Volgens het bidprentje was het "een onverwacht sterven, dat een zalig afsterven werd! Hoewel plotseling gestorven, toch tevreden en zalig gestorven, want het laatste woord tot de priester was: Ik zou niet weten, wat ik U nog moest zeggen".
Door het overlijden van oom Louis kwam er ineens een kamer vrij. Dit werd de jongenskamer. Er stonden twee bedden in. In een daarvan, naast het raam, sliepen Josef en Frans, en in het andere, tegenover de wastafel met spiegel, Louis en ik. Later kwam er nog een bed bij voor Harry, het zevende kind.
Het vijfde en zesde kind waren twee meisjes, Leonie en José. Na Harry volgden nog drie meisjes, Mariet, Gérardine en Jeanne.
Op 5 maart 1961 is oma overleden. De prefect van Rolduc kwam het me vertellen.
Ze was opgebaard in de logeerkamer("de kamer van tante").
Heden overleed ln het Ziekenhuis te Sittard, gesterkt door de sacramenten
der zieken, in de ouderdom van 82-jaar
de weled. heer
Franciscus Hubertus Peters weduwnaar van Maria Josepha Petri
Ere-kerkmeester van de parochie Sweikhuizen, begiftigd met het Ere-kruis „Pro ecclesia et pontifice”.
De dankbare maar bedroefde familie:
Boxtel: Mevr. M. E. van Heugten-Riga
Sweikhuizen: Th. G. Riga
M. H. Riga-Jeurlssen en kinderen
Familie Peters
Familie Petri
FamiUe Riga
Sweikhuizen, 27 februari 1970.
De plechtige eucharistieviering, gevolgd door de begrafenis, zal plaats hebben op dinsdag 3 maart a.s. om 11.00 uur in de parochiekerk van de H. H. Dionysius en Odilia te Sweikhuizen.
Bijeenkomst aan het rouwhuis Stammenhof Sweikhuizen om 10.30 uur, alwaar gelegenheid tot condoleren vanaf 10.00 uur.
Vanwege de parochie vieren wij op maandagavond de gezamenlijke eucharistieviering om 7 uur.
Carina Riga *1976
Christian Riga *1978
JOSEF RIGA & EMILY BISNAR
Leilani Riga *1977
Arnold Riga *1981
Alvin Riga *1982
FRANS RIGA & MARLIES MEELS
Erwin Riga *25-11-1970 Breda
Sander Riga *18-10-1971 Breda
Loek Riga *16-10-1975 Munstergeleen
ALBERT RIGA & MIEP VAN DUIN
Getrouwd op 5-12-1969 te Amsterdam
Kinderen:
Joris Riga *11-6-1971 Amsterdam
Thomas Riga *14-4-1973 Sittard
Caspar Riga *16-8-1975 Sittard
ALBERT RIGA & LENY KAMPERT
Getrouwd op 15-7-1992 te Heerlen
LEONIE RIGA & PIERRE MUIJTJENS
Myriam Muijtjens *23-5-1973
Stefan Muijtjens *18-12-1974
Judith Muijtjens *13-06-1976
JOSÉ RIGA & JAN COBBEN
Erik Cobben *1978
Renee Cobben * 1981
Anne Cobben * 1983
Ingrid Cobben *1984
HARRY RIGA & MARY HERBERIGS
Roland Riga *1980
Lara Riga *1987
MARIET RIGA & ROEL WARNIK
Maritza Warnik *1997
DINI RIGA & MICHALIS STERGALAS
Kiki Riga *1986
DINI RIGA & RENS WORMS
Sjir Worms *1989
JEANNE RIGA & HENK LUTGENS
Maurice Lutgens *1986
Natascha Lutgens *1989
Lovely Lutgens *1993
Ruben Riga *2008
Emmie Riga *2010
CARINA RIGA & TWAN REINTJES
Getrouwd 12-10-2012 Gennep
Aniek Reintjes *15-8-2013 Gennep
Kas Reintjes *25-05-2015 Gennep
ALVIN RIGA & MARLIES
Imke
Lisan
Rikst
ARNOLD RIGA & KRIS
Ronja Riga *3-11-2012 Schinnen
Denna Riga *15-12-2015 Schinnen
ERWIN RIGA & KARLIJN HENDRIKS
Juul Riga *21-07-2005 Sittard
Tijn Riga *07-02-2007 Sittard
Daan Riga *07-02-2007 Sittard
Imme Riga *27-10-2010 Sittard
SANDER RIGA & SONJA LUXENBURG
Mischa Riga *11-08-2004 Goes
Joep Riga *25-01-2006 's Heerenhoek
Rik Riga *24-09-2008 Goes
LOEK RIGA & KELLY LEERS
Finn Siem Riga * 13-5-2018
Liam Jim Riga * 11-4-2020
JORIS RIGA & AGNES VERWEIJ
Rachelle Verweij *1-2-2001 Arnhem
Tyronne Verweij *1-2-2001 Arnhem
THOMAS RIGA & BARBARA ZOPPOLATO
Getrouwd 18-9-2004 Genova
Gabriele Riga *6-1-2005 Genova
Mattia Riga *23-11-2011 Milano
CASPAR RIGA
MYRIAM MUIJTJENS & TOM RIJKS
Myriam Muijtjens , *23-05-1973 is in 2004
gehuwd met Tom Rijks, *25-01-1974.
Hun kinderen zijn:
Nova Rijks *20-10-2005
Bo Rijks *25-04-2008
Ze wonen in Utrecht.
STEFAN MUIJTJENS & ELS SLENTER
Stefan Muijtjens, *18-12-1974 is in 2006
gehuwd met Els Slenter, *05-04-1975.
Hun kinderen zijn:
Marne Muijtjens *15-12-2006
Senna Muijtjens *03-07-2008
Jare Muijtjens, *15-05-2010
Vere Muijtjens *08-07-2011
Ze wonen in Kanne-Riemst, België
JUDITH MUIJTJENS & WARD VERSPAANDONK
Judith Muijtjens, *13-06-1976 woont sinds 2002 samen
met Ward Verspaandonk, *14-01-1977.
Hun kinderen zijn:
Sarah Verspaandonk *11-05-2009
Casper Verspaandonk *27-12-2010.
Zij wonen in Eindhoven.
ANNE COBBEN & DANIEL BERTANI LOPES DA COSTA
Sara Bertani Lopes da Costa * 29-06-2017
Matteo Bertani Lopes da Costa * 29-07-2019
Ze wonen in Weesp.
IN MEMORIAM
Dankbaar dat hij niet verder hoeft te lijden, maar verdrietig om het verlies, geven wij u kennis dat is overleden mijn man, onze pa en trotse opa.
Maria Jozef Johannes (Jo) Riga, * 24 augustua 1942 Sweikhuizen, ✝︎ 20 september 2019 Heerlen.
Emily Riga-Bisnar, Leilani✝︎, Arnold en Kris, Ronja, Denna, Alvin en Marlies, Imke, Lisan, Rikst.
Necrologie, uitgesproken door Leonie Riga op 26 september 2019 in de kerk van Sweikhuizen.
Wij zijn hier vandaag bijeen om afscheid te nemen van Jozef, Jo ofwel Joof Riga.
Ik wil hier mijn persoonlijk verhaal over Joof vertellen, want zo noemden wij hem in onze familie. Joof werd geboren op 24 augustus 1942 als eerste zoon van Bertine Jeurissen en Wiel Riga op de grote boerderij van Stammenhof.
Hij had daarmee al meteen een primeur. Hij was een jongen, een stamhouder. Een hele generatie lang gekoesterde wens in de familie. Hij was daarmee ook meteen de lieveling van onze opa en oma die samen met onze familie op de boerderij woonden. Hij was voorbestemd om later boer te worden.
Hij kreeg als 12 jarige als eerste een mooie nieuwe fiets met een spiegel erop, die hij heel trots in de grote woonkeuken demonstreerde. Hij ging op die fiets naar de landbouwschool en als hij weer thuis kwam, mocht hij limonade uit de kelder halen. Zodoende was hij voor ons jongere broers en zussen de baas van de limonade.
Toch bleef hij altijd die bescheiden, wat stille en vooral ook wat verlegen jongen.
Ik weet nog goed dat hij eindexamen deed op de middelbare landbouwschool in Valkenburg en dat ik met hem mee mocht als grote zus naar zijn galafeest op die school. Het was in Kasteel Oost en ik voelde me net een prinses.
Ook nam hij me eens een hele dag mee naar een boerenfamilie in de Gelderse Achterhoek, waar hij stage had gelopen. De rit naar huis in de trein duurde eindeloos. We kwamen pas tegen middernacht thuis, maar we hadden een hele mooie dag gehad.
Joof bleef voor mij de grote broer die de band van jouw fiets plakte, als die weer eens lek was en die je 's avonds laat kwam ophalen met de auto als je in de donkerte nog naar huis moest. Want hij kon al heel snel auto rijden.
Maar hij kon je ook goed plagen, zoals aan je vlechten trekken en hij zei dan dat ze daardoor harder zouden groeien.
Voor mijn gevoel veranderde het leven van Joof toen hij in militaire dienst ging. Hij was maanden van huis. Wij gingen hem ophalen bij het station in Spaubeek. Voor mij zag hij er uit als een reus in zijn militair uniform en met zijn grote schoenen. Het leek ook alsof hij een andere taal sprak.
Na zijn militaire diensttijd lonkte de wijde wereld en bleek hij een bredere belangstelling te hebben dan alleen de boerderij op Stammenhof. Hij wilde ontwikkelingswerker worden. De wijde wereld in en iets voor andere mensen betekenen. Hij kreeg contact met het Centrum Ontwikkeling der Volken in Cadier en Keer en onder de bezielende leiding van pater van Lieshout vertrok hij naar de Philipijnen. Hij ging daar werken voor en met de arme boeren. Het was in de tijd van dictator Marcos.
En op de Philipijnen leerde hij de liefde van zijn leven kennen: Emily Bisnar.
Na een aantal jaren met hart en ziel gewerkt te hebben moest hij noodgedwongen vluchten voor Marcos en kwam hij een paar dagen voor ons trouwen (september 1971) heel onverwacht via Rome weer thuis. Het enige wat hij bij zich had waren de kleren die hij aan had. Hij had alles aan de mensen in de Philipijnen weggegeven. Dat tekende hem ten volle. Hij kon alles missen voor een ander.
En de liefde tussen Emily en Joof hield stand. Enige jaren later kon hij zijn bruid op Schiphol afhalen en deed Emily koud en nat geregend haar entree in onze familie. Zij gingen bij pap en mam op Stammenhof wonen. Joof had intussen een baan bij de gemeente Maasbracht in de Groenvoorziening en Emily leerde vooral van pap onze vreemde taal en gewoontes.
Zij trouwden een jaar later met een groot feest, verbouwden op Stammen hun eigen woning en kregen drie kinderen, Leilani, Arnold en Alvin, en zij voelden zich helemaal thuis in Sweikhuizen waar de kinderen ook naar school gingen. Je zou zeggen voor jaren lang geborgen. Maar niets is minder waar.
Joof kreeg opnieuw het verlangen de wijde wereld in te trekken. Dit keer werd het Mali in Afrika. In Amsterdam en Parijs werd in een aantal maanden de Franse taal en de cultuur van Mali geleerd. En de kinderen werden zolang bij ons in Spaubeek onder gebracht.
Samen met zijn hele gezin vertrok hij in 1988 naar dat verre, zeer arme land om daar weer met boeren het land vruchtbaarder te gaan maken; door het schaarse regenwater te gaan opvangen met het aanleggen van waterbuffers en dijken. Ook hier bleek hij een stugge volhouder te zijn, wist hij mensen van het land voor zich te winnen en te motiveren om samen aan de slag te gaan.
Toen de jongens de middelbare schoolleeftijd bereikt hadden kwam het gezin weer naar Nederland en nu in Spaubeek wonen. Het was heel erg wennen voor Joof , maar uiteindelijk vond hij weer zijn draai, kreeg hij een baan bij de firma van Laar als ontwerper/voorman van tuinaanleg. Steeds weer opnieuw gemotiveerd om aan de slag te gaan met grond, tuin, planten, bomen en natuur. Ook toen hij 65 jaar werd en met pensioen ging bleef hij nog tuinonderhoud doen en ging hij ook bij Stefan in De Tuin van Sint Pieter werken.
Enige jaren later werd hij, eerst nog wat vaag, maar later hoe langer hoe meer duidelijk, ziek en bleek hij een steeds verdergaand proces van Parkinson en Dementie te hebben.
Zijn boosheid en strijd hiertegen was in de eerste jaren fel en vaak niet te hanteren. Hij moest ook zoveel los laten; zijn werk, zijn auto, Emily en de kinderen. Later werd dit een soort van machteloze overgave. Zijn enige dochter Leilani overleed plotseling 5 jaar geleden. Ook dit heeft hem zeer aangegrepen, maar hij kon het al niet meer goed verwoorden.
Uiteindelijk moest hij nu ruim 4 jaar geleden opgenomen worden in Huize Bergweide, waar hij met veel liefde en zorg omringd werd. Toen hij daar met de ambulance binnen gebracht werd, mompelde hij: de strijd is gestreden.
Joof, dat is inderdaad zo: jouw strijd is voorbij. Jij mag nu rusten voor goed. Dank je wel voor je eenvoud, vriendelijkheid en goedhartigheid.
Joof, het ga je goed.
Met groot verdriet, maar ook vervuld van ontelbare herinneringen, delen wij u mee dat wij afscheid hebben moeten nemen van mijn geliefde en mijn vader Roel Warnik.
✴︎Rotterdam, 18 juni 1950
✝︎ Rotterdam, 9 september 2020
Geliefde van Mariet Riga
Maritza Warnik
Roel is aanwezig, ik dacht in ’72, bij het trouwen van Jozef en Emily, jongensachtig, met lange haren en een scherpe blik, sindsdien in uiterlijk nauwelijks veranderd.
Die scherpe blik toont hij ook op een foto van een schaakpartij genomen op dinsdag 25 maart 2020, speelavond in De Nieuwe Nachtegaal.
De langste partij van die avond wordt gespeeld tussen Roel Warnik en Bram Steijn. Dit is een mooi gevecht met Roel die de betere stelling heeft en Bram, die moet verdedigen. De partij eindigt in remise. De strijd is zo intens dat de klok spontaan stopt met lopen en vervangen moet worden.
Roel wordt in de schaakwereld gezien als een gevaarlijke speler, waar je rekening mee dient te houden.
En dan komt die dag van afscheid.
Mariet schrijft: Ik ben eigenlijk de hele dag bij Roel.
Hij ligt nu in een hospice. Roel heeft aangegeven dat hij niet verder behandeld wil worden. Zijn wens is gehonoreerd en hij ligt daarom in het hospice. In het hospice hebben ze de deskundigheid om hem in zijn overlijdingsproces te begeleiden.
Vanaf vandaag is het verstervingproces in gang gezet. Hij krijgt geen eten en drinken meer en wordt met pijnstillers (paracetemol en morfine) zoveel mogelijk pijnloos gehouden.
Hij is er relatief rustig onder, maar heeft toch wel wat pijn. Pijn is wel draagbaar en als hij het niet meer uithoudt krijgt hij pijnstillers.
Het is een zwaar proces . Zeker omdat Roel precies weet wat er gaande is. Maar hij staat er wel nog steeds achter. Zo doorleven is voor hem geen optie.
Het zal nog wel een paar dagen of misschien nog langer duren. Relatief gezien ziet hij er nog goed uit, maar het kan ook ineens heel snel gaan
Op 9 september rond half drie is Roel overleden.
Hij is een zachte dood gestorven.
Hij is 70 jaar geworden. Je geeft hem die leeftijd niet.
Voor mij is hij een held. Iemand die op het moment dat daar een goeie reden voor is zijn einde zelf kiest. Dapper, moedig.
Een voorbeeld voor iedereen.
Een hele eer om zijn geliefde genoemd te worden.