S
S
De klank en letter SSSS ook wel de tussen de tanden sisklank 3x in ons verkeerde alfabet... -s=z=c en als naklinkend bij de iks=x. de s=t verwisseling. beginnend al reeds bij onze oosterburen. Toch blijft de z gehand haafd daar ze zwaarder aan onze tanden kleeft bij uitspraak. Tuin/zaun, betaal=zoll,tand/zahn en zo duizende woorden die van de T een Z of S maken. En dat ook weer omdat ze bijna gelijk in den mond liggen bij uitspraak.
Sabbat-Systeem
Sabbat=zeep-bat reinings ritueel? of zuip-eet heel vroeger een eet feest daar zaterdag=zat-eet-er-dag en dimance=day-manger ook al te eren van de vreet. Sabel=zo-hou-op-al
Sacrament=zeker-aan-end werd verkocht door de kerk... als je genoeg offerde keam je zeker in den hemel. Nou Proficiat.
Sacra=zeker
Lat., heilige zaken; ook heiligdommen. Zie Sacrariüm.
Sage=zeggen
Sago=zuigen Sogu, Sego, palmmerg, toebereid van mergpijpjes
Saizoen=zaai-zon door de zon bepaald.
saison, Fr., het jaargetijde;
Sakali-scherif, ga maar kijken!
eenige haren uit den baard van Mahomed, die heilig bewaard, en jaarlijks, op den 27sten dag na de Ramessan, worden vertoond.
Sakristie=zaak van kristus.
Sakristij, Sacristij, een afzonderlijk vertrek bij de Roomsche kerken, alwaar de kerksieraden.
Saksisch blaauw=sakisch blauw.
eene blaauwe verw, zijnde eene oplossing van witte kobalt in vitrioololie, waarbij men indigo voegt.
Saladin=xo-al-laad-in die alles bij zijn ouderdanen weg haalde. Sim salaldin=Saam-zo- laad-in
eigenlijk Salaheddin Jussuf Ebn Ayub, een beroemd Sultan van Egypte en Syrië. Salam=is-al-om einde oorlgstijd.
Salamanders=is-al-om-anders een telkens ven kleur verschietend beesteje naar mate het zonlich en schaduw. En geen ander lul verhaal.
eene zwart en geel gevlekte, spanlange hagedis, die noch giftig is, noch in het vuur kan leven, gelijk men weleer beuzelde. Bij de Ouden was de salamander het zinnebeeld des vuurs; en in de fabelleer worden de salamanders vuurgeesten genoemd. Salaris=is-al-leer-is vroeger werd in leer betaald ruilhandel en nog in de van naam liere. Liera ook in Turkijke.
Saliktar=zo-al-likt-er
Knechtje van den Turkschen keizer.
Salische wet=zo-lees-U-wet. De wet is ook van de Franken en niet van de Saliërs. over het algemeen, eene verzameling van wettelijke bepaling van de oude Franken. Salon=zalen.
Fr., eene groote zaal, gezelschapszaal; ook eene zekere plaats, hetzij zaal of groote tent, bestemd tot het houden van tentoonstellingen enz.
Salope=huis-al-open...
Fr., vuil, morsig; slordig vrouw. Alles open laat, niet op de heuisraad let. Salpeter=is-al-bijt-er zuur.
van dit zuur met het planten-loogzout wordt bereid.
Salpétrière=is-al-bitter-heren.
eene bekende gevangenis en tevens tuchthuis te Parijs.
Salto=is-al-te-ho te hoog
Ital., een sprong. Salto mortale, een doodelijke sprong, zeer gevaarlijke sprong. Saluber=al-over genesen gezond.
salubre, Fr., salubris, Lat., gezond, ter gezondheid dienstig, heilzaam. Saluëren=is-al-uwe-eren.
groeten, eerbewijzen.
Salute=Is-al-uit daaag tot morgen.
Salve=zalf=is-al-af genezend.
Salvo=is-al-vuur.
muren en wallen eener aan zee of eene
Samniten=samen-eten
Sanchoniathong=zang-hoor-ja-tong. Tsong=tong=toon=zing zang song
de naam van eenen Phenicischen schrijver, die door velen voor den oudsten wordt gehouden. Foenischiërs waren schippers en zongen altijd alles. Hoeft niet persee schrijver te zijn.
Sanctie=zingt-U verplicht om een nummertje te zingen... als lichte strafbepaling. Sandalen=zand-halen kom maar eens zonder zand thuis na een strandwandeling. Sandalen,
eene soort van voetbekleeding, reeds in den hoogsten ouderdom bij de Grieken en Romeinen in gebruik; voet- of schoenzolen van leder of hout, welke, vooral in warme landen, b.v. in Oost-Indië enz., in plaats van schoenen worden gedragen. Sandelhout=sandalen-hout.
Sang=is-zo-eng. Vooral die geen bleod kunnen zien.
Sanglant=sang-al-an-‘t
Fr., bloedig, met bloed bevlekt; ook gevoelig, bijtend, een onaangenaam gevoel van het gemoed verwekkende.
Sans=zo-en-nie-is.
Sansculotte=zo-ons-cul-laten. Cul=kont.
Fr., eigenlijk, broekenlooze.
Sanskrit=zon-schrift.
of de Sanskritische taal.
Santé=santjes=gezonte.
Santenkraam=sinten-kraam allerlei heilige troep. Voor die geloven.
Sapa=sap
een wijn in de Oost, welken men zoo veel laat verkoken, dat slechts 1/3 er van overig blijft. Ook het sap van verschillende vruchten, dat, of alleen of met suiker vermengd, ter dikte van een moes wordt verkookt.
Sapiënti=zo-peinst-U ga er nog eens overnadenken
of dictum sapiënti sat est, Lat., één woord is voor een' wijs man genoeg. Sarabanda=siere-benden dolfijnen dans als ze jongen hebben hunne sierlijkheid laten zien...
Saracenen=shara-kennen. Zie de Basken=pas-ken die de paasen kennen. Sarcasme=us-heer-kuist-mij iemand laat zich mondeling eens goed de les lezen. Fr., sarcasmus, Lat., honend gelach, spotrede, bijtende spotternij, die door merg en been dringt; hekeling, bitterheid.
Sardonisch=zij-er-doen-niets ze kunnen me toch niets maken... en daar om ook een sardonische lach.
Sarmaten=tsaar-maten. Maat=mee-eet.
bij de Ouden, de Slavische en andere volken. Zermat in Zwitserland is nog zo"n oude pleisterplaats van deze stam, maat kan ook geheel Saarland zijn in Frankrijk/Duitsland met Saarbruggen als hoofdstad. Juist door vriend met de Tsaar konden ze in eeuwen deze macht opbouwen.
Hietbrink kan zo, over honderde volkeren en stammen dank zij de dialekt-diets tot ware geschiedschrijving komen.
Satan=zit-an. Duivelse voorstelling van geest die iemand bezitten kan en zomaar boven op je paal komt zitten.
Kan goed, en kwaad zijn... als je er niet van gediend. Satanianers,
eene sekte, welke den Satan vereerde; dewijl zij oordeelde, dat hij de magt had, kwaad te doen. Sater=zit-er...
Satyr, een veld- of bosch-god; volgens de fabelleer, een gedrogt met een menschenhoofd en bokspooten; figuurl., een zinnelijk, geil mensch.
Satijn=zijde-dun
Satire=zat-horen... gewauwel van zatte mensen. Kindren en dronken mensen spreken de waarheid.
Satisfactie=zat-is-fuckt-U.
satisfaction, Fr., satisfactio, Lat, bevrediging.
Satraap=zit-er-op... op de troon en op zijn bezittingen.
een Perzische stedehouder of landvoogd; ook een heersch-zuchtig en overmoedig mensch.
Saturnus=zat-er-en-is... bekend Romeins vreetfeest.
in de fabelleer, de God des tijds; ook de naam van eene der bekende planeten. Saturnaliën, zekere feesten bij de oude Romeinen, welke in de maand December, ter eere van Saturnus, met de grootste buitensporigheid en weelderigheid werden gevierd. Non semper erunt saturnalia, het is niet altijd kermis.
Saucys=saus-heis saus heet van smaakende worstjes.
saucisse, Fr., eene kleine braadworst;.
Savanna=save-wonen. Genoegelijk van eten en drinekn voor mens en dieren.
eene groote grasvlakte of woudweide in Noord-Amerika.
Savantasse=save-fantast. Meest gediplomeerde mensen die denken door dat ze gediplomeert zijn, binnen zijn en de rest van hun leven vast kunnen houden aan dát wat de geleerd hebben en waarvoor de gediplomeerd zijn. Alleen nog maar theoretisch oewehoeren en van de praktijk nooit een splintertje verstand krijgen.
een geleerde praler; iemand, die zich het aanzien van een' geleerde geeft, zonder het te zijn; een geleerde windbuil.
Savoir-faire=save-voor-varen. Dus de preventieve mens.
Fr., woordelijk, het weten te doen; de geschiktheid, bekwaamheid, bedrevenheid, goede handeling van zaken, handigheid, behendigheid. Savoir vivre, Fr., woordelijk, het weten te leven; de levenswijsheid, wellevendheid.
Sbirren=zuip-heren. Italiaanse uitvreters.
Scabies=zo-krap-us.
Lat., de schurft. Scabiëus, scabieux, Fr., scabiosus, Lat., schurftig, schurftachtig. Scalden=us-kalt-een. Keletische praat groepen en toneel spelers.
Skalden, Skialden, dichters der oud-Noordsche volken.
Scalperen=schei-al-0pen-haren. Hoofdeksel met haar en al werd afgesneden als trofee der Indianen.
Schedel=scheid-al. Schedel-lichten bedoeld.
Scamander=schuim-onder wilde rivier
In de verhalen van Homerus.
Scamma=schei-heem. Bescherming van grachten voor de Griekse thuisfront.
bij de Grieken, eene met grachten omgeven plaats.
Scanderen=schande-heren... algemeen protest van het volk om de heren in toeroep van leuze op de mistoestanden te wijzen. 12-1-2010.
Scandinavië=schoon-deen-norwegen. Novége. Al deze 3 namen zitten er in en kan dus niet zo oud zijn... dan dat schoonland ook; als zodanig geheel noordwest europa dat- scön-land=detschland=diets-land=duitsland zo genoemd werd.genoemd werd algemeene naam voor Denemarken, Zweden en Noorwegen. Scandinavisch, wat tot die landen betrekking heeft, b.v. Scandinavisch verbond.
Scapha=scheppen.
eigenlijk de gracht, en in het algemeen iets uitgeholds.
Scarabeën=schaar-bij-een. Een scharreldiertje bij de Egiptenaren als heilig. Scenario=scene-er-hou. Je aan de rol van het te spelen stuk houden dat in scene wordt gezet.
Scène=schijn en in niets echt.... Daarom houd Hietbrink absoluut niet van toneel en romantische verhalen.
Scepter=schept-heer. Een sierlijk schopje in de handen van de priester-koning ten bewijzen dat hij de schep-heer van al het geschapen.
Scepti=schep-het-eerst. En dan zullen we wel zien in hoeverre de waarheid uwerzijds. Hier volgend... de mening van den Filosoof Emanuel Kant.
de twijfelleer, leer der Sceptici, leerlingen van Pyrrho, die aan alles twijfelden, en al wat men hun voordroeg, eerst wilden overdenken. Volgens Kant, is het de grondstelling van eene kunstmatige onwetendheid, welke de grondvesten van alle kennis ondermijnt, om, zoo mogelijk, volstrekt geene zekerheid daarvoor meer over te laten. Sceptis,
het zien, met betrekking tot een naauwkeurig onderzoek, het zelf-zien, het zelfstandig onderzoek; dikwijls zoo veel als scepticismus. Allemaal zo heerlijk duidelijk dialekt-diets. 12-1-2010.
Schaak=schei-ik schaakmat=schei-ik-‘m-uit.
den koning noodzaken zijne plaats te verlaten; schaakmat, de koning is ingesloten, overwonnen; figuurl., krachteloos, verloren, weg; schaakpat=pat-stelling de koning moet gespeeld worden, en kan geene vrije ruit vinden. Dus! dat patstelling van Generaal paton komt is later aangepaste bijzaak.
Schach of schah=cesar=tsaar=keizer=kies-heer... de gekozenen.ook opperheer of koning van Perzië.
Schagcheren=sjacheren=zag-geren... zag-graag dit of dat tot mijne hnadel wezende. OP winst belust.
waarschijnlijk aan de gemeene Joden ontleend, die dit woord bij hunnen handel of negotie veelal in den mond hebben. In het gemeene leven, is het gebruikelijk voor eenen gewinzuchtigen handel drijven, woekeren. Van hier schagcheraar, woekeraar=wakkere-heer. Die over zijn verdienste waakt.
Schaduw=Scheid-uw... van tussen licht en donker. Zo gij houd luw. Schaff=schuif=schoof op het veld in elkaar geschoven.
eene korenmaat in sommige streken van Duitschland.
Schalmei-zo-ga-al-mee het is tijd geblazen.
Schamanen=schouw-mannen.
priesters in Siberië, Kamschatka en het grootste gedeelte van Tartarije, welke tevens geneesheeren, toovenaars en geest-bezweerders zijn; zij plegen met de door het volk den goden aangebragten rijke offers en geschenken een schandelijk bedrog, door zich
dezelve ten nutte te maken. Schamanische godsdienst, de gods-vereering van voorschrevene volken, welke meerendeels heidenen zijn en vele goden aanbidden. Schandaal=is-geen-doe-al. Schanden=is-geen-doen....
Scandalum, Lat., ergernis, aanstoot, opspraak, schandelijkheid of schandelijke zaken. Schandaliseren, scandaliser, Fr., ergernis of aanstoot geven; ook belasteren. Schandaleus, scandaleux, Fr., ergerlijk, aanstootelijk.
Schans=schuin-is
Schaprade=schep-voorraad
Schapraai, etenskas.
Schararat=schei-heer-raad.
een der magtigste stammen der zwervende Arabieren. Heer=leger. Schaveelen=schuif-allen.
inschikken; plaatsmaken; schikken.
Schebek=schip-bak of schepbak
Schebeke, vaartuig met zeilen en riemen.
Scheeren=schei-haren. Schaar=schei-haar. En daardoor dus zijn oorsprong. Scheik=schei-ik rechter en scheidsrechter tegelijk.
Scheikh, Sheik, de oudste onderbevelhebber van eene Arabische horde. Scheikunde=scheid=kunde die het een van het andere onderscheid.
de kunst, om de natuurlijke ligchamen, door hulp van vuur of andere oplossingsmiddelen, van elkander te scheiden, dezelve in hunne bestanddeelen op te lossen. Zie Chemie=gemikst.
Skelet=kaal-uit slechts beenderen en botten. squelette, Fr., geraamte, Schema=schets-maat.
Lat., voorbeeld, model, schets, ontwerp; ook gestalte. Schematisch, voorbeeldig, schetsmatig, ontwerpachtig. Schematiseren, schetsen, een denkbeeld door overeenkomst met iets zinnelijks bevattelijk maken. Schematismus, de voorschetsing; verklaring of voorstelling door voorbeelden.
Schemchal=schei-maak-al.
Schafkal, de opperste vorst der Dagesthaner Tartaren, die uit de Myrsen of kleine vorsten wordt gekozen.
Schemen=scheemer.
Hebr., een schaduwbeeld; de schaduw.
Schemhamphoras=schimmen-in-voorraad.een zeer schimmig verhaal der joden... volgens de Joodsche overlevering, een verborgen naam van God, waarvan zij gelooven, dat hij, die denzelven weet, wonderen en ongeloofelijke dingen kan voortbrengen. Schenette=schoon-heid.
Genette, een paard van eenen Spaanschen hengst en eene Italiaansche merrie. Scheol=schei-al de geest van het lichaam. Hebr., het schimmenrijk; het graf. Scherif=schrijf=graaf en alle die bevoegd waren om te schrijven en korsepondentie te voeren en een eeuwen lang misbruik om het vokl er buiten te houden en de spreek taal tot=taal te verknoeien. Hier enigszins wederom rechtgezet.
zie Sherif=schrijf.
Schermutseling=scherm-met-ze-alleen.= Limb. een gevecht tusschen kleine hoopen, in den oorlog. Schermutselen, in kleine hoopen vechten.
Scherts=is-gauw-hoor-iets.Schets=is-gauw-iets.
ontwerp van eene schilderij, omtrek; hoofdtrekken van eene zaak. Schetsen, ontwerpen. Scheurbuik=scheur-bek.
Duizend boeken alleen al hierover geschreven en duizend boeken fout!
scorbut, Fr., de mond- of tandvleeschziekte, eene gewone ziekte der zeelieden, waarbij het tandvleesche in of uit scheurt.
Schibboleth=schop-al-uit. Mensen die niet de zelfde taal spraken werden er uitgegooid. Schisboleth, Hebr., leus, herkenningswoord, kenmerk, kenteeken aan de spraak, waardoor men zich verraadt, van niet tot eene partij te behooren. (Zie het boek der Regteren, hoofdst. 12, vs. 6.)
Schicker=zijk-er... ook ik moet dan vceel pissen.
Joodsch, sikker, dronken, bezopen.
Schicksel=schik-ons-al. Nootdlot. De joden hebben via de bijbel vertaling de sch in onze schrijftaal gebracht.
Schiëtto=schijt.
Schiëttamento, Ital., (muz.) slechtweg, zonder sieraad.
Schildboeren=schuld-boeren.
in Tyrol, eene soort van niet lijfeigene maar vrije boeren, die echter aan den adel opbrengen, en wier hoeven schuldhoeven heeten, daarzij ten aller tijden nog iets verschuldigd zijn.
Schisma=schei-us-mee. Zij die scheiden gaan van de ene naar de ander partij. Schmoezen=smoezen-smoutsen=is-mee-oeze=onze=mee-onze en dat niemand het anders mag weten... geheime joodse handels taal. Voor al als het om de getallen en het uitrekenen ging.
heet in de Jodentaal, toespreken, den onderhandelaar spelen.
Schoenion=schoon-ioon
de naam van een muzijkstuk der Grieken. Klasieke muziek.
Schofel=schuif-al... die op zijn versleten en amrzalige sokken door het leven schuifeld. Shovel, Sjovel, ten uiterste slecht, armzalig.
Schoft=schopt mens en dier als zodanig behandeld.
Schok=is-zak... aardverzakking door beving=bij-hevig. Ziet hier nu eens hoe overbodig de sch.
School=schouw-hal. Waar men door leren beschouwt. Scholom-lechem=zo-ga-al-home-lik-hem. De verzoening. Hebr., vrede zij met u! Schorpioen=scherp-ioon. Een daar voorkomend schaar-dier.
Schout=schou-toe.
vroeger in Nederlandsche dorpen het hoofd der gemeente. Schout-bij-nacht=schout-toe-bij-nacht.
Schraag=is-gedraag.
Schrikkeljaar=schei-reken-al-jaar
het jaar, dat aan het einde van de maand Februarij, die men dan schrikkelmaand noemt, éénen dag, die den naam van schrikkeldag voert, verspringt, of éénen dag meer krijgt, dan andere jaren.zo dat het gereken al klopt.
Schuit=schut.
Sciron=schrikken dat is even schrikken als dat zo gaat!
een bij de Ouden zeer berucht straatroover, die, in eene engte aan zee gelegen, de reizigers opwachtte, hen dwong zijne voeten te wasschen, bij welke bezigheid hij hen met eenen trap van de steile rots in zee schopte. Verzin het maar...
Ook een drooge, heete wind in Griekenland, welke uit de streek. Scirocco=schuur- rotsen... van het voorgebergte Sciron in Thessalië waait. Dat lijkt me duidelijker diets. Scope=schouw-open.
Scopia, Scopus , Lat., de schouw, bezigtiging, beschouwing, het inzigt. Scopti=schopt-U
een spotter. Scoptisch, bijtend, honend, spottend.
Scriba=schrijven. Alleen het woord geheimschrijver veraad al dat ze iets te verbergen hadden en tot-taal vals spel speelden.
Lat., een schrijver, geheimschrijver, secretaris. Scribent, een schrijver, zamensteller van een werk. Scriberen, schrijven. Scriptum, Lat., al het geschrevene, een schriftelijk opstel. Scriptura, het schrift, een handschrift. Scriptura sacra, de bijbel of heilige schrift. Scripturist, een schriftonderzoeker, schriftgeleerde. Zie Scripturisten. Scribonen=schrijf-banen... die altijd onderweg waren op de boel op te tekeken. gevolmagtigden, welke door de Grieksche keizers her- en derwaarts werden gezonden, bijzonder naar de soldaten in de provinciën, om hun de bevelen kenbaar te maken, en somwijlen te voltrekken.
Scrupel=schuur-op-al. Schuur-op-alles... die overdreven op alles let.
Scrupel, scrupule, Fr., scrupulus, bevattende; wijders twijfel, bedenken, bijzonder gewetenstwijfel, naauwgezetheid van geweten. Scrupuleren, nadenken, bedenkingen maken. Scrupuleus, scrupuleux, Fr., al te naauwgezet, vol bedenkingen, angstvallig. Scrupulositeit, scrupuleusheid, angstvalligheid, bedenkelijkheid, overdrevene naauwgezetheid.
Scyphus=schep-aus=uit.
bij de oude Romeinen, een drinkgereedschap.
Scytala=beschijt-allen. Waar je de mensen mee om de tuin kon leiden.
was bij de oude Lacedemoniërs eene soort van geheim schrift.
Scythen=schei-heten die op de schei=grenzen woonde in het oosten van het Romeinse rijk.
noemden de Grieken Romeinen, in het algemeen, bewoners der noordelijkste hun bekende landen, en verbonden daarmede het denkbeeld van ruwen onbeschaafdheid. Sepoys=zee-boys. Zo zien we heel goed hoe verbasteringen ontstaan.
Sipoys, Sipoyers, in Oost-Indië, soldaten, die door de Britsche O. I Comp. uit de inboorlingen genomen en op de Europesche wijze gewapend en gedisciplineerd worden.
Second=shake-hand. Sport term waar in de tweede de eerste een hand moest of ging geven. Toen waren er nog geen gouden plakken te pakken. Allen hoogste sportiviteit. Deze tel maat is mee gegaan voor vele ander zaken.
Secoureren=zieken-kar-heren van beheren. In het baan en transport wezen ene overheidsdienst. Een soort van bezem=bij-saam wagen.
helpen, bijstaan, ondersteunen, bijspringen. Secours, hulp, bijstand, onderstand. Secreet of sekreet=zeker-heid.
secrétus locus, Lat., geheim gemak; geheim; geheimzegel van eenen vorst. Secretaire, eene schrijfkast, een bekend stuk huisraad. Secretairie, Secretarie, secretarij, de geheime kanselarij of schrijfkamer van een' vorst of van het bestuur, bijzonder van de stedelijke regering. Secretaris, een geheimschrijver; ook schrijver, afschrijver. Secretariaat, het ambt of de waardigheid van geheimschrijver.
Secte=ziekte en niets anders!!!
Fr., sekte, aanhang, geloofspartij, een genootschap van eenerlei leer en gevoelens, bijzonder in het godsdienstige.
Secunda=tikkende. Hier voor eens en al te bewijzen S=t. Deze naam pas gegeven bij de uitvinding van hey uurwerk waar hoorbaar ... zoals het klokje bij ons tikt tikt het nergens. Men kan aan sec zestig koppelen, doch vroeger liep het uurwerk zelfs in verschillende afstellingen van tikken. Tot dat thans de technologie de juiste afstelling gevonden. Secureren=zeker-zeker-heren!
verzekeren, in zekerheid stellen, te hulp komen. Securiteit, zekerheid, verzekering, veiligheid, vertrouwen; ook zorgeloosheid, onbekommerdheid. Securus, Lat., secuur, zeker, vast vertrouwend; onbekommerd; animus securus, een goed geweten. Securitas=zeker-heid-thuis.
de zekerheid, werd door de Romeinen verpersoonlijkt en goddelijk vereerd. Sedentair=zit-aan-dáár!
zittend; op dezelfde plaats blijvend; eene sedentaire levenswijs, eene zittende levensmanier; een sedentaire post, een ambt, waarbij men op dezelf plaats blijft, en niet nu hier en dan daar moet zijn.
Sedes=zit-huis. Zithuiske= w.c.
Lat., zetel, woonplaats; ook stoelgang; sedes apostolica, de pauselijke stoel; sedes belli het oorlogstooneel; sedes fixa, eene vaste woonplaats.
Seditie=zet-eten anders gaan wij hier niet weg!
oproer, opstand, muiterij, rustverstoring. Seditiëus séditieux, Fr., seditiosus, Lat., oproerig, onrustig, muitend.
Seferli=zuiver-al-U.
bijzondere bedienden van den Turkschen keizer, die zich met zijne wasschingen bezig houden.
Seid=us-heit fries voor vader.
in het Arabisch Heer beteekenende, is een eernaam, die bijzonder aan de afstammelingen van Mahomed wordt gegeven.
Seigneur=us-eigen-heer.
Fr., sinjeur, een voornaam heer, gebieder. Seigneurie, eene heerlijkheid, het gebied van een' aanzienlijk heer.
Seiks=zeik-is en altijd het zelfde gezeik.
Sieks, een oorlogzuchtig volk, hetwelk in de omstreken van den mond van den Indus langs de gebergten, die Perzië en Indië van elkander scheiden, zich ophoudt. Seja=zaaien.
eene Godin der Romeinen, onder wier bescherming het zaad stond, zoo lang het nog niet was gekiemd.
Sekse=suck-zuig van alle kanten en waar dan ook.
sexus, Lat., geslacht, kunne, natuurgeslacht, bijzonder der vrouwen. Zie verder Sexuaal.
Select=us-al=lijkt=like dat wat je het leefte selkteert.
uitgezocht, uitgelezen, uitverkoren.
Semaine=zeven manen een week.
Semester=zie-meester. De tijd dat je de meester ziet.
sémestre, Fr., semestris, Lat., halfjaar. Semestre aestivum, het zomerhalfjaar; semestre hibernum, het winterhalfjaar. Semestraal, halfjarig.
Semi-is-edemie=in-de-midden en zo komen we tot de helft maar helemaal tot de verbastering van woorden
Lat. en Fr., half (in
Seminarie=us-heem-mine-here
Zoiets als onze lieve heren bedoeld
De verlatijnst... voor al die lieve jongens daar. !5 jaren kloosterlevens heb ik mee gemaakt vanaf mijn geboorte tot m’n 17e.
Semipite=demie-pitit. Halfje.
vroeger de kleinste rekenmunt in Frankrijk, het 1/8 van een denier.
Semïtische talen zee-middenste talen. Daar deze in het achterste midden van de middenlandse zee.
de talen der Oostersche volken, die van Sem afstammen, bijzonder het Hebreeuwsch, Syrisch, Chaldeesch, Arabisch, enz.
Semper=immer oud diets ummber.
immer; semper idem, Lat., altijd.
Senaat=us-een-heid. Onze eenheid.
de raad der Ouden, staatsraad, stedelijke raad, hooge haar eigen waar voordeel is aangewend geworden.
Senage=us-en-eigen.
eertijds in Bretagne in Frankrijk, bijzonder te Nantes, het regt, om van alle schepen, die in den tijd van de vasten, verschen zeevisch derwaarts bragten, den besten en grootsten voor den koning te nemen.
Senior=zijne-her de oude bedoeld, van de jongen.
de oudere, oudste. Senioriaat, het ambt en de waardigheid van oudste; opvolging naar ouderdom; ook het voorregt des oudsten bij erfenissen. Seniores, de oudsten. Sensatie=zo-en-zat-die. Zuipterm en maar te drinken krijgen. Gratis.
Sensus=zin-is-us.
Lat., de zin, het verstand.
Sentiment=us=end-time-end. Voorgoed en waarachtig van elkaaar scheiden. Senza=is-en-nie-zo.
Separaat=is-op-paraat. Er klaar
Sepultuur=zuip-al-door. En dat was dan ook het belangrijkste.
sepultura, Lat., begrafenis, ter aarde bestelling; sepultura honesta, welvoegelijke of eervolle begrafenis.
Sequele=zij-kuilen... de tros van het leger lag altijd in kuilen, ter bescherming. gevolg, stoet, tros.In lImburg de troskuil. Kuileneindestraat. Etc...
Serenaden=us-eren-na-dien. Na dinner etc... een avond- of nachtmuzijk. Sergeant=zorgend.
eerste onderofficier bij het voetvolk; wachtmeester.
Serie=is-een-rij.
seriës, Lat., reeks, rij, orde, getallenreeks; in una serië, in ééne reeks=rij-ijk-ze. Seriëus=zie-er-heus.
sérieux, sérieusement, Fr.
Sermoen=us-eren-manen maan aanbiddersl van vere oorsprong... zie ook seremonie=us-ere maan-U.
Serpent=zeer-pijnt. Slanen-beet. Terpentinne=der-paint-dunnen.
Serum=zeer-om pijn weg
Service=us-heer-vis. Scheepskok beiendingsterm. Is-er-vis vraagt het gewone volk, dan laat eens wat komen... is-er-vis=servisch. Deze trm mee gegaan in ale takken der bedrijvigheden. Servies-beurt. etc... serveer=is-er-weer opslagbeurt; zo kun je het ook nog eens bekijken. V=w.
Servies=serveert waar mee en waar op voedsel geservert wordt, s=t. Servus=is-heer-vast. Groet in Oostenrijk van trouw en slaafse voling... eeuwen lang us- heer-vast bediend. Lat., de knecht aller knechten, eertitel der pausen in den geestelijk bediening. Lichamelijk mochten de andere hun werk verrichten.
Sessie=zet-U. t=s.
sessio, Lat., de zitting, verzameling van afgevaardigde personen, om over iets te beraadslagen; geregtszitting.
Sevarambiën=zee-vaar-heem-bij-een.
onder dezen naam werd, in het begin der vorige eeuw, in eene soort van Robinson, een verdicht land beschreven, en in het boek tevens eene volmaakte staatsregeling voorgesteld. Nog bedient men zich van dat woord somtijds in denzelfden zin als Utopia en Platonische republiek.
Ses=seks=suck=zuig.
Sextant=zie-ik-stand.
een hoogtemeter, een wiskunstig en sterrekundig werktuig, bestaande uit Sexuaal=zuig-u-wel/
sexuel Fr., het geslacht, of de geslachtsdrift.
Seys, pseys=op-zij-eens.
in Perzië, eene soort van lieden, die voor beter en heiliger worden geacht dan anderen, niet buiten hun geslacht trouwen, geen' wijn drinken, geenen hond aanraken en op geene leugen mogen betrapt worden.
Sforzando=fors-einde.
Ital., (muz.) versterkt, sterker.
Shawl=show-al=sjaal schouder en hals dragende pronk kleed of pronkdoek.
Eng., een manteldoek, groote omslagdoek der vrouwen.
Shilling=schelp vroeger tot in oosterenrijk toe werden ze als betaalmiddel uitgegeven. Shell heeft haar in z’n kapatalistische logo staan.
Shire=us-heer.
Eng., graafschap, heeten in Engeland de provinciën, waarin het land is verdeeld, b.v. Buckinghamshire enz.
Sic=zie-ijk. Of zie-ik er staat wat er staat.
Siciliaansche vesper=ver-sper.
de beruchte moord op paschen, 1282, op het eiland Sicilië gepleegd, waarvoor het luiden der klokken op den vespertijd het teeken gaf, en meer dan 8000 Franschen werden vermoord. Hun werd verder de weg verspert en zo ontstond de verzetsbeweging Mafvia=Morte-a-francia-via-italia-avantie. Of zo iets dergelijks hoorde ik er ter plaatsen in 1967.
Sicyonia=sjiek-ioonia... kleding en schoeisel uit griekenland.
Sieur=us-heer.
heer; een eertitel, waarvan zich de meerderen dikwijls jegens de minderen bedienen; ook een grondeigenaar.
Siffleren=zo-effe-af-leren afstrafing, terugfluiten van...
fluiten, uitfluiten, uitjouwen.
Sigillum=zegel-heim van het huis.
Lat., het zegel. Loco sigelli (verk. L.S.), in plaats van het zegel. Sub sigillo confessionis, onder het zegel der biecht of der geheimhouding.
Signaal=zie-ik-en-al.
teeken, sein, leuze, wachtwoord.
Signora=us-eigen-hoor-ja. Slaven fatsoensterm.
Ital., mejufvrouw, gebiedster. Signore=eingen-hoor! heer, gebieder.
Silence=stil-eens. Of stil-ons.
Silhouette=zie-al-hoe-het.
Fr. eene schaduwteekening, schaduwomtrek, schaduwbeeld.
Sillen=syllie=sulle leiden.
Silli, hekeldichten vol parodiën, waarin de verzen van beroemde dichters in eenen belagchelijken zin op vreemde onderwerpen werden toegepast. Silvanus=zal-vin-nie-us. Bescherm spreuk voor mensen die zich in de bossen schuil hielden... o.a. 2000 jaren lang in trans sylvanie=die-er-ons-zal-vinnie.
(fabelk.) een boschgod, en, zoo als alle boschgoden, voor de vrouwen zeer gevaarlijk. (natuurlijk want die werden meteen aangerand.)
Simile=saam-alle.
gelijkheid, schijnbaarheid; simile claudicans, eene hinkende vergelijking. Similis semili gaudet, gelijk zoekt gelijk.
Simonie=zie-monny.
in het kerkelijke regt, eene overtreding der wet, volgens welke men geene geestelijke ambten door gaven en geschenken mag trachten te verkrijgen; eene van Simon den toovenaar (Handelingen der Apostelen, achtste hoofdstuk) ontleende benaming, welke de gaven des geestes met geld wilde koopen.
Simpel-is-aan-paal. Medeelingen daar op gehangen en aangeslagen of ten voorbeeld gesteld. M=N
simple, Fr., eenvoudig, kunsteloos.
Simulatie=same-als-‘t-uwe.
simulatio, Lat., nabootsing,
Simultaan=samen-al-time.
simultané Fr., gelijktijdig.
Sinceer=is-in-eer.
sincère, Fr., opregt, ongeveinsd. Sinceriteit, opregtheid, braafheid, openhartigheid.
Sinecure=is-nie-in-keuren. Wetteloze bediening.
Scinis=schei-en-ons. Zoals het volgende onzinnige verhaal ons verteld. Is trouwens va Aarts fantast en zogenaamde vader der geschied schrijving Herodotus=heer-o bedot- ons. de pijnboombuiger bijgenaamd, een vroegere beruchte straatroover, die de Corinthische zeeëngte door zijne rooverijen onveilig maakte. Hij bond de reizigers aan twee pijnboomen, die hij nedergebogen had, en liet ze dan in de hoogte springen, waardoor zij in stukken werden gereten.
Sinister=zie-nie-is-ter.
ongelukkig, rampspoedig; verkeerd.
Sinope-is-nie-open maagd der maagden.
eene dochter van Asopus. Jupitur beminde haar, en zij beloofde hem wederliefde, wanneer hij haar eene bede wilde toestaan. Zij bad hem daarop, haar haren maagdom te laten.
Sir=us-heer. De inkorting van dit woord begint dialekt-diets al op de zeeuwse eilanden. Sir rooskerken. Sir janskerke. Sire arrondskerke alles aan us-heer toegewijde kerken enz... Om daarna over te steken naar het engels taalgebied. Sire=us-heren.
de titel van een gekroond hoofd, namelijk van eenen keizer of koning. Sirene=zeer-reine.
(fabelk.) Sireen, eene meermin of zeenimf, van welke de Ouden verhaalden, dat zij het bovenlijf van eene vrouw en het onderlijf van eenen visch had, zich in zee ophield, en op eene innemende wijze zong; wijders eene bekoorlijke verleidster; sirenengezang, liefelijk, verleidelijk gezang, loktoonen.
2)Sirenen=zo-rennen alarmfase 1.
Siriüs=zee-reis
de hondster=hand-ster zo bij de hand staande kustster om niet verder van land af te dwalen.
Sirma-sier-mij opmaak of...
eene zalf, waarmede de Turken de oogleden en wenkbraauwen bruin verwen. Situatie=ziet-U-wat-zij. U=w.
situatio, Lat., situation, Fr., gesteldheid, ligging, stelling, stand. Situëeren, stellen, plaatsen, leggen; gesituëerd, gelegen, in eenen zekeren toestand zich bevindende. Sjerp=sier-reep.
een lijfgordel, dienstgordel der officieren. Ook de burgermeesters in belgie. Skelet=is-kaal=uit.
Skuta=schutten=schuiten.
eene soort van schuiten in de Finlandsche scheeren en de Schotsche golf. Slam=sla-om.
Slem, in het whistspel, al de slagen.
Slaven=slapen... De meest oor- spronkelijke uitleg Logika Hietbrink.
Slavonen=slaaf-wonen wel géén Europesche volksstam, bestaande uit eene menging van Polen, Russen, enz., welke westelijk Hongarije, Slavonië en Moravië alls zo genoemd om dat daar de slaven handel in doorstroming en van toepassing, met Joegeslavië middelpunt. etc... slafen=slapen hoogduits dialekt-diets. En... dat is sex na eten en zuipen, als een der grootste lustobjekten der mensheid. De sexindustrie begon met slaven handel, vrouwen en kinderen eerst. Werken was een tweede, omdat ze er toch waren, maar ze werden open en bloot aan geboden ter goedkeuring,op markt-plaatsen aan de meest biedende, in macht en wellust. Men had dus ook een sex speeltje, man of vrouwelijk naar keuze. Pagina’s ter bewijs staving is hier op door te gaan...
Er is weinig over geschreven, daar valse schaamte de toedrachten verzoezelden. Mijn slaapje is er toch ook een uitdrukking van. Slaaf=sla-af in tweede instantie als slaven bij sadistische meesters terecht kwamen.
Bij de slavische volkeren over komt het mij nog steeds dat mensen zich ter sex gewoon op straat aanbieden, thans als wel tegen betaling. Vrouwen, maar nog meer de mannen. De ganse omgeving ziet dan zogenaamd niets. Het is dus gewooon en daarom onbespreekbaar, net zo als in de arabische wereld. Goed zo! Houden zo!
Sluis=sluit t=s.
een kanaal, hetwelk met val- of vleugeldeuren kan gesloten worden, om het water daarin naar welgevallen te verhoogen, te verlagen, of wel geheel tegen te houden. Slurf=sleurp.
de snuit van een' olifant.
Smokkel=smuk-halen... op smaakvolle sieraden en goud van toepassing, want daart het meest aan verdiend.
Sluikhandel=sluiphandel. ook een vaartuig, waarmede sluik- of verboden handel wordt gedreven.
Snaar=is-en-haar gietaar=gijten-haar van haren oorspronkelijk snaren gemaakt. Sober=zo-hoop-er mensen die er niet op uit zijn... je hoeft niet persee iets te hebben. sobre, Fr., nuchteren, matig. Sobriëteit, matigheid, nuchterheid.
Sociaal,=zo=zij-al. was dat maar waar!
Socratisch=zoek-raad-us ken je zelf zoek bij je zelf de oorzaak van alles. wat betrekking op Socrates, een der verlichtste wijsgeeren der oudheid, heeft; socratische leerwijs, leerwijs, om door geschikte vragen, onderscheidene denkbeelden in de ziel des toehoorders op te wekken, en hem tevens de vragen zelf te laten oplossen of beantwoorden.
Soda=zoute.
Sode, de asch, welke een zout, bijzonder uit zeeplanten getrokken, bevat, hetwelk tegen het vuur is bestand; zoutasch.
Soel=sol=is-juul. Ora linda boek.
de zon, de 15de Godin uit het geslacht Asen. Zie dit woord.
Soeur=zorg.
Fr., zuster.
Soggetto=zo-gaat-U.
(muz.) eene melodie, om naar dezelve eene compositie te vervaardigen; desgelijks een tekst, welke gecomponeerd moet worden.
Soigneren=schoone-heren.
zorgvuldig behandelen.
Soit=zo-wat ?
Solaki=zo-like-U.
eene uitgezochte lijfwacht der Turksche keizers.
Soldaat=zo-al-doe-dat.
Solderen=zo-al-teren. Term Uit teer en pek ontstaan (zie-lussen=lassen=lussen)
met gesmolten metaal, b.v. met een mengsel van tin en lood enz. aaneenhechten of digtmaken.
Solduriers=zo-al-door-heer-is.
bij de oude Galliërs, zij, die een zeker onderling vriendschapsverbond hadden gesloten, niet alleen om alles te deelen, maar ook om alles gemeenschappeliik te dulden of te verdragen.
Soldij=zhal-dag=betaaldag. Wie wil er nu met zout betaald worden? Zoals de belachelijke etymologie het al 200 jaar uitlegt.
Soleniten=zo-al-en-niet-eten.
versteende mosselen, die als zamengevoegde pijpen gevormd en op beide zijden open zijn.
Solidair=us-al-eet-daar. Niemand uitgesloten.
Solide=zo-al-houde.
Solitair=zo-al-laat-er laat met rust.
Sollicitant=zo-legt-te-hand. Met je handen laten zien hoe vaardig je wel was en geen praatjes... zoals tegenwoordig alleen nog in gesprek.... En... vroeger moest je je gereedschap mee brengen om te laten zien wat je in huis had, om mee aan de slag te gaan. In Athene stonden de baantjes zoekers op de markt met al het gereedschap dat ze hebben... tentoongesteld. 1967. (Ferdinandbolstr. Amsterdam 2009 tekst Raam advertentie... uitzend buro,
"Medewerkers gevraagd voor tijdelijke vaste baan")
Solubel=zo-loop-al.
soluble, Fr., oplosbaar.
Somber=is-om-bladerd=schaduw latijns maar te omslachtig om dialekt-diets woordbeeldend uit te leggen... R=L.
sombre, Fr., duister, donker; droevig, knorrig, zwaarmoedig, verdrietig. Is-Ommbre=om-bladerd de schaduw der bomen. R=l. Umblata=ombladerend.
Ja! En dan heeft het groot puzzel woordenboek er nog allerlei synoniemen naast gezet. En zo klopt de puzzel altijd wel ergens. Maar het woord schaduw stat er niet bij. Ten bewijzen dat ze de boeken anders wel vol krijgen.
Sommatie=zo-moet-U. sommation, Fr., opeisching, dagvaardiging, geregtelijke aanmaning tot betaling, enz.
Sommeren=zo-mijne-heren die kant op alstublieft.
sommer, Fr., eischen, aanmanen; dagvaarden, betaling vorderen; opeischen; ook zamenstellen, bijeenvoegen.
Somonokhodom=zo-om-en-ik-hou-dom.
een God, waar-van de Siamezen gelooven, dat hij in verschillende ligchamen rondgewandeld, en alzoo eene diepe kennis van alle dingen verworven heeft. Sonniten=zoen-niet. Met niemand vrede sluiten.
Sonoor=zo-aan-hoor.
Sonorisch, welluidend, helderklinkend, voltoonig.
Sopraan=opper-aan.
Soprano, Ital., (muz.) de hooge- of bovenstem, discant.
Sorbet=slurp-uit.
Serbet, een uit vruchten en suiker, citroensap, rozenwater en amber toebereide aangename, en in Turkije gebruikelijkekoeldrank.
Sorte=als-hoort.
Fr., soort. slag.
Sortie=zo-hoort-U neen niet hier maar daar langs... brandweer verordening Tot aanwijzing waar langs vastgestelde route uit te gaan.
Sostanza=zo-staan-ze. Koopmans term om welstand en hoe de zaken er voor staan. Sottis=zot-is
Fr., zotheid, domme streek, eene beleedigende uitdrukking.
Soubrette=zuip-er-eten.
Fr., eene sluwe kamenier die op restjes uit is...
Souffleur=toe-fluisteren t=s bewijs. blazer, inblazer; influisteraar, voorzegger. Hier zien we wel een heel duidelijke verbastering.
Soufflet=zo-af-leer-het.
Fr., een klap, oorvijg, muilpeer. Souffletteren, oorvijgen of klappen uitdeelen. Souffreren=zo-af-vriezen... van uit de kou geborend term. lijden, ondergaan; dulden. Soupçon=zuipes-aan. Stiekeume drankjatter, schoonamker van een horekabedrijf die aan de fles.
Fr., argwaan, verdenking. Soupçonneren, verdenken, mistrouwen, gissen, vermoeden. Soupé of souper=soep-eerst, en daarna alles wat er nog te zuipen is...
Fr., het avond-eten, avondmaal, de avondmaal-tijd. Souperen, avondmalen, het avondmaal houden.
Souple=zo-huppel=zo-hoepel.
Fr., lenig, buigzaam; gedwee gezeggelijk. Souplesse, buigzaamheid, lenigheid; rapheid. Source=zoek-er-us. De bron.
Fr., eene bron; oorzaak; ook handelsbron.
Sourdine=zo-houd-er-inne.
zie Sordino, A la sourdine, gedempt; fig., heimelijk, in stilte. Sousbande==zo-hou-is-binden.
een kruisband, papier-strooken ter sluiting van een of meer bladen druks enz., die men met den post verzendt.
Souterrain=us-onder-in. N.
Fr., een onderaardsch gewelf, onderaardsch vertrek.
Soutien=stutten. T
Fr., steun, bijstand, ondersteuning;
Souvenir=zo-van-hier.
Fr., een touristische aandenken. Dat U hier was.
Souverein=us-over-een.
souverain, Fr., vrij-heerschend.
Spalniki=speel-en-neuken
kamerheeren aan het Russische hof.
Sparta=is-bij-hard-daar.
Specerij=spijzenrij.
geurige, verhittende kruiderijen.
Speciaal=spijzen-haal alles eerstens om de vreet... juist dat moet ik hebben.
Specie=spijs... klein of munt=mond geld.
Spectacle=spek-takelen. Als de schepen op de kaden der walvisvaart thuis kwamen om te lossen.... dat was een en al walvis-spek-takelen. Dat moest je zien en vooral horen... wat een spek-takel en feest want er was weer te vreten voor een vol jaar. Speculant=zo-pik-alle-hand. Daar waar zekere winst te verwachten.
Spedito=spoed-uit.
spedidamente, Ital., (muz.) vaardig, haastig, spoedig, gezwind. Spelemeijen=speele-meiden. Als het gras twee kontjes hoog is...
zich in de Meimaand op het land vermaken; wijders, zich in de vrije lucht op het land verlustigen.
Spelonk=spy-langs. Een opening in de steen rotsen waar men de spy stak om hem te kunnen slpijten... ter marmer of steen winning.
Speranza=is-voor-onze. En dat is soems een hele hoop.
Ital., hoop! (als opwekkende toeroep).
Sperma=us-paar-mee. Waar je ouers parents=paart-ons jullie mee gemaakt hebben. Spes=spijs. Zeker te eten hebben.
de hoop, welke bij de Romeinen verpersoonlijkt en goddelijk vereerd werd. Sphinx=zo-vink-ze...=zo-vang-ze... prachtig niet bestaand en toch een symbolisch dier... Daar je moet haar maar zien te vangen... Helemaal Maastrichts, ja ook in de haar spraak en uitdruking der betekenis van het woord. Want de stad houd het dier al honderden jaren gevangen op het logo van haar porcelein en aardigwerk.
een fabelachtig monster der oudheid, hetwelk het hoofd en de borst eener schoone vrouw, en de vleugelen eens adelaars heeft; doch voor het overige veel met eenen leeuw overeenkomt; het zinnebeeld der wijsheid en van alle verborgenheden in de natuur en in de de godsdienst.
Spiegel=us-bekiek-al
Spion=is-bi-ioon. De grieken eerste oorlogvoerende via troye... der geschiedenis europa. Zou dus wel kunnen? Daar veel oorlogstermen op de Iooniërs zijn terug te voeren. Legioen, kampioen,bouvelioen als ioons tentekamp. Enz...
een bespieder, uitvorscher; hij, die de geheimen van anderen tracht uit te vorschen, om daarvan voor hen een nadeelig gebruik te maken, bijzonder in den oorlog; ook een bekende raamspiegel. Spionneren, bespieden, beloeren, uitvorschen. Spiritualen=is-vuur-uit-halen.
naam van verscheidene sekten, die de gaaf van den geest alleen, of in hoogeren graad dan anderen, geloofden te bezitten.
ziekten der ingewanden. Splanchnologie, de leer van de ingewanden der dierlijke ligchamen. Splanchnolysis, verslapping, verlamming, oplossing, afscheuring der ingewanden.
Splendid=blindend... van stralen en schittering.
Spoliatie=spoelen-laat-U. Ook van spoil verspelen en verspoelen.
roof, berooving, gewelddadige ontblooting, plundering. Spoliator, Spoliateur, Spoliant, geweldige beroover, overweldiger. Spoliëren, berooven, plunderen. Spontaan=spant-aan ergens mee of met iets zomaar aanspannen.
Sporaden=us-voorraden. Daar waar ieder wel van alles wat in opslag had. Het zijn eilanden die allen te saam een bond vormde tegen welke vijand dan ook. Ook wel de ioonse zeeroverseilanden genaamd.
Sputatoria=spuwt-dat-door-ja.
Lat., geneesmiddelen, welke tot bevordering van den toevloed van speeksel worden gekaauwd.
Square=zoek-waare voor al uw handel.
Eng., eene vierkante marktplaats, plein te Londen.
Staar=sta-er en kan verder dan ook niets zien.
eene bekende oogziekte waarvan men twee hoofdsoorten heeft, de witte of graauwe staar, (cataracta, suffusio hypochyma) en de zwarte staar.
Stabat mater=sta-bid=moeder.
Lat., de moeder (van Jezus) stond (bij het kruis), de aanvangswoorden van een bekend geestelijk Roomsch-Katholijk gezang (van Pergolesi).
Stabiel=sta-op-al.
stabile, Fr., duurzaam, bestendig, vast. Stabileren, vaststellen, bevestigen. Stabiliteit, bestendigheid, vastheid, duurzaamheid; het voortdurend bestaaan. Stablatte=sta-op-latten
in de Fransche gebergten, eene soort van stallen onder de sneeuw, waarin zich de boeren des winters ophouden.
Staccato=stokkende
Ital., (muz.) kort, stootend, gebroken.
Stagnatie=staan-gaane-niet.
allerhande oponthoud of verhindering; stilstand.
Stalactiten=sta-lik-tieten=te-eten.
(de hangende) drop- of druipsteenen; eene steensoort uit kalkaarde met luchtzuur verbonden. Bijzonder die, waarvan de figuren, welke in sommige grotten aan het verwelf als kegels hangen, den naam stalagniten dragen; terwijl die, welke na de druiping op den grond als zuilen worden gevormd, den naam stalactiten behouden. Stalactos, druppelend, wat door druppelen is ontstaan.
Stalacmieten=sta-lik-mee-eten.
9De staande0 die drop voor drop mee eten en aan kalken. Stamboom=sta-heem-bij-home.
even als stam, eene reeks van menschen, die uit eenen gemeenschappelijken oorsprong voortkomen. Intusschen wordt door stamboom eene reeks van menschen aangeduid, welke zich in verschillende gelijktijdige geslachten verdeelt; waaraan men een denkbeeld van takken hecht, die, in vereeniging met den stam, eenen volslagenen boom vormen.
Standaard=stand-aard. De aard van het ding of wezen; Op vlaggen getekend.
Stante pede=staande-bij.
Lat., op staanden voet, terstond, dadelijk, onverwijld.
Stapel=sta-op-al en dan steeds hooger als het moet.
Station=staat-ioon. De Iooniërs waren ook de eerste trekkers. Posteljon=post-halte-ioon. Enz...
Fr., een stand, oponthoud, stand- of ligtplaats; aanleg, pleisterplaats, postrust, wisselplaats (voor postpaarden, schepen, enz.)
Statistiek=staat-als-stuk. Staat op maken van de stukken die te behandelen zijn. Statue=staat-u kijk dáár staat U!
Status=staat-is... dat vraag ik me ook af.
Statuut=staat-uit.
wetten, verordeningen, regten, voorschriften van eene stad, maatschappij of burgerlijk genootschap.
Steamboat=stamp-boot om stoom te krijgen moet er gestampt.
Steppe=steppe waar men aardig stappen of vooruitkomen kan.
woest land van aanzienlijke uitgestrektheid in Aziatisch-Rusland en andere landen. Steward=sta-wacht.
Stiefel=stijf-vel leren laarzen.
Stier=sta-er-stoer.
Stigma=steek-mee te zien waar je de steek mee kreeg op je lichaam.
een punt, stip, teeken, lid-teken=lijd-teken waar aan te zien het lijden. Maar er zijn ergere dingen.
Stiletto=stille-dood. Door straaldunnen doorbloeding geen pijn en niet merkbaar verzuipt je hart in bloed.
Stilleven=stil-even.
(schilderk.) eene schilderij, waarin geene dan levenlooze voorwerpen. Stimulans=stem-al-ons in goede stemmingen.
Stoïcijn=is-taai-zijn.
de leer der oud-Grieksche Stoïcijnen; ook standvastigheid; onverschilligheid omtrent zinnelijke indrukken, ongevoeligheid in smarten, enz.
Stokpaard-is-‘t-hok-paard snachts niet buiten. dat zijn eigen hok heeft, goed verzorgd en moeilijk te stelen.
Stop=sta-op sta-op uit met slapen.
14-1-2010 orgineel dus een tot-taal ander funktie dan het huidige verkeersbord. en stop is het stop woord voor werkelijk alles tot dat zelfs de stoppen=stop-en door slaan. Stupid=stop-uit.
Storax=sterk van reuk.
eene balsemachtige en welriekende gomhars, die van den storaxboom in het Oosten en zuidelijk Europa wordt verzameld.
Strapade=strop-houd galgen=kaal-hangen.
Stratgie=is-de-route-ga.
stricto sensu, in den strengsten zin van het woord.
Stringent=streng-gaand.
Stronkelen=stronk-kuil-in.
Struferetarhiüs=is-ter-offeren-eet-er-thuis. bij de Romeinen zij, die op plaatsen, de bliksem ingeslagen was, aan de goden gewijde koeken (strufes) offerden.
Stuc=steek daar de gips wordt afgestoken tot een struktuur.
Fr., stucco, Ital., pleisterkalk, gips; stuccatuur, pleister-, gipswerk, tot versiering van muren, zolderingen, enz., in verheven werk. Stuccatore, Ital., stucateur, Fr., een gipswerker, stukadoor=sten-door.
Studeren=is-diet-eren. Erudiet=eer-u-diets.
Stumper=stomper nog maar een halve arm of been.
Styl=us-te-heil dat wat je voor andere in je beroepsmatig kunt en voor je zelf moet kunnen. Texstiel=doek-styl.
Styx=steek van verstken=verstoppen.
volgens de fabelleer, een stroom der Onderwereld, de helrivier der oude Heidenen. Subaltern=zo-al-op-te-horen.
ondergeschikt, onderhoorig; ook een ondergeschikte, onderbeambte. Subiet=zuip-eet want als jij niet een andere.
Subject=us-op-jaagt
Subliem=zo-op-pluim nog een extra pluim op je hoed want je doet het zo goed. Subordinat=zo-op-hoor-dien-net.
ondergeschiktheid, dienstgehoorzaamheid, bijzonder bij den soldatenstand; afhankelijkheid. Subordineren, onderschikken, in rang en waardigheid beneden een' ander plaatsen.
Subsidie=zuip-eet-u.
Subtiel=zuipt-al listig, van anderen.
Sueven=zwapen=te-wapen! U=v=w.
algemeene naam van eenen oud-Duitschen volksstam
Suffrage=us-af-vragen.
Fr., suffragiüm, Lat., stem, keus; eene goedkeuring vragen.
Suggestie=zoek-kwesties. K=g=k
aan de hand geven, verstrekken; iets kwaads inblazen. Suggestie, valselijke ingeving. 14-1-2010
Suicide=zelf-scheide. L. Fr., de zelfmoord.
Sui juris=zelf-jurie.
Lat., uit zich zelven, uit zijn eigen regt, aan niemand onderworpen.
Suite=stoet T
Fr., het gevolg, de stoet.
Sulfer=is-al-vuur.
sulphur, zwavel. Sulfuré, Fr.,
Sultan=zal-al-doen.
de Groote Heer, de titel van den Turkschen keizer en van eenige Tartaarsche en Oostindische vorsten.
Summa=samen optelling.
Lat., de som, het beloop, bedrag, geheel. Summa summarum, het gezamenlijk bedrag, alles bijeengenomen. Summair, summarisch, beknopt zaamgevat. Summariüm, Lat., korte inhoud; ook een priester-overhemd. Summatie, summering, de bijeenrekening, zamenvoeging. Summeren, sommer, Fr., de som opmaken, optellen, zamenrekenen. Kijk!!! Er zovele woorden alsmaar bij halen is dus nergens voor nodig de som=saam. Sumtie=consumtie.kom-saam-eete.
bij de mis, het verorberen van het, door den priester gewijde, brood. De hostie=tostie. Sumtoriüm,
een lepeltje, waarmede, in de Grieksche kerk, de gewijde wijn uit den kelk wordt genomen.
Sunna=zon
bij de oud-Noordsche volken, de Godin der zon; haar broeder heette Mani=maan. Supmanen=zuip-mannen.
noemden de oude Pruissen hunne edellieden, en nog later was dit woord in Lithauen gebruikelijk.
Super=is-upper=opper.
Lat., over, zeer, buitengewoon, b.v. superfijn, zeer fijn.
Superbe,=upper-bij.
superbe, Fr., heerlijk, voortreffelijk, majestuëus; ook trotsch, hoovaardig. Superiëur=upper-rij-heer.
supérieur, Fr., voornaam, uitstekend; meerder, hooger, magtiger. Superiëuren, meerderen, boven ons geplaatste en over ons magt uitöefenende personen. Superior, Lat., supérieur, Fr., de opperste, voorstander, eerste, b.v. van een klooster. Superioriteit, de meerderheid, overmagt, voorrang, het overwigt. Superintendent=is-upper-en-tent-houd. Runt de hele tent van dr staats domeinen. In het leven geroepen door Simon Stevin voor Prins Mourits. Werd Stevin zelf benoemd tot deze functie. Ondanks de enorme bescheidenheid van deze supergeleerde man en uitvinder die autodidakt en de eerste taalnatuurkundige was. 1548-1620. Superlatief=is-opper-laat-af.
superlativus, Lat., (spraakk.) de hoogste trap of graad in vergelijkingen, de overtreffende trap. In superlativo, (namelijk gradu), in den hoogsten graad.
Suporter=zuip-hard-door.
Supremator=zuip-mee-eter.
Supremaat, suprematus, Lat. (Eng. supremacy).
Surma,
eene zalf, waarmede de bewoners van Ava en Pegu de tanden, oogleden en wenkbraauwen zwart verwen.
Surplus=is-er-plus=bij-alles.
Fr., het overschot, meerdere, wat er overig is, rest.
Surrogaat=zo-er-ochgaat smaakt meestal nergens naar.
hetgeen in de plaats van iets anders wordt gesteld, bij voorbeeld, surrogaatkoffij, kunstkoffij.
Surseance=zo-er-re-zie-ons... we komen nog terug... maar weten niet wanneer. opschorting, regterlijk toegestaan uitstel of opschorting van betaling. Surveillance=zo-er-beveilig-onze.
Fr., bewaking, toezigt. Surveillant, bewaker, toeziener. Surveilleren, bewaken, het toezigt hebben, een waakzaam oog houden.
Suspect=juist-pakt... opgepakt als mogelijke dader maar.... Dus verdacht maar nog niets bewezen. Want hij is nog maar net just-opgepakt.
Fr., suspectus, Lat., verdacht. Suspecteren, suspiciëren, verdenken, vermoeden, mistrouwen.
Swantowit=zo-win-en-doe-het.
een krijgsgod van eenige Slavische volkeren. Waar aan de overwinnigen afgesmeekt. Swicent=st.vincent. zie: V=W
eene soort van rooktabak, komende van het Westindische eiland St. Vincent.
Sybaris=zee-opper-huis.
inwoners van Sybaris was een travestieten kolonie. Sybaritisch, weelderig, verwijfd, vertroeteld.
Syderoxylon=zie-daar-ook-zij-ijlen....
contradictio in adjecto, een ding, dat zich zelf tegenspreekt, bij voorbeeld, een houten ijzere, vierkante cirkel. En dat kan dus helemaal niet... dus.... je ijlt! Dialekt-diets doorziet alle geleerde en gemáákte woorden.
Syllabe=zie-lippen. Het spellen leren via mond en lippen bewegingen
eene lettergreep. Syllaberen, syllaben uitspreken, of letters zamenvoegen, spellen. Syllabisch, lettergrepig.
Syllogiseren=zie-al-logis-leren.
besluiten, een besluit, eene gevolgtrekking of sluitrede maken. Syllogismus, eene sluitrede, redekunstige gevolgtrekking, Syllogistica, de leer der sluitredenen. Syllogistisch, wat tot de sluitredenen behoort.
Sylva=zie-al-vang.
eene soort van volksfeest en schouwplaats bij de Romeinen, waarbij men eene groote plaats met boomen bezette en allerlei (tamme) dieren er in deed, die door het volk ongewapend moesten gevangen en overweldigd worden. Toen was er wel nog geen T.V.
Symbool=saam-bij-al.
symbole, Fr., symbolum.
Symmetrie=samen-trek-recht.
de overeenstemming, gelijkheid of overeenkomst in maat; gepaste verhouding of zamenstemming der deelen met het geheel. Symmetriek=samen-trek. Sympatiek=samen-bid-ik.
medegevoelend, deelnemend;
Symphonie=samen-van-U
symphonia, Lat., sinfonia, Ital., eene welluidende zamenstemming. Symptoom=saam-te-home. Uit het zelfde huis af te leiden.
een toeval, hetwelk gemeenlijk op eene ziekte volgt en daarmede is verbonden; een teeken, bijzonder ziekteteeken; ook de aanwijzing, voorbod. Synagoge=zien-naar-ooge... de hoogste god te aanschouwen... het zon een oog symbool der joden.
eene verzameling; bijzonder, de Jodenschool, Jodentempel.
Syndicaat=zijn-diktaat.
Syndrome=zijn-dromen
Synoniem=saam-aan-naam.
zinverwant, verwantschapt, van gelijke beteekenis. Synoniemen, zinverwante woorden, woorden van gelijke beteekenis, of zulke woorden, welker beteekenis, volgens hun hoofdbegrip, aan elkander gelijk.
Synopsis=zien-of-het-is.
een ontwerp, overzigt, kort uittreksel eener wetenschap. Synoptisch, ontwerpmatig, kort, beknopt, een overzigt gevende.
Syntaxis=zin-dekt-is. Dat de zinnen lopen en de lading dekt.
Lat., syntaxe, Fr., in de spraakkunst, de woordvoeging; de leer van de zamenstelling en rangschikking der volzinnen.
Synthesis=zijn-thuis-is.
de zamenstelling, verbinding der denkbeelden; ook zamenvoeging van gescheidene deelen. Synthetisch, zamenstellend, verbindend; van de oorzaken op de gevolgen en werkingen afdalend; het tegendeel van analytisch; synthetisch bewijs, wanneer in eene voordragt alle verklarende en bewijzende voorstellen datgene voorafgaan, wat moet verklaard of bewezen worden.
Syphilis=ziek-paal-is phallus.
Syroop of siroop=zuure-troep. Door suiker toevoeging op smaak gebracht.
Systeem=zo-is-‘t-heem. Zo hoort het en niet anders. Wij zijn gevangenen van onz eigen systeem.